miniatuur|Aartshertogelijke kroon van Keizer Josef II. Aartshertog (Latijn: Archidux; Duits: Erzherzog) of, als femininum, Aartshertogin (Latijn: Archiducissa; Duits: Erzherzogin) was een adelijke titel in het voormalig Heilig Roomse Rijk, Keizerrijk Oostenrijk en Oostenrijk-Hongarije. Sinds de creatie van de titel is deze nauw verbonden aan de leden van de huizen Habsburg en Habsburg-Lotharingen. Eerst ontvingen alleen de keizerlijke prinsen en prinsessen uit deze huizen de titel aartshertog, later ontvingen alle leden de titel. Men spreekt in dit verband ook van het "Aartshuis Oostenrijk" of het "Aartshuis Habsburg". De titel aartshertog staat op circa gelijke hoogte met de titel groothertog, zoals deze vandaag de dag door het hoofd van het huis Nassau-Luxemburg wordt gevoerd. Een aartshertog staat weliswaar hoger dan een reguliere hertog, maar onder een koning of keizer.
Het officieel gebruik van de titel hield grotendeels op te bestaan nadat het Oostenrijkse parlement in 1919 de Adelsaufhebungsgesetz (Wet op de afschaffing van de adel) aannam en het voeren van adelijke titels in Oostenrijk strafbaar werd. Sommige leden van het huis Habsburg-Lotharingen wonen echter niet in Oostenrijk en hebben besloten om de titel zonder (juridische) erkenning van een staat alsnog te voeren.
Ontstaan en etymologie miniatuur|De illustratie op het voorblad van een in 1512 uitgegeven kopie van het Privilegium maius toont het wapen van het Aartshertogdom Oostenrijk, inclusief aartshertogelijke kroon. De term aartshertog werd in de 10e eeuw voor het eerst genoemd als aanduiding voor de heilige Bruno de Grote, die zowel aartsbisschop van Keulen, als hertog van Lotharingen was. In dit geval betrof de term aartshertog geen adelijke titel, maar een eervolle samenvoeging van de titels aartsbisschop en hertog.
De adelijke titel aartshertog is een samenvoeging van aarts- (Oudgrieks: archē / ἀρχή), dat ‘begin’ betekent en is afgeleid van het woord archoo (‘aan het hoofd staan’, ‘eerste’), en -hertog, dat een afgeleide van het Romeinse dux (‘leider’) is. Rudolf IV van Oostenrijk creëerde de titel palatinus archidux (Nederlands: paltsgraaf aartshertog) in 1358-1359 met de publicatie van het privilegium maius. Hij liet het privilegium maius, een vervalste collectie documenten, vervaardigen om het Hertogdom Oostenrijk kunstmatig op gelijke hoogte met de keurvorstendommen van het Heilig Roomse Rijk te plaatsen. Voorheen was het Hertogdom Oostenrijk ook een keurvorstendom, maar het was deze status door de Gouden Bul van 1356 verloren. Keizer Karel IV en alle deelstaten van het Heilig Roomse Rijk weigerde de titel en het nieuwe 'Aartshertogdom Oostenrijk' echter te erkennen. Pas na tientallen jaren werd de titel door Ernst I van Oostenrijk en zijn nakomelingen vaker gebruikt, waarna Keizer Frederik III (tevens zelf lid van het huis Habsburg) in 1453 overging tot officiële erkenning van de titel. Desalniettemin gebruikte Frederik III, ondanks dat hij hier zelf recht op had, de aartshertogelijke titel nooit en diende gerechtigden uit het huis Habsburg nog steeds individueel toestemming van de keizer te ontvangen.
Albrecht VI van Oostenrijk, een jongere broer van Frederik III, ontving als eerste het recht op het voeren van de aartshertogelijke titel en deed dit vanaf 1458. Ook de neef van Frederik III, Sigismund van Oostenrijk ontving het recht op het gebruiken van de titel in 1477. De nieuwe Keizer Maximiliaan I, de zoon van Frederik III, begon de titel later in zijn leven zelf ook te gebruiken. Na verloop van tijd ontvingen steeds meer leden van het Oostenrijkse huis Habsburg het recht om de titel te voeren of begonnen zij deze uit zichzelf te gebruiken. Vanaf de 16e eeuw ontvingen alle leden van het huis Habsburg dan ook de titel aartshertog(in) van Oostenrijk.
