Karel Martel (Herstal of Andenne(?), 23 augustus 689 – Quierzy, 22 oktober 741) was hofmeier van Austrasië. Hij reorganiseerde het Frankische leger en bestuur en wist daarmee met succes zowel zijn binnenlandse als buitenlandse tegenstanders, met name de Arabieren, Friezen en Saksen het hoofd te bieden. Zijn macht werd zo groot dat hij de plaats van de Merovingische koningen innam, zonder zichzelf tot koning uit te roepen.

Karel wordt beschouwd als stamvader en naamgever van de Karolingen. Hij was zoon van Pepijn II en diens tweede vrouw in bigamie Alpaida,Continuator Fredegarii Scholastici, Continuationes Chronicarum Fredegarii IV 6 (= (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores rerum Merovingicarum, II, Hannover, 1888, p. 172: Igitur praefatus Pippinus aliam duxit uxorem nobilem et eligantem nomine Chalpaida, ex qua genuit filium; vocavitque nomen eius lingue proprietate Carlo, crevitque puer, eligans atque egregius effectus est.), Chronicon Moissiacense 713 (= (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores, I, Hannover, 1826, p. 289: Habensque Pippinus praefactus princeps filium ex alia uxore, nomine Alpaigde, Karolum nomine, virum elegantem, egregium atque utilem.). en is begraven in de abdij van Saint-Denis. Zijn bijnaam Martel (klemtoon op de laatste lettergreep: Martèl) komt van het Latijnse martellus, hamer.De bijnaam Martellus of Tudes ("hamer") duikt voor het eerst op in schriftelijke bronnen uit het laatste kwart van de 9e eeuw en heeft mogelijk een volkstalige voorloper gehad. De exacte herkomst van de bijnaam is onbekend, maar in de vroegste bronnen wordt deze gekoppeld aan Karels kracht, vechtlust en dapperheid in de strijd. , Das Bild Karl Martells in den lateinischen Quellen vornehmlich des 8. und 9. Jahrhunderts, in Frühmittelalterliche Studien 4 (1970), pp. 70-137 (ihb. pp. 124 e.v.). Sigisbert van Gembloers, Vita Landberti episcopi Traiectensis Auctore Sigeberto 16 (= (edd.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores rerum Merovingicarum, VI, Hannover - Leipzig, 1913, pp. 397-398: Vir tam victoriosus de se ipso non potuit triumphare, et ferreum pectus suum passus perforari molli telo libidinis, puellam nobilem et elegantem nomine Alpaidena superduxit legitimae coniugi suae Plictrudi, ex qua etiam suscepit filium Karolum, cui postea propter indomitam bellandi fortitudinem Tudetes sive Martellus agnomen fuit.).

Jeugd Karel werd geboren uit een twijfelachtig huwelijk van zijn vader Pepijn van Herstal. Pepijn was al getrouwd met de aristocratische Plectrudis en Karels moeder was vermoedelijk uit de lagere adel afkomstig. Volgens Alexander van Roes (13e-eeuwse schrijver) was Plectrudis zeer dominant en toen Karel werd geboren, durfde de boodschapper die dit nieuws aan Pepijn kwam brengen, daar niet openlijk over te spreken omdat Plectrudis ook aanwezig was. De boodschapper en Pepijn (die hem heel goed begreep) spraken over de "kerel die was gekomen", zo heeft Karel zijn toen ongewone naam gekregen.Alexander van Roes, Memoriale de prerogativa imperii Romani 21: "Cum autem Alpais peperisset, cucurrit nuntius ad regem, ut sibi de nativitate talis filii nuntiaret. Sed inveniens regem internobiles et cum coniuge sedentem dixit: Vivat rex, quia karlest, sub hoc verborum tegumento innuens, quod Alpais sibi pulchrum filium peperisset." Zie ook: , Karl Martell: Name und Beiname, in (edd.), Nomen et Fraternitas – Festschrift für Dieter Geuenich zum 65. Geburtstag, Berlijn - e.a., 2008, pp. 575–585 (ihb. p. 576).

