PISA (Programme for International Student Assessment) is een grootschalig internationaal vergelijkend onderzoek, dat wordt uitgevoerd onder auspiciën van de OESO.

Evolutie Sinds 2000 wordt om de drie jaar in een groot aantal landen een representatieve steekproef getrokken van 4.500 - 10.000 15-jarige scholieren in het onderwijs, die uitgebreid getoetst worden op hun kennis en vaardigheid op het gebied van taal (moedertaal), wiskunde, en natuurwetenschappen. In 2003 werden de leerlingen ook getoetst op hun kennis en vaardigheid op het gebied van probleem-oplossen. In 2007 werd het laatste onderzoeksrapport gepubliceerd. Nederland scoorde daarin vrij goed, zeker in Europese context, met ongeveer een 9de plaats, beduidend beter dan de Belgische score (circa 22ste plaats). Dit laatste is echter een artificiële uitslag, aangezien men het gemiddelde neemt van het Franstalig onderwijs in België (circa 35ste plaats) en het Nederlandstalig onderwijs in België (circa 5de plaats). In 2009 was leesvaardigheid (net als in 2000) het hoofdonderwerp. Daarnaast werden ook weer wis- en natuurkundevaardigheden getest (in Nederland bij zo'n 5.000 leerlingen, verdeeld over 195 scholen). Er deden ruim 65 landen mee aan PISA 2009. In 2012 werd er weer een pisa toets gehouden. Dit keer waren economie, wiskunde en natuurscheikunde aan de beurt.

Werkwijze Behalve deze vaardigheidstoetsen worden er ook een aantal gestandaardiseerde vragenlijsten afgenomen. Deze zijn bedoeld om meer zicht te krijgen op de thuissituatie van de leerlingen (zoals de sociaal-economische status van hun ouders/verzorgers), hun studie-aanpak (o.a. interesse, motivatie, tevredenheid, zelfvertrouwen), en de mate waarin zij vertrouwd zijn met en gebruikmaken van ICT.

De toetsen en vragenlijsten die in het PISA-onderzoek worden afgenomen, zijn voor Nederland deels ontwikkeld door het Cito en zijn geselecteerd voor hun psychometrische kwaliteiten. Critici hebben echter aangetoond dat de resultaten niet steeds met een eendimensionale competence-maat kunnen verkregen worden. Alle landen worden wel op dezelfde manier bevraagd, maar de vraagstelling zelf wijkt in meer of mindere mate af van de opvattingen over onderwijs van elk land. (Wuttke in Jahnke/Meyerhöfer 2006; Allerup in Hopman/Brinek/Retzl 2007).

In Vlaanderen wordt het onderzoek toevertrouwd aan de pedagogische onderzoekscentra van universiteiten. In Nederland is het Cito verantwoordelijk voor het verspreiden, toetsen en controleren ervan.

De verzamelde data wordt onderworpen aan geavanceerde statistische analyses. De uitkomsten van het onderzoek zijn zeer relevant voor het beleid, de praktijk en toekomstig onderzoek van het onderwijs. De datasets en onderzoeksrapporten zijn vrij toegankelijk op de website.What PISA Produces

Kritiek Hopmann, Stefan Thomas / Brinek, Gertrude / Martin Retzl (Hg./Eds.): PISA zufolge PISA - PISA according to PISA. Hält PISA, was es verspricht? - Does PISA keep, what it promises?, Reihe: Schulpädagogik und Pädagogische Psychologie, Bd. 6, Lit-Verlag: Wien, 2007, [13 papers in Engels, 4 in Duits]. Jahnke, Thomas und Meyerhöfer, Wolfram (Hrsg.): PISA & Co --- Kritik eines Programms. Franzbecker: Hildesheim, 2006, [10 papers in Duits]. Rindermann, Heiner (2007). The g-factor of international cognitive ability comparisons: the homogeneity of results in PISA, TIMSS, PIRLS and IQ-tests_Hoe_geleidelijk_werd_ontdekt_dat_PISA-tests_en_IQ-tests_bijna_identieke_resultaten_opleveren across nations. European Journal of Personality, 21, 667-706 De voortijdige schoolverlaters zijn niet opgenomen in de representatieve steekproef.voortijdigschoolverlaten.nl, PDF-document: Voortijdige schoolverlaters 2007

Resultaten Plaats2000200320072009Result 2009 deels2012 MathematicsPISA 2012 Results2012 Reading2012 Science1 556 613 570 580 2 21 539 554 536 5383 536 519 524 5454 533 561 545 5235 526 573 542 5516 524 518 523 5257 521 500 512 5168 520 536 538 5479 515 506 512 52110 508 523 511 52211 506 12 503 13 501 14 501 15 500 16 500 17 500 18 499 19 497 20 497

België Uit het PISA-onderzoek van 2026 bij bijna 4.000 Vlaamse leerlingen, bleek dat Vlaanderen voor lezen, wiskunde en wetenschappen nog altijd boven het Europese gemiddelde scoorde, maar steeds minder uitblinkers telde, en steeds meer leerlingen die zwak presteren: 3 op de 10 Vlaamse 15-jarigen haalden het basisniveau voor leesvaardigheid niet. In het beroepsonderwijs liep dat zelfs op tot driekwart van de leerlingen.

Zie ook PIRLS-test TIMSS-test

Externe link http://www.pisa.oecd.org/

Categorie:Onderwijskunde Categorie:Onderzoek