Legio X Fretensis was een Romeins legioen, opgericht door Octavianus (de latere keizer Augustus) in 41 of 40 v.Chr.Cicero, Ad. fam. X 11.2; Appianus, Bell. civ. III 83. om aan zijn zijde te strijden in de Romeinse burgeroorlog in de nadagen van de Romeinse Republiek. De aanduiding Fretensis ('van de zeestraat') verwijst naar de overwinning die het legioen behaalde in de Slag bij Naulochus, die plaatsvond in de Straat van Messina (Fretum Siculum).
Het legioen is in de geschiedenis vooral bekend geworden door de rol die het speelde in de Joodse Oorlog. Veel plaatsen, verspreid over Galilea en Judea, werden door dit legioen veroverd. Bij de belegering van Jeruzalem maakte het legioen naam met zijn oorlogsmachines. Na de val van Jeruzalem was het dit legioen dat afrekende met de nog overgebleven verzetshaarden, bijvoorbeeld op Masada.
Het legioen was actief tot minstens 410 na Chr. Het maakte gebruik van verschillende symbolen: een stier, een trireem, een dolfijn, de god Neptunus en een zwijn.
Geschiedenis Burgeroorlog in Rome Het Legio X Fretensis werd door Octavianus samengesteld vanwege de burgeroorlog. Hij had het legioen nodig om een einde te maken aan Sextus Pompeius' bezetting van Sicilia, die de graantoevoer naar Rome in gevaar bracht. Octavianus gaf het legioen het volgnummer tien mee, als verwijzing naar Julius Caesars beroemde Legio X. In 36 v. Chr. zette hij het legioen in, onder aanvoering van Marcus Vipsanius Agrippa, bij de Slag bij Naulochus tegen Sextus Pompeius. Naar aanleiding van de hier behaalde overwinning kreeg het legioen de bijnaam Fretensis, een verwijzing naar de plaats van de slag in de Straat van Messina (Fretum Siculum).
Bij de Slag bij Actium (31 v. Chr.), waar Octavianus Marcus Antonius versloeg, speelde het legioen een bepalende rol. Vermoedelijk vindt het gebruik van de symbolen van de trireem en de dolfijn voor het legioen zijn oorsprong in de overwinningen in de zeeslagen bij Naulochus en Actium.Dąbrowa, p. 11. De overwinning bij Actium maakte een einde aan de Romeinse burgeroorlog.
Macedonia Uit een in Macedonia gevonden inscriptie blijkt dat Octavianus (inmiddels keizer Augustus) het legioen op enig moment na de slag bij Actium verplaatste naar deze provincia.AE 1936, 18. De inscriptie maakt duidelijk dat het legioen hier een brug bouwde over de rivier de Strymon. Vanuit Macedonia nam het legioen in 16 v.Chr. met succes deel aan de slag tegen de Sarmaten.Dąbrowa, p. 12.
Syria Vermoedelijk korte tijd na de slag tegen de SarmatenHoewel het eerste gedateerde bewijs voor de aanwezigheid van Legio X Fretensis in Syria pas uit 17-18 na Chr. komt (Tacitus, Annales II 57.2), neemt men gewoonlijk aan dat het legioen toen al geruime tijd in de provincia aanwezig was. Zie Ritterling, col. 1672; Dąbrowa, p. 12. Gearchiveerd op 4 februari 2012. stuurde Augustus het legioen naar de provincia Syria, samen met Legio III Gallica, Legio VI Ferrata en Legio XII Fulminata. Drie van deze legioenen speelden een rol in het neerslaan van de opstanden die uitbraken in het Joodse land na de dood van Herodes de Grote (4 v.Chr.), maar het is niet zeker welke legioenen dat waren.Flavius Josephus, Bel. Iud. II 40. In 6 na Chr. braken er in Judea opnieuw onlusten uit toen Herodes Archelaüs uit zijn koningschap ontheven werd. Publius Sulpicius Quirinius, de toenmalige gouverneur van Syria, zette alle vier de Syrische legioenen in om het Joodse land weer in het gareel te krijgen.
Uit een inscriptie gevonden te Palmyra blijkt dat in ieder geval een belangrijk deel van het legioen ten tijde van Germanicus in deze plaats zijn kamp had.AE 1933, 204. Uit de inscripties valt bovendien op te maken dat Minucius Rufus in de periode 14-19 legatus legionis van X Fretensis was.
Het is waarschijnlijk dat het legioen in 37 of 38 onder aanvoering van Lucius Vitellius deelnam aan de mars naar de grens met Parthië, naar aanleiding van het ingrijpen van de Parthische koning Artabanus II in de Armeense troonopvolging. Tot een strijd kwam het niet, maar geconfronteerd met de Romeinse overmacht, was de Parthische koning gedwongen zijn aanspraken op Armenië te laten varen.
