thumb|Portret van baron de Constant Rebecque de Villars met Militaire Willems-Orde in 1825

Guillaume Anne baron de Constant Rebecque de Villars (Den Haag, 24 april 1750 – aldaar, 12 augustus 1832), heer van Villars-Mendraz, was hoofd van de Zwitserse Garde, lijfwacht van Willem V van Oranje-Nassau, en een Nederlands generaal tot de Fransen onder generaal Pichegru in 1795 de Republiek bezetten.Hij maakte aantekeningen van de belegering en inname van Landrecies, de campagne in de Zuidelijke Nederlanden, het terugtrekken op het Noorden, en de verdediging van Fort Sint-Andries tot behoud van de Bommelerwaard en van de rechter Waaloever. Op dat moment werd hij ontslagen uit het Staatse leger en verhuisde met zijn echtgenote naar Brunswijk waar hij landdrost werd. Hij nam deel aan het Rassemblement van Osnabrück, gevormd door overschotten van het Staatse leger en van Franse emigranten-korpsen.https://web.archive.org/web/20160608141400/http://collectie.legermuseum.nl/str.hoefer/strategion/i006669.html In 1800 trad hij in Britse dienst en kreeg het bevel over een regiment Hollanders. Constant Rebecque werd in 1814 - hij was toen al 64 - luitenant-generaal en opperbevelhebber van de strijdkrachten in de provincies Luik en Limburg te Maastricht. Hij nam deel aan de Slag bij Waterloo en werd op 8 juli 1815 door koning Willem I voor "verdiensten in het verleden" benoemd tot commandeur in de Militaire Willems-Orde.

Jeugd en huwelijk Guillaume Anne was een telg uit een Zwitsers adellijk geslacht De Constant Rebecque.Zijn grootvader, Samuel de Constant Rebecque (1676-1756) was luitenant-generaal in het Staatse leger. Zijn vader David Louis de Constant Rebecque (1722-1785) trad in 1748 toe tot de lijfwacht van stadhouder Willem IV van Oranje-Nassau en Guillaume Anne werd het petekind van de stadhouder en Anna van Hannover. Bij deze gelegenheid ontving hij het brevet van vaandrig bij de Zwitserse lijfwacht. Zijn vader, amateur-musicus, acteur, pamflettist en dichter was bevriend met Voltaire.Nationaal archief te Den Haag met archief van familie de Constant Rebecque. Gearchiveerd op 24 januari 2023. en had vanaf 1760 een jarenlange correspondentie met Isabelle de Charrière (Belle van Zuylen). David de Constant Rebecque trad eind 1764 in Franse dienst.

Guillaume Anne werd al op twaalfjarige leeftijd (1762) benoemd tot tweede luitenant en behoorde blijkbaar tot het vaste gezelschap van de prins. Hij trad in 1766 in dienst bij zijn regiment en doorliep vlot de verschillende rangen van de militaire hiërarchie; in 1773 werd hij bevorderd tot luitenant-kolonel, in 1779 tot kolonel.http://www.inghist.nl/retroboeken/vdaa/#aa__001biog04_01.xml:679 In juli 1782 trouwde hij met de Gelderse Constantia van Lynden van Hoevelaken (freule Stans), die in het voorafgaande jaar in opspraak was geraakt vanwege een verhouding met stadhouder Willem V. Guillaume Anne had een oogje op haar en een huwelijk zou goed uitkomen, want de patriotten buitten de zaak uit door een felle campagne en de publicatie van een lasterlijke spotprentAtlas Van Stolk . De Pruisische ambassadeur Friedrich Wilhelm von Thulemeyer, die een affaire had met de moeder van Constantia, Agatha Theodora Geelvinck, stelde voor het huwelijk, uit het zicht van het grote publiek, te doen sluiten in Kleef. Het is evenwel om onduidelijke redenen Brussel geworden. Het echtpaar verhuisde meteen daarna naar Lausanne, waar in augustus 1783 een dochter werd geboren, maar keerde al in 1785 naar Holland terug.

