Santa Sabina all'Aventino is een basiliek uit de 5de eeuw, gelegen op de Aventijnheuvel in Rome. In het aangrenzende klooster is het generalaat van de dominicaner orde gevestigd.
Toewijding thumb|Santa Sabina gezien vanuit Parco Savello. thumb|De houten deur met marmeren omlijsting.
Reeds in de 5de eeuw was de kerk toegewijd aan de heilige Sabina. Om welke heilige het precies gaat is niet bekend, aangezien die voornaam zeer frequent voorkwam in het Latijn. De inscriptie op het deksel van de marmeren relikwiekist onder het hoofdaltaar verwijst naar de Passio van Sabina, een lijdensverhaal uit de 6de eeuw over een heilige met dezelfde naam die in Vindena, dat is in de omgeving van Terni, begraven zou zijn en wiens lichaam in de 5de eeuw naar Rome zou zijn overgebracht. Het is echter niet zeker of het om dezelfde heilige gaat.
Geschiedenis De kerk werd opgericht in de 5de eeuw, meer bepaald onder het pontificaat van paus Celestinus I (422-432), en werd voltooid onder paus Sixtus III. Daarmee stamt ze uit de latere jaren van de Romeinse oudheid, maar tegelijk is het een van de best bewaarde vroegchristelijke basilieken: iets ouder nog dan de Santa Maria Maggiore. De gegevens over de stichting zijn vereeuwigd in Latijnse verzen die in mozaïek zijn aangebracht op de binnenzijde van de gevel. Behalve de verwijzing naar paus Celestinus vermeldt deze inscriptie dat de basiliek werd gesticht door een priester van Dalmatië, Petrus van Illyrië genaamd.
Het gebouw onderging in de loop der eeuwen verschillende restauraties en wijzigingen, onder andere in de 9de eeuw, 15de eeuw, 16de eeuw (Domenico Fontana) en in 1643 (Francesco Borromini). In 1870 werd de kerk onteigend door het pas eengemaakte Italië, en werd ze omgebouwd tot ziekenhuis. In de eerste helft van de 20ste eeuw werd ze hersteld in de oorspronkelijke toestand.
De kerk wordt bediend door de orde der dominicanen, die haar in 1219 toevertrouwd kregen door paus Honorius III.
Beschrijving De Santa Sabina is een eenvoudig maar perfect voorbeeld van een basilica-kerk: ze heeft twee smalle zijschepen en een breed en hoog middenschip waarop een apsis aansluit.
Exterieur Twee portieken leunen tegen de kerk aan: een aan de voorzijde en een aan de rechterzijde. De klokkentoren is in de 10de eeuw gebouwd op het noordelijke uiteinde van het portiek aan de voorzijde, en werd verbouwd in de barokperiode.
Portieken De basiliek is toegankelijk vanaf de Piazza Pietro d'Illiria waar het 15de-eeuwse portiek aansluit op het rechter zijschip van de kerk.
Het portiek aan de voorzijde is wat overblijft van het vroegere vierzijdige atrium dat oorspronkelijk voor de kerk lag. De drie overige zijden van het vroegere atrium moesten wijken voor de bouw van het klooster wanneer deze kerk in het begin van de 13de eeuw aan de dominicanen werd toevertrouwd. In het portiek rusten vier grote bogen op 8 antieke zuilen: 4 granieten en 4 marmeren zuilen met spiraalvormige cannelures. In de muren van de portiek zijn nog enkele grafstenen en andere overblijfselen ingewerkt. Twee deuren geven uit op de kerk: een op het rechter zijschip en een op het middenschip. De derde deur, die uitgaf op het linkerzijschip, werd gesupprimeerd voor de bouw van de klokkentoren. De houten deur die uitgeeft op het middenschip verdient bijzondere aandacht en wordt hierna afzonderlijk behandeld.
De houten deur De gesculpteerde houten deur die uitgeeft op het middenschip is een van de hoogtepunten van de vroegchristelijke kunst. Ze dateert uit de tweede helft van de 5de eeuw en is, ondanks het verlies van 10 van de oorspronkelijk 28 figuratieve panelen, nog origineel bewaard op de plaats waarvoor ze werd vervaardigd. Het thema van de sculpturen is de verbinding tussen het Oude en het Nieuwe Testament, meer bepaald de parallel tussen de verhalen van Christus, Mozes en Elia.
