thumb|De oudgelovige Bojarynja Morozova wordt gearresteerd afgevoerd. Schilderij van Vasili Soerikov.
De Russisch-Orthodoxe Kerk (Russisch: Русская православная церковь, Russkaja pravoslavnaja tserkov) of het Patriarchaat Moskou (Московский патриархат; Moskovski patriarchat) is een van de oosters-orthodoxe kerken. De patriarch van Moskou staat aan het hoofd. Het grootste Russisch-Orthodoxe kerkgebouw en de hoogste orthodoxe kerk ter wereld is de Christus Verlosserkathedraal in Moskou.
Vaak wordt de Russisch-Orthodoxe Kerk aangeduid als het grootste kerkgenootschap na de Rooms-Katholieke Kerk. Er wordt echter geen lidmaatschap bijgehouden waardoor alleen schattingen over het aantal gelovigen beschikbaar zijn. De kerk leefde vanaf 1980 weer op, met als resultaat een groeiend aantal gelovigen, kerkgebouwen en religieuze instellingen in de voormalige Sovjetstaten.
Geschiedenis De geschiedenis van de Russisch-Orthodoxe Kerk kan men in zes periodes indelen:
Het Kyivse Rijk met de Metropool van Kyiv van 988 tot 1240; deze periode eindigt met de beleg van Kyiv (1240) door de Tataren en Mongolen. De Gouden Horde en het vorstendom Moskou (vanaf 1287) als vazalstaat van 1240 tot 1589, deze periode eindigt met de verheffing van de metropool van Moskou tot het Patriarchaat Moskou. De Moskovische periode van 1589 tot 1700, totdat tsaar Peter I de verkiezing van een nieuwe patriarch weigert. De Sint-Petersburgse periode van 1700 tot 1917, waar de kerk bestuurd wordt door de Heiligste Regerende Synode. De kerk onder het communistisch bewind (1917–1991). Post-communistische periode (1991–heden).
Het is pas vrij laat in deze ontwikkeling dat de term "Russisch-Orthodoxe Kerk" in gebruik komt. Eeuwenlang was het de Kerk of Metropool van Kyiv en heel Roes', al zijn er verschillende perspectieven en conflicten geweest over wat Roes precies betekende en hoe ver het reikte. In de loop der eeuwen heeft dat tot meerdere schisma's geleid. Vanaf de 14e eeuw zat er een metropoliet in Moskou die zichzelf "Metropoliet van Kyiv en heel Roes'" noemde, ook al zetelde hij niet in Kyiv. Deze beweging werd dan ook niet erkend door een andere lijn van metropolieten "van Kyiv en heel Roes'" die eerst in Navahroedak zetelden, maar later terugkeerden naar Kyiv en uiteindelijk zich zouden ontwikkelen tot de huidige Orthodoxe Kerk van Oekraïne, met een "Metropoliet van Kyiv en heel Oekraïne" aan het hoofd.
In 1589 verkreeg de in Moskou wonende bisschop de status van patriarch en begon zichzelf "Patriarch van Moskou en heel Roes'" te noemen. Het is pas rond het jaar 1800 dat de term "Russisch-Orthodoxe Kerk" de norm werd. Deze precieze bewoording kan vanuit het Russisch nog steeds naar het Nederlands vertaald worden als "Roes'-Orthodoxe Kerk".
Vroege geschiedenis De Russische Kerk ontstond in 988, toen grootvorst Vladimir I van Kiev het christelijke geloof officieel als staatsgodsdienst aannam. Zijn doop was door Basileios II Boulgaroktonos als voorwaarde gesteld voor het huwelijk in 989 met diens zus Anna Porphyrogenneta (Porphyrogenita - in het purper geboren).Davids, Adelbert (1995): Marriage negotiations between Byzantium and the West and the name of Theophano in Byzantium (eight to tenth centuries), in: Adelbert Davids (ed.), The Empress Theophano. Byzantium and the West at the turn of the first millenium, Cambridge University Press
De wortels van deze kerk liggen in de Oosters-orthodoxe Kerk en in oorsprong maakte ze deel uit van het Oecumenisch patriarchaat van Constantinopel. In 1054 verbraken de Russen - in navolging van Constantinopel - de band met Rome.
