Het Gewestelijk Expresnet (GEN; Frans: Réseau Express Régional, RER) is een project voor de realisatie van een netwerk van voorstadstreinen in en rond Brussel. De bedoeling is snellere en frequentere verbindingen te realiseren in een straal van ongeveer 30 km rond Brussel. De naam komt van de RER in en om Parijs; de Nederlandse benaming is een letterlijke vertaling daarvan.

Globaal moest het netwerk in dienst gesteld worden in 2012 maar ten gevolge van vertragingen van sommige infrastructuurwerken zullen bepaalde delen niet operationeel zijn voor 2025.

Het spooronderdeel van het GEN werd (na CityRail) op 13 december 2015 hernoemd naar S-trein Brussel of S-net Brussel, naar analogie met de "S" van de (voor)stedelijke treinnetwerken in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland, maar ook in Kopenhagen, Milaan en Praag.Voorstadstreinen krijgen S-logo en halte Thurn & Taxis, Brusselnieuws.be, 14 september 2015. Gearchiveerd op 6 januari 2016. S staat voor (voor-)Stedelijk, Stad, Snel of Suburbain in het Frans.Brochure S, NMBS, december 2015

De MOBIB-kaart, een gemeenschappelijke betaalkaart, wordt door de verschillende vervoersmaatschappijen geleidelijk ingevoerd. In eerste instantie gaat het over één kaart die de tickets van de verschillende vervoersmaatschappijen draagt. In 2017 kondigde de Belgische federale minister van mobiliteit aan dat er werk gemaakt zou worden van een tariefintegratie op basis van de MOBIB-kaart.Naar één ticket voor alle vervoersmaatschappijen, BRUZZ, 30 mei 2017

Geschiedenis Het netwerk van het GEN kent een lange geschiedenis en er zijn vele verschillende plannen geweest voor het op 13 december 2015 officieel van start ging. Vooraleer de echte planningsfase van het GEN begon, werden er in de jaren 1970 al nieuwe stations geopend op spoorlijn 26, in combinatie met een relatief frequente treindienst. In de late jaren '80 werd uit verschillende studies duidelijk dat het aantal pendelaars in de onmiddellijke omgeving van Brussel aan de lage kant was, ondanks het grote potentieel van de aanwezige spoorlijnen. Het STAR21-plan van de NMBS uit 1989 ambieerde ook de uitbreiding van de voorstadsbediening. Het zou tot 1999 duren vooraleer de beslissing genomen werd om het GEN daadwerkelijk uit te werken en de nodige infrastructuurinvesteringen te doen. In 2004 werd begonnen met de eerste infrastructuurwerken, terwijl in 2008 het contract voor de aankoop van de benodigde Desiro-treinstellen gesloten werd.Ludivine DAMAY, 2014. Een GEN in Brussel? Socio-historisch onder - zoek naar de rivaliteiten en politieke reguleringen (1989-2013). In: Brussels Studies, nummer 74, 17 februari 2014

CityRail thumb|Gemoderniseerd klassiek motorstel voor CityRail Als proef heeft de NMBS zogenaamde CityRail-treinen ingevoerd, met gerenoveerde treinstellen op de bestaande L-treinen. Behalve CR 1 reden alle lijnen door de Noord-Zuidverbinding. Er waren aanvankelijk vijf CityRail-lijnen, vanaf december 2005 waren het er zes.Nieuwe CityRail verbinding Leuven – Brussel - Geraardsbergen, NMBS, 3 november 2005 Na verloop van tijd gingen de CR-treinstellen ook vaak op niet-CR-lijnen rijden. Met ingang van de dienstregeling 2013, op 9 december 2012, verdween de benaming CityRail weer en werden alle treindiensten weer L-treinen. De CityRail-lijnen waren: CR 1: Aalst - Denderleeuw - Brussel - Etterbeek - Eigenbrakel CR 2: Dendermonde - Brussel - Halle - Geraardsbergen CR 3: Brussel - Etterbeek - Louvain-la-Neuve-Université CR 4: Zottegem - Denderleeuw - Brussel CR 5: Aalst - Denderleeuw - Brussel CR 6: Leuven - Brussel - 's-Gravenbrakel

