Bernard Law Montgomery, vanaf 1946 burggraaf Montgomery of Alamein, (Kennington (Groot-Londen), 17 november 1887 – Alton (Hampshire), 24 maart 1976) was een Britse generaal en veldmaarschalk.
Jeugdjaren Montgomery werd geboren in een gezin van negen kinderen. Zijn vader, geboren in Donegal, was een Iers dominee. In 1889 werd zijn vader bisschop van Tasmanië, waardoor het gezin moest verhuizen.
Toen zijn vader in 1901 werk aangeboden kreeg in Londen kon het gezin terugkeren naar Montgomery's geboorteplaats. Hij volgde een opleiding op de Koninklijke Militaire Academie Sandhurst. In 1908 trad hij toe tot het eerste bataljon van de "Royal Warwickshire Fusiliers". Met hen was hij tot 1913 in dienst in Brits-Indië.
Eerste Wereldoorlog De Eerste Wereldoorlog begon in augustus 1914. In deze maand werd Monty (zoals iedereen hem noemde) met zijn regiment naar Frankrijk gestuurd waar hij deelnam aan de Slag bij Bergen in het Belgische Henegouwen. Tijdens deze gevechten sneuvelde de helft van zijn bataljon. Op 13 oktober 1914 werd Monty tijdens een tegenaanval in Meteren ernstig verwond door een kogel van een Duitse scherpschutter. Iedereen verwachtte dat hij zou sterven, maar Monty overleefde. Hij werd onderscheiden met het Orde van Voorname Dienst (DSO) voor zijn uitstekend leiderschap.
Begin 1916 keerde hij terug naar het westelijk front en werd hij stafofficier tijdens de Slag aan de Somme in 1916, de Slag om Arras en de Slag om Passendale in 1917. Tijdens deze periode kwam hij onder het gezag van generaal Herbert Plumer, waar hij de training van het Negende Korps op zich nam. Hij bereidde de soldaten zodanig voor dat zij uitmuntend hun taak uitvoerden en de doelstellingen bereikten met een minimum aan slachtoffers.
Op het einde van de oorlog was Monty opgeklommen tot generale stafofficier en kreeg hij tijdelijk de rang van luitenant-kolonel in de Britse 47e Divisie.
De tussenjaren Na de oorlog diende Monty in het Britse Rijnleger en schreef hij zijn ervaringen op in een serie van trainingshandleidingen en pamfletten.
Eind 1920 werd hij brigademajoor bij de 17e Infanteriedivisie. Deze divisie was gelegerd in County Cork tijdens de Ierse Onafhankelijkheidsoorlog. Hier viel hij op door de grote correctheid die hij in de strijd gebruikte, dit in tegenstelling tot zijn voorgangers die er niet voor terugdeinsden minder conventionele middelen te gebruiken. Naarmate het conflict vorderde, werd het Monty duidelijk dat het conflict niet gewonnen kon worden en dat alleen een Engelse terugtrekking voor vrede kon zorgen.
In mei 1923 werd Montgomery bij de Territoriale 49e Divisie gestationeerd. Hij keerde terug naar het 1e Royal Warwickshire Regiment in 1925 als compagniescommandant. Nadat hij in 1925 tot majoor gepromoveerd was werd hij in januari 1926 benoemd tot plaatsvervangend adjunct-adjudant-generaal bij het Staff College, Camberley in de tijdelijke rang van luitenant-kolonel; deze positie bekleedde hij tot januari 1929, waarna hij zelf de rang van luitenant-kolonel behaalde.
In 1927 ontmoette hij Elizabeth Carver, een weduwe met wie hij ook trouwde. Hun eerste zoon werd geboren in augustus 1928.
In 1931 werd hij luitenant-kolonel bij het eerste bataljon van het Royal Warwickshire Regiment en werd hij achtereenvolgens naar Palestina, Egypte en Brits-Indië gestuurd. Hij werd gepromoveerd tot kolonel en diende vervolgens in het Brits-Indische leger in Quetta, dicht tegen de Afghaanse grens.
Door zijn arrogantie en stijfkoppige vorm van leiding geven kwam Monty vaak in botsing met zijn superieuren. Deze eigenschappen bleven hem later parten spelen.
Zijn vader stierf in 1932 en in de herfst van 1937 stierf ook zijn grote liefde, Elizabeth. Zijn vrouw had namelijk een infectie opgelopen door een insectenbeet tijdens een vakantie in Burnham-on-Sea. Dit verlies schokte Monty diep en na de begrafenis stortte hij zich volop op zijn werk.