Toen in 714 Karels halfbroer Grimoald II werd vermoord,Annales Mettenses priores ad annum 714 (= (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores, I, Hannover, 1826, p. 322), Annales sancti Amandi ad annum 714 (= (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores, I, Hannover, 1826, p. 6), Continuator Fredegarii Scholastici, Continuationes Chronicarum Fredegarii IV 7 (= (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores rerum Merovingicarum, II, Hannover, 1888, pp. 172-173), Liber Historiæ Francorum 50 (= Idem, pp. 324-325). had Pepijn geen zoons meer uit het huwelijk met Plectrudis en was Karel zijn oudste levende zoon., Zur pippinidisch-karolingischen Sukzessionskrise 714-723, in Deutsches Archiv für Erforschung des Mittelalters 33 (1977), p. 2. Gearchiveerd op 11 maart 2022. Plectrudis zorgde er echter voor dat Pepijn Karel en zijn jongere broer Childebrand uitsloot van de opvolging, en zijn minderjarige kleinzoon Theudoald (zoon van Grimoald) als opvolger benoemde. Toen Pepijn van Herstal nog in december van datzelfde jaar overleed, werd Theudoald inderdaad tot hofmeier voor het gehele Frankische rijk benoemd, met Plectrudis als regentes. Plectrudis liet Karel gevangennemen en sloot hem op in Keulen (of Aken).Vita Erminonis Episcopi et Abbatis Lobbiensis II 4: ... Pledrudis ... Karolum etiam privignum non erubuit custodiae mancipare Colonia civitate; Echternach, Liber aureus Epternacensis (1191) (Aken) (, Archiv der Gesellschaft für ältere deutsche Geschichtskunde 11 [1851-1858] pp. 338 ff.). Vgl. Continuator Fredegarii Scholastici, Continuationes Chronicarum Fredegarii IV 8 ( (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores rerum Merovingicarum, II, Hannover, 1888, p. 173).

De weg naar de macht

thumb|Het Frankische rijk aan het begin van de burgeroorlog in 715. De adel in Neustrië en Bourgondië zag in het bewind van de minderjarige Theudoald zijn kans zich te bevrijden van de Austrasische dominantie en koos in 715 Raganfrid als hofmeier.Liber historiae Francorum 51 (= (ed.), Monumenta Germaniae Historica Scriptores rerum Merovingicarum, II, Hannover, 1888, p. 325). Hierdoor was de situatie ontstaan, zoals in de kaart is weergegeven (Aquitanië was in die tijd een onafhankelijk Frankisch hertogdom). Ook de Friezen, onder hun koning Radbod, profiteerden van de situatie door de gebieden die ze aan Pepijn van Herstal hadden verloren – waaronder Utrecht en omgeving – weer terug te veroveren. Raganfrid en Radboud sloten een bondgenootschap en vielen Austrasië aan. Een factie van de Austrasische adel besloot dat ze onder deze omstandigheden een volwassen hofmeier nodig hadden, en bevrijdden Karel uit zijn gevangenschap., 716: A Crucial Year For Charles Martel, in (edd.), Karl Martell in seiner Zeit, Sigmaringen, 1994, pp. 205–216. Ze waren echter te laat om Karel een volwaardig leger te laten opbouwen. In 716 vielen Raganfrid en Radboud, die met een vloot over de Rijn kwam, Theudoald en Plectrudis in Keulen aan. Karel probeerde de stad nog te ontzetten, maar moest zich na de eerste schermutselingen al terugtrekken. Dit was het eerste en meteen laatste gevecht dat Karel als veldheer zou verliezen. Plectrudis moest zich overgeven en de schatkist van Austrasië viel in handen van de aanvallers.

Na de verovering van Keulen wist Karel snel terug te slaan. Het Neustrische leger en een deel van de Friezen trokken door de Ardennen naar huis. Hun gezamenlijke leger was nog steeds veel groter dan het leger van Karel, maar hij wist door verrassing en list (hij veinsde op de vlucht te slaan, waardoor hij een achtervolging uitlokte, die hij vervolgens in een hinderlaag wist te lokken) de Slag bij Amel (Amblève) in zijn voordeel te beslissen. Hij kreeg bij die gelegenheid ook weer het grootste deel van de Austrasische schatkist in handen.

