Conradin Kreutzer (eigenlijk: Conrad Kreuzer) (Meßkirch, 22 november 1780 - Riga, 14 december 1849) was een Duitse componist, dirigent, pianist, hoboïst en violist. Hij schreef werken voor naast alle genres, maar vooral zijn vocale muziek lijkt van belang. Vooral door zijn opera Das Nachtlager von Granada bleef zijn naam tot nu toe bekend.
Levensloop miniatuur|left|Het Conradin-Kreutzer-monument in zijn geboorteplaats Meßkirch
Jeugd en opleiding Kreutzer kreeg zijn eerste muziekles door de koorleider Johann B. Rieger van Meßkirch. Daarna ging hij in der kloosterschool van de Benedictijnenabdij in Zwiefalten.Wilhelm Zentner: Conradin Kreutzer in: Neue Deutsche Biographie (NDB). Band 13, Duncker & Humblot, Berlin 1982, , pp. 27 f Daar kreeg hij les in muziektheorie en voor orgel bij Pater Ernestus Weinrauch, maar ook voor piano, hobo en viool.Robert Eitner: Biographisch - Bibliographisches Quellen-Lexikon der Musiker und Musikgelehrten der christlichen Zeitrechnung bis zur Mitte des neunzehnten Jahrhunderts, Leipzig: Breitkopf & Härtel, 1901. In 1796 wisselde hij aan de kloosterschool van de Premonstratenzers Schussenried. Daar ontstond een eerste compositie, een patriottisch lied voor koor en orkest. Op wens van zijn vader studeerde hij vanaf 1799 rechtsgeleerdheid aan de Albert Ludwigs Universiteit in Freiburg im Breisgau. Nadat zijn vader overleden was, begon zijn muzikale carrière. In Freiburg tred ook het eerste keer de voornaam Conradin op, die hij misschien als eerbetoon voor de laatste mannelijke telg uit het vorstengeslacht Hohenstaufen Konradijn koos. Het eerste zangspel ontstond in Freiburg im Breisgau Die lächerliche Werbung, dat rond 1800 met succes door bevriende studenten werd uitgevoerd.
Studie- en concertreizen De volgende jaren reisde hij door Zwitserland en concerteerde in verschillende steden. In 1804 verhuisde hij naar Wenen, om bij Johann Georg Albrechtsberger, de compositieleraar van Ludwig van Beethoven, te studeren. Aldaar werd hij bekend met Joseph Haydn en leefde als muziekleraar en muzikant. Gedurende zijn concertreizen naar Duitsland en Zwitserland zette hij zich voor een nieuw, orkestraal klinkend toetseninstrument, het "Panmelodicon" in, een soort technisch verdere ontwikkeling van de draaiorgel door Franz Leppich.
Operasuccessen In 1812 werden in Stuttgart zijn operette Fedore en de opera Konradin von Schwaben met succes uitgevoerd en hij werd opvolger van Franz Danzi als kapelmeester aan het hof van koning Frederik I van Württemberg in Stuttgart en bleef in deze functie tot 1816. In 1818 ging in Praag zijn opera Orestes in première. Zijn onrustig leven voerde hem als kapelmeester naar Schaffhausen, Donaueschingen, waar hij van 1818 tot 1821 kapelmeester aan het hof van Karel Egon II van Fürstenberg was, en Wenen. Aan het Kärntnertortheater vierde hij grote successen met zijn opera's, in 1822 met Libussa en in 1823 met Sigune en hij was daar van 1822 tot 1827 kapelmeester. Van 1833 tot 1836 was hij als kapelmeester verbonden aan het Theater in der Josefstadt. In 1834 ging zijn opera Das Nachtlager von Granada in dit theater in première en werd door het publiek en de muziekcritici enthousiast opgenomen, zodanig dat het in deze seizoen nog 31 uitvoeringen volgden. Van 1829 tot 1830, maar ook van 1836 tot 1840 was hij kapelmeester aan de Weense hofopera.
