Hieronder volgt de geschiedenis van Zuidwest-Azië. Deze omvat de historische regio van het Midden-Oosten, het Nabije Oosten of de Levant, evenals het Arabisch Schiereiland, gezamenlijk Zuidwest-Azië genoemd.

Prehistorie

Oudheid

Sinds mensenheugenis loopt door deze streek de karavaanroute tussen het Tweestromenland en de Nijl. Rond 3300 v.Chr. waren in het gebied van Mesopotamië (ongeveer overeenkomend met het huidige Irak) al grote beschavingen te vinden. Dit waren onder meer de Sumeriërs, Assyriërs, Babyloniërs en in Egypte de Oud-Egyptische beschaving.

Deze economisch interessante slagader zou al vlug het schouwtoneel worden voor vele slagvelden. Een van de meest bekende uit die tijd is de Slag bij Kadesh in 1274 v.Chr. tussen Egypte en het Hettitische Rijk.

Neergang aan het einde van de Late Bronstijd In de periode tussen 1500 en 1000 v.Chr. - de overgang van het Brons- naar het IJzertijdperk - krijgen we de inval van de Zeevolken (Filistijnen?). Nieuwe koninkrijken werden gevestigd: Israël en Fenicië.

Assyrië en Babylon Na de dood van koning Salomo (ca. 930 v.Chr.) viel Israël uiteen. Tien van de twaalf stammen stichtten in het noorden het koninkrijk Israël, ook wel het ‘Tienstammenrijk’ genoemd, het zuidelijke deel na de splitsing werd Juda genoemd. In 722 v.Chr. werd het koninkrijk Israël veroverd door de Assyrische heerser Salmanasser V. De elites (rijken, priesters en leiders) werden afgevoerd in ballingschap.

In 587 v.Chr. vond het beleg van Jeruzalem plaats. De stad werd ingenomen en de Tempel verwoest door Nebukadnezar II, de koning van Babylon. Daarmee kwam er een eind aan het koninkrijk Juda. In het Bijbelboek "Klaagliederen" worden de verwoestingen op indringende wijze beschreven. Een deel van de bevolking van Juda vluchtte naar Egypte; het grootste deel van de bevolking ging in ballingschap naar Babylon.

Perzische Rijk Tussen 539 en 525 v.Chr. werd de regio een deel van het Achaemenidische Rijk, dat zich uitstrekte over Perzië, Anatolië, Mesopotamië en Syrië. In 525 v.Chr. veroverde Cambyses IIEgypte.

Hellenistische periode

Alexander de Grote

In 332 v.Chr. veroverde Alexander de Grote Tyrus. Het Achaemenidische Rijk werd in de 4e eeuw v.Chr. verslagen door Alexander de Grote die het gebied inlijfde bij het Macedonisch-Griekse Rijk. Hierdoor kwam deze regio in aanraking met de Griekse taal en cultuur waaruit het Hellenisme ontstond.

Diadochen en Syrische oorlogen

Na de dood van Alexander braken de diadochenoorlogen uit en werd de regio bevochten tussen de Griekssprekende dynastieën, de Seleuciden in Syrië en de Ptolemaeën in Egypte, de Syrische oorlogen.

Nabatea en Makkabeeën De laatste Syrische oorlog (170-168 v.Chr.) werd beëindigd dankzij tussenkomst van de Romeinen. Nabatea scheurde zich af en in Judea komen de Makkabeeën, een Joods priesterfamilie, in opstand en richtten de dynastie van de Hasmoneeën op.

Romeinse Rijk Na de slag bij Ecbatana (129 v.Chr.), waarbij koning Antiochus VII Euergetes Sidetes om het leven kwam, werd Mesopotamië een deel van het Parthische Rijk en bleef van het Seleucidische Rijk enkel nog Syrië en een deel van de Levant over.

Na de Derde Mithridatische Oorlog (73-63) hield het Seleucidische Rijk op te bestaan en werd Syrië de Romeinse provincia Syria.

Na het Beleg van Jeruzalem in 63 v.Chr. werd Hyrcanus II, de laatste Hasmonese vorst, gedegradeerd tot hogepriester en ethnarch en verloor Judea zijn onafhankelijkheid.

Herodianen Herodes de Grote In 40 v.Chr. pleegde de Hasmoneeër Antigonus een staatsgreep in een poging het Hasmonese rijk te herstellen. Herodes I, versloeg Antigonus met Romeinse hulp. Daarop gaven de Romeinen hem het koningschap over het Joodse land. Hij stichtte de Herodiaanse dynastie. thumb|Verdeling van het rijk van Herodes de Grote : Na de dood van Herodes I werd zijn rijk verdeeld onder zijn drie zonen. Herodes Archelaüs werd in 6 n.Chr. uit zijn ambt ontheven, Judea werd een provincia van Syria. De keizer hield toezicht op de gouverneur van Syrië, en hij op zijn beurt op de praefecti (in later tijd procuratores), die aan hem verantwoording moesten afleggen.

