Desiré Delano (Desi) Bouterse (Domburg, 13 oktober 1945 – vermoedelijk in Natuurreservaat Copi,Hier hield Desi Bouterse zich vermoedelijk schuil, NOS, 29 december 2024. Vermoedelijke coördinaten: 23 december 2024) was een Surinaams legerleider, meervoudig couppleger, dictator en politicus. Hij werd veroordeeld voor internationale drugshandel en als hoofddader van de Decembermoorden.

Van 1980 tot 1988 was hij dictatorBouterse, Robbert, Desiré Delano Bouterse: Dictator, Man van het volk, President, masterscriptie Universiteit Leiden, 30 augustus 2019Stephan Haggard (University of California), Robert R. Kaufman (Rutgers University) en Terrence K. Teo (Seton Hall University), Distributive conflict andregime change - Suriname 1988 (CGV only) Distributive conflict transition (pdf), juli 2016Bouterse: Ik was de commandant/Ex-dictator accepteert verantwoordelijkheid voor decembermoorden, Trouw, 9 december 1998Criminele dictator Bouterse wint parlementsverkiezingen, De Standaard, 28 mei 2015Newsbriefs: Surinam president tops former dictator in vote, CNN, 25 mei 1996 tijdens het militaire regime in Suriname. Bouterse was de oprichter van de Nationale Democratische Partij (NDP). Van 2010 tot 2020 was hij president van Suriname.

Hij werd in december 2023 in hoger beroep tot twintig jaar gevangenisstraf veroordeeld voor zijn hoofdrol in de Decembermoorden in 1982, maar ontliep zijn straf door zich schuil te houden. Hij wordt ook gezien als de hoofdverantwoordelijke van het bloedbad van Moiwana van november 1986, waarbij 39 burgers vermoord werden door het nationale leger. Bouterse werd hiervoor nimmer vervolgd. In Nederland werd hij in 2000 in hoger beroep wegens smokkel van cocaïne bij verstek veroordeeld tot elf jaar celstraf. Ook deze straf heeft hij nooit uitgezeten.

Jeugd en opleiding Bouterse werd in het district Wanica geboren als de zoon van Desiré Juliaan Bouterse en Wilhelmina van Gemert. Hij was een afstammeling van de Zeeuwse boerenzoon Koole Jan Bouterse, die in 1814 werd geboren op Noord-Beveland en als soldaat naar Suriname kwam, waar hij opzichter werd van de plantage Vredenburg.Bouterse blijkt telg van Zeeuwse boerenzoon, Algemeen Dagblad, 24 februari 2015. De Zeeuwse afkomst van Bouterse gaat vier generaties terug.Voormalig president met Zeeuwse roots Desi Bouterse overleden, Omroep Zeeland, 25 december 2024. Daarnaast had hij voorouders van inheemse,Hans Buddingh, Desi voelt zich verraden, NRC, 4 april 2015. Creoolse, Franse en Chinese afkomst. Als kleuter verhuisde Bouterse naar Paramaribo, waar hij werd opgevoed door zijn tante. Na de lagere school kwam hij terecht op het jongensinternaat St. Jozef, dat geleid werd door de fraters van Tilburg. Later ging hij naar de Middelbare Handelsschool in Paramaribo, die hij niet afmaakte.

In 1968 vertrok Bouterse naar Nederland. Zijn vriendin Ingrid Figueira was een jaar eerder naar Nederland vertrokken en woonde bij haar grootouders in Rotterdam. Bouterse werkte aanvankelijk op de boekhouding van Lips Sloten in Dordrecht en begon later dat jaar aan een beroepsopleiding bij de Koninklijke Militaire School in Weert. Tijdens zijn opleiding bracht hij zijn weekenden veelal bij Figueira in Rotterdam door. In januari 1970 trouwden zij daar.

Bouterse werkte in Nederland als militair en later als sportinstructeur. Hij woonde onder meer in Rotterdam, Havelterberg en Steenwijk, waar hij bij het 47ste pantserinfanteriebataljon was gelegerd. In Surinaamse kringen in Rotterdam deed later het verhaal de ronde dat hij een kamer had boven het Surinaamse café Talk of the Town aan de West-Kruiskade, waar hij in pornografische lectuur zou hebben gehandeld. Deze lezing is als onbevestigde overlevering opgetekend in een reconstructie van zijn Nederlandse jaren.