Ten tijde van keizer Nero nam X Fretensis onder aanvoering van Gnaeus Domitius Corbulo deel aan de veldtocht naar Armenië, dat ondanks het eerdere vredesverdrag toch door de Parthische koning Vologases I was bezet.Tacitus, Annales XIII 40.2. Al snel werd Armenië veroverd en een Romeinse kandidaat (Tigranes VI) op de Armeense troon geplaatst (58-60).
Joodse Oorlog Het Legio X Fretensis speelde een bepalende rol in de Joodse Oorlog (66-73), waaraan het samen met het Legio V Macedonica, Legio VI Ferrata en Legio XII Fulminata deelnam, eerst onder aanvoering van Vespasianus,Tacitus, Historiae V 1. later onder zijn zoon Titus.Flavius Josephus, Bel. Iud. V 41. Tot aan het najaar van 69 stond het legioen zelf onder bevel van legatus legionis Marcus Ulpius Traianus, de vader van de latere keizer Traianus.AE 1988, 1052. Zie Isaac en Roll mbt de datering van deze inscriptie.
Verovering van Galilea en Judea thumb|Ruïnes van Gamala, in 68 door X Fretensis veroverd. Toen in 66 de oorlog uitbrak, achtte Nero de dreiging vermoedelijk nog niet zo groot, want Nero verplaatste het legioen dat jaar naar Alexandrië, om samen met Legio V Macedonica de door Nero geplande verovering van Ethiopië te realiseren. Al snel bleek echter dat de beide legioenen in Judea harder nodig waren. Ze werden aanvankelijk naar Ptolemaïs verplaatst,Flavius Josephus, Bel. Iud. III 65. maar kregen daar Caesarea als nieuwe standplaats aangewezen.Flavius Josephus, Bel. Iud. III 409. Dit vanwege het grote aantal troepen dat al in Ptolemaïs bijeengebracht was.
In 67 speelde het legioen een rol in de belegering en inname van JotapataFlavius Josephus, Bel. Iud. III 233-234. en de verovering van Jaffa.Flavius Josephus, Bel. Iud. III 289. Samen met het Legio V Macedonica overwinterde het in Caesarea.Flavius Josephus, Bel. Iud. III 412.
In het voorjaar 68 veroverde X Fretensis Tiberias,Flavius Josephus, Bel. Iud. III 447. TaricheaeFlavius Josephus, Bel. Iud. III 462. en Gamala,Flavius Josephus, Bel. Iud. IV 13. waarna Skythopolis tijdelijk de nieuwe standplaats werd.Flavius Josephus, Bel. Iud. IV 87. In de zomer van 68 veroverde en verwoestte X Fretensis Qumran. Het legioen overwinterde in Skythopolis. Heel Galilea en het grootste deel van Judea was inmiddels terug in Romeinse handen.
Belegering en val van Jeruzalem In de zomer van 69 (het vierkeizerjaar) werd Vespasianus door de troepen in Judea uitgeroepen tot keizer. Vespasianus vertrok daarop naar Rome en droeg het bevel over de troepen in Judea over aan zijn zoon Titus. Hij gaf Titus de opdracht Jeruzalem te veroveren. Titus stuurde daarop de legioenen langs verschillende routes naar Jeruzalem. Het tiende legioen trok op via Jericho, waar het ook overwinterde en een eenheid achterliet om een strategisch gelegen bergpas te bewaken.Flavius Josephus, Bel. Iud. V 42, 69. Ongeveer rond deze tijd werd de legatus legionis Marcus Ulpius Traianus vervangen door Larcius Lepidus.CIL X 6659.
Toen het legioen in het voorjaar van 70 bij Jeruzalem aankwam, nu nog de enige stad in Judea die niet door de Romeinen werd gecontroleerd, sloeg het samen met V Macedonica, XII Fulminata en XV Apollinaris het beleg om de stad. Het legioen richtte zijn legerkamp in op de Olijfberg ten oosten van de stad,Flavius Josephus, Bel. Iud. V 70, 135. maar daar werd het al snel ernstig in het nauw gedreven toen de Joodse vrijheidsstrijders een uitval deden. Slechts met moeite en volgens Josephus dankzij ingrijpen van Titus wist het legioen een nederlaag te voorkomen.Flavius Josephus, Bel. Iud. V 71-97. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat Josephus nogal eens zijn beschermheer en vriend Titus in een (wellicht te) gunstig daglicht te stellen. Deze passage is daar een voorbeeld van. In een latere fase van het beleg verplaatste Titus het tiende legioen naar de vijver van Amygdalon, aan de noordkant van de stad.Flavius Josephus, Bel. Iud. V 468.
