alt=symbool in witte lijnen van een persoon in een rolstoel met een blauwe achtergrond|thumb|Internationaal Toegankelijkheidssymbool Een handicap of beperking is een aangeboren dan wel door ziekte of ongeval opgelopen beperking van lichamelijke, verstandelijke, psychische en/of sociale aard.
Omschrijving Medisch en maatschappelijk In de ruime betekenis is een handicap zowel een medische als een maatschappelijke beperking. Alles wat een harmonisch samenleven met de omgeving bemoeilijkt of verhindert en daardoor de maatschappelijke ontwikkeling van het individu in de weg staat, kan een handicap betekenen.
Het begrip handicap is dus veel ruimer dan alleen medisch. Medische erkenning als gehandicapte betekent echter vaak dat men ook maatschappelijk als gehandicapt wordt gezien. De medische erkenning kan soms wel een verbetering van de maatschappelijke situatie betekenen, omdat ze recht geeft op ondersteuning en de persoon zich erkend voelt in zijn situatie.
Individuele en integratiebeperking - Disability Studies De handicap uit zich in individuele beperkingen alsook hindernissen bij het uitvoeren van activiteiten in en deelname aan de samenleving (Wereldgezondheidsorganisatie, 2001). Deze beperkingen vormen voornamelijk een rem op de individuele ontwikkeling en de integratie in het maatschappelijk leven. Een handicap gaat over het lichaam en het verstand, het individu en de persoonlijkheid. Er zijn steeds meer mensen met een handicap die hun zorg zelf plannen, zelf hun handicap willen verwerken en onderzoeken.
De wetenschapsdisciplines Disability studies (handicapstudies) en 'Disability Criticism' (handicapkritiek) doen, met gebruikmaking van de ervaring van ervaringsdeskundigen, onderzoek naar de betekenis, aard en consequenties van beperkingen en naar de leefsituatie en beleving van mensen met beperkingen. Ook onderzoek naar de geschiedenis van handicap, wetgeving en beleid rondom handicap, burgerschap, filosofie en kunst zijn onderdeel van het vakgebied. De vakgebieden analyseren de wederzijdse relaties tussen handicap en maatschappij. Het vak ontstond in de jaren 1980, in eerste instantie in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada. In 1986 werd de 'Section for the Study of Chronic Illness, Impairment, and Disability' van de Amerikaanse 'Social Science Association' hernoemd naar 'Society for Disability Studies'. De eerste academische opleiding 'Disability Studies' werd gegeven aan de Universiteit van Syracuse in 1994. Het vakgebied groeide snel in de jaren daarna. Net als bij vrouwenstudies, genderstudies en Afro-Amerikaanse studies of postkolonialisme wordt er onderwezen dat de minderheidsgroepering, die onderwerp is van de studie, zich niet zou hoeven aanpassen aan de intolerante maatschappij, maar is het aan de maatschappij om te veranderen.
De wetgeving rond personen met een handicap, deel van het welzijnsrecht, meegeëvolueerd in die richting. Gehandicaptenzorg, vooral gericht op het 'zorgen voor slachtoffers', is professioneler geworden en geëvolueerd naar Zorg voor personen met een handicap, met toepassing van criteria van kwaliteitszorg.
Disability Studies in Nederland In Nederland wordt ook wetenschappelijk onderzoek gedaan naar handicap binnen de maatschappij; zo is er een promotieonderzoek gestart over de geschiedenis van handicap in Nederland, met extra aandacht voor de geschiedenis van Het Dorp. Nederland was echter geen voorloper bij de studierichting Disabilitiy studies; er werd al veel onderzoek gedaan, maar dan binnen het medische model. In 2000 werd een summerschool gehandicaptenstudies georganiseerd. Drie jaar later verzorgde de Universiteit voor Humanistiek een masterclass Disability studies, getiteld 'Missing Pieces'. De Stichting Disability Studies in Nederland (DSiN) bestaat sinds 2011, en heeft tot doel het internationale vakgebied Disability Studies te ontwikkelen en vestigen in de hedendaagse Nederlandse context. Sinds 2013 is er een bijzondere leerstoel Disability studies aan Amsterdam UMC. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft in 2017 een subsidie verstrekt om een website op te zetten om verhalen te verzamelen en publiceren over leven met een beperking.