Jezus Christus

Rond het jaar 30, tijdens de regeerperiode van Prefect Pontius Pilatus, stierf een man, Jezus Christus genaamd, de kruisdood. Voor de geschiedenis van de westerse beschaving zal deze gebeurtenis van groot belang zijn. De man staat ook centraal in het Christelijk geloof

Joods-Romeinse oorlogen 66-135

Met het wanbeheer van procurator over Judea, Gessius Florus, braken de Joods-Romeinse oorlogen uit. Deze werden beslecht door keizer Hadrianus. Alles wat met het joodse geloof te maken had, werd verboden: het begin van de Joodse diaspora.

Opheffing van de provincia Judea Op de puinhopen van Jeruzalem stichtte keizer Hadrianus de stad Colonia Aelia Capitolina, gewijd aan Jupiter Capitolinus. Het werd voor Joden verboden zich in de nieuwe stad te vestigen. Dit gebod bleef tot aan de vierde eeuw van kracht.

De regio Syria en Judea werden samengevoegd onder de noemer Syria-Palaestina (135). In 198 werden ze weer gesplitst, het noorden kreeg de naam Syria-Coele en het zuiden, Syria-Fenicië.

Palmyreense Rijk thumb|Palmyreense Rijk op zijn hoogtepunt (271) Tijdens de Crisis van de derde eeuw, na de slag bij Edessa (260), waarbij keizer Valerianus I werd gevangengenomen, braken overal opstanden uit. Het Romeinse Rijk stond op de rand van de afgrond. De nieuwe keizer Gallienus, zoon van Valerianus, probeerde de opstanden in het Westen te beteugelen en gaf Septimius Odaenathus, de titel Corrector totius orientus "Gouverneur van het hele Oosten". Gestaag kreeg hij heel de regio onder controle. Bij zijn dood in 267 nam zijn beeldschone en bekwame vrouw Septimia Zenobia de leiding over. Ze zette haar zoon Vabalathus op de troon, en ze riepen zichzelf uit als koning en koningin. Keizer Gallienus weigerde de titels te aanvaarden en de vriendschap sloeg om in ruzie. Palmyra scheurde zich af.

In 272 heroverde keizer Aurelianus de opstandige regio's. Zenobia en haar zoon werden door de Romeinen gevangengenomen en in gouden kettingen naar Rome verbannen.

Dioecesis Orientis De aanzet van de bestuurlijke hervormingen in het Romeinse Rijk begon met Diocletianus en zijn Tetrarchie, het opsplitsen van het rijk in vier delen. Constantijn de Grote zette die hervormingen verder in praefectura praetorio, die op hun beurt verdeeld werden in dĭœcēsĭs. Het Palmyreense Rijk werd omgedoopt tot Dioecesis Orientis.

Op het einde van de 4de eeuw was men door de toenemende druk van buitenaf en van binnenin het Rijk gedwongen een co-keizerschap te installeren. Het bestuur van oostelijke en het westelijke deel werd gesplitst. Herstructurering was een noodzaak, het aantal provincies steeg van 48 naar 120. Het diocees orientis werd ingedeeld in 15 provincies.

Keizer Theodosius I maakte van het christendom de staatgodsdienst.

Byzantijnse Rijk In de 5e eeuw werd het Romeinse Rijk opgevolgd door het Byzantijnse Rijk met als hoofdstad Constantinopel (het huidige Istanboel). Het West-Romeinse Rijk werd overspoeld door barbaren en doofde langzaam uit. In het oosten gingen de Romeins-Perzische oorlogen gewoon verder.

De laatste, de Byzantijns-Sassanidische oorlog van 602-628, had voor de regio grote gevolgen. Van de tien jaar durende machtsstrijd aan de top van het Byzantijnse Rijk profiteerde sjah Khusro II om Byzantium binnen te vallen. Antiochië werd in 613 veroverd.

Daarop richten de Perzen zich naar het zuiden en veroverden in 614 Jeruzalem, samen met het Heilig Kruis, dat aan Shirin, de christelijke echtgenote van Khusro werd teruggegeven., Heraclius and Chosroes or The Desire for the True Cross (2003). Daarbij had de Perzische generaal Shahrabaraz duidelijk de joden voor de strijd tegen de christenen opgevorderd. Het kwam waarschijnlijk tot enkele zware gruweldaden, die later aan christelijke zijde niet zouden worden vergeten., „The Vengeance of the Jews Was Stronger Than Their Avarice“: Modern Historians and the Persian Conquest of Jerusalem in 614, in Jewish Social Studies 4.2 (1998), pp. 1-39.