Laatste jaren In 1840 reisde hij samen met zijn oudste dochter Cäcilie Kreutzer (1820-1901/1902), uit het huwelijk met Anna Huber, een zangeres (sopraan) door verschillende steden in Oostenrijk en Duitsland: (München, Graz, Braunschweig en Keulen). In Keulen kreeg hij zijn laatste vaste aanstelling als kapelmeester en muziekdirecteur van 1840 tot 1842 en leidde het 23e "Rheinische Musikfest" in 1841. Ook zijn dochter werd vast lid van een operaensemble in Keulen. Rond 1842 werd hij erelid van de zangersvereniging "Sankt Pauli" van de universiteit Leipzig.Richard Kötzschke: Geschichte der Universitäts-Sängerschaft zu St. Pauli in Leipzig 1822–1922, A. Hahns Verlag / Dietrich & Sell, Leipzig, 1922, 579 p. In 1842 verliet hij Keulen en reisde samen met zijn dochter Marie Kreutzer (1828-1888) uit het tweede huwelijk met Anna, geboren Speil von Ostheim, eveneens een zangeres (sopraan), door verschillende steden (Mainz, Wiesbaden, Parijs, Hamburg, Graz, Praag en in België). In 1846 werd hij erelid van de mannenzangvereniging in Graz. In 1848 voltooide hij zijn opera König Konrad en vertrok naar Riga, waar hij een mislukt optreden van zijn dochter meemaakte en waar hij overleed.
Composities Werken voor orkest 1818 Concert nr. 1 in Bes majeur, voor piano en orkest, op. 42 1822 Concert nr. 2 in C majeur, voor piano en orkest, op. 50 Variationen, voor piano en orkest, op. 35 Variationen, voor klarinet en orkest, op. 36 Variationen in Bes majeur, voor fagot en orkest, KWV 4202 Variationen in G für die cromatische Trompette, voor trompet en orkest Concert nr. 3 in Es majeur, voor piano en orkest, op. 65 Entre-Actes, voor orkest, op. 110
Werken voor harmonieorkest Ouverture tot de opera "Das Nachtlager von Granada" - bewerkt door Antonius Adrianus Maria Tierolff
Missen en andere kerkmuziek 1814 Moses Sendung, oratorium in twee delen - tekst: Johann Adam Osiander Te Deum in D majeur, KWV 3301 Missa de Sancta Francisca in Es majeur, KWV 3105 Missa di Sancti Conradi in D majeur, voor vijfstemmig gemengd koor (SSATB), orkest en orgel Missa in Bes majeur - Meßkircher mis, KWV 3111 Missa Solennis in a mineur, voor gemengd koor, orkest en orgel, KWV 3101 Pastoralmesse in A majeur, voor solisten, gemengd koor, 2 klarinetten, 2 trompetten, 2 trombones, strijkorkest, pauken en orgel, KWV 3104
Muziektheater Opera's Voltooid in titel aktes première libretto om 1808 Aesop in Phrygien (verloren gegaan) 1 akte niet uitgevoerd Matthäus Stegmayer, naar Edme Boursault voor 1809 Der Taucher, op. 50 2 bedrijven 19 april 1813, Stuttgart Samuel Gottlieb Bürde voor 1810 Conradin von Schwaben 3 bedrijven 30 maart 1812, Stuttgart Carl Borromäus Weitzmann Psyche (volledig verdwenen) 1812-1813; nieuwe versie: 1828-1829 Die Insulanerinnen 2 bedrijven 25 maart 1813, Stuttgart; nieuwe versie: 11 februari 1829, Wenen, Kärntnertortheater Johann Friedrich Schlotterbeck, naar Pietro Metastasio, "L'isola disabitata" 1813-1814 Alimon und Zaide oder Der Prinz von Catanea 3 bedrijven 24 februari 1814, Stuttgart 1814 Die Alpenhütte 1 akte 11 september 1814, Ludwigsburg August von Kotzebue 1815 Der Herr und sein Diener (volledig verdwenen) 1 akte 30 november 1815, Stuttgart 1816 Esop in Lydien (nieuwe versie van Aesop in Phrygien) 3 bedrijven 28 januari 1821, Donaueschingen, hofgezelschap; 13 december 1822, Stuttgart (openbare uitvoering) Matthäus Stegmayer 1816 Orestes 3 bedrijven 6 mei 1818, Praag, Statentheater (Stavovské divadlo) Georg Reinbeck, naar Vittorio Alfieri, "Electra" 1819 Adele von Budoy 1 akte 13 augustus 