Elias Herckmans (ca. 1596 - Recife, 10 januari 1644) was een koopman, zeeman, schrijver en dichter. In 1624 schreef hij het rederijkersstuk Slach van Vlaenderen ter verheerlijking van Maurits van Oranje. Zijn hoofdwerk is Der Zee-vaert Lof uit 1634, in 6 boeken. Een van de zeventien illustraties hierin is van de hand van Rembrandt van Rijn.

In 1635 ging hij naar Brazilië, waar hij gouverneur van Paraïba was. Hij nam deel aan de verovering van Chiloé. Na de dood van Hendrik Brouwer werd hij bevelhebber, waarna hij in 1643 Valdivia veroverde. Hij stierf in 1644 in Recife.

Nicolaes Witsen nam verzen van Der Zee-vaert Lof op in zijn Aloude en hedendaegsche Scheepsbouw en bestier van 1671.

Biografie miniatuur|Rembrandts ets in Der Zee-vaert Lof.

Koopman, dichter en schrijver Herckmans is vermoedelijk geboren in Moers, dat in 1597 door Maurits van Nassau werd ingenomen tijdens zijn veldtocht. Zeker was hij vanaf 1617 in Amsterdam, waar hij leerling lakenbereiderIemand die wollen lakens vervaardigd. was. In 1621 trouwde hij met Machtelt Wouters. Ze zouden tot 1635 zeven kinderen krijgen, waarvan er één als baby stierf. Herckmans klom de jaren daarna op tot koopman op de vaart 'om de Noord' naar Archangel, waarschijnlijk voor de rederij van de familie De Vogelaer, die al sinds eind 16e eeuw handel dreef met het Tsaardom Moskovië. Archangel was voor de Russen vóór de stichting van Sint-Petersburg de enige verbinding met West-Europa via zee, en er was een gemeenschap van Nederlandse kooplieden gevestigd. Marcus de Vogelaer jr., die de rederij in deze tijd leidde, was een bewindhebber van de West-Indische Compagnie (WIC) en familie van Constantijn Huygens.

In 1624 debuteerde Herckmans als schrijver met het toneelstuk de Slach van Vlaenderen.Volledige titel: Slach van Vlaenderen, Geschiedt tusschen den Prince van Oranien ende den Doorluchtighen Eerts-Hertogh Albertus. Het stuk had 6 bedrijven en bevatte ook liedjes en komische intermezzo's. Daarna volgde een historie: Een historischen verhael van de voornaemste beroerten des Keyserycks van Russia.Volledige titel: Een historischen verhael van de voornaemste beroerten des Keyserycks van Russia, ontstaen door den Demetrium Ivanowyts, die den valschen Demetrius t'onrecht genoemt wert. Het ging over de Russische Tijd der Troebelen en de strijd tussen Boris Godoenov en de zogeheten valse Dimitri rond 1600. In 1627 kwam er weer een toneelstuk: het treurspel Tyrus Belegeringhe en ondergangk.Volledige titel:Tyrus Belegeringhe en ondergangk, door de laeste veroveringhe van Alexander de Groote Coninck van Macedonien de Derde Monarch der bewoonder werelt. In 1631 volgde de Sweedsche Zeeg-trompet.Volledige titel: Sweedsche Zeeg-trompet Uitblasende de onverwachte verlossinge van Duytschland.

Zijn hoofdwerk is Der Zee-vaert Lof uit 1634, opgedragen aan de 'Machtighe in Zeevaert bloeyende Koop-stad Amsterdam' en zijn burgemeesters. De volledige titel is: Der Zee-vaert Lof. Handelende vande gedenckwaerdighste Zeevaerden met de daeraenklevende op en onderganghen der Voornaemste Heerschapijen der gantscher Wereld: Zedert haere beginselen tot op den dagh van huyden. In VI Boecken Beschreven Door E. Herckmans. Het bestaat uit 6 boeken in alexandrijnse versvorm. Beginnend met de Ark van Noach verhaalt het de geschiedenis van de zeevaart en behandelt zoal de Phoeniciërs, de Grieken en Romeinen, het Byzantijnse Rijk, en de Spanjaarden en Portugezen. Het vijfde deel gaat over de Nederlanders, met bekende namen als Barentsz en Van Heemskerck, de Houtman, Van Neck, Van Noort, Van Spilbergen en vele anderen. Het zesde deel beschrijft het leven aan boord van een koopvaardijschip. Herckmans toonde in dit werk over een grote kennis van de geschiedenis te beschikken, deels ontleend aan klassieke teksten die hij in het latijn moet hebben gelezen. Het werk bevat onder andere een ets van Rembrandt, met de godin Fortuna op een van wal stekend schip, als illustratie van Herckmans' betoog dat handel altijd gebaat is bij vrede.

Op 17 maart 1635 stuurde hij een exemplaar van zijn boek aan Constantijn Huygens, door wie hij beïnvloed was. Aan hem droeg hij later dat jaar nog een komisch gedicht op: Lof der Kael-Koppen. Huygens beval Herckmans aan bij de WIC als lid van de Hoge Raad in Nederlands-Brazilië.