Bouterse speelde in deze periode basketbal bij sportclub Alcides uit Meppel en bij BC Arta in Steenwijk. In 1974 vertrok het echtpaar naar de militaire basis Seedorf in West-Duitsland. Daar was hij sportinstructeur.

Een jaar later, op 24 november 1975, werd Bouterse eervol ontslagen uit het Nederlandse leger.

Het gezin keerde op 11 november 1975 terug naar Suriname,Surinaamse president Desi Bouterse 70 jaar, Waterkant, 13 oktober 2015. vlak voor de onafhankelijkheid van Suriname die op 25 november van dat jaar werd uitgeroepen. Bouterse zou gaan helpen met de opbouw van het Nationaal Leger van Suriname. Hij werkte als commandant op het militaire opleidingskamp te Zanderij. In 1978 werd hij voorzitter van een Bond van Onderofficieren, een vakbond van ontevreden militairen in een poging hun positie te versterken. Vervolgens werd hij in 1979 door garnizoenscommandant Roy Horb gevraagd om de Bond voor Militair Kader (Bomika) te leiden, een fusie in eind 1979 van de vakbonden Bond van Onderofficieren met het Surinaams Korporaals Verbond. Bouterse aanvaardde dit verzoek, en Badrisein Sital werd voorzitter van Bomika. Nadat de onderofficieren onder Bomika het vertrouwen in de legerleiding hadden opgezegd, werd Sital op 25 januari 1980 door de regering gearresteerd. Bouterse werd voorzitter van Bomika.

Sergeantencoup

links|miniatuur|Desi Bouterse als dictator van Suriname in 1985.

Tijdens de regeerperiode van het kabinet van Henck Arron verslechterde de Surinaamse economie, wat leidde tot hoge werkloosheid. Dit zorgde voor toenemende ontevredenheid onder grote delen van het Surinaamse volk, waarop premier Arron besloot de parlementsverkiezingen te vervroegen naar 27 maart 1980, anderhalf jaar eerder dan gepland.

Onder leiding van Bouterse en Roy Horb pleegden zestien onderofficieren op 25 februari 1980 (één maand voor de vervroegde verkiezingen) een staatsgreep waarbij de regering Arron werd afgezet. Deze staatsgreep kwam bekend te staan als de Sergeantencoup. De militairen creëerden de Nationale Militaire Raad (NMR) met Badrissein Sital als voorzitter. Op 13 augustus 1980 trok Bouterse in een administratieve coup de macht naar zich toe.

De militaire coup, die relatief zonder veel bloedvergieten verliep (het dodental was vier), werd door de overgrote meerderheid van de bevolking niet bestreden. Dit had mogelijk te maken met de vele klachten die er waren over de wijze van besturen van de vorige regering. Maar gaandeweg bleek dat ook deze militaire leiders Suriname niet uit het dal konden trekken, wat wèl de verwachting was van de meerderheid van het Surinaamse volk. Corruptie en vriendjespolitiek vierden hoogtij tijdens het regime van de NMR. Ook zouden vele hoge militaire functionarissen zich schuldig maken aan cocaïnehandel. Suriname veranderde in een autoritaire, door militairen bestuurde staat. Langzaam nam het verzet van de bevolking tegen de NMR toe en de Decembermoorden van 1982 betekenden het keerpunt in de vertrouwensrelatie tussen de Surinaamse bevolking en de NMR.

De Sergeantencoup was het begin van de dictatuur in Suriname die tot 1988 zou duren. Deze periode werd gekenmerkt door hevige censuur en gebrek aan persvrijheid (er was een verbod op de verschijning van een aantal dagbladen en een verbod op uitzendingen van verschillende radio- en televisiestations), de instelling van een avondklok, beperking van het recht van vergadering en een verbod op politieke partijen (dit verbod was bovendien discriminatoir, want alleen de PALU mocht haar politieke activiteiten ontplooien), het regelmatig schenden van mensenrechten (met als dieptepunten: de Decembermoorden en Moiwana-slachting) en het zonder vorm van proces martelen en executeren van burgers die beschuldigd werden van plundering, het verstoren van de openbare orde, het ondermijnen van de staatsveiligheid en andere vormen van criminaliteit. Na de Decembermoorden werd ook de universiteit van Suriname gesloten. Vanwege het slechte economisch beleid en de isolatie van Suriname waren er tijdens de dictatuur grote tekorten op het gebied van de eerste levensbehoeften en een voortdurend toenemende inflatie.

