De vereniging Lebensborn e.V. (Duits: Lebensborn e.V.; letterlijk vertaald: "Levensbron", e.v. staat voor eingetragener Verein, "geregistreerde vereniging") was een van staatswege opgerichte vereniging door nazi-Duitsland. De vereniging had tot doel het geboortecijfer te verhogen teneinde een zuiver, arisch ras te scheppen in overeenstemming met nationaalsocialistische rassen- en gezondheidsideologie. Lebensborn was deel van Himmlers persoonlijke staf.
Ideologische grondslagen van Lebensborn Lebensborn was een ideologisch gegrondvest project van Heinrich Himmler, waaraan hij een modelfunctie voor de toekomst van Duitsland toedichtte. De denkbeelden aangaande bevolkingspolitiek van de vereniging werden bepaald door volgende ideologische uitgangspunten:
De redding van de – volgens het nazisme als enige voor heerschappij geschikte – "noordelijke rassen" van de ondergang die dreigde door negatieve bevolkingsgroei De samenvoeging van alle “Germaanse” volkeren in een op te bouwen "rijk", als eerste stap richting de oprichting van een imperium op nationaalsocialistische grondslag De waarde van een volk wordt afgemeten aan zijn bevolkingsgrootte en de "rassenkwaliteit" van zijn soldaten en soldatenmoeders Toename van het geboortecijfer met gelijktijdige "rassenveredeling" (verbetering van de "rassenkwaliteit" van het Duitse volk)
De Lebensborn-vereniging hing deze ideologische stelregels aan en probeerde ze op het gebied van de verzorging van kinderen door de moeder in de praktijk te brengen. Centraal doel van de vereniging was het voorkomen van abortus en daarmee de verhoging van het geboortecijfer. Echter niet in de zin van de Kerk, maar ten behoeve van de "nieuwe moraal" van de actieve, door ras bepaalde, nationaalsocialistische bevolkingspolitiek. Hieronder vielen ook de sociale maatregelen die door Lebensborn doorgevoerd werden voor ongehuwde moeders "van goeden bloede" (moeders "van anderen bloede" en met name diegene die "erfziekten" hadden konden, als keerzijde van de raciale "elite", onder meer gedwongen gesteriliseerd worden). De nationaalsocialisten zetten zo de eugenetica-theorie, die in westelijke staten (waaronder de VS en Zweden) nog tot 1974 soms "wetenschappelijk" besproken werd, in daden om. Ook in Europa en in de Verenigde Staten kwam het tot verplichte sterilisatie.
Geschiedenis en organisatie Geboortecijfer en nationaalsocialistische maatregelen Na de Eerste Wereldoorlog was het geboortecijfer sterk teruggelopen, van 894.978 levendgeborenen in 1920 tot 516.793 in 1932. Geen ander geïndustrialiseerd land kende een dergelijke trendbreuk in de demografische statistieken. Het overschot aan vrouwen (voornamelijk ten gevolge van de Eerste Wereldoorlog) bedroeg ongeveer 2 miljoen. In 1937 schatte de Reichsführer-SS en hoofd van de Duitse politie, Heinrich Himmler, het aantal abortussen op 600.000 tot 800.000 op jaarbasis en daarmee duidelijk hoger dan het geboortecijfer. Per jaar stierven ook ongeveer 30.000 vrouwen ten gevolge van een abortus en als gevolg van ondeugdzame ingrepen werden op termijn zo'n 300.000 vrouwen per jaar onvruchtbaar. Om deze ontwikkelingen tegen te gaan, startte de Nationalsozialistische Volkswohlfahrt (NSV)Zie op Wikidata. in maart 1934 het Steunprogramma Moeder en Kind. Dit programma beschikte over enorme financiële middelen, meer dan de helft van de totale opbrengst van het Wintersteunprogramma. De Vereniging Duits Instituut voor Jeugdzorg bekommerde zich om buitenechtelijke kinderen, van wie de vader alimentatie weigerde te betalen. Huwelijken werden aangemoedigd door middel van subsidies in de vorm van waardebonnen voor meubels en huisraad tot 1000 Reichsmark. Het oprichten van de concurrerende Lebensborn e.V. door de SS moet ook in deze sociaal-politieke context gezien worden.
