thumb|300px|Logo van EuroCity thumb|300px|EuroCity-net in 1987. In het EuroCity net waren aanvankelijk acht nachttreinen (indexnummers 1987.57 t/m 1987.64) opgenomen, op de kaart zijn deze in het blauw aangegeven. De negen TGV's tussen Zwitserland en Frankrijk, oranje op de kaart, reden eveneens als Eurocity. De overige Eurocity's zijn op de kaart groen, terwijl de enig overgebleven TEE, de Gottardo, in het rood is aangegeven. De resterende drie internationale Intercity's, Hamburg-Frederikshavn, Milaan-Lyon en Milaan-Marseille, voldeden niet aan de EC-criteria en zijn grijs aangegeven op de kaart. thumb|300px|Het EuroCity-net eind 2010
De EuroCity (EC) is een Europese treinsoort voor internationale treinen over lange afstanden. Het is de internationale versie van de intercity. Alle EuroCity-treinen hebben een naam met een verwijzing naar een plaats, persoon of een andere eigennaam. Op 31 mei 1987 richtten de spoorwegmaatschappijen van de Europese Unie, Oostenrijk en Zwitserland met 64 treinen het EuroCity-net als opvolger van de Trans Europ Express (TEE) op. In tegenstelling tot de TEE kent de EuroCity naast eerste klas ook tweede klas.
Kwaliteitseisen Treinen moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen om EuroCity genoemd te worden: Het moet gaan om een dagverbinding (vertrek na 6:00, aankomst voor 24:00), deze eis geldt sinds 23 mei 1993, de nachttreinen zijn toen verder als EuroNight geëxploiteerd. De verbinding moet grensoverschrijdend zijn. De trein stopt alleen in 'belangrijke' steden. De trein heeft een gemiddelde snelheid van minimaal 90 km/h. De trein voldoet aan bepaalde punctualiteitseisen. Het oponthoud bij een station bedraagt maximaal 5 minuten of maximaal 15 minuten als bijvoorbeeld van locomotief gewisseld moet worden. Grenscontroles vinden plaats tijdens het rijden, zodat daarvoor geen oponthoud nodig is. Eten en drinken is verkrijgbaar aan boord. De rijtuigen moeten airconditioning hebben.
Er kunnen uitzonderingen gemaakt worden; zo haalde de Eurocity Hamburg - Kopenhagen bijvoorbeeld de gemiddelde snelheid niet omdat deze gebruikmaakte van een veerboot over de Fehmarnbelt. Ook in de Alpen wordt de gemiddelde snelheid meestal niet gehaald.
Kenmerken Soms moet een toeslag betaald worden om met een EC te mogen reizen. In de meeste landen is binnenlands gebruik van de EuroCity toegestaan, al dan niet met toeslag.
EuroCity-treinen bestaan vrijwel altijd uit rijtuigen die getrokken worden door een locomotief. De locomotief moet vaak bij de grens gewisseld worden, onder meer vanwege verschillen in bovenleidingsspanning en beveiligingssystemen tussen landen. Tussen Zwitserland en Italië (Basel/Zürich/Geneve - Milaan) worden de EuroCitydiensten uitgevoerd met treinstellen serie ETR 610 of RABe 501 van de SBB. Deze treinstellen zijn geschikt voor 15.000 volt wisselstroom (Duitsland en Zwitserland) en 3000 volt gelijkstroom (Italië), zodat er geen locomotiefwissel nodig is in Basel, Chiasso of Domodossola.
De EC-treinen tussen Brussel en Parijs werden vanaf 1993/1994, tot de komst van de Thalys in 1996, geclassificeerd als TEE (met 1e en 2e klasse), hoewel die treincategorie reeds jaren daarvoor was afgeschaft. Er wordt beweerd dat dit gedaan werd om in bepaalde gevallen het EC-reglement te omzeilen, o.a. bij restitutie van reisgelden bij vertraging.