In 1448 maakten de Russische bisschoppen zich los van het Patriarchaat Constantinopel. Sindsdien wordt de Russisch-Orthodoxe Kerk als een zelfstandige kerk beschouwd. In 1453 viel Constantinopel in handen van de Turken. Kort voor en na de verovering hadden grote delen van de Byzantijnse Kerk de eenheid met de Kerk van Rome verklaard en onder metropoliet Isidorus van Kiev werd deze unie, na in Kiev door de bevolking te zijn bekrachtigd, ook in Moskou verklaard. Enkele weken na terugkomst van de metropoliet in 1458 werd de unie verbroken en de metropoliet gevangengezet. Moskou bevond zich wederom los van Rome. In Rusland ontstond onder invloed van de val van Constantinopel en de afscheiding van de Latijnse Kerk, de theorie van 'het derde Rome'. Moskou zou het christelijke (orthodoxe) Oost-Romeinse keizerrijk (Constantinopel, het 'tweede Rome') voortzetten. In 1589 nam de metropoliet van Moskou met toestemming van de oecumenische patriarch van Constantinopel - die zelf onder Ottomaanse overheersing te lijden had - de titel patriarch aan.
In het midden van de 17e eeuw voerde de toenmalige patriarch van Moskou, Nikon, hervormingen door in de Russisch-Orthodoxe rite. Vele gelovigen betwistten de legitimiteit van deze hervormingen en onder leiding van aartspriester Avvakoem Petrov voerden ze fel oppositie tegen de hervormingspolitiek. De strijd werd beslecht in het voordeel van de hervormingsgezinden en het kwam in 1666-67 tot een schisma (raskol in het Russisch). Over de oude riten werd een banvloek uitgesproken en de aanhangers van de oude Russische traditie en de middeleeuwse Russische liturgie werden tot raskolniki (schismatici) bestempeld en werden lange tijd vervolgd. Zij noemen zichzelf староверы; starovery - Oudgelovigen.
De banvloek werd pas in 1971 door het Patriarchaat van Moskou opgeheven. Ook nu nog nemen de oudgelovigen of oudritualisten een aparte positie in. Ze vallen uiteen in priesterlijke en priesterloze oudgelovigen. Theologisch en kerkelijk beschouwd maken alleen de priesterlijke oudgelovigen deel uit van het oosters-orthodoxe christendom; momenteel zijn er twee oudritualistische kerken: de Russisch-Orthodoxe oudritualistische Kerk (met aan het hoofd een metropoliet) en de Russisch-Orthodoxe oudorthodoxe Kerk (met aan het hoofd een patriarch), die beide hun hoofdzetel in Moskou hebben.
Een van de belangrijkste verschillen tussen de oudgelovigen en de huidige Russisch-Orthodoxe rite is de wijze waarop het kruisteken wordt gemaakt. De oudgelovigen doen dat met twee vingers als teken van de dualiteit van Christus, God, en Christus, mens. De nieuwe Russisch-Orthodoxe Kerk maakt het kruisteken met drie vingers als symbool van de heilige Drie-eenheid (Vader, Zoon en Heilige Geest), zoals na de 13e-14e eeuw ook in Constantinopel en Griekenland gebruikelijk was geworden.
Tot 1917 had de Russisch-Orthodoxe Kerk de status van staatskerk; pas in 1905 hadden andere geloofsgemeenschappen officieel erkenning gekregen van de Russische regering.
De kerk onder het communistische bewind De relaties tussen kerk en staat in de Sovjet-Unie kunnen verdeeld worden in vijf belangrijke periodes:
1917-1925 patriarch Tichon probeert om de vrijheid van de Kerk te behouden. 1925-1943 metropoliet Sergij zoekt een modus vivendi. 1943-1959 Jozef Stalin staat een heropleving van de kerk toe in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. 1959-1964 Nikita Chroesjtsjov stelt opnieuw vervolgingen in. 1964-1988 Een dissidentenbeweging komt naar voren en wordt verpletterd.
Tijdens de periode die duurde van 1917 tot het einde van de jaren tachtig stond de Kerk onder zeer grote beperkende maatregelen van de staat in de voormalige Sovjet-Unie. In principe staat het communisme (atheïstisch) vijandig tegenover het orthodoxe geloof (monotheïstisch). Toch heeft de Russisch-Orthodoxe Kerk zeventig jaar communisme overleefd.