Oprichting en statuut van de vereniging Al in 1931 richtte Himmler een aparte afdeling op die de raszuiverheid binnen de SS moest controleren, deze afdeling heette Rasse-und-Siedlungshauptamt-SS, afgekorte de RuSHA. Onder vlag van de RuSHA werd de Lebensborn-vereniging opgericht. Dit gebeurde op initiatief van Himmler op 12 december 1935 in Berlijn. De Lebensborn e.V. werd opgericht met als doel de prioritaire begeleiding van ongehuwde moeders. De vereniging was organisatorisch bij de SS ingedeeld, maar behield de vorm van zelfstandig rechtspersoon om eigenaar te kunnen zijn van tehuizen en ander bezit en ook om het mogelijk te maken voor niet-SS'ers om toe te treden. Bij de oprichting werd ook een passend statuut met de raciale verenigingsdoelen ingediend. Op 15 augustus 1936 opende Lebensborn het eerste tehuis "Hochland", te Steinhöring bij Ebersberg in Opper-Beieren. Het tehuis beschikte in het begin over 30 bedden voor moeders en 55 voor kinderen. Tot 1940 verdubbelde echter het aantal bedden. Directeur van de vereniging waren achtereenvolgens SS-Sturmbannführer Guntram Pflaum en ingaande 15 mei 1940 tot het einde van de oorlog SS-Standartenführer Max Sollman. Medisch directeur was vanaf het eerste begin SS-Oberführer dokter Gregor Ebner.
Voorwaarden voor opname Vrouwen die om opname in het programma verzochten, moesten volgens de statuten van oorsprong, zoals het heette, "in rassen- en biologisch erfelijk opzicht aan alle verwachtingen voldoen die in de SS over het algemeen gelden". Met name moesten de vrouwen dezelfde vereisten vervullen als ieder ander kandidaat-lid van de SS bij de toetreding en het huwelijk:
Ze moesten een Groot Certificaat van Afstamming overleggen met documentatie van voorvaderen teruggaand tot 1 januari 1800, zoals ook voor de NSDAP en haar onderafdelingen verplicht was. Een vragenlijst aangaande erfelijke gezondheid, waarin alle mogelijk erfelijke belastingen in de familie opgesomd werden, moest worden ingevuld. Er werd door een arts (eerst een SS-arts, later wegens gebrek ook andere artsen) een vragenlijst van medisch onderzoek opgesteld ter documentatie van de gezondheid en "ter beoordeling van ras". De kandidate moest een ingevulde vragenlijst overhandigen aangaande haar persoon, haar beroep, ziektekostenverzekering, partijlidmaatschap, huwelijksvooruitzichten enzovoorts, alsmede een handgeschreven chronologie van haar leven, toegelicht met foto's. Ongehuwde toekomstige moeders moesten daarenboven een verklaring onder ede afleggen, dat de aangegeven man ook echt de vader van het kind was.
Dergelijke documenten moesten ook door de toekomstige vader ingediend worden, die dus altijd bekend moest zijn. SS-leden waren alleen vrijgesteld van deze verplichting als voor de moeder al een huwelijksvergunning uitgegeven was door het Ministerie van Ras en Volkshuisvesting.
In het begin leidden de selectiecriteria tot een stevige schifting van kandidaten. Deze criteria werden later echter, ten gevolge van het verloop van de oorlog, stevig afgezwakt tot op het punt dat ongeveer 75% van de aanvragen gehonoreerd werden. De enorme verliezen aan mankracht ten gevolge van de oorlog en de immer afnemende bevolkingsgroei onder de Duitsers noopten ertoe de "raciale selectie" niet meer zo op de voorgrond te plaatsen en compromissen te sluiten tussen de "noodzakelijke kwaliteit” en de “hoogst haalbare rassenkwaliteit".
Begeleiding in de tehuizen Als onderafdeling van de SS was Lebensborn in staat om absolute geheimhouding aangaande bevallingen te garanderen. De SS-eigen bureaus van de burgerlijke stand en politie in de Lebensborn-huizen zorgden ervoor dat het "thuisfront" van een ongehuwde moeder nooit over de bevalling te horen kreeg - alleenstaande moeders kregen destijds weinig sociaal begrip. Als de opname goedgekeurd was, kon de aanstaande moeder desgewenst haar zwangerschap ver verwijderd van haar woonplaats doorbrengen en tot enige weken na de bevalling wonen in een tehuis van de Lebensborn-vereniging. Daarna waren er verschillende mogelijkheden. Aanzienlijke aantallen vrouwen gingen werken in de Lebensborn-tehuizen om in de buurt van hun kind(eren) te kunnen zijn. Maar er was ook de mogelijkheid om de kinderen overdag te laten verzorgen in het tehuis terwijl de vrouw ging werken. En ten slotte kon de vrouw het kind ook langere tijd laten opnemen in een pleeggezin of afstaan ter adoptie. Voor zover de vrouwen na hun bevalling ongehuwd waren en bleven, nam de Lebensborn-vereniging de voogdij over de kinderen op zich.