In 1938 maakte hij met een groots opgezette oefening van een amfibische operatie indruk op zijn chef, generaal Archibald Wavell, waarna hij werd gepromoveerd tot generaal-majoor en het commando kreeg over de Britse achtste divisie in Palestina. Hier maakte hij met harde hand een eind aan de Palestijnse opstand. Hij verordende o.a. een "shoot to kill"-aanpak die ook voor iedereen gold die opstandelingen hielp. Verder voerde hij het Bren gun machinegeweer in. Zijn mannen instrueerde hij de vijand keihard aan te pakken. Prisoners of war? Kill them! One Palestine Complete, Tom Segev, 1999, Abacus, London,12e druk, 2014, p.432-435. In samenwerking met the Jewish Agency en de Hagana werd de opstand onderdruktTom Segev, p.435.In juli 1939 keerde hij terug naar Groot-Brittannië om er de derde Britse infanterie divisie te leiden.
Tweede Wereldoorlog Montgomery (midden) met Omar Bradley (links) en Miles Dempsey (rechts) op 10 juni 1944|thumb|350px Toen Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel en hiermee de neutraliteit van dit land schond, verklaarde Groot-Brittannië de oorlog aan Duitsland. Monty werd als aanvoerder van de derde divisie van het Britse Expeditieleger naar Frankrijk gestuurd. Tijdens de maanden waarin er tussen Duitsland en Groot-Brittannië niets gebeurde, een periode die bekendstaat als de 'phoney war', legde Monty zich verder toe op het trainen van zijn troepen. Op 10 mei 1940 viel Duitsland de Lage Landen binnen en stond Monty oog in oog met de vijand, onder andere tijdens de Slag om Leuven. Helaas voor hem beschikte het Duitse leger over een nieuwe aanvalstactiek, de Blitzkrieg, waardoor het expeditieleger genoodzaakt werd zich westwaarts terug te trekken en het vasteland te verlaten om totale vernietiging door de vijand te voorkomen. Dit resulteerde in Operatie Dynamo, de evacuatie van 330.000 Britse en Franse militairen van Duinkerke naar Groot-Brittannië. Monty was woedend over de gang van zaken en zwoer terug te zullen keren om de Duitsers te verslaan.
In 1942 kreeg hij opnieuw de kans de Duitsers te bestrijden, ditmaal in Noord-Afrika waar hij veldcommandant werd van het Britse Achtste Leger. Hij vormde dit binnen de kortste keren om van een lusteloze strijdmacht, die tegen het Duitse Afrikakorps tot dan toe weinig anders dan nederlagen had geleden, tot een leger dat vol trots en moed de strijd aanbond. Het vooruitzicht van de landing van de Amerikanen in Marokko en Algerije (november 1942, Operatie Torch), gepaard met aanzienlijke materiële steun voor de Britten, hielp natuurlijk. Op 31 augustus 1942 begon de strijd om Alam Halfa waarbij de Duitse veldmaarschalk Erwin Rommel, samen met zijn Afrikakorps, probeerde om Monty's achtste leger te omsingelen. Dit mislukte en resulteerde uiteindelijk in een Duitse terugtocht. Op 23 oktober begon de Tweede Slag bij El Alamein. De slag eindigde na twaalf dagen. Ondanks 13.500 Britse doden en gewonden was het de eerste grote offensieve overwinning van de Britten op de Duitsers. Montgomery werd gepromoveerd tot generaal en werd bevorderd tot Ridder Commandeur in de Orde van het Bad. Vanaf dit moment werd het Duitse leger steeds verder teruggedreven en dit leidde in mei 1943 tot de vernietiging van het Duitse Afrikakorps. Zo kwam er een einde aan de Duitse en Italiaanse aanwezigheid in Noord-Afrika.
Na de successen in Noord-Afrika werd door de geallieerden een nieuwe grote operatie voorbereid: de invasie van Sicilië. Deze kreeg de codenaam Husky en werd grotendeels door Monty voorbereid. Gedurende de invasie kreeg Monty het steeds vaker aan de stok met de Amerikaanse commandanten en dan vooral met generaal George Patton. Dit resulteerde uiteindelijk in een race naar Messina, de laatste te veroveren stad op Sicilië, die door generaal Patton gewonnen werd.
Hierop volgden de landingen op het Italiaanse vasteland. Deze verliepen moeizaam, maar leidden op 24 juli 1943 tot de val van de Italiaanse dictator Benito Mussolini.
