Jicht of podagra, in de volksmond ook wel het pootje genoemd, is een pijnlijke reumatische ontsteking gekenmerkt door gekristalliseerd urinezuur in een gewricht. In het warme bloed lost urinezuur gemakkelijk op, maar bij een te hoge concentratie hiervan kan dit zuur neerslaan in de vorm van kleine naaldvormige kristallen. In een relatief koude omgeving, zoals handen en voeten, gebeurt dit het gemakkelijkst. In 60% van de gevallen is het basisgewricht van de grote teen aangedaan. In dergelijke gevallen wordt jicht ook wel het pootje of podagra genoemd. Andere voorkeursplaatsen voor jicht zijn de gewrichten van voorvoet, enkel, knie, pols en vingers. Gewoonlijk wordt er slechts één gewricht aangetast door jicht (monoarticulair), maar bij het ouder worden treft jicht meestal meerdere gewrichten (polyarticulair).
Verschijnselen Jicht kan op verschillende manieren tot uiting komen, maar het meest gebruikelijk zijn terugkerende aanvallen van acute artritis (een rood, pijnlijk, warm en opgezet gewricht). Het metatarsofalangeale gewricht aan de basis van de grote teen wordt het vaakst aangetast, in de helft van de gevallen. Andere gewrichten, zoals de hielen, knieën, polsen en vingers, kunnen ook worden aangetast. Gewrichtspijn begint meestal in de loop van 2–4 uur en tijdens de nacht. De oorzaak van het ontstaan 's nachts is dat de lichaamstemperatuur dan lager is. Naast pijnlijke gewrichten kunnen zich in zeldzame gevallen andere symptomen voordoen, waaronder vermoeidheid en hoge koorts.
Het kristalliseren van urinezuur in een gewricht leidt tot een vaak snel opkomende hevige ontstekingsreactie met roodheid, zwelling, veel pijn, warmte en functiebeperking. Patiënten worden 's nachts opeens wakker van de pijn en kunnen vaak nauwelijks lopen. Behalve in de tenen kan jicht ook op andere plaatsen ontstaan, bijvoorbeeld in de enkel, knie, vingers of in de oorschelp.
Zonder behandeling gaat een acute jichtaanval gewoonlijk in vijf tot zeven dagen over. 60% van de patiënten krijgt echter binnen een jaar een tweede aanval.
Een langdurig verhoogde urinezuurconcentratie (hyperurikemie) kan leiden tot andere symptomen, waaronder beschadiging van gewrichtsoppervlakken, vervormde gewrichten en tofi. Deze tofi zijn harde, pijnloze afzettingen van urinezuurkristallen (natriumuraat) die door de huid heen zichtbaar zijn. Deze tofi treden op bij 30% van de patiënten die vijf jaar niet worden behandeld, vaak in de oorschelp, op het olecranon of de achillespezen. Deze kunnen bijvoorbeeld op de handen, voeten, ellebogen of oren gevonden worden.
Een verhoogde urinezuurconcentratie kan ook resulteren in de neerslag van natriumuraatkristallen in de nieren, waardoor er na verloop van tijd stenen kunnen ontstaan. Dit gebeurt bij 10 tot 40% van de patiënten, met als gevolg acute uraatnefropathie. Ook andere vormen van chronische nierinsufficiëntie kunnen zich voordoen.
Geschiedenis thumb|In de achttiende eeuw werd jicht voorgesteld als een aanval van een boze geest op de grote teen (James Gilray, 1799).Het Engelse woord "gout" (jicht) werd oorspronkelijk gebruikt door Randolphus of Bocking rond 1200 n.Chr. Het is afgeleid van het Latijnse woord "gutta", dat "druppel" (vloeistof) betekent. Dat zou weer afgeleid zijn van de middeleeuwse theorie van lichaamssappen en "het idee dat er vanuit het bloed een ziekteverwekkende stof in en rond de gewrichten 'druppelt'."
Jicht is echter al sinds de oudheid bekend. Vanouds werd jicht "de koning der ziekten en de ziekte van koningen" genoemd, of "de ziekte van de rijken". Het oudste document over de ziekte is afkomstig uit Egypte, dateert van 2600 v.Chr. en bevat een beschrijving van artritis van de grote teen. De arts Hippocrates uit de Griekse oudheid beschreef de ziekte rond 400 v.Chr. in zijn Aforismen, waarbij hij opmerkte dat jicht niet voorkwam bij eunuchen en vrouwen vóór de menopauze.