Staatse leger thumb|Verdedigingswerken van Bondues

De historicus Pieter Geijl beschreef de voorafgaande gebeurtenissen als volgt:

Op 1 februari 1793 had Frankrijk de oorlog aan de stadhouder en de Engelse koning uitgeroepen. Bij de aanvang van de veldtocht van 1793 van het Franse leger naar het Noorden stond Constant Rebecque aan het hoofd van de Zwitserse gardes, die op het einde van de maand maart de vesting Breda en het legerkorps van generaal Flers blokkeerden. De Nederlandse troepen kregen geen rust door aanvallen en schermutselingen met het Franse leger. prins van Oranje achtte het dan ook noodzakelijk om de vijand een hoofdtreffen te bieden, teneinde door een ernstige aanval, de vijand meer ontzag in te boezemen, en daarna zijn soldaten enige rust te verschaffen. In overleg met Frederik van York en de keizerlijke en Pruisische officieren Gomez en Schöler, trok hij op 18 augustus in twee colonnes op, tegen de militaire posten in Lincelles, Blaton en Bondues. Constant Rebecque en zijn Nederlandse en Zwitserse gardes kregen de taak de flankerende verdedigingswerken en het dorp stormenderhand te nemen.De door Rebecque aangevoerde gardes overmeesterden, onder een zwaar kartets- en geweervuur, de werken en het dorp Lincelles, terwijl hun Nederlandse strijdmakkers de flankerende werken, onder vuur namen, zodat de Fransen ze ontruimden. De erfprins gaf zijn grote tevredenheid aan Rebecque te kennen, terwijl hij in de officiële rapporten aan het Gouvernement van Constants gedrag en aan de dag gelegde onverschrokkenheid eervol melding maakte. Kort daarna, op de 23ste augustus, werd Constant benoemd tot commandant van een eigen brigade. De Nederlandse posten bij Halewijn en Ronk werden op 12 september overvallen. De troepen moesten aanvankelijk voor de Franse overvallers wijken, waarbij een gedeelte van het regiment omsingeld en gevangengenomen werd. Constant Rebecque werd ter ondersteuning van het bedreigde Halewijn gezonden, voerde aan het hoofd der bataljons May en Wartensleben een krachtige aanval tegen de Fransen uit en dreef deze tot achter het kasteel terug, zodat de Nederlanders zich weer in hun posities staande konden houden.

thumb|Vesting Maubeuge

Tijdens de Eerste Coalitieoorlog moesten de Oostenrijkers, Britten en Nederlanders zich na de slag bij Hondschote uit Frankrijk terugtrekken en op 13 september kon de overmacht van het Franse leger niet langer gestuit worden. Daendels leverde op 12/13 september 1793 slag bij het Vlaamse Wervik tegen het Nederlandse leger, waar prins Frederik door een kogel aan zijn schouder gewond raakte. Hij is van deze verwonding nooit geheel genezen. In de strijd langs de grensposten, die een jaar duurde, leerde Daendels het kunstje van de oorlog.Rosendaal, J. (2003) Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795, p. 443. De Staatse troepen werden tot een overhaaste terugtocht gedwongen en uiteengeslagen. Constant Rebecque maakte zich hierbij verdienstelijk door met grote inspanning de orde weer te herstellen. Nadat het leger opnieuw was verzameld, won het een aantal gevechten, met name bij Kortrijk. Op 15 en 16 oktober vond de Slag bij Wattignies plaats. Vervolgens werden de Staatse troepen ingezet om Maubeuge mee helpen te veroveren. Frederik Jozias van Saksen-Coburg-Saalfeld trok zich terug uit de stad. Daarna begon hij een campagne in Frankrijk, waarbij hij Condé, Valencijn, Le Quesnoy en Landrecies veroverde en heroverde men alle Franse posten aan de oevers van de Samber. Daarna trokken de Nederlandse troepen naar het kamp bij Bettignies. Rebecque werd met zijn brigade (vier bataljons en zes eskadrons) naar het zogenaamde Bois des Dames gezonden, om de Oostenrijkse troepen af te lossen. Op deze gevaarlijke post bleef hij onder het vuur der vestiging stand houden tot de blokkade de 18de oktober werd opgeheven, waarna hij met zijn brigade, onder bevel van de vorst van Frederik Karel August van Waldeck-Pyrmont, naar de abdij van Lobbes marcheerde. In januari 1794 werd Rebecque benoemd tot generaal-majoor der infanterie en in maart verkreeg hij het opperbevel van de brigade-gardes, als een nieuwe onderscheiding en beloning.