Historische evolutie thumb|Centsprent (ca. 1850) met meerdere personen met een handicap.
Terminologie Woorden voor mensen met een beperking veranderen continu. Een reden daarvoor kan zijn dat een oud woord niet langer uitdrukt wat er wordt bedoeld of een onwenselijke gevoelswaarde dan wel een negatieve bijklank heeft gekregen. Er is dus sprake van inflatie in de terminologie, net zoals dat gebeurd is in de reeks gastarbeiders - allochtonen - mensen met een migratieachtergrond. De trend rond 2025 is om het zelfstandig naamwoord gehandicapte niet te gebruiken, omdat dit een aanduiding is die mensen reduceert tot hun handicap.
Onvolwaardige Tot in de negentiende eeuw werden mensen die in de ogen van hun medeburgers een risico zouden kunnen betekenen in het voortbestaan van de gemeenschap door fysieke maar vooral verstandelijke beperkingen, onvolwaardig genoemd.
Tot de klassieke Grieks-Romeinse tijd zorgde de natuur zelf voor deze selectie, tenminste volgens de overgeleverde geschiedenis. Volgens het Griekse principe van de kalokagathia of de uitdrukking mens sana in corpore sano (een gezonde geest in een gezond lichaam) werd in de klassieke tijd de maatschappij verantwoordelijk voor deze taak. De onvolwaardige werd als kind vermoord (bij de Romeinen en Grieken) of aan een lichamelijke proef onderworpen of verdreven (Sparta). Aristoteles stelde dat de ideale staat de opvoeding van onvolwaardigen moest verbieden. In de Romeinse tijd was het de plicht van het familiehoofd om een gehandicapt kind te doden.
Vanaf de vierde eeuw werden kinderen niet langer gedood maar te vondeling gelegd of belandden ze in de slavernij of bedelarij. Ze kwamen in de marginaliteit. Mensen met een handicap die in een goede familie geboren waren, kregen soms een uitkering. Hippocrates en Galenus pleitten voor een ethische geneeskunde die gebrekkige baby's in leven liet. Een soortgelijke visie werd door Jezus Christus gepredikt.
Idioot idioot is een term die eveneens uit de Griekse tijd stamt, maar verder is blijven leven. Oorspronkelijk betekende de term 'leek', 'iemand zonder officieel ambt'. Idioten konden niet deelnemen aan het openbaar bestuur en waren dus (zo goed als) monddood.
Later kreeg het woord de betekenis 'gewone man' (van lage komaf), waarna het een erkende term werd voor een persoon met een verstandelijke of psychische handicap. De voorbije eeuwen kwam het ook als scheldwoord in zwang.
Abnormale Met de verstedelijking neemt de intolerantie toe. Mensen met een handicap zijn niet langer alleen ongelukkig door de last die ze dragen, maar vooral abnormaal, afwijkend en zondig. Ze worden geïsoleerd in dolhuizen en gasthuizen, samen met daklozen, zieken, behoeftige ouderen en andere hulpelozen. Onder het mom van naastenliefde beschermt men vooral de maatschappij.
Deze 'abnormalen' worden door hun verzorgers voortdurend geconfronteerd met voorbeelden van het normale. Dit gaat vaak gepaard met de introductie van schuldgevoelens. De abnormale is ongelukkig omdat hij zich bezondigt, immoreel is en boosaardig (agressief en ongemanierd) te werk gaat. Het normale en harmonische ideaal dat ze zouden moeten volgen is gebaseerd op deugden, zoals de kardinale deugden en etiquette, arbeid en ondernemingszin.
Tot het einde van de Tweede Wereldoorlog worden mensen met een (vooral verstandelijke) handicap als abnormaal beschouwd. Ze worden niet alleen als waardeloos maar ook als gevaarlijk gezien. Het meest trieste antwoord op deze abnormaliteit wordt gegeven in Duitsland gedurende het naziregime (zie Lebensborn) dat omwille van raszuiverheid iedereen met een fysische of psychische afwijking interneert en vermoordt (zie Aktion T4), omdat ze volgens het regime niet (meer) actief kunnen bijdragen: gehandicapten, psychiatrische patiënten, ongeneeslijk zieken en demente bejaarden.