Plan 303 miniatuur|M.E. Clifton James in zijn rol als Montgomery's dubbelganger In 1944 zette de Britse Security Service, bekend onder de naam MI5, M. E. Clifton James (1898-1963) in als dubbelganger van de grote generaal. Clifton James was tijdens gevechten in de Eerste Wereldoorlog aan de Somme gewond geraakt waardoor hij ongeschikt werd voor gevechtshandelingen in de strijd die nog zou volgen. De intentie van de opmerkelijke operatie was, om met de zogenaamde aanwezigheid van ‘Montgomery’ in Zuid-Europa en Afrika, Duitse waarnemers te laten geloven dat een ophanden zijnde invasie vanuit het zuiden plaats zou vinden en dat de geallieerden wilden penetreren in de ‘zachte onderbuik’ van het Duitse Rijk. In het bijzonder betrof het hier ‘Plan 303’, een plan voor de geallieerde landing in Zuid-Frankrijk. Clifton James - van huis uit acteur - bereidde zich, in het diepste geheim, goed voor op zijn dubbelgangerrol, en moest het gebruik van alcohol en tabak tot zijn spijt achterwege laten omdat Montgomery geheelonthouder was. Om zijn rol te vervolmaken oefende hij langdurig op de perfecte imitatie van het stemgeluid van de generaal. Om echt succesvol te zijn was er echter meer nodig dan het nadoen van de uitdrukkingen van Montgomery met een baret op, en wat schmink. Clifton James schrijft daarover in zijn boek I was Monty’s double (1954):miniatuur|links|Generaal Bernard Montgomery op 11 juni 1944, bij zijn eerste persconferentie na D-day (Operatie Overlord)
[…] I had followed Monty […] and I felt confident that I could imitate his voice, gestures and mannerisms, but his personality was quite a different matter. It was so unique and overpowering that I despaired of ever being him. It was one thing to ape the outside of a man, but quite another to acquire something of his fire and forcefulness. When he stopped and spoke to people they felt something which came from inside him. What would they feel if I stopped and spoke to them? Nothing at all. […] What I needed was a transfusion of morale […]Clifton James, Meyrick, I was Monty’s double (Tiptree, Essex: The Anchor Press 1954)
Over zijn avonturen werd in 1958 een film gemaakt onder dezelfde naam als het boek, later werd de film ook uitgebracht op dvd; in de Verenigde Staten kreeg de film als titel "Hell, Heaven or Hoboken". Clifton James speelt zijn dubbelrol: enerzijds als zichzelf, anderzijds moet hij voor de Duitsers doorgaan als Montgomery. De Zwolse auteur At Voorhorst beweert in zijn boek Dubbelgangers OntmaskerdDubbelgangers Ontmaskerd dat er zonder gebruik van DNA en vingerafdrukken toch uitspraken kunnen gedaan worden over de identiteit van personen. In het geval van Clifton James zou dat achteraf gezien gemakkelijk geweest zijn aangezien Clifton James een vinger miste van zijn rechterhand, wat zelfs bij mensen die hem van nabij kenden niet altijd bekend was.
Normandië miniatuur|Montgomery (rechts) met generaal-majoor Dempsey in Frankrijk op 16 juli 1944 Op 23 december 1943 werd Monty teruggeroepen naar Groot-Brittannië om er mee te helpen aan het opstellen van de plannen rond Operatie Overlord, de invasie van Normandië. Hij kreeg het bevel over de 21e legergroep waarmee hij op 6 juni 1944 de strijd begon.
De strijd in Normandië liep niet zoals verwacht, waardoor Monty zich genoodzaakt zag om van zijn originele planning af te stappen en de Duitsers in verschillende los van elkaar staande offensieven te verslaan. De aanval was gestagneerd en de kritiek op Montgomery groeide. De Amerikaanse generaals noemden hem "a bad general" en drongen bij Eisenhower aan op zijn degradatie. Eisenhower deed dit niet omdat Monty een volksheld was in zijn geboorteland en Churchills oogappel. Na zware luchtbombardementen, waarbij onder andere 85 procent van de historische stad Caen werd vernietigd, kwam de doorbraak met de slag rond Falaise, waarin een groot deel van de Duitse troepen gevangen werd genomen via een tangbeweging (De zak van Falaise). Gedurende deze periode werd hij bevorderd tot veldmaarschalk.
Market Garden