De dinosauriërs, dinosaurussen of Dinosauria vormen een diverse groep van reptielen, behorend tot de Archosauria, die stamt uit het Mesozoïcum. Tegenwoordig is bekend dat de vogels dinosauriërs zijn.

De Dinosauria ontstonden ongeveer 230 miljoen jaar geleden in het Trias, als afsplitsing binnen de ruimere groep van de Dinosauriformes. De eerste dinosauriër was een kleine tweevoetige vleeseter. Die was de directe voorouder van de twee hoofdgroepen waarin alle andere dinosauriërs onderverdeeld kunnen worden: de Saurischia (waaronder de vogels) en de Ornithischia. In deze beide groepen ontwikkelden zich al snel ook plantenetende soorten. De dinosauriërs werden dominant tegen het eind van het Trias, toen op het land de meeste andere grote dieren uitstierven. Tijdens het hierop volgende Jura en Krijt waren de dinosauriërs 140 miljoen jaar lang de heersende landdieren, de grootste die ooit geleefd hebben. Duizenden soorten, vleeseters en planteneters, ontwikkelden zich in allerlei vormen, mede door het uit elkaar bewegen van de continenten. De zeereptielen uit die tijd en de pterosauriërs, vliegende reptielen, waren echter geen dinosauriërs. Op het eind van het Krijt, 66 miljoen jaar geleden, stierven de meeste dinosauriërs uit, wellicht ten gevolge van een meteorietinslag. Sommige dinosauriërs overleefden echter, namelijk de groep van de vogels.

Sinds 1808 worden de uitgestorven dinosauriërs wetenschappelijk beschreven en Richard Owen gaf de groep in 1842 de naam Dinosauria, een samenstelling van de Griekse woorden deinos (ontzagwekkend, imponerend) en sauros, dat letterlijk hagedis betekent, maar in de toenmalige wetenschappelijke terminologie reptielen in bredere zin omvatte. De termen dinosauriër en dinosaurus zijn vernederlandsingen van deze oorspronkelijke wetenschappelijke benaming.Vaak wordt het woord vertaald met "verschrikkelijke hagedissen". Richard Owen in zijn Report on British Fossil Reptiles, voetnoot onderaan pagina 103 van het Report of the Eleventh Meeting of the British Association for the Advancement of Science (juli 1841) legde zelf de etymologie uit als Gr. δεινὁς, fearfully great, σαὐρος, a lizard., dus de vreeswekkend grote omvang beklemtonend. Hoewel Sauria (Nederlands: sauriërs) van sauros is afgeleid, verwijst de term in de moderne wetenschappelijke terminologie niet uitsluitend naar hagedissen, maar naar alle afstammelingen van de meest recente gemeenschappelijke voorouder van de Archosauriërs en de Lepidosauria. Tussen 1870 en 1925 werden veel dinosauriërfossielen ontdekt, vooral in Noord-Amerika. Daarna nam de belangstelling flink af, maar sinds 1968 is er weer een aanzienlijke opleving van het onderzoek, de dinosauriërrenaissance. Met name in China en Argentinië zijn honderden nieuwe soorten gevonden. Er zijn sterk verbeterde inzichten verworven over hun verwantschappen, bouw en levenswijze. Vroegere populairwetenschappelijke boeken over het onderwerp zijn hierdoor totaal verouderd geraakt.

Door de vormenrijkdom aan dinosauriërs is het moeilijk typische eigenschappen van de groep aan te geven. Niet een bepaald lichamelijk kenmerk maakt een dier tot een dinosauriër, maar het feit dat hij van de eerste dinosauriër afstamt. Behalve grote dinosauriërs waren en zijn er ook heel kleine. Dinosauriërs zijn reptielen en hebben een althans gedeeltelijk geschubde huid en planten zich voort door middel van eieren. Anders dan de overige huidige reptielen zijn de bestaande dinosauriërs, de vogels, warmbloedig. Onbekend en omstreden is in welke mate de uitgestorven dinosauriërs warmbloedig waren en over een verenkleed of vacht beschikten. Kleine soorten dinosauriërs hadden, ook als het geen vogels waren, vermoedelijk een hoge stofwisseling en verschillende van hun fossielen tonen de resten van veren of haren. De meeste wetenschappers denken nu dat alle dinosauriërs, ook de grootste, vrij actieve dieren waren in plaats van sloom of log, wat hun evolutionaire succes verklaart.