Fijn gebeeldhouwde marmeren stijlen omkaderen het geheel van de deur; vermoedelijk dateert ook deze decoratie uit de 5de eeuw maar ze imiteert de stijl van de 2de of 3de eeuw. De deur zelf is vervaardigd van ceder- ofwel van cipressenhout, en is ingedeeld in 4 kolommen die elk bestaan uit 4 kleine en 3 grote delen. Elk houten paneel is omkaderd met planten- en bloemenmotieven.
De voorgestelde scènes zijn, per kolom en gaande van boven naar beneden: + 1ste kolom Beschrijving 2de kolom Beschrijving 200px1) De kruisiging van Christus is het bekendste paneel.
Dit is de oudste gekende voorstelling van
de gekruisigde Christus. Opmerkelijk is evenwel
dat de kruisiging enkel blijkt uit
de lichaamshouding van Christus en de twee
moordenaars aan Zijn zijden.
Het kruis zelf is nauwelijks te zien,
namelijk in het verlengde van de handen
en boven het hoofd van de linkse moordenaar.
2) Drie mirakelen van Christus:
de broodvermenigvuldiging,
de bruiloft van Kanaän,
de genezing van de blinde.
3) Christus berispt de apostel Thomas.
4) Mozes op de berg Horeb
(zie kopje Afbeeldingen).
Rechts bovenaan reikt de hand van God
hem zijn opdracht aan;
de brandende braamstruik;
onderaan de schapen die Mozes hoedt.
5) Christus veroordeeld door Pontius Pilatus:
Pilatus wast zijn handen in onschuld;
Christus wordt gevangen weggeleid
en Simon van Cyrene draagt Zijn kruis.200px 1) De twee Maria's en de engel bij het lege graf van Christus.
2) Mozes en de Joden tijdens hun tocht
door de woestijn:
Mozes maakt het brakke water van Mara drinkbaar;
drie personen aan een tafel;
onderaan het water dat uit de rots ontspringt.
3) Christus verschijnt aan de 2 Maria's.
4) Acclamatie-scène, waarvan de interpretatie onduidelijk is
(zie kopje Afbeeldingen).
+ 3de kolom Beschrijving 4de kolom Beschrijving 200px1) De drie koningen komen het Kind aanbidden
op de schoot van Maria
die op een troon is gezeten.
2) De hemelvaart van Christus;
een engel troost de droevige apostelen.
3) Christus voorspelt
dat Petrus hem zal verloochenen
nog vooraleer de haan
voor de derde maal zal kraaien.
4) Mozes en de uittocht uit Egypte
(zie kopje Afbeeldingen).
In het midden: de wagens van het leger
der Egyptenaren worden verzwolgen door de Rode Zee;
daarboven leidt een engel het volk van Israël.
Bij de restauratie in 1836 werd het gezicht
van de farao die op het punt staat
te worden verzwolgen door de Rode Zee
vervangen door dat van Napoleon.200px1) Christus en de Emmaüsgangers. In Zijn linkerhand houdt Hij het brood vast,
ten teken van herkenning.
2) De triomf van het geloof:
Christus verkondigt de goddelijke wet; naast hem de alfa en de omega.
Rondom de krans staan de symbolen van de vier evangelisten.
Op de onderste helft van dit tweede paneel
houden Petrus en Paulus een zegekrans
en een zwaard boven het hoofd van een vrouwelijke figuur
die de Kerk symboliseert;
boven hen: de zon, de sterren en de maan.
3) Habakuk gaat brood dragen naar de herders
bij hun geiten op het veld;
een engel neemt hem bij een haarlok.
4) De profeet Elia vaart op ten hemel op een wagen
die wordt getrokken door twee vurige paarden.
5) Christus voor de rechterstoel van Kajafas. 5) Christus voor de rechterstoel van Kajafas.
Interieur Indeling thumb|Interieur van de basiliek. miniatuur|Wijdingsopschrift aan de binnenzijde van de gevel. thumb|In de kapel van de heilige Catherina. thumb|Grafsteen van Muñoz de Zamora.
De kerk is gebouwd op het klassieke basilica-plan: een breed en hoog middenschip met twee smallere en lagere zijschepen. Tegenover de hoofdingang sluit een apsis aan op het middenschip. De drie schepen zijn van elkaar gescheiden door twee rijen van 12 identieke gekanneleerde marmeren zuilen met Korinthische kapitelen. Deze zijn niet verbonden door een rechtlijnige architraaf maar door bogen. Het licht valt getemperd binnen langs 34 vensters: 13 boven elke zuilenrij, 3 in de apsis en 5 in de voorgevel. Deze vensters bevatten geen glas maar wel seleniet, bevestigd in sierlijke geometrisch ingedeelde rasters. De bevloering is niet meer de originele maar dateert uit latere periode. Het houten cassettenplafond dateert pas uit 1936.