Tijdens de belegering dwong X Fretensis veel respect af door de krijgsmachines die het gebruikte. De machines van X Fretensis konden naar verluidt stenen met een gewicht van zo'n 25 kg over een afstand van zo'n 400 meter katapulteren.Flavius Josephus, Bel. Iud. V 269-273. De ballista's van X Fretensis richtten zware schade aan aan de muren van Jeruzalem. Na een beleg van vijf maanden werd Jeruzalem veroverd. Na de val van Jeruzalem werd Larcius Lepidus als legatis legionis opgevolgd door Terentius Rufus,Flavius Josephus, Bel. Iud. VII 31. die echter alweer spoedig vervangen werd door Sextus Vettulenus Cerialis toen deze eind 70 legatus Augusti pro praetore van de provincia Judea werd.Flavius Josephus, Bel. Iud. VII 163.
De laatste verzetshaarden thumb|Ruïnes van Herodion, in 71 door X Fretensis veroverd. De val van Jeruzalem betekende feitelijk het einde van de Joodse Oorlog. In enkele vestingen hadden zich echter nog Sicariërs verschanst, die van daaruit weerstand bleven bieden tegen de Romeinen. In het voorjaar van 71 trok Titus naar Rome. Ook Cerialis werd teruggeroepen. Het bevel over de legioenen werd overgenomen door Sextus Lucilius Bassus, die als opdracht had het laatste verzet in Judea neer te slaan.
In 71 sloeg X Fretensis het beleg om de vesting Herodion, maar al snel gaven de Sicariërs die zich daar verschanst hadden zich over. Een jaar later werd Machaerus, een ander fort waar opstandelingen zich hadden teruggetrokken, ingenomen na een langer beleg. Nadat Bassus het fort had veroverd, liet hij het verwoesten.Flavius Josephus, Bel. Iud. VII 164-170, 190-209. Kort daarna overleed Bassus onverwachts, zodat hij zijn missie niet kon voltooien. Hij werd opgevolgd door Lucius Flavius Silva.Flavius Josephus, Bel. Iud. VII 252. Onder zijn leiding trok het legioen naar Masada, het laatste bolwerk van de Sicariërs. De legerplaats werd ingericht aan de westzijde van de vesting.
Het beleg van Masada was lang en zwaar, mede doordat Masada zo afgelegen lag in de woestijn dat water en voedsel voor de Romeinse troepen over een grote afstand getransporteerd moest worden, terwijl de belegerden juist beschikten over grote voorraden voedsel en grote bassins waarin zij regenwater konden opvangen. Bovendien was de vesting Masada zeer strategisch gelegen, waardoor bestorming van het fort niet zonder meer mogelijk was. In de eerste fase van de belegering liet Silva het fort omgeven met een muur, zodat de belegerden niet konden ontvluchten.Flavius Josephus, Bel. Iud. VII 304. Vervolgens liet hij een belegeringsdam bouwen van ca. 72 meter hoog,Flavius Josephus noemt een hoogte van ca. 200 el (Bel. Iud. VII 306). Uit opgravingen blijkt een hoogte van 72 meter (Yadin, p.226). met een lengte van zo'n 195 meter en een even zo grote breedte op het breedste punt, aan de kant van de vesting.Yadin, p.226. Vanwege het gewicht van de belegeringsmachines (o.a. een zestig meter hoge, met ijzer beslagen belegeringstoren,Flavius Josephus, Bel. Iud. VII 309. katapulten en stormrammenFlavius Josephus, Bel. Iud. VII 310.) moest de dam nog versterkt worden met een 25 meter brede muur.Flavius Josephus, Bel. Iud. VII 307. Toen Masada uiteindelijk werd ingenomen, troffen de legionairs nog slechts een handjevol overlevenden aan. De andere belegerden hadden massaal zelfmoord gepleegd om niet in handen van de Romeinen te vallen.Flavius Josephus, Bel. Iud. VII 252-253, 275-279, 304-406.
Na de Joodse Oorlog thumb|300px|Verdeling van legioenen over het Romeinse Rijk, ca. 80 na Chr. (23: X Fretensis - volledig overzicht) thumb|Zuil in Hotel Imperial (Jeruzalem), met inscriptie: M(arco) Iunio/ Maximo/ leg(ato) Augg(ustorum)/ leg(ionis) X Fr(etensis) Antoninianae/ C(aius) Dom(itius) Serg(ia)/ Jul(ius) Honoratus/ str(ator) eius (CIL III 6641)