Gebrekkige of kreupele Gebrekkige werd vooral gebruikt voor personen met een fysieke beperking. De term lag op de zichtbare handicap, en werd gebruikt in vergelijking met het gave, ongeschonden lichaam. De term werd vooral gebruikt als voorloper voor de latere term invalide, en ligt aan de basis van het medisch model, dat vertrekt vanuit een afgebakende medische diagnose.
Een synoniem voor gebrekkige, maar dan vooral voor mensen die minder mobiel waren, was ook wel kreupele. Tegenwoordig gebruikt men deze termen nog steeds, weliswaar veelal in een ironische betekenis.
Mongool Personen met een aandoening genaamd het syndroom van Down werden en worden nog steeds soms mongool genoemd. Tegenwoordig is een mongool echter een pejoratief gebruikt woord, en het komt beledigend over.
Invalide In de naoorlogse jaren komt de term invalide ter vervanging van `abnormaal/abnormale´, en verwijst naar een objectief meetbare stoornis die van staatswege door een arts-adviseur wordt vastgesteld. De arts zet sedertdien een percentage op de invaliditeit die medisch vastgesteld wordt, wat de hoogte van de uitkering bepaalt.
Invalide is het tegendeel van valide. Valide betekende zoveel als 'lichamelijk sterk en gezond', 'in het bezit van veel mogelijkheden', 'gezonde mens in een gezond lichaam'.
In de jaren negentig is invaliditeit een functionele beperking, een gedeeltelijke of volledige ongeschiktheid voor verdere dienst of arbeid, door een verstandelijke, psychische, lichamelijke of zintuiglijke stoornis of gebrek, veroorzaakt door een ziekte, aandoening of ongeval (Wuyts, 1995).
Mindervalide / andersvalide In de jaren negentig ontstaan diverse groeperingen die opkomen voor burgerrechten voor mensen met een handicap. Aanvankelijk zetten zij zich af tegen het medisch model dat invaliditeit waardeert. De term 'mindervalide' duidt dan ook niet zozeer op de lichamelijke of geestelijke beperking, maar op de veroordeling door de maatschappij tot minderwaardigheid. Andersvalide is een reactie op deze evolutie, en is eerder eufemistisch bedoeld, soms ook cynisch.
Gehandicapte De oorsprong van de term 'handicap' ligt bij een Engels wedspel uit de 17e eeuw, hand-in-cap, waarbij het geld met de hand uit een hoofddeksel werd gehaald. In de 18e eeuw, bij de opkomende paardenraces, kregen de beste, en dus de snelste paarden een gewicht rond de hals gehangen zodat ze niet steeds zouden winnen, en de andere paarden gelijk in de strijd zouden staan.
Voor sommige gehandicapte personen is het begrip handicap een eretitel, voor de valide mens doet het meestal aan iets zeer onaangenaams denken, aan lelijkheid, aan iets afstotelijks, als een reis vol hindernissen. Veel mensen, ook al hebben ze een handicap, distantiëren zich daarom van hun titel omdat deze volgens hen verwijst naar een nadelige maatschappelijke positie die de normale rolvervulling begrenst of verhindert (Samoy, 1998). Tegenwoordig is volgens sommigen wie niet aan de gangbare waarden voldoet, gehandicapt (Wuyts, 1998).
Personen met een handicap Deze term staat voor de visie dat persoon en handicap gescheiden leven. Respect en menselijke waardigheid worden centraal gesteld. Het is de officiële term in veel beleidsdocumenten in Vlaanderen (in navolging van het Vlaams Agentschap). De personen zijn niet gehandicapt, maar hebben een handicap. De handicap is een kenmerk van de persoon, die een grote invloed heeft op de totale persoon maar niet de totale persoon omvat. Deze visie gaat echter niet op voor sommige handicaps die pervasief zijn, zoals psychische handicaps en autisme. Personen met een handicap blijven bovendien nog steeds een gemarginaliseerde minderheidsgroep die gecontroleerd wordt door een afvaardiging van medische en sociale hulpverleners van de niet-gehandicapte meerderheid (Wuyts, 1998).
Personen met een beperking