De boerenzwaluw (Hirundo rustica) is een vogel die tot de familie van de zwaluwen (Hirundinidae) behoort. Het is de meest wijdverspreide soort van deze familie; het verspreidingsgebied beslaat vrijwel de hele wereld, waarbij er zeven ondersoorten worden onderscheiden. De boerenzwaluw is een opvallende verschijning door zijn blauwzwarte verenkleed met lange buitenste staartveren en door zijn grote wendbaarheid in de vlucht tijdens de jacht op vliegende insecten.

Een groot deel van zijn leven brengt de boerenzwaluw in de lucht door. Het is een trekvogel die grote afstanden aflegt. De boerenzwaluw overwintert in Afrika, Zuid-Amerika of het zuiden van Azië, waarna hij in de lente naar Europa, Noord-Amerika of het noorden van Azië trekt voor de voortplanting. De boerenzwaluw broedt in landelijke gebieden met voldoende water. Koppels bouwen hun nest van modder vermengd met speeksel in allerlei menselijke bouwwerken, zoals schuren en bruggen. Ze brengen in het broedseizoen twee of drie broedsels groot, alvorens weer naar de overwinteringsgebieden te trekken.

Reeds duizenden jaren leeft de boerenzwaluw in de nabijheid van de mens, zoals onder andere blijkt uit vermeldingen in de literatuur van de Oude Wereld. Als aankondiger van de lente wordt de boerenzwaluw door veel boeren gezien als brenger van geluk, terwijl hij bij zeelieden symbool staat voor een veilige thuisvaart.

Naamgeving thumb|In veel talen refereert de naam van de boerenzwaluw aan zijn voorliefde voor het platteland als broedgebied.

De vogel heeft een voorkeur voor het platteland als leef- en broedgebied, waarbij hij zijn nest onder andere bouwt in boerderijen, schuren en stallen. De Nederlandse en Friese (boereswel) namen verwijzen daarnaar. Ook in andere talen wordt aan het platteland gerefereerd. Zo luidt de Engelse naam barn swallow en de Franse naam hirondelle rustique, wat respectievelijk 'schuurzwaluw' en 'landelijke zwaluw' betekent. In de wetenschappelijke naam Hirundo rustica wordt eveneens naar het platteland verwezen. , Federation of Alberta Naturalists Field Guide to Alberta Birds (Nature Alberta, 1998)

Andere minder gebruikelijke of historische Nederlandse namen voor de boerenzwaluw verwijzen naar andere favoriete nestplaatsen in menselijke bouwwerken, zoals brugzwaluw, muurzwaluw, metselaar, schoorsteenzwaluw en rookzwaluw. Net als de Duitse naam Rauchschwalbe refereren de laatste twee namen aan een rookkanaal als nestplaats, waarbij 'rook' ook kan verwijzen naar de zwarte roetkleur van de boerenzwaluw. Etymologiebank.nl: Boerenzwaluw Veel dialecten kennen alternatieve namen, zoals zwalum, zwolm en zwalie in Vlaamse dialecten en zwaalve in het Drents.. 1995. De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Blok, Leidschendam.

De oorsprong van het woord 'zwaluw' is niet zeker. Er is geopperd dat het is afgeleid van het woord 'zwalken', wat een beschrijving zou kunnen zijn van de grillige vluchtpatronen van zwaluwen. Andere taalkundigen achten het waarschijnlijker dat het is afgeleid van het Oergermaanse woord swalwo, wat 'gespleten stokje' betekent, een verwijzing naar de gevorkte staart van de meeste zwaluwen. Etymologiebank.nl: Zwaluw De boerenzwaluw is de belangrijkste vertegenwoordiger van de zwaluwenfamilie. In vroegere tijden, toen men diersoorten nog niet zo nauwkeurig indeelde, werd met 'zwaluw' in de meeste Europese landen dan ook meestal de boerenzwaluw bedoeld. The Cornell Lab of Ornithology, Neotropical Birds: Hirundo rustica. Gearchiveerd op 22 mei 2015.

Uiterlijke kenmerken thumb|Het mannetje van de boerenzwaluw heeft opvallend lange buitenste staartpennen.

