Het Duitse woord Standesherr komt oorspronkelijk uit het Koninkrijk Bohemen. Het had betrekking op kleine heerlijkheden die door een koninklijk privilege ontheven waren van hun onderhorigheid aan grotere heren, en zo geëvolueerd waren tot dwergstaatjes.
Het Nederlandse begrip heer van stand heeft dezelfde oorsprong, maar verwijst niet naar de betekenis van standesherr.
Standesherrschaft in de Duitse Bond De Bondsdag van de Duitse Bond besloot op 18 augustus 1825 het volgende: de soevereinen en vrije steden van Duitsland komen overeen dat de gemediatiseerde families een rang krijgen toegekend die hen gelijkstelt in geboorte (Ebenbürtig) aan de soevereine huizen en in zoverre het vorstelijke families zijn, voeren ze de titel doorluchtig (Durchlaucht).
De bondsdag van 13 februari 1829 besloot dat de hoofden van de grafelijke families, die voorheen rijksstand waren, voortaan de titel verheven (Erlaucht) mochten voeren.
Standesherrschaften in het koninkrijk Pruisen en de vorstendommen Hohenzollern In het koninkrijk Pruisen stelde een decreet van 21 februari 1832 vast dat er veertien vorstelijke families onder de Pruisische kroon vielen: Arenberg Bentheim-Steinfurt Bentheim-Tecklenburg-Rheda Croÿ Kaunitz-Rietberg Looz-Corswarem Salm-Salm Salm-Kyrburg Salm-Horstmar Sayn-Wittgenstein-Berleburg Sayn-Wittgenstein-Hohenstein Solms-Braunfels Solms-Lich en Hohensolms Wied
Voor de leden van de grafelijke families in Pruisen (de drie huizen Stolberg) was er geen wetgeving.
In de vorstendommen Hohenzollern-Hechingen en Hohenzollern-Sigmaringen waren de volgende vorsten standesherr: Fürstenberg Thurn und Taxis
Standesherrschaften in het keizerrijk Oostenrijk In het keizerrijk Oostenrijk noemde een lijst van 7 oktober 1825 de vorstelijke families die hun domicilie hadden in deze monarchie: Auersperg Colloredo-Mansfeld Dietrichstein Esterhazy Kaunitz-Rietberg Khevenhüller-Metsch Lobkowitz Metternich Rosenberg Schönburg Schwarzenberg Starhemberg Trauttmansdorff Windisch-Graetz
Door een decreet van 9 oktober 1825 werden daaraan toegevoegd: Schönburg-Waldenburg Schönburg-Hartenstein
en door een decreet van 4 februari 1845: Salm-Salm Salm-Kyrburg Salm-Horstmar Salm-Reifferscheid-Krautheim Salm-Reifferscheid-Raitz
De grafelijke families die hun domicilie hadden in Oostenrijk, waren: Harrach Kuefstein Schönborn-Buchheim Stadion Sternberg-Manderscheid Wurmbrand-Stuppach
Standesherrschaften in het koninkrijk Beieren In het koninkrijk Beieren was er op 22 april 1829 een regeling voor de vorstelijke huizen: Fugger van Babenhausen Hohenlohe-Schillingsfürst Leiningen Löwenstein-Wertheim-Freudenberg Löwenstein-Wertheim-Rosenberg Oettingen-Spielberg Oettingen-Wallerstein Thurn und Taxis Esterházy Schwarzenberg Waldburg-Wurzach Waldburg-Zeil-Trauchburg
Idem voor de grafelijke huizen op 25 augustus 1831: Castell Fugger-Glött Fugger-Kirchheim Fugger-Nordendorf Giech Ortenburg Pappenheim Rechteren-Limpurg Schönborn Waldbott von Bassenheim Erbach-Wartenberg-Roth Stadion
Standesherrschaften in het koninkrijk Hannover In het koninkrijk Hannover regelde een decreet van 9 mei 1826 de status van de standesherren.
De vorsten Arenberg Bentheim Looz-Corswarem
en de graven Stolberg-Stolberg Stolberg-Wernigerode Platen-Hallermund
Standesherrschaften in het koninkrijk Saksen In het koninkrijk Saksen viel onder de regeling van de bondsdag alleen het huis Schönburg
Standesherrschaften in het koninkrijk Württemberg In het koninkrijk Württemberg vielen bij koninklijk decreet de volgende vorstelijke huizen onder de regeling: Colloredo-Mansfeld Dietrichstein Fürstenberg Hohenlohe-Kirchberg Hohenlohe-Langenburg Hohenlohe-Waldenburg-Waldenburg Löwenstein-Wertheim-Freudenberg Löwenstein-Wertheim-Rosenberg Oettingen-Spielberg Oettingen-Wallerstein Schwarzenberg Solms-Braunfels Thurn und Taxis Waldburg-Wolfegg-Waldsee Waldburg-Zeil-Trauchburg Waldburg-Zeil-Wurzach Windisch-Graetz Sayn-Wittgenstein-Hohenstein
de grafelijke huizen waren: Erbach-Wartenberg-Roth Fugger-Kirchberg-Weißenhorn Fugger-Nordendorf Königsegg-Aulendorf Neipperg Plettenberg-Mietingen Pückler-Limpurg Quadt-Isny Rechberg Schaesberg-Tannheim Stadion-Stadion-Thannhausen Sternberg-Manderscheid Törring-Gutenzell Waldbott von Bassenheim Waldeck-Pyrmont Isenburg-Büdingen-Meerholz
Standesherrschaften in het groothertogdom Baden In het groothertogdom Baden noemde een decreet van 17 september 1829 de vorsten: Fürstenberg Leiningen Salm-Reifferscheid-Krautheim von der Leyen Löwenstein-Wertheim
en de graven: Leiningen-Neudenau Leiningen-Billigheim
Standesherrschaften in het groothertogdom Hessen De regeling in het groothertogdom Hessen dateert van 17 februari 1820. De vorsten waren: Isenburg-Birstein Leiningen Löwenstein-Wertheim-Freudenberg Löwenstein-Wertheim-Rosenberg Solms-Braunfels Solms-Lich
en de graven: Erbach-Erbach Erbach-Fürstenau Erbach-Schönberg Isenburg-Büdingen Isenburg-Meerholz Isenburg-Budingen-Wächtersbach Leiningen-Westerburg Schlitz, genaamd Von Görtz Solms-Laubach Solms-Rödelheim Solms-Wildenfels Stolberg-Gedern Stolberg-Ortenberg
Standesherrschaften in het keurvorstendom Hessen In het keurvorstendom Hessen noemde het edict van 29 mei 1833 vorst Isenburg-Birstein
en de graven Isenburg-Meerholz Isenburg-Wächtersbach Solms-Rödelheim
Standesherrschaften in het hertogdom Nassau In het hertogdom Nassau betrof het de vorst van Wied
en de graven van Neuleiningen-Westerburg Waldbott von Bassenheim
Categorie:Geschiedenis van Baden-Württemberg