Tweede invasie van het Franse leger thumb|Lazare Carnot in de slag bij Wattignies

Het gehele geallieerde leger, op 16 april in de velden van Forest verenigd, ontving nu het bevel om de Fransen in hun versterkte posten aan te vallen. In de driedaagse bloedige gevechten werden de wegen geopend om Landrecies in te sluiten. De 20ste kreeg Rebecque de opdracht zijn garde tegen het sterkste gedeelte van het vijandelijke kamp aan te voeren, dat hij stormenderhand veroverde. De Britten en Oostenrijkers hadden een sterke positie langs de Samber tot aan zee. Na een vergeefse poging om het Oostenrijkse midden te breken, keerde Pichegru plotseling naar hun linkerflank en versloeg Clerfayt bij Kassel, Menen en Kortrijk, terwijl zijn onderbevelhebber Moreau op 18 mei Coburg versloeg in de Slag bij Tourcoing. Na een pauze, tijdens welke Pichegru een schijnaanval op Ieper deed, stortte hij zich nogmaals op Clerfayt en versloeg deze te Roeselare en tijdens de veldslag te Hooglede, terwijl Jourdan opmarcheerde met een nieuw leger van Samber en Maas, en de Oostenrijkers op 27 juni verpletterde in de Slag bij Fleurus. De Zuidelijke Nederlanden kwamen voor de tweede maal in korte tijd in Franse handen. Geijl beschreef de gebeurtenissen als volgt:

Vervolgens kreeg hij van prins Frederik van Oranje het bevel met de helft van de colonne die door Frederik werd aangevoerd, tegen Fontaine-l'Evêque, dat sterk door de vijand bezet was, te marcheren en de vijand van daar te verdrijven. Deze aanval werd met succes bekroond. Het leger kreeg nu last terug te trekken; Constant Rebecque voerde gedurende de terugtocht naar Le Rœulx de achterhoede aan, totdat het leger bij 's-Gravenbrakel was aangekomen, waar Constant met de verenigde Nederlandse en Oostenrijkse troepen voorbij Zinnik gedetacheerd werd. Deze achterwaartse beweging was door Constant met evenveel beleid als koelbloedigheid gedekt. Uiteindelijk moesten de troepen terugtrekken naar de oude grenzen van het Gemenebest om er, grotendeels in de grensvestingen, versnipperd te worden.

Bij de grote rivieren thumb|Fort St. Andries door Blaeu in 1649

Op 4 november viel Maastricht in handen van Kléber; op 8 november Nijmegen, dat sinds 19 oktober werd belegerd door Generaal Moreau, de bevelhebber sinds Pichegru ziek naar Brussel was vertrokken. Toen hij versterking kreeg van Souham viel de stad in handen van de Fransen. Op 12 januari verscheen de volgende spotprent in de Britse pers.The coalition, a scene on the continent Het grootste gedeelte van de nog mobiele troepen was achter de grenzen van Waspik verenigd, onder leiding van Constant Rebecque en werd opgedragen het Graafschap Holland te dekken. Hij ontving het bevel met zijn beschikbare troepen naar de Bommelerwaard te gaan en aldaar de Engelse troepen, onder bevel van generaal Ralph Abercromby te ondersteunen. Op 11 december ondernamen de Fransen, onder Jean Victor Marie Moreau en op initiatief van Daendels een aanval op het Fort Sint-Andries, gelegen bij Heerewaarden op een eiland, maar gerekend tot de Bommelerwaard. In een dikke mist kwamen 80 boten aangevaren, die Daendels had verzameld bij Fort Crèvecoeur, die vervolgens werden ingezet om troepen te vervoeren naar de daarvoor bestemde plekken. Toen de boten werden beschoten in het Bijlandsch Kanaal, zonk een aantal en de bemanning verdronk.The European Magazine and London Review, Vol. 27, 1795, p. 59 e.v.

Op 15 december viel de vorst in en vroren de rivieren langzaam dicht. Op de 27e was Pichegru teruggekeerd uit Brussel maar besloot tot onmiddellijke actie. Een voorhoede van drie brigades (ongeveer 16.000 man?) stak (o.a. bij Empel, Bokhoven of Fort Orthen?) de Maas over onder leiding van Antoine Guillaume Delmas, Daendels en Pierre-Jacques Osten.A New geographical, historical and commercial grammar and present state of ...