Na het uitsterven van de mannelijke lijn van het huis Habsburg trouwde de Heilige Roomse keizerin-gemalin Maria Theresia met Frans Stefanus, hertog van Lotharingen, die tot keizer van het Heilige Roomse Rijk werd gekozen. Zij vormden voor hun nakomelingen het huis Habsburg-Lotharingen. Nadat het Heilig Roomse Rijk werd opgeheven bleef de titel aartshertog(in) van Habsburg-Lotharingen bestaan in het latere Keizerrijk Oostenrijk en Oostenrijk-Hongarije.
Aartshertogelijke kroon Rudolf IV stelde als onderdeel van het privilegium maius aartshertogelijke regalia vast. Dit kwam neer op het gebruik van een nieuwe soort kroon en scepter door de regerend aartshertog van het Aartshertogdom Oostenrijk, om de soevereniteit van het grondgebied en de status van het huis Habsburg te benadrukken.
Aartshertogelijke titel heden miniatuur|Aartshertog Lorenz van Oostenrijk-Este is door zijn huwelijk met Prinses Astrid van België tevens prins van België. In België zijn twee telgen van het huis Habsburg-Lotharingen opgenomen in de Belgische adel. Aartshertog Karel Lodewijk van Oostenrijk trouwde in 1950 met Prinses Yolande van het Belgische adelsgeslacht de Ligne en het echtpaar kreeg vier kinderen. Oudste zoon Rudolf Maria de Habsbourg Lorraine en tweede zoon Carl Christian de Habsbourg Lorraine werden in 1978 en 1983 respectievelijk ingelijfd in de Belgische adel met de titel prince de Habsbourg Lorraine. Omdat de titel aartshertog oorspronkelijk niet in België bestaat en inlijving plaatsvond met een prinselijke titel, is het gebruik van een aartshertogelijke titel niet officieel bekrachtigd. Toch gaf het hoofd van het huis Habsburg-Lotharingen alle nakomelingen van Karel Lodewijk en Yolande de Ligne de niet-juridische geldige toestemming om de titel aartshertog(in) van Oostenrijk te voeren.
Het officieel gebruik van de titel is echter niet volledig verdwenen. Lorenz van Oostenrijk-Este, de zoon van Robert van Oostenrijk-Este, trouwde in 1984 met Princes Astrid van België. Zij kregen vijf kinderen, welke allemaal de titels prins(es) van België en aartshertog(in) van Oostenrijk-Este ontvingen. Ook trouwde de reeds genoemde Carl Christian de Habsbourg Lorraine in 1952 met Princes Marie Astrid van Luxemburg, welke na het huwelijk de door de Luxemburgse staat erkende titel aartshertog van Oostenrijk gingen voeren. Ook hun nakomelingen hebben officieel recht op deze titel. Daarmee zijn de door België erkende titel aartshertog van Oostenrijk-Este en de door Luxemburg erkende versie van de titel aartshertog van Oostenrijk de laatste aartshertogelijke titels ter wereld die door een overheid zijn bekrachtigt en actief worden gebruikt.
Het koningschap van Spanje beschikt formeel ook over de titel aartshertog van Oostenrijk, nadat het regerende huis Borbón bij aantreden alle titels van de voormalig regerende Habsburgse tak had overgenomen. Omdat de titel echter niet op conventionele wijze is vergkregen, heeft het huis Borbón besloten om de titel niet te voeren. De titel is enkel verbonden aan de Spaanse kroon als instituut, niet aan de persoon die het koningschap vervult. Het bezit van de titel wordt gezien als een symbolische herinnering aan de geschiedenis van Spanje en de Spaanse monarchie.
Categorie:Adellijke titulatuur