Aulus Cornelius Celsus (30 n.Chr.) beschreef de relatie met alcohol, later optreden bij vrouwen en ermee gepaard gaande nierproblemen: Dikke urine met een witte neerslag duidt erop dat voor pijn en ziekte in het gebied van de gewrichten of de ingewanden moet worden gevreesd... Gewrichtsproblemen in de handen en voeten komen vaak voor en zijn hardnekkig, zoals in gevallen van podagra en chiragra. Deze treden zelden op bij eunuchen of jongens vóór coïtus met een vrouw, noch bij vrouwen, behalve bij vrouwen bij wie de menses onderdrukt zijn. Sommigen hebben levenslange bescherming doordat zij zich onthouden van wijn, mede en wellust.
thumb|alt=Een man met een lange pruik met krullen en een lange jas zit voor zich uit te kijken. Zijn linkerarm rust op een tafeltje en in zijn linkerhand houdt hij een doosje. Achter hem staat een wereldbol.|Antonie van Leeuwenhoek beschreef in 1679 hoe urinezuurkristallen er onder de microscoop uitzien.In 1683 beschreef Thomas Sydenham, een Engelse arts, hoe de ziekte zich deed gelden in de vroege ochtend, vooral bij oudere mannen: Jichtpatiënten zijn over het algemeen oude mannen of mannen die zich in hun jeugd zo hebben uitgeput dat zij voortijdig oud zijn geworden, door losbandig gedrag dat veelal bestaat uit te vroege en bovenmatige uitspattingen van wellust en soortgelijke uitputtende passies. Het slachtoffer gaat naar bed en slaapt gezond. Om ongeveer twee uur 's nachts wordt hij wakker door hevige pijn in de grote teen, in sporadische gevallen in de hiel, enkel of wreef. De pijn lijkt op die bij een ontwrichting, maar delen voelen aan alsof er koud water op wordt gegoten. Daarna volgen koude rillingen, beven en een lichte koorts... De rest van de nacht is een kwelling met slapeloosheid, heen en weer bewegen van het getroffen lichaamsdeel en voortdurend veranderen van houding; het woelen houdt net zomin op als de pijn in het gemartelde gewricht, en is het ergst als de aanval inzet.
De Nederlandse wetenschapper Antonie van Leeuwenhoek beschreef in 1679 als eerste hoe uraatkristallen er onder de microscoop uitzien. Voortbouwend op deze ontdekking stelde de Duitse arts Friedrich Hoffmann (1660-1742) dat het bloed van jichtlijders een wijnsteenzout vervoert dat afkomstig is van de wijn die zij drinken.Michel de Lessines, Jicht behandelen, Speciaal Semper 1695, juli 1995 In 1848 realiseerde de Engelse arts Alfred Baring Garrod zich dat dit overmatige urinezuur in het bloed de oorzaak was van jicht. Dit artikel is door de uitgever gratis toegankelijk gemaakt.
Epidemiologie Jicht komt wereldwijd voor maar kent een grote variatie in prevalentie. Dit is te wijten aan regionaal verschillende erfelijke, etnische, diëtaire en milieufactoren. In de Verenigde Staten komt jicht onder Afro-Amerikaanse mannen tweemaal zo vaak voor als onder Europees-Amerikaanse mannen: 3,11 per 1000 personen bij Afro-Amerikanen en 1,82 per 1000 bij blanke personen. In Afrika zelf komt jicht relatief zelden voor. De percentages zijn hoog onder mensen van de eilanden in de Grote Oceaan en de Maori in Nieuw-Zeeland, maar de ziekte komt zelden voor onder Australische Aboriginals, ondanks een hogere gemiddelde urinezuurconcentratie in het bloedserum in deze groep. De ziekte is algemeen geworden in China, Polynesië en de Afrikaanse stedelijke gebieden ten zuiden van de Sahara.
In Nederland en België lijden enkelen per duizend inwoners aan jicht.
Ongeveer 1–2% van de westerse bevolking krijgt op enige moment in het leven te maken met jicht, en het komt steeds vaker voor. Tussen 1990 en 2010 is het aantal gevallen van jicht ongeveer verdubbeld. Deze toename wordt toegeschreven aan de langere levensduur, veranderingen in het voedingspatroon en een toename van ziekten die gepaard gaan met jicht, zoals metabool syndroom en hoge bloeddruk.
De aandoening komt frequenter voor bij mannen. Oestrogenen hebben namelijk een beschermend effect op het ontwikkelen van jicht. Hierdoor is jicht eerder zeldzaam bij vrouwen voor de menopauze.