De periode begon met de Oktoberrevolutie van 1917, tijdens de communistische periode. Bij de revolutie werd niet alleen het wereldlijk bestuur omvergeworpen, maar werd ook de ene staatsideologie vervangen door een andere. Het atheïstische communisme nam de plaats in van de Russisch-Orthodoxe staatskerk en de meeste overige godsdiensten. Een decreet van 23 januari 1918 voerde scheiding van kerk en staat in en in het ontwerp (§ 4 uitgave 1925) werd toegelicht dat dit geschiedde "om de arbeiders werkelijke gewetensvrijheid te waarborgen". Vanaf toen werden de Russisch-Orthodoxe Kerk en overige kerken zwaar vervolgd door de bolsjewieken. Bisschoppen, priesters en gelovigen werden gevangengenomen en geëxecuteerd. Kloosters werden gesloten en ontelbare kerken werden onteigend en leeggeroofd voor staats- of privécollecties, vernield of ingericht als verenigingslokaal, bioscoop of pakhuis. De kerk behoorde toen tot de belangrijkste grootgrond- en onroerend goedbezitters van Rusland. Veel kerkschatten werden geconfisqueerd en in een aantal gevallen verkocht naar het buitenland. In 1922 poogden de bolsjewieken met het oprichten van een 'Hervormde Russische Kerk' die trouw was aan het marxisme-leninisme en radicaal theologisch hervormd was, de macht van de kerk te breken. In 1927 scheidde de Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland zich af van Moskou nadat de geïntimideerde en gevangengenomen patriarch van Moskou had opgeroepen tot vreedzame medewerking met de Sovjetautoriteiten voor zover moreel mogelijk. Pas in 2007 werden de banden tussen de anticommunistische Russisch-Orthodoxe Kerk in het Buitenland en het Patriarchaat van Moskou weer volledig hersteld.
Het standpunt van Marx Marx, Lenin en Stalin hadden ieder hun eigen ideeën over kerk en religie. Marx noemt de religie het opium van het volk en een verkeerd wereldbewustzijn.
In de Deutsch-Französische Jahrbücher schrijft hij: Der Mensch macht die Religion, die Religion macht nicht den Menschen. Und zwar ist die Religion das Selbstgefühl des Menschen, der sich selbst entweder noch nicht erworben oder schon wieder verloren hat… Der Mensch, das ist die Welt des Menschen, Staat, Sozietät. Dieser Staat, diese Sozietät producieren die Religion, ein verkehrtes Weltbewußtsein, weil sie eine verkehrte Welt sind. Die Religion ist die allgemeine Theorie seiner Welt. Sie ist die phantastische Verwirklichung des menschlichen Wesens, weil das menschliche Wesen keine wahre Wirklichkeit besitzt. Der Kampf gegen die Religion ist also mittelbar der Kampf gegen jene Welt deren geistigen Aroma die Religion ist. Das religiöse Elend ist in einem der Ausdruck des wirklichen Elends. Die Religion ist der Seufzer der bedrängten Kreatur, das Gemüt einer herzlosen Welt, wie sie der Geist geistloser Zustände ist. Sie ist das Opium des Volkes.
Het opium van het volk, iets dat door het volk zelf zou zijn gecreëerd. Marx vond, dat de mens religie zelf in het leven heeft geroepen als middel om zichzelf in een roes te helpen nu het aardse leven zo ondraaglijk was geworden. Religie helpt volgens de communistische ideologie en de marxistische theoretici om de arbeidersklasse dom te houden en verdedigde volgens hen de uitbuiting. Religie komt voort uit de economische onderbouw van het leven, is een weerspiegeling van een bepaalde sociaal-economische ordening van de maatschappij – gecreëerd door de lagere klassen om hun zorgen te kunnen vergeten, en in stand gehouden door de hogere om de lagere klassen uit te kunnen buiten. Als de proletariërs de macht grijpen, zal de religie vanzelf een zachte dood sterven, omdat na het stoppen van de uitbuiting religie overbodig zal zijn. Naar de mening van Marx, vraagt communisme om atheïsme en vangt communisme aan waar atheïsme begint.
De standpunten van Lenin en Stalin Lenin had een andere opvatting over kerk en religie dan Marx. Marx verachtte de religie en beschouwde haar als randverschijnsel dat langzaam zou verdwijnen. Lenin zag religie echter als een sterke en alomtegenwoordige vijand. Religie moest krachtig bestreden worden; ze zou niet vanzelf verdwijnen. Lenin had een persoonlijke afkeer van alles wat maar naar religie zweemde.