Plan 2004, 'Horizon 2012' Het GEN werd voor de eerste keer officieel voorgesteld in 2004. Volgens dit plan zou het GEN in 2012 in gebruik genomen worden en bestaan uit een stervormig netwerk met acht lijnen. In deze plannen zou het GEN een hoogfrequent voorstadsnet vormen waar op de meeste lijnen een frequentie van vier treinen per uur per richting gehaald zou worden. thumb|right|450px|Een oude versie van het GEN, 2011. Later werd dit plan aangepast tot een netwerk met negen lijnen:De GEN-lijnen, NMBS Groep Lijn 1: Arenberg - Leuven - Brussel - Zottegem / Geraardsbergen (via Noord-Zuidverbinding) Lijn 2: Nijvel - Brussel - Ottignies - Louvain-la-Neuve (via Noord-Zuidverbinding) Lijn 3: Leuven - Brussels Airport - Brussel - Eigenbrakel (via tunnel Schuman-Josaphat en spoorlijn 26) Lijn 4: Mechelen - Brussel - Halle - Geraardsbergen (deels via Noord-Zuidverbinding, deels via de Schuman-Josaphattunnel en spoorlijn 26) Lijn 5: Aalst - Denderleeuw - Bockstael (+ Noord-Zuidverbinding en spoorlijn 28) Lijn 6: Dendermonde - Brussel - Halle - 's-Gravenbrakel (via Noord-Zuidverbinding) Lijn 7: Halle - Vilvoorde (via spoorlijn 26) Lijn 8: Aalst - Brussel - Ottignies - Louvain-la-Neuve (via verbinding Bockstael-Schuman) Lijn 9: Villers-la-Ville - Ottignies - Waver

Ondertussen raakte de Noord-Zuidverbinding echter meer en meer verzadigd waarvoor men ervoor ging kiezen om minder treinen door deze bottleneck te sturen. In deze generatie plannen werden de lijnen aangeduid met letters, zoals in het plan uit 2011 dat men hiernaast kan terugvinden.

Met het nieuwe vervoersplan van de NMBS in december 2014, werden bepaalde nieuwe delen van het GEN effectief in gebruik genomen. Dit gebeurde nog niet onder de GEN-naamvoering. Het nieuwe vervoersplan maakt enkel gebruik van de ontdubbeling van verschillende lijnen van twee naar vier sporen (zodat lokaal van interregionaal vervoer gescheiden kan worden) die in de voorgaande jaren werden uitgevoerd.

Plan 2015 thumb|right|450px|GEN, 2016. Op 23 maart 2015 hebben CEO van de NMBS Jo Cornu en federaal minister voor Mobiliteit en Transport Jacqueline Galant het uiteindelijke plan voor het Gewestelijk ExpresNet voorgesteld. De lanceerdatum was 13 december 2015 en tegen 2025 moet het hele GEN in gebruik genomen zijn. Bij de lancering zouden er 12 lijnen bereden worden die aangeduid zullen worden met de letter "S" (afkomstig van S-Bahn) gevolgd door een cijfer. Lijnen 1 tot 10 zullen door Brussel zelf lopen terwijl de lijnen met een nummer hoger dan 20 in de voorsteden zullen rijden.S-netwerk vanaf april 2016, NMBS, december 2015. Gearchiveerd op 26 juni 2023. Aanvankelijk waren er in maart 2015 vier S2x-lijnen (S20 - S23) voorzien.Een eerdere versie van het plan, voorgesteld op 23 maart 2015, Brusselnieuws.be. Gearchiveerd op 23 december 2015. De lijnen Ottignies - Villers-la-Ville (S21), Dendermonde - Mechelen (S22) en Mechelen - Leuven (S23) zullen niet als voorstadstrein aangeboden worden en blijven bestaan als L-trein.

Uiteindelijk diende de ingebruikname van de Schuman-Josaphattunnel en bijhorende lijnen S5 en S9 uitgesteld tot april 2016 vanwege de terreurdreiging in Brussel eind november 2015.S-netwerk van december 2015 tot april 2016, NMBS, december 2015

De S-treinen maken voor het grootste deel gebruik van al bestaande spoorlijnen in en rond Brussel. De voornaamste nieuwe spoorverbinding is de 1.250 m lange Schuman-Josaphattunnel (verbinding tussen spoorlijn 161 en spoorlijn 26).NMBS-groep: Schuman-Josaphat-tunnelNMBS verbetert aanbod in juni en december, NMBS, 29 april 2015. Gearchiveerd op 10 december 2015. Een veelvoud aan infrastructuurwerken is nodig om de capaciteit van de bestaande spoorlijnen op te voeren om het geplande treinaanbod te realiseren. Het gaat voornamelijk over het verdubbelen van het aantal sporen (van twee naar vier) op de hoofdlijnen die vertrekken van Brussel naar Halle, Leuven, Ottignies, Nijvel en Denderleeuw.Infrabel: Het Gewestelijk Expresnet (GEN)

In een volledig operationeel GEN (uitgesteld tot 2025) zouden de S-treinen op de hoofdlijnen tijdens de spits vier keer per uur per richting rijden en buiten de spits twee keer per uur per richting. Bij de start van het GEN in 2015 is dit niet op alle lijnen het geval. Voor de GEN-diensten werden nieuwe treinstellen besteld. Er openden extra haltes op de lijnen waar de S-treinen rijden. Zo werd op 10 december 2007 langs spoorlijn 26 de halte Diesdelle in gebruik genomen. Het flankerend beleid bestaat uit de aanleg van fietsenstallingen en parkeerplaatsen bij de stations. Tegelijkertijd verbetert ook het aansluitende busvervoer.