1821, Koningsbergen Pius Alexander Wolff 1822 Libussa, op. 48 3 bedrijven 4 december 1822, Wenen, Kärntnertortheater; 1 december 1823, Berlijn (versie met recitatieven) Joseph Carl Bernhard 1823 Cordelia, op. 51 herwerking van Adele; Franse bewerking als: La Folle de Glaris; daarvan Duitse versie: Die Irrende in den Alpen 1 akte; ook 2 bedrijven 15 februari 1823, Wenen, Kärntnertortheater; Franse bewerking: 21 april 1827, Parijs, Théâtre Royal de l'Odéon; daarvan Duitse versie: 1829, Aken Pius Alexander Wolff; Franse bewerking: Thomas Sauvage 1823 Der Taucher; nieuwe bewerking met recitatieven 2 bedrijven 24 januari 1824, Wenen, Kärntnertortheater; nieuwe bewerking: 18 december 1834, Wenen, Josephstädter Theater Franz Carl Weidmann, naar Samuel Gottlieb Bürde; nieuwe bewerking: Georg Ernst von Hofman 1826 Luna (volledig verdwenen) niet bekend 1827 L'Eau de jouvence 1 akte 13 oktober 1827, Parijs, Théâtre royal de l'Odéon Felix-Auguste Duvert, Xavier 1831 Die Jungfrau 3 bedrijven 9 november 1831, Praag Heinrich August Metard Theodor Schumacher, naar Anne-Honoré-Joseph Duveyrier genoemd: Mélesville «La Femme sanglante» 1831-1832 Der Lastträger an der Themse 3 bedrijven 16 februari 1832, Praag Hermann Herzenskron vrij vanuit het Engelse en August von Kotzebue 1833 Melusina 3 bedrijven 27 februari 1833, Berlijn, Königsstädtisches Theater Franz Grillparzer 1833 Das Nachtlager von Granada 2 bedrijven 13 januari 1834, Wenen, Josephstädter Theater; versie met recitatieven: 9 maart 1837, Wenen, Kärntnertortheater Karl Johann Braun Ritter von Braunthal naar Friedrich Kind 1833-1834 Der Verschwender 3 bedrijven 20 februari 1834, Wenen, Josephstädter Theater Ferdinand Raimund 1835 Fortunat (volledig verdwenen) 5 bedrijven 24 maart 1835, Wenen, Josephstädter Theater Eduard von Bauernfeld 1836-1837 Die Höhle bei Waverley 3 bedrijven; nieuwe versie: 1 akte 6 april 1837, Wenen, Josephstädter Theater; nieuwe versie: 5 december 1838, Wenen, Josephstädter Theater Georg Ott naar Adam Gottlob Öhlenschläger "Die Ludlams Höhle" 1837 Der Gang zum Eisenhammer 3 bedrijven 16 december 1837, Wenen, Kärntnertortheater Johann Anton Friedrich Reil naar Friedrich von Schiller 1840 Die beiden FigaroDie beiden Figaro ondertitel: als Fortsetzung vom "Barbier von Sevilla" (Gioacchino Rossini) und "Figaros Hochzeit" (Wolfgang Amadeus Mozart) 2 bedrijven 12 augustus 1840, Braunschweig Georg Friedrich Treitschke naar Johann Friedrich Jünger 1842 Der Edelknecht 3 bedrijven 4 bedrijven 21 juni 1842, Wiesbaden; nieuwe tekstversie: 11 december 1843, Mainz; versie met recitatieven (4 bedrijven): 13 oktober 1846, Graz Charlotte Birch-Pfeiffer naar Philipp Wilhelm Blumenhagen; nieuwe tekstversie: Wilhelm Ehlers 1845 Fridolin oder Der Gang zum Eisenhammer nieuwe versie van Der Gang zum Eisenhammer in 1944 verbrand 3 bedrijven 20 april 1845, Darmstadt Ernst Pasqué naar Friedrich von Schiller en Johann Anton Friedrich Reil 1846 Des Sängers Fluch, KWV 1140 1 akte 27 mei 1846, Darmstadt, Groothertoglijke hoftheater Ernst Pasqué, naar Johann Ludwig Uhland en het schilderij van Folz 1846; herwerkt: 1849 Die Hochländerin am Kaukasus; herwerking als: Die Hochländerin (volledig verdwenen) 3 bedrijven; herwerking: 4 bedrijven 16 november 1846, Hamburg Berndt von Guseck, pseudoniem van: Carl Gustav von Berneck 1847 Aurelia, Herzogin von Bulgarien 3 bedrijven 20 augustus 1851, Kassel Carl Gollmick, naar Johanna Franul von Weißenthurn, "Der Wald bei Hermannstadt" 1847-1848 König Conradin 4 bedrijven niet uitgevoerd Bernd von Guseck
Zangspelen