Definitie Sinds de achttiende eeuw werd heel het dierenrijk stelselmatig door de zoölogen ingedeeld in verschillende onderverdelingen. De discipline van de taxonomie gaf iedere onderverdeling haar plaats door er een taxonomische rang aan toe te kennen. Omdat er verschillende indelingen verdedigbaar waren, wisselden die rangen vaak sterk. De Dinosauria hadden tegen het eind van de twintigste eeuw meestal de rang van superorde binnen de klasse van de reptielen. De inhoud van het begrip Dinosauria was een historisch toeval: in 1842 had Richard Owen het woord gebruikt om een aantal geslachten, waaronder de twee eerst beschreven dinosauriërs Iguanodon en Megalosaurus, af te grenzen. Het begrip had vrij willekeurig ruimer of enger kunnen uitvallen en na 1842 zouden taxonomen op grond van hun persoonlijke voorkeur groepen wel of niet onder de dinosauriërs rekenen. Hoewel duidelijk werd dat vogels van dinosauriërs afstammen, bleef men ze in een aparte klasse Aves onderbrengen, omdat dat traditioneel was.

Rond 1975 werd de aandacht bij het indelen echter verlegd van het, in wezen door de wetenschap onoplosbare, probleem welke rangnaam gebruikt moest worden, naar de wetenschappelijke vraag welke evolutionaire stamboom in feite aanwezig is. Men wil tegenwoordig vaststellen welke dieren samen een bepaalde clade vormen: een verzameling van alle dieren die van een bepaalde voorouder afstammen. Een, daarvoor overbodige, rang wordt dan meestal niet meer toegekend. Een klade wordt altijd mede gedefinieerd op basis van verwantschap en als uitgangspunt daarbij neemt men niet de voorouder – die zal zelden zijn teruggevonden – maar relevante (want wel teruggevonden) afstammelingen.

Ook het begrip Dinosauria is als zo een klade gedefinieerd, een die dan feitelijk ook de vogels blijkt te omvatten, binnen de grotere klade der reptielen of Sauropsida. Bij de definitie van kladen probeert men zo veel mogelijk aansluiting te vinden bij de traditionele inhoud. Een vaak gebruikte definitie van Dinosauria is dan ook: alle afstammelingen van de laatste gemeenschappelijke voorouder van Iguanodon en Megalosaurus (inclusief die voorouder zelf). Deze twee genera valt de eer niet alleen te beurt omdat zij de twee eerst beschreven dinosauriërs zijn, maar ook als exemplaren van de Saurischia en de Ornithischia, de twee hoofdgroepen binnen de Dinosauria. Het is niet precies bekend wie als eerste met die definitie kwam en, mede daarom, is ze nooit gepubliceerd in een serieus wetenschappelijk tijdschrift. De gangbare definitie waarnaar in technische publicaties meestal verwezen wordt, stamt uit 1993, is van de paleontoloog Kevin Padian; (1993): 'The earliest Dinosaurs' in ; (eds.) The Non-marine Triassic, New Mexico Museum of Natural History and Science, p.379-381 en is verankerd op Triceratops horridus (een ornithischiër) en de huismus Passer domesticus, als vertegenwoordiger van de laatste groep nog levende saurischische dinosauriërs: de vogels.De definitie in deze exacte vorm is een wijziging uit 2005 door Paul Sereno van Padians originele definitie die van "vogels" sprak in plaats van Passer. De allereerste definitie als klade werd in 1992 gegeven door Novas en noemde de Ornithischia, de Saurischia en de Herrerasauridae: de beide eerste groepen vormden dan samen de Eudinosauria, een begrip dat materieel overeenkwam met het huidige Dinosauria, en Dinosauria werd gereserveerd voor een ruimere groep met de Herrerasauridae, op de veronderstelling dat die buiten een Eudinosauria zouden vallen, een hypothese die door huidige analyses niet ondersteund wordt. De definitie met Iguanodon en Megalosaurus is gepubliceerd door George Olshevsky in An Annotated Dinosaur Checklist per Continent, San Diego 2000, maar de suggestie om die soorten te gebruiken werd al door Padian vermeld in 1998. Op die manier zijn vogels niet alleen feitelijk, maar ook per definitie dinosauriërs.

