Regnier (Latijn: Reginar) of Reinier I van de Henegouw was graaf over de Henegouw (vanaf ±865), de Maasgouw en de Haspengouw (beiden vanaf ±885). Hij was een vooraanstaand figuur aan de koninklijke hoven van Zwentibold van Lotharingen en Lodewijk van Oost-Francië. Van 911 tot aan zijn dood in 915 was hij ook hertog van Lotharingen.
Leven Algemeen wordt aangenomen dat Reinier een zoon van Giselbert I was, uit diens huwelijk met een dochter van koning Lotharius I. Toen Reinier de meerderjarigheid bereikt had, werd hij door zijn oom Lotharius II beleend met de Henegouw. Lotharius II stierf in 869. Het Verdrag van Meerssen deelde de Henegouw in bij het koninkrijk West-Francië. Ten tijde van het Capitulare van Quierzy (877) behoorden Reinier en zijn vader tot een groep regenten die West-Francië bestuurden wanneer Karel de Kale op veldtocht was.
Door het Verdrag van Ribemont (880) ging het vazalschap van Reinier over van West- naar Oost-Francië. Volgens Dudo van Saint-Quentin, wiens feitelijkheid weliswaar in vraag gesteld wordt, hielp hij vervolgens om de Vikingen te bestrijden langs de Noordzeekust. In 882 nam Reinier ook deel aan de belegering van Asselt, een winterkamp van de Vikingen. Later sloot hij zich aan bij het leger dat Parijs te hulp schoot tijdens het Beleg van Parijs (885-886). Kort daarna erfde hij van zijn vader de Maasgouw en de Haspengouw, mogelijk ook de Lommegouw, Condroz en Luikgouw. De Lommegouw benutte hij als bruidsschat om zijn dochter Symphoria uit te huwelijken.
Graven oefenden ook wereldlijke macht uit over de kerkelijke enclaves in hun gouwen, in de vorm van bescherming en ordehandhaving (de "voogdij"). Voor deze bevoegdheden mochten ze belastingen heffen. De rijke Sint-Servaasabdij ontglipte echter aan Reinier; in 889 schonk Arnulf van Karinthië de voogdij immers aan de prins-bisschop van Trier (de bisschop van Luik was op dat moment nog geen prins-bisschop). Ten tijde van Zwentibold werd Reinier een belangrijke figuur in het nieuwe koninkrijk Lotharingen. Volgens Regino van Prüm was hij zelfs de enige raadgever van Zwentibold. Op aandringen van Reinier draaide Zwentibold de beslissing van zijn voorganger terug in 896.Linssen (1981) p. 314 Hoewel Zwentibold Reinier bevoordeeld had ten koste van de Kerk, trad hij op tegen edelen die zich meester maakten van kerkelijke landgoederen en rechten. Hierdoor werd hij door veel edelen als een bedreiging ervaren.
Toen Zwentibold in conflict kwam met zijn edelen, werd Reinier als raadgever ontslagen in 898. Reinier had nog goede banden met de West-Frankische adel en verzocht Karel de Eenvoudige om, met de steun van Reinier en zijn aanhangers, Zwentibold van de troon te stoten. Zwentibold kreeg tijdig lucht van deze samenzwering. Hij legde beslag op Reiniers titels en verhief Sigehard tot graaf. Reinier en zijn gevolg verschansten zich in een burcht genaamd Durfos, waarschijnlijk een schrijffout voor Furfooz.Zie: (1979) 'De sterkte " Durfos" en Noord-Brabant' in: Brabants Heem 31 p. 182-184 Ze doorstonden een belegering. In 900 overleed Zwentibold, in omstandigheden die niet meer te achterhalen zijn. De kroon van Lotharingen viel in de handen van zijn halfbroer, Lodewijk van Oost-Francië.
Lodewijk maakte een einde aan het koninkrijk Lotharingen, maar hij verhief Gebhard van de Rijngouw tot "hertog van Lotharingen". Reinier werd nog steeds gewantrouwd, en kreeg slechts de voogdij over het abdijvorstendom Stavelot-Malmedy terug. Tussen 906 en 908 werden hem de Henegouw, Maasgouw en Haspengouw opnieuw toevertrouwd, de Luikgouw en Condroz bleven aan Sigehard. Vermoedelijk had Lodewijk Reinier en diens aanhangers hard nodig voor de strijd tegen de Hongaren, die herhaaldelijk Beieren en Frankenland aanvielen. Hertog Gebhard sneuvelde bij de gevechten. Hij werd niet vervangen als hertog. Wel werd Reinier verheven tot "zendgraaf van Lotharingen" (missus dominicus).
In september 911 stierf koning Lodewijk. Opnieuw nodigden Reinier en zijn aanhangers Karel de Eenvoudige uit om hun nieuwe koning te worden, waarna deze zich liet huldigen aan het einde van 911. Karel riep de titel "hertog van Lotharingen" opnieuw in het leven en schonk hem aan Reinier. Als hertog werd Reinier voogd van de grootste abdijen in Lotharingen, zoals de Sint-Maximinusabdij in Trier.Bijsterveld (2015) met verwijzing naar Linssen (1985) en Hackeng p. 37-38 Hij overleed aan het einde van 915. (2002) In kringen van de kanunniken, Munster en de kapittels in het bisdom Utrecht 695-1227, pag 153. Na een tussenperiode van 13 jaar zou de hertogentitel toegewezen worden aan zijn oudste zoon, Giselbert II.
Huwelijk en kinderen Reinier trouwde in 885 met een zekere Alberada (854 – na 919). Gezien de leeftijd waarop ze trouwden – voor die tijd een hoge leeftijd – was Alberada mogelijk al eens getrouwd geweest. Na Reiniers dood trouwde ze een derde keer, ditmaal met Waldger van Teisterbant.
Van Reinier en Alberada zijn drie kinderen bekend.Winter (1981) p. 227 Giselbert II (±885 – 939) erfde de Maasgouw en de Haspengouw. Symphoria kreeg de Lommegouw mee als bruidsschat, toen ze trouwde met Berengarius van Cysoing. Reinier II (±890 – na 932) erfde de Henegouw.
Voorouders Voorouders van Reinier I van de HenegouwOvergrootouders Meginhere? ∞ ? ? Lodewijk de Vrome (778 – 840) ∞ Ermengarde (±778 – 818) Hugo van Tours (±775 – 837) ∞ Ava van Morvois (?)Grootouders ? ∞ ? Lotharius I (795 – 855) ∞ Irmgard (±805 – 851)Ouders Giselbert I (±815 – ±885) ∞ Ermengarde? (±828 – 849) Reinier I van de Henegouw (±850 – 915)
Literatuur (1968) Lothringen an der Schwelle der deutschen Geschichte (Stuttgart) (2006) Het middeleeuwse grondbezit van het Sint-Servaaskapittel te Maastricht in de regio Maas-Rijn (Regionaal Historisch Centrum Limburg I, Maastricht)
Categorie:Graaf van de Henegouw Henegouwen Categorie:Huis der Reiniers