Op 13 december 2015 startte het voorstadsnet onder de naam "S-net". Het logo bestaat uit een kobaltblauwe 'S' op een oranje schijf. Een dag later werd het station Mouterij geopend. Daarnaast werd ook het station Thurn-en-Taxis, het voormalige station Pannenhuis, geopend. Een belangrijk onderdeel van het S-net, de ingebruikname van de Schuman-Josaphattunnel, werd vanwege de terreurdreiging in Brussel eind november 2015 uitgesteld tot 4 april 2016.Josaphat-treintunnel opent op 4 april, Brusselnieuws.be, 8 februari 2016. Gearchiveerd op 16 februari 2016. Tegelijkertijd werd de verbindingsboog tussen spoorlijn 26 en 25N in gebruik genomen.

Op 11 december 2016 is de ingebruikname van de verdubbelde lijn 50A voorzien, tezamen met de opening van de nieuwe halte Arcaden (afgewerkt sinds 2009) en een frequentieverhoging van lijn S9.

Vervoersplan 2020 Op 13 december 2020 ging een nieuw vervoersplan van start, met de bijhorende wijzigingen in het S-net: Opening van station Anderlecht met bediening van de S3-trein. Nieuwe verbinding S3 Zottegem-Brussel-Schaarbeek in het weekend. Deze S3 bedient het nieuwe station Anderlecht. Hillegem, Terhagen, Ede en Welle krijgen een uurbediening op zaterdag en zondag. De S4-verbinding rijdt vanaf 13 december verder naar Mechelen en stopt vanaf dan bijkomend in Eppegem, Hofstade, Muizen en Mechelen. De S7-verbinding rijdt vanaf 13 december niet verder dan Vilvoorde. De S10-verbinding wordt tijdens de vakantieperiode opgesplitst in twee delen en keert dus niet meer in Brussel-Zuid.

Vervoersplan 2021 In het kader van het vervoersplan 2021-2023 worden er op 13 december 2021 wijzigingen doorgevoerd aan het vervoersplan, waardoor er wijzigingen gebeuren in het S-net: De S3-verbinding Zottegem-Schaarbeek rijdt niet meer tijdens de spits. De S8 neemt deze verbinding over tussen Brussel-Noord en Zottegem De S6-verbinding rijdt door werken aan het station van Denderleeuw niet meer tussen Aalst en Denderleeuw. Tijdens de spits is er een bijkomende rit heen van Aalst naar Geraardsbergen. Deze trein stopt bijkomend in Erembodegem. De S8-verbinding rijdt een keer per uur tijdens de weekdagen verder naar Zottegem. De S9-verbinding vertrekt ieder uur tijdens de week in Landen i.p.v. enkel de spits. De S10-verbinding wordt nu zowel tijdens de schoolperiode als de vakantieperiode opgesplitst in twee delen: een deel Aalst-Denderleeuw-Jette-Noord-Zuid-Brussel-Zuid en een deel Dendermonde-Jette-Spoorlijn 28- Brussel-Zuid

Sinds 7 februari 2022 wordt de IC-27 Charleroi-Centraal - Brussels Airport aangeduid als S19. Deze naamswijziging is ook van toepassing op de weekendverbinding Eigenbrakel - Leuven.

Sinds 21 februari 2022 rijdt de S9-verbinding Landen - Brussel-Schuman - Eigenbrakel verder naar Nijvel.

Tijdens het weekend vanaf 19 april 2022 rijden de S19-treinen Leuven - Brussel-Schuman - Eigenbrakel verder tot in Nijvel en stoppen zij ook in Lillois.

Vervoersplan 2024 Sinds het vervoersplan van 15 december 2024 werden de S-treinen gewijzigd tussen Geraardsbergen, Denderleeuw en Zottegem: De S3-verbinding rijdt vanaf Brussel-Zuid via Halle naar Geraardsbergen (met in de spits en het weekend ritten tot Denderleeuw) in de plaats van via Denderleeuw naar Zottegem. De S6-verbinding wordt beperkt tot het traject Zottegem-Denderleeuw-Geraardsbergen en rijdt niet in het weekend.

Lijnen

Infrastructuur Op 23 augustus 2006 werd symbolisch de eerste spade gestoken op de lijn naar Ottignies, hoewel verschillende infrastructuurwerken al enkele jaren in uitvoering waren.

De werkzaamheden houden in: Uitbreiding van 2 naar 4 sporen op verschillende lijnen. Bouw nieuwe spoorbruggen voor de verhoogde capaciteit.