De definitie van de dinosauriërs zegt in principe niets over de lichamelijke eigenschappen van de dinosauriërs. Het is dus niet zo dat een bepaald uniek kenmerk een dier tot een dinosauriër maakt; alleen de afstamming is bepalend. Wel kan men natuurlijk alleen op basis van kenmerken vaststellen of een dier afstamt van de laatste gemeenschappelijke voorouder van alle dinosauriërs en daarmee zelf een dinosauriër is. Dat is het lastigst bij verwante soorten die heel kort na de vooroudersoort leefden; die zouden misschien ook neefjes van die voorouder geweest kunnen zijn in plaats van afstammelingen. Om dat te bepalen moet men onderzoeken welke kenmerken de voorouder van de dinosauriërs bezat die anders waren dan die van zijn ruimere verwanten. Dit zijn de zogenaamde synapomorfieën van de dinosauriërs. Dit is alleen indirect vaststelbaar want de vooroudersoort zelf heeft men nog niet gevonden en het is onwaarschijnlijk dat dit ooit zal gebeuren. Naarmate het onderzoek vordert, blijven er steeds minder mogelijke kenmerken over, doordat bepaalde eigenschappen toch ook bij de ruimere verwanten blijken voor te komen of pas bij latere afstammelingen blijken op te duiken. Naar onze huidige kennis is een waarschijnlijke synapomorfie van de dinosauriërs het bezit van een grijpende hand met een halfopponeerbare duim en een verkorte vierde en vijfde vinger. Veel latere dinosauriërs verloren dit kenmerk weer.

In de volksmond wordt ieder groot prehistorisch reptiel (of ander uitgestorven dier) wel een "dinosaurus" genoemd. Wetenschappelijk gezien zijn echter bijvoorbeeld de vliegende pterosauriërs en de in zee levende ichthyosauriërs, plesiosauriërs en mosasauriden géén dinosauriërs. Voor zover bekend, was geen enkele dinosauriër een echt zeedier. Er waren en zijn wel vliegende dinosauriërs, namelijk de vogels. Het wetenschappelijke begrip dinosauriër valt dus niet samen met het gangbare spraakgebruik waarin dinosaurus niet op huidige kleine, bevederde vogels betrekking heeft, maar op uitgestorven reusachtige geschubde dieren.

Evolutie

thumb|600px|centre|Schema van de evolutie van de belangrijkste groepen dinosauriërs

Oorsprong thumb|Dromomeron, een dinosauromorf, maar geen dinosauriër Tijdens het Trias, 251 tot 200 miljoen jaar geleden, lag vrijwel alle continentale massa bij elkaar in het supercontinent Pangea. Uit reptielen van de groep der Archosauria – waarvan tegenwoordig alleen nog de krokodillen en de vogels over zijn – ontstonden de eerste dinosauriërs. De meer oorspronkelijke voorouders binnen de archosauriërs waren vermoedelijk kleine jagers die zich op vier poten voortbewogen. De poten stonden recht onder het lichaam in plaats van ernaast, zoals bij eerdere reptielen. Later ontstonden roofdieren die op twee poten rondrenden, de eerste Dinosauromorpha. Een latere deelgroep daarvan waren de Dinosauriformes en daarvan weer waren de dinosauriërs een deelgroep. Nauwe verwanten van de dinosauriërs zijn Silesaurus en Sacisaurus. De eerste dinosauriër leefde meer dan 235 miljoen jaar geleden in het Ladinien of het Anisien van het Trias. Welke dat was, weten we niet; vermoedelijk betrof het ook hier een kleine vleeseter, maar het kan ook een alleseter geweest zijn. De oudste zekere dinosauriërs waarvan fossielen bekend zijn, dateren uit het latere Carnien en zijn ongeveer 230 miljoen jaar oud; ze maakten toen nog maar een onbelangrijk deel uit van de totale fauna.Het is geopperd dat Nyasasaurus, uit het Anisien, de onderste etage van het Midden-Trias, met een ouderdom van ongeveer 243 miljoen jaar, een dinosauriër zou zijn; ; ; ; (2013): 'The oldest dinosaur? A Middle Triassic dinosauriform from Tanzania' in Biology Letters 9: 20120949. doi:10.1098/rsbl.2012.0949

Saurischia en Ornithischia