Tijdens de militaire dictatuur werden de banden van Suriname met Cuba, Grenada, Venezuela, Nicaragua en Libië geïntensiveerd, terwijl die met Nederland en andere westerse landen verslechterden. De toenmalige Nederlandse regering veroordeelde de coup en zette na de Decembermoorden de ontwikkelingshulp richting Suriname stop. Door middel van propaganda werd getracht om in Suriname levende negatieve gevoelens ten opzichte van Nederland aan te wakkeren.

25 februari nationale feestdag Nadat Bouterse in augustus 2010 president van Suriname werd, maakte hij 25 februari, om de coup (die hij zelf de "revolutie" noemt) te herdenken, tot een nationale feestdag. Dit besluit stuitte op veel kritiek. Volgens de Nationale Partij Suriname, die in 1980 door de coup werd uitgeschakeld, moet 25 februari een nationale rouwdag zijn. Ook vanuit Nederland kwam er kritiek. De Partij voor de Vrijheid vroeg de regering de viering te boycotten en de Nederlandse vlag op de ambassade in Paramaribo die dag halfstok te laten hangen. Ook wilde zij dat de Nederlandse regering andere landen met diplomatieke vertegenwoordiging in Paramaribo zou overhalen hetzelfde te doen.

Na de coup in 1980 was 25 februari al uitgeroepen tot een feestdag, maar begin jaren 1990 schrapte de regering van het Nieuw Front onder leiding van president Venetiaan deze dag weer als nationale vrije dag.

Hoogste onderscheiding voor medeplichtigen Sergeantencoup Op 24 februari 2011 eerde president Bouterse de negen nog levende Surinamers die op 25 februari 1980 samen met hem de Sergeantencoup hadden gepleegd met de hoogste Surinaamse onderscheiding, het Grootlint in de Ereorde van de Gele Ster. Dit zorgde voor heel wat controverse, omdat alle negen personen net als Bouterse veroordeeld zijn voor de Decembermoorden van 1982.

Traditie Sinds de terugkeer van de democratie legden Bouterse, een paar van zijn partijgenoten en de meeste overgebleven coupplegers elke nacht van 24 februari kransen bij het Monument van de Revolutie aan de Waterkant. Dit monument staat waar destijds het hoofdbureau van de Surinaamse politie gevestigd was. Het hoofdbureau werd tijdens het plegen van de coup vanuit de Surinamerivier door de militairen beschoten en vervolgens in brand gestoken. De brandweer werd bedreigd en tegengehouden door de militairen, waardoor zij de brand niet blusten. Het hoofdbureau van de politie brandde helemaal af, alleen enkele delen van de zuilen bleven beschadigd over. Deze delen maken heden ten dage deel uit van het monument.

Mensenrechtenschendingen Tijdens de dictatuur van Bouterse vonden er veel mensenrechtenschendingen plaats, waarvan de bekendste: de Decembermoorden (rond 8 december 1982) en de slachting van ten minste 39 burgers (verschillende bronnen vermelden gegevens die variëren van 39 tot 153 doden) in het marrondorp Moiwana (29 november 1986) tijdens de Binnenlandse Oorlog. Deze twee gevallen brachten Suriname meermalen in conflict met internationale mensenrechtenorganisaties.Rapport van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (N.J.C.M), Leiden, 14 februari 1983United Nations CCPR Human Rights Committee, 4 april 1985 - Communication No. 148/1983: Suriname.

Decembermoorden

Op 7, 8 en 9 december 1982 werden zestien prominente critici op een na door het militair regime van Bouterse van hun bed gelicht en naar Fort Zeelandia (toenmalig kantoor van Bouterse) gebracht, waar ze gemarteld en vervolgens gefusilleerd werden. Deze daden staan bekend als de Decembermoorden.

De vijftien slachtoffers waren advocaten, journalisten, wetenschappers, legerofficieren en andere vooraanstaande Surinamers.