De oorspronkelijke decoratie van het gebouw is slechts gedeeltelijk bewaard, namelijk:
het wijdingsopschrift aan de binnenzijde van de gevel, boven de zuilenrijen: intarsiewerk (opus sectile) van verschillende kleuren marmer (porfier, groen, geel...) in geometrische vormen, en dit zowel in het verlengde van elke zuil, als in een horizontale strook die aan weerszijden over de hele lengte van het middenschip loopt. en nog een aantal sporen van stucwerk en fresco's in de zijschepen.
Het hoofdaltaar en de schola cantorum zijn bij een restauratie samengesteld met fragmenten van de originele structuur.
Wijdingsopschrift Het wijdingsopschrift dat in mozaïek is aangebracht aan de binnenzijde van de gevel vormt een belangrijk historisch document.De auteur van het wijdingsopschrift zou volgens sommigen Paulinus van Nola zijn, 355-431. Zeven dactylische hexameters, in gouden letters tegen een azuurblauwe achtergrond, verhalen dat een zekere Petrus, priester in Rome maar afkomstig uit Illyrië, deze basilica heeft opgericht tijdens het pontificaat van paus Celestinus I (422-432).Letterlijke vertaling: Wanneer Celestinus de hoogste apostolische waardigheid bekleedde / en in de hele wereld schitterde als voornaamste bisschop, / heeft een priester van de stad Rome maar afkomstig uit een Illyrisch geslacht, / de kerk gesticht die je hier bewondert. Petrus was zijn naam en die was hij waardig, / want van zijn geboorte werd hij opgevoed in de gemeenschap van Christus. / Voor de armen was hij rijk, voor zichzelf was hij arm en ontvluchtte hij / de goederen van het huidige leven; daarmee mag hij terecht hopen op het toekomstige leven.
Aan weerszijden van het opschrift is, eveneens in mozaïek, een vrouwelijke figuur afgebeeld tegen een gouden achtergrond. De onderschriften verduidelijken dat de vrouw links de "ecclesia ex circumcisione" voorstelt, d.w.z. de gemeenschap der gelovigen die voortkomt uit het jodendom. In haar handen zien we een opengeslagen boek: het Oude Testament. De vrouw rechts is de "ecclesia ex gentibus", d.w.z. de gemeenschap der gelovigen die voortkomt uit de (niet-joodse) volkeren. In haar handen houdt ze het Nieuwe Testament.
Schola cantorum Vóór het hoofdaltaar is bij een restauratie in 1936 de schola cantorum wedersamengesteld met de originele onderdelen uit de 5de tot 9de eeuw. De panelen ervan zijn gedecoreerd met reliëfs die natuurelementen voorstellen (planten, vogels, hemellichamen) in Karolingische of Lombardische stijl.
In het midden van de schola cantorum herdenkt een inscriptie dat onder paus Eugenius II de relieken van drie martelaren naar deze basiliek zijn overgebracht, namelijk die van Alexander, Euzonius en Theodulus. Op het einde van de 16de eeuw kregen deze relieken een plaats onder het hoofdaltaar.
Apsis en triomfboog Centraal in de apsis staat het hoofdaltaar, met daaronder de relieken van heiligen.
Het fresco in de concha of calot van de apsis werd in 1560 gerealiseerd door Taddeo Zuccari, en vervangt het mozaïek dat er voordien was aangebracht. Centraal op Zuccari's fresco is Christus afgebeeld, zittend op een berg. Aan weerszijden van Hem zitten en staan heiligen; uit de berg ontspringt een beekje waaraan lammeren zich komen laven.
De concha is omgeven door een kring van 17 tondo's (waarvan 2 lege) met centraal de afbeelding van Christus; of de personages in de omringende tondo's apostelen zijn, is niet duidelijk. In de bovenhoeken zijn de twee Bijbelse steden voorgesteld als een ommuurde stad: Bethlehem en Jeruzalem. Alle voorstellingen op de triomfboog zijn een 20ste-eeuwse herstelling van een mozaïek dat twee eeuwen eerder verloren is gegaan.
Zijkapellen Twee zijkapellen zijn in latere eeuwen toegevoegd aan het basilica-grondplan: de kapel van de heilige Catherina van Siena en die van de heilige Hyacithus.