In de leeftijdsgroep van 30 tot 60 jaar komt jicht gemiddeld het vaakst voor. Bij mannen met een genetische voorbestemdheid of die aan een aantal risicofactoren voldoen kan de aandoening vroeger optreden. Bij vrouwen daarentegen wordt de piek bereikt tussen het 60ste en 80ste levensjaar.
De hogere prevalentie bij ouderen wordt mede veroorzaakt door het vaker voorkomen van chronisch hartfalen en hypertensie en het daaruitvolgende gebruik van diuretica en cardioaspirine in deze leeftijdsgroep.
Uit sommige onderzoeken is gebleken dat jichtaanvallen vaker voorkomen in het voorjaar. Dit wordt toegeschreven aan seizoensveranderingen in voeding, alcoholgebruik, lichamelijke activiteit en temperatuur.
Jicht bij dieren Bij de meeste dieren komt jicht zelden voor omdat zij uricase kunnen aanmaken, een enzym dat urinezuur afbreekt. Mensen en andere hogere primaten kunnen dit niet en daarom komt jicht bij hen wel voor. Vermoedelijk heeft de dinosaurussoort Tyrannosaurus rex ook aan jicht geleden, zoals zou blijken uit het skelet van "Sue", een van de opgegraven exemplaren.
Oorzaken Een sterk verhoogde concentratie urinezuur in het bloed (hyperurikemie) is de onderliggende oorzaak van jicht. Urinezuur is een afbraakproduct van bestanddelen van de celkern, met name van de purinebasen adenine en guanine. Zowel ziekten waarbij veel cellen afgebroken worden, als de consumptie van een voeding die rijk is aan purine kunnen hierdoor tot een verhoging van de urinezuurconcentratie leiden.
Ongeveer 10% van de mensen met hyperurikemie krijgt ergens in hun leven te maken met jicht. Het risico varieert echter, afhankelijk van de mate van hyperurikemie. Wanneer de concentratie tussen 415 en 530 μmol/l ligt, is het risico 0,5% per jaar; wie een concentratie van meer dan 535 μmol/l heeft, loopt een risico van 4,5% per jaar.
De oorzaak van hyperurikemie kan liggen in een grotere aanmaak van urinezuur of in een onvermogen urinezuur adequaat te verwijderen, of in een combinatie van beide. Bij primaire jicht leidt een aangeboren enzymtekort tot de opstapeling van uraat. Deze vorm komt slechts zeer zelden voor. Bij secundaire jicht is de aandoening het gevolg van verschillende mogelijke factoren die ofwel leiden tot een verhoogde productie van urinezuur ofwel een verminderde uitscheiding van urinezuur door de nieren. Een combinatie van beide is natuurlijk ook mogelijk.
De belangrijkste oorzaak van hyperurikemie is een te lage uitscheiding van urinezuur door de nieren; dit is de oorzaak van ongeveer 90% van alle gevallen. Factoren die leiden tot een verhoogd urinezuurgehalte in het bloed door een verminderde uitscheiding door de nieren: Bepaalde nierfunctiestoornissen, onder meer als gevolg van hypertensie of vergiftiging met zware metalen, zoals cadmium of lood. Chronische blootstelling aan lood en met lood vervuilde alcohol zijn risicofactoren voor jicht vanwege het schadelijke effect van lood op de werking van de nieren. Dit is een open access artikel. Alcohol. Bepaalde medicatie wordt in verband gebracht met een verhoogd urinezuurniveau in het bloed en soms ook met jicht. De urinezuurverhogende werking van de meeste van deze geneesmiddelen berust op een remming van de uitscheiding van het urinezuur met de urine, maar in enkele gevallen berust de werking ook op een stimulatie van de urinezuurvorming. Zo wordt vaak een verband gezien tussen thiazidediuretica en jichtaanvallen. Doseringen hydrochloorthiazide (een thiazidediureticum) van 25 mg of meer verhogen het jichtrisico, lagere doses lijken het risico echter niet te verhogen. Andere medicijnen die geassocieerd worden met jicht zijn onder meer aspirine (acetylsalicylzuur) en laxativa. De immunosuppressiva ciclosporine en tacrolimus worden ook in verband gebracht met jicht, de eerste vooral wanneer deze in combinatie met hydrochloorthiazide worden gebruikt. Vitamine B3 (niacine) gaat competitie aan met urinezuur voor haar uitscheiding in de nieren. Behandeling met hoge doseringen vitamine B3 kan daardoor een jichtaanval uitlokken.