Het lichaam van de boerenzwaluw is slank en gestroomlijnd, de nek is erg kort en de vleugels zijn lang en smal. Hiermee is de boerenzwaluw goed toegerust voor een lang verblijf in de lucht. De korte poten en kleine tenen hebben weinig spieren in vergelijking met die van andere vogelsoorten. De boerenzwaluw rust relatief weinig en gebruikt de poten zelden om zich te ankeren, zoals bekend is van veel andere vogels. De korte snavel is geschikt voor het vangen van grote insecten en is aanzienlijk breder dan die van de meeste andere vogels die op vliegende insecten jagen., p. 39, 40

De totale lichaamslengte van een volwassen mannetje, inclusief de uitstekende staartveren, is meestal 17 tot 19 centimeter. De lichaamslengte kan echter variëren van 14,5 tot 20 centimeter. De vleugelspanwijdte bedraagt 32 tot 34,5 centimeter en het gewicht ligt tussen de 16 en 22 gram.Tenzij anders vermeld worden in het artikel de kenmerken van de nominaatondersoort H. r. rustica genoemd of die van de soort in zijn algemeen. Kenmerken van andere ondersoorten kunnen afwijken. Het vrouwtje heeft veel kortere staartpennen en meestal een kleinere spanwijdte. Ze heeft daarentegen een grotere snavel en grotere poten en weegt gemiddeld meer dan een mannetje., p. 23

thumb|links|Karakteristiek is de steenrode kleur van keel en voorhoofd.

Verenkleed Het verenkleed aan de rug- of bovenzijde is zwart met een blauwe metaalglans en wit op de onder- of buikzijde en aan de onderzijde van de staart. De keel en het voorhoofd zijn steenrood gekleurd. Het kleurpatroon op de borst varieert; het kan dezelfde kleur als het verenkleed aan de bovenzijde hebben, maar het steenrood van de keel kan ook doorlopen, zodat de kleuren door elkaar lopen of de borst geheel steenrood is. Vrouwtjes hebben doorgaans een iets grotere keelvlek dan mannetjes. De onderzijde van de vleugels is grijswit met donkere slagpennen. Dankzij de lange buitenste vleugelpennen is de staart van de boerenzwaluw diep gevorkt. Deze staartveren hebben zeer dunne punten en zijn twee tot zeven centimeter lang. Als de boerenzwaluw vliegt spreidt hij zijn staartveren en wordt een rij witte vlekjes langs de rand van de staart zichtbaar.

De buitenste staartpennen zijn bij een mannetje aanzienlijk langer dan bij een vrouwtje, wat het bepalen van het geslacht vergemakkelijkt. Soortenbank: Boerenzwaluw (Hirundo rustica) Verder zijn bij vrouwtjes de blauwzwarte veren wat doffer van kleur en is de onderzijde van hun vleugels wat bleker. Onderzoek in 2008 heeft aangetoond dat de staartlengte bij de mannetjes afhankelijk is van het klimaat; in warmere broedgebieden is de gemiddelde staartlengte van de mannetjes korter. In Finland is het verschil tussen de langste slagpennen van de mannetjes en de vrouwtjes ongeveer twintig procent, in Spanje is dit nog slechts vijf procent. Bij sommige populaties is aangetoond dat de lengte van de staartveren bij mannetjes gestaag afneemt, wat mogelijk het resultaat is van de opwarming van de Aarde. De gemiddelde staartlengte van mannelijke exemplaren in Denemarken bijvoorbeeld is in de periode van 1984 tot 2004 met negen procent afgenomen.

thumb|Juvenielen hebben een doffer verenkleed en kortere staartveren dan de volwassenen

Het juveniel van de boerenzwaluw lijkt sterk op een volwassen exemplaar, maar heeft wat kleine verschillen in het verenkleed. Zo zijn de donkere veren aan de bovenzijde bruiner en doffer, de lichte veren aan de onderzijde witter en de steenrode veren op keel en voorhoofd bleker. Bovendien heeft de juveniel nog niet de lange, diep gevorkte staartveren van een volwassen vogel. Jongen van boerenzwaluwen met asymmetrische staarten vertonen vaak dezelfde verschillen in de staartveerlengtes als hun ouders. Een verschil in vleugellengte wordt echter niet door de ouders aan de jongen doorgegeven.

thumb|links|Een boerenzwaluw (rechtsboven) en huiszwaluwen (Delichon urbicum) verzamelen modder in Finland.