Enkele jaren later zouden de Sassaniden doorstoten naar Egypte (618). Het einde van de oorlog werd een uitputtingsslag, eerst had je het Beleg van Constantinopel (626), daarna de val van Ninive (627), het overlopen van Shahrabaraz naar het Byzantijnse kamp, en de moord op sjah Khusro II (628). De vrede die hierop volgde gaf aan Herakleios de verloren gebieden terug.

Arabische Rijk

Vanaf 634 werd de islam door volgelingen van Mohammed verspreid vanaf Mekka. Mohammed en zijn volgelingen stichtten het Arabische Rijk. In 636 werd Palestina veroverd, in 637 Mesopotamië, in 640 Egypte en Syrië en in 642 Perzië. Weliswaar werd de islam als religie niet opgedrongen, maar de voordelen, zoals belasting en privileges, waren voor veel niet-moslims reden om zich te bekeren.

Islam

Door de opkomst van de islam in de 7e eeuw na Christus kreeg Zuidwest-Azië in korte tijd een cultuur, religie en een identiteit ten opzichte van Europa en Afrika die het in de 21e eeuw in grote lijnen nog steeds heeft. Na de komst van de islam wordt dit gebied goeddeels door deze wereldreligie getempeld, hoewel er ook nog andere culturen en religies (bijvoorbeeld de Kopten in Egypte), zijn.

Het Arabisch, de taal van de Koran, werd de lingua franca. Het geloof in één leider of kalief, zowel religieus als wereldlijk, leidde tot de vorming van het kalifaat. In deze tijd verklaarden de Arabische moslims de oemma, één land voor alle moslims, als een (religieus) ideaal te zien.

Zuidwest-Azië kende in deze periode een grote culturele bloei. Waar Europa na de val van het Romeinse Rijk in een diepe crisis kwam, met een dalende bevolking, invasies en opkomende armoede, kwamen steden als Alexandrië, Basra, Damascus en vooral Bagdad tot grote bloei. De bevolking van deze steden groeide en op gebieden als literatuur, architectuur, geneeskunde en wetenschap kwam de regio mijlenver voor te liggen op Europa.

Abbasiden In 749 versloegen de Abbasiden, de Omajjaden nabij de stad Koefa. Al-Mansoer, de tweede Abassadische kalief stichtte in 762 de nieuwe hoofdstad, Bagdad. Deze periode onder de Abbasiden wordt wel beschouwd als de bloeitijd van de islam. Met name onder kalief Haroen ar-Rashid kwamen kunst en wetenschappen tot grote bloei. Het enorme rijk bleek echter lastig te besturen en in diverse plaatsen vonden dan ook opstanden plaats en kregen lokale heersers meer macht. In 935 verloor de kalief zijn wereldlijke macht en viel het Arabische Rijk uiteen. Lokale emirs en sultans namen de macht in handen in vele kleine staatjes. Zij bleven echter wel de religieuze autoriteit van de kalief erkennen.

Fatimiden thumb|Kalifaat van de Fatimiden In 969 veroverden de Fatimiden Egypte, met Caïro als hoofdstad. Dit was een "tegen-kalifaat" bestaande uit Isma'ilieten, een sjiitische stroming die het gezag van de kalief niet erkende. Tijdens de regering van Al-Aziz Billah werd het Midden-Oosten veroverd (977/978).

Op bevel van de kalief Al-Hakim werd de Heilig Grafkerk in Jeruzalem, een van de christelijke bedevaartplaatsen, in 1009 met de grond gelijk gemaakt.

In 1058 bezetten de Fatimiden zelfs tijdelijk Bagdad, nog altijd de Abbasidische hoofdstad.

Seltsjoeken Op verzoek van de Abbasidische kalief werd aan de soenitische Seltsjoeken gevraagd om de sjiitische Boejiden uit Bagdad te verdrijven, wat in 1055 gebeurde. In 1058 veroverden de sjiitische Fatimiden, Bagdad. De missie van de Seltsjoeken was de Fatimiden te verdrijven. Intussen waren ze in conflict geraakt met het Byzantijnse Rijk in verband met de Kaukasus. Om de Byzantijnen af te blokken in het Westen, vielen ze Anatolië binnen. Wat volgde was de Slag bij Manzikert (1071), waarbij keizer Romanos IV Diogenes werd gevangengenomen. Nu was de weg vrij om de Fatimiden te verdrijven, en tussen 1070 en 1077 veroverde Malik Sjah I de Levant.

Atabeg van Aleppo