In 717 voerde Karel zelf een veldtocht naar Neustrië. Op 21 maart van dat jaar boekte hij een beslissende overwinning bij Kamerijk.Recent werd er twijfel rond de datum 21 maart 717 geuit: , Die frühfränkische Historiographie und die Schlacht von Vinchy am 21. März 717, in Concilium Medii Aevi 10 (2007), pp. 153–166. Hij achtervolgde Chilperic II en zijn hofmeier tot aan Parijs. Daarna keerde hij terug naar huis, versloeg de aanhang van Plectrudis en veroverde Keulen. Hij riep vervolgens Chlotarius IV uit tot koning van het gehele rijk, met hemzelf als hofmeier. Karel benoemde ook een nieuwe bisschop in Reims. In 718 verbonden Chilperik en Raganfrid zich met Odo van Aquitanië; in de Slag bij Soissons werd hun leger echter opnieuw verslagen. Odo vluchtte terug naar zijn hertogdom en leverde in ruil voor vrede Chilperik II en diens hofmeier uit aan Karel. Odo erkende Karel als de rechtmatige hofmeier en Karel erkende Odo als hertog.

Opmerkelijk is dat Karel al zijn verslagen tegenstanders ongemoeid liet.

Regering miniatuur|Karel Martel. Standbeeld in paleis van Versailles (17e eeuw).

Campagnes tegen de noordelijke buurvolken Nadat hij in 718 zijn macht had gevestigd in het Frankische Rijk, begon Karel een programma om het Frankische gezag over de noordelijke buurvolken te herstellen en zijn noordelijke grenzen te beveiligen. In 718 versloeg hij de Saksen en verwoestte Westfalen.Annales sancti Amandi ad annum 718, 720 (= (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores, I, Hannover, 1826, p. 6), Annales Sangallenses maiores ad annum 718, 720 (= Idem, p. 73), Annales Tiliani ad annum 718, 720 (= Idem, p. 6), Annales Petaviani ad annum 718, 720 (= Idem, p. 7). Na de dood van Radbod heroverde hij vervolgens in 720 de verloren Friese gebieden en stelde Willibrord in staat om de zending vanuit Utrecht te hervatten. Van 720 tot 723 voerde Karel campagnes tegen de Beieren, waarin hij werd gesteund door de Alemannen. Hertog Hugbert van Beieren erkende uiteindelijk het gezag van Karel.Annales Laubacenses ad annum 725 (= (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores, I, Hannover, 1826, p. 9), Annales Petaviani ad annum 725 (= Idem, p. 9). Toen Karel langere tijd in Beieren verbleef, kwam Raganfrid (nog altijd graaf van Anjou) in opstand. Deze opstand wordt in 724 door Karel onderdrukt.

In 730 versloeg hij de Alemannen en doodde hun hertog Lantfrid.Annales Laubacenses ad annum 730 (= (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores, I, Hannover, 1826, p. 9), Annales Petaviani ad annum 730 (= Idem, p. 9). Karel benoemde geen opvolger, wat betekende dat hij zelf het feitelijke gezag over de Alemannen kon uitoefenen. In 734 versloeg hij de Friezen en doodde hun aanvoerder Poppo. Friesland ten westen van de Lauwers werd ingelijfd.

Opbouw van het leger – conflict met de kerk Toen Karel hofmeier werd, bestond er geen georganiseerd Frankisch leger. In tijden van oorlog verzamelden de lokale bestuurders hun weerbare mannen en stelden zich onder aanvoering van hun hertog. Doordat Karel steeds in oorlog was en zich bovendien bewust was van het dreigende gevaar van de Arabieren, voerde hij radicale veranderingen door. Karel vormde een strijdmacht van trouwe veteranen om in een beroepsleger, dat door de staat werd betaald en bewapend. Hiermee beschikte Karel altijd over een krachtige, trouwe en snel inzetbare legermacht, die in tijden van oorlog altijd kon worden aangevuld met de gebruikelijke strijders uit de bevolking. Het leger dat Karel vormde, bestond in eerste instantie uit zware infanterie. Toen de stijgbeugel werd geïntroduceerd, konden ruiters ook actief deelnemen aan de strijd, en begon Karel ook aan de opbouw van een zware cavalerie. Dit moment moet rond 735 zijn geweest omdat hij tijdens de Slag bij Poitiers in 732 nog geen cavalerie had, terwijl deze bij de slag aan de Berre in 737 al een beslissende rol speelde.

Karel financierde zijn leger door kerkelijke bezittingen in beslag te nemen. De bisschoppen dreigden daarop om Karel te excommuniceren, wat alleen werd voorkomen doordat Bonifatius gedegen steun aan Karel gaf.

Slag bij Poitiers