De kinderen werden gedoopt middels een ritueel dat een combinatie was van Germaanse, nationaalsocialistische en pseudochristelijke elementen, middels dolkoplegging onder het hakenkruisbanier. Als doopgeschenk kreeg ieder kind een kandelaar mee, die gemaakt was door een gevangene van concentratiekamp Dachau. Het niveau van zorg in de Lebensborn-tehuizen lag ook tijdens de oorlog boven de levensstandaard van de Duitse bevolking. De medische zorg in de tehuizen was zelfs zo goed dat steeds meer echtgenotes van SS-officieren zich enkel en alleen voor de bevalling aanmeldden. Gedurende de oorlog waren de tehuizen ook zeer geliefd als woon- of verblijfsplaats, omdat ze voornamelijk buiten de gebieden lagen die als doelwit voor bombardementen golden. Tegen het einde van de oorlog werden de huizen ongeveer voor de helft bevolkt door vrouwen van SS-leden en voor de rest door ongehuwde moeders. Tussen de twee groepen kwam het regelmatig tot aanzienlijke spanningen. De kinderen die via Lebensborn ter wereld kwamen, konden in de tehuizen opgevoed worden en wellicht - als ze aan de "rassenvereisten" voldeden - geadopteerd worden. Daarbij werden die kandidaat-ouders voorgetrokken die familiebanden met de SS hadden. Na de oorlog (en na het wegvallen van de Lebensborn-vereniging) liep het met een groot aantal van deze kinderen slecht af. Ze werden gestigmatiseerd, mishandeld, seksueel misbruikt, in gestichten weggestopt of onder dwang geadopteerd. Als gevolg hiervan heeft een aanzienlijk aantal van hen zelfmoord gepleegd.
Lebensborn en oorlogsmisdaden Tijdens de oorlog bleek dat de inspanning van Lebensborn op zich niet voldoende was. Het geboortecijfer steeg weliswaar, maar niet zoveel als gewenst. En zeker niet genoeg om de verliezen in de oorlog tegen te gaan. Deze ontwikkeling noopte Himmler tot het instellen van het beleid waar Lebensborn berucht om werd:
Himmler gaf zijn soldaten in bezet gebied opdracht om alle kinderen te ontvoeren die er 'ook maar enigszins arisch uitzagen' en hen over te dragen aan de Lebensborn-vereniging om als Ariërs opgevoed te worden. Kinderen werden ontvoerd uit Polen en Denemarken, maar soms ook uit andere landen. Deze jonge kinderen werden onder valse voorwendselen weggevoerd, kregen een Duitse naam, werden verspreid over Lebensborn-tehuizen en mochten alleen nog Duits spreken. Ze werden beoordeeld naar hun arische uiterlijk, voornamelijk de afstand voorhoofd-achterhoofd. De SS beschikte over zogenaamde 'Ariërtabellen' die over het lot van deze kinderen beslisten. De 'hoogste' categorie Ariër werd geadopteerd door een SS-familie, de 'laagste' ging naar een concentratiekamp. SS-troepen kregen bevel om zo veel mogelijk affaires aan te gaan met Noorse meisjes, om zo veel mogelijk kinderen te verwekken. Duitsland zag de Noren als een ras van Vikingen en verwant aan hun eigen ras. De Noorse bevolking mishandelde de betrokken meisjes vaak en bestempelde hen als 'Duitse hoeren'.
Daarnaast moesten SS'ers financieel bijdragen aan de Vereniging, tenzij ze vier of meer kinderen hadden (buitenechtelijk of uit hun huwelijk). Dit was voor SS'ers ook weer een aansporing om nageslacht te verwekken.
De Lebensborn-tehuizen Veel van de tehuizen van de Lebensborn-vereniging werden ingericht in gebouwen die van Joden onteigend waren. Sommige huizen werden aan de Vereniging geschonken.
Tehuizen in Duitsland, binnen de grenzen van 1937 (het zogeheten Oude Rijk) "Hochland" in Steinhöring bij Ebersberg (1936 - april 1945) - bij oprichting: 50 bedden voor moeders (M) en 109 voor kinderen (K) "Harz" in Wernigerode (Harz) (1937) - 41 M / 48 K