Huis (woning), een gebouw als vast verblijf een tehuis Familie (verwanten), de afstammelingen van één persoon met dezelfde achternaam inzonderheid een dynastie, een regerend geslacht en/of hoogadellijke familie

Huizen in de astrologie, waarbij een "huis" de astrologische betekenis van hemelsector heeft

Een beschermende behuizing of omhulsel, zoals in: klokhuis (fruit), vruchtdeel dat zaden omhult slakkenhuis, de schelp van een slak pop, de cocon van diverse insecten schild of schaal van schildpadden technische apparatuur, zoals bij witgoed en bruingoed.

Als verkleinwoord: wachthuisje, optrekje dat beschutting biedt tegen klimatologische omstandigheden, bijvoorbeeld een bus- of tramhokje of het wachthuisje voor een schildwacht heilig huisje, veldkapel of lastig bespreekbaar onderwerp.