Gouverneur van Paraíba links|miniatuur|Paraíba (Frederikstad). Datzelfde jaar nog trad Herckmans in dienst van de WIC en vertrok eind september naar Brazilië, waar hij op 23 december aankwam. Hier waren vijf jaar tevoren gebieden langs de noordkust op de Portugezen veroverd. Midden 1635 volgde ook het binnenland van Pernambuco. Hoewel de strijd nog niet gestreden was ging het al goed met de export van suiker, tabak en hout. Herckmans werd na aankomst in Brazilië lid van de Hoge Raad in Recife. In september werd hij benoemd tot gouverneur van Tamarica en Guiyana, en een maand later tot gouverneur van Paraíba en Rio Grande. De hoofdstad van Paraíba, iets landinwaarts aan de Paraíba rivier, werd Frederikstad genoemd. Hij kreeg hier al snel te maken met een inval van een leger van meer dan 600 Spanjaarden en Portugezen, die in deze tijd verenigd waren in de Iberische Unie. Ze werden op de vlucht gejaagd ten koste van vier Nederlandse doden en zestien gewonden. Herckmans schreef in december aan Huygens: 'Dit is den eersten scharmutsel dien ick gehouden hebbe, ende hebbe daer oock door Gods genade de overwinning van gedraghen'. miniatuur|Frederikstad en de forten aan de Rio de Pariba. In 1639 schreef Herckmans een Generale beschrijvinge vande Capitanie Paraíba voor de Hoge Raad, die een inventarisatie wilde van de suikermolens in het gebied. Hij gaf hierin een gedetailleerde beschrijving van de weelderige natuur, het vruchtbare land, de gebouwen en de inheemse bevolking, met name de in de dorpen aan de kust levende Pituguares en de nomadische Taboeyers, die in het bergachtige binnenland leefden met hun koning, 'Jan Duwy'. Beide behoorden tot het Tupi volk, maar leefden in voortdurende onmin met elkaar. De inheemse stammen in Zuid-Amerika werden door de Nederlanders gezien als bondgenoten in hun strijd tegen de Spanjaarden en de Portugezen. Herckmans' rapport, dat bewaard is gebleven, wordt als een van de belangrijkste documenten van de Nederlanders in Brazilië beschouwd.

Expeditie naar het binnenland In januari 1637 arriveerde de nieuwe gouverneur Johan Maurits van Nassau in Brazilië. Herckmans raakte bevriend met hem. Johan Maurits voerde hervormingen door in het bestuur, stichtte Mauritsstad op een eiland tegenover Recife en breidde het Nederlandse gebied verder uit. In 1640 vergezelde Herckmans als lid van de Raad de admiraals Cornelis Jol en Jan Lichthart in de Tweede Slag bij Salvador da Bahia. links|miniatuur|Paraíba en Rio Grande, met de route van Herckmans' expeditie naar de Steenen Keerberg in het binnenland. Rechts Herckmans aan het hoofd van zijn expeditie. Kaart en tekening van Georg Markgraf. miniatuur|Pernambuco en Itamaracá. Rechtsboven een suikermolen. Na de wapenstilstand met Portugal liet Johan Maurits veel wetenschappelijk onderzoek doen en stuurde hij expedities uit. Op 3 september 1641 vertrok Herckmans op een tocht door het binnenland naar de Copaiba bergen, ter exploratie en in de hoop een zilvermijn te vinden. Hij volgde daarbij aanwijzingen van een oude Portugees die er in 1625 ternauwernood had overleefd toen zijn proviand was opgeraakt. Herckmans startte vanuit Frederikstad met 53 soldaten, 60 Brazilianen en 7 wagens voor de bagage en volgde ruwweg de loop van de Mongaguaba (de Mamanguape rivier) naar het westen. Het werd een zware tocht over dichtbegroeide bergen en rivieren. Eenmaal in de jungle moest men de wagens achterlaten bij een plek die men Magazynsberg noemde. Verder moest men zich een weg banen met bijlen en kapmessen. Regelmatig haakten dragers en gidsen af om terug naar hun dorpen te gaan. De expeditie bereikte de 'Schiyabuch' rivier en beklom een berg, op de top waarvan Herckmans een gedenkteken liet aanbrengen. Er gingen steeds meer stemmen op om terug te keren, want het gebied werd steeds ontoegankelijker en het voedsel en drinkwater begon op te raken. Toch wilde Herckmans door. Zilver werd echter nergens gevonden. Wel zag men enkele malen megalitische bouwsels van opgestapelde grote stenen die aan altaren of hunebedden deden denken. Een grote rots noemde men Pyramideberg, omdat hij door mensenhanden gemaakt leek. Nog verder, aan de voet van een nog hogere berg, was volgens de Indiaanse gidsen vroeger een grote nederzetting geweest waarvan de bewoners door de Portugezen naar de kust waren gevoerd. Herckmans wist zijn vermoeide reisgenoten met een ferme toespraak nog een laatste keer over te halen om door te zetten. Vanwege de dichte jungle kwam men echter maar een paar kilometer per dag vooruit. Op de top van de volgende berg kon men zien dat de Copaiba bergen nog ver weg waren, zodat Herckmans hier alsnog besloot de terugtocht te aanvaarden. Deze berg werd de 'Steenen Keerberg' genoemd. Via ongeveer dezelfde route kwam men na veel ontberingen op 4 november weer terug in Paraíba.

Expeditie naar Chili miniatuur|Den Grooten Inwijck. Kaart met de noordelijke kust van Chiloé bij de plaats Ancud (rechts) en Carelmapu op het vasteland (links). Linksboven de naam E.Herckmans.