Onderscheid met andere zwaluwsoorten De boerenzwaluw bevindt zich regelmatig in het gezelschap van andere zwaluwsoorten. In Europa bijvoorbeeld delen de boerenzwaluw, de oeverzwaluw (Riparia riparia) en de huiszwaluw (Delichon urbicum) regelmatig elkaars habitat. Er zijn echter genoeg verschillen om de boerenzwaluw van andere zwaluwsoorten te onderscheiden. Over het algemeen hebben zwaluwen die niet behoren tot het geslacht Hirundo of het nauw verwante geslacht Cecropis kortere staartpennen en missen ze de kenmerkende rode tekening.De geldigheid van het geslacht Cecropis wordt betwist, veel autoriteiten houden voor de vermeende Cecropis-soorten het geslacht Hirundo aan.

Het verspreidingsgebied van de boerenzwaluw overlapt met dat van andere soorten van het geslacht Hirundo en van soorten van het geslacht Cecropis. Zo komen er veel Hirundo-soorten voor in Afrika en leven de zuidzeezwaluw (H. tahitica) en de welkomzwaluw (H. neoxena) in Australazië, Oost-Azië en Oceanië. De boerenzwaluw onderscheidt zich van deze soorten door de combinatie van de rode tekening op het gezicht en de blauwzwarte borstband. Ook de roodkeelzwaluw (H. lucida) lijkt sterk op de boerenzwaluw, maar is iets kleiner en heeft een smallere borstband. Het juveniel van de roodkeelzwaluw heeft bovendien kortere staartveren met meer witte vlekken dan die van de boerenzwaluw.

Gedrag en levenswijze thumb|Boerenzwaluwen brengen het grootste deel van hun leven in groepsverband door.

De boerenzwaluw is een dagactieve, sociale vogel. De zwaluw leeft vrijwel het hele leven in groepen van soortgenoten; dergelijke groepen verschillen onderling sterk in omvang. De habitat bestaat uit open, landelijke gebieden. Het leven in een groep heeft voor de boerenzwaluw onder andere als voordeel dat roofvogels eerder worden opgemerkt en dat elk individu minder kans heeft om gegrepen te worden., p. 55. Gearchiveerd op 6 juni 2023. Boerenzwaluwen komen bij elkaar om te rusten en te zonnebaden of om elkaar te helpen bij het verdrijven van eventuele belagers. Tijdens de trek vliegen boerenzwaluwen meestal in kleine groepen en soms alleen, maar ze rusten 's nachts in grote groepen bij elkaar.

Trekgedrag Met uitzondering van enkele populaties trekken de boerenzwaluwen wereldwijd tweemaal per jaar tussen hun broed- en overwinteringsgebied. In Europa arriveren de eerste boerenzwaluwen aan het einde van januari; veel eerder dan de meeste andere zwaluwsoorten. De piek ligt tussen midden februari en midden maart, maar tot juni steken boerenzwaluwen nog de Middellandse Zee over., p. 191. Gearchiveerd op 6 juni 2023. Europese boerenzwaluwen profiteren op hun trektocht naar het noorden van de vrijwel constante noordenwind; deze geeft hen lift en voert een groot aantal insecten in hun richting aan. In 2011 werd de trek van boerenzwaluwen van Afrika naar Nederland bestudeerd. Op zo'n reis werd een afstand van 8.500 kilometer in gemiddeld 32 dagen afgelegd. Onderweg werd een aantal malen gerust, in totaal ongeveer elf dagen. De rustperiodes werden onder andere gebruikt om te foerageren. In de overige 21 dagen werd dus ruim 400 kilometer per dag afgelegd. Vogelbescherming.nl: Chip onthult trekgeheimen Nederlandse boerenzwaluw (30 november 2012). Gearchiveerd op 3 april 2016.

Wanneer de jongen uit het laatste broedsel zijn opgegroeid keren de boerenzwaluwen weer terug naar hun zuidelijker gelegen overwinteringsgebied. Dit doen ze niet alleen om de koude in de meer gematigde broedgebieden te vermijden; boerenzwaluwen zijn ook volkomen afhankelijk van insecten als voedselbron en deze komen 's winters in het broedgebied minder voor., p. 15. Gearchiveerd op 6 juni 2023. Wereldwijd ligt de overwinteringsperiode van de boerenzwaluw tussen september en april. De trek naar de overwinteringsgebieden is, net als die naar de broedgebieden, over een lange periode verspreid. De eerste boerenzwaluwen uit Europa arriveren rond het begin van augustus in Afrika, de grootste trek vindt plaats in september en oktober, en de laatste groepen arriveren in december., p. 177. Gearchiveerd op 6 juni 2023.

Roestplaatsen thumb|Rietvelden zijn ideale roestplaatsen voor de boerenzwaluw.