Geschiedenis In 1987 waren de EuroCity-treinen een West-Europese aangelegenheid die tot stand kwam door samenwerking tussen nationale spoorwegmaatschappijen. In 1988 sloot Hongarije als eerste land van de tweede wereld zich aan, in 1991 gevolgd door Joegoslavië en Tsjecho-Slowakije. Na de ontbinding van de Sovjet-Unie volgden successievelijk ook de andere Europese tweede-wereldlanden, Polen in 1992 en Tsjechië in 1993 en later ook Slowakije en Roemenië. Het hele netwerk is tussen 1987 en 2012 langzaam in oostelijke richting verschoven, zodat de EuroCity's voornamelijk in Centraal- en Oost-Europa te vinden zijn. Van 1987 t/m 1990 groeide het aantal treinen van 64 tot 76. In 1991 werd, mede door het verhogen van de frequentie op bestaande verbindingen, het aantal EuroCity's vergroot tot 102, daarna volgden nieuwe verbindingen in Centraal- en Oost-Europa. Sinds 1993 neemt het aantal in West-Europa af. De nachttreinen vormen sindsdien de aparte categorie EuroNight, terwijl de dagtreinen vaak zijn vervangen door hogesnelheidstreinen, waaronder de TGV, ICE en de Eurostars. Deze hogesnelheidstreinen voldoen allemaal aan de kwaliteitseisen, maar worden niet meer als EuroCity verkocht. In het kader van concurrentie tussen spoorwegmaatschappijen moet een bedrijf zich onderscheiden van de concurrent en worden de treinen onder een productnaam in de markt gezet. Bovendien moet de hoge snelheid worden benadrukt en dan moet de naam niet geassocieerd worden met die langzamere EuroCity; zo rijden de TGV's tussen Frankrijk en Zwitserland niet meer als EuroCity, maar onder de productnaam Lyria. Oostenrijk is in 2009 begonnen haar EuroCity's van nieuw materieel te voorzien. Zodra een trein met dit zogeheten RailJet-materieel is uitgerust wordt de trein niet meer als EuroCity maar als Railjet (RJ) aangeboden, zodat daar de EuroCity een aflopende zaak is. alt=Eurocity |miniatuur|EuroCity in station Brussel-Zuid als trein naar Rotterdam Centraal Sinds 2024 kennen Nederland en België twee EuroCity-treinen, namelijk de EuroCity Brussel - Rotterdam en de EuroCity Direct tussen Brussel-Zuid en Amsterdam-Zuid (deels verder naar Lelystad Centrum).
In België werden de historische EuroCity's naar Frankrijk en Duitsland vervangen door hogesnelheidstreinen en daarnaast reden in 2016 de EC-treinen tussen Brussel en Zwitserland voor het laatst. Tijdens de Olympische en de Paralympische Zomerspelen 2024 reed er tijdelijk opnieuw een EuroCity Brussel - Parijs, met halte in Bergen (Mons). Die trein op klassiek spoor rijdt vanaf december 2024 in vaste dienstregeling, maar niet meer onder de naam EuroCity, maar als Ouigo Brussel - Parijs.
Het vervangen van "klassieke" treinen door hogesnelheidstreinen levert de reiziger tijdwinst op. Een nadeel is dat deze hogesnelheidstreinen vaak eigen tariefsystemen hebben met verplichte reservering, waardoor de flexibiliteit voor de reiziger verloren gaat.
Kenmerken per land Nederland Vanaf 1987 tot de komst van de Thalys reden EC-treinen van Amsterdam naar Parijs als opvolger van de D- en TEE-treinen. De voormalige treinen Amsterdam-Keulen reden van 1991 tot de komst van de ICE als EC-trein, alsmede de doorgaande treinen naar Zwitserland. In de beginjaren was ook de boottrein Amsterdam-Hoek van Holland een EC-verbinding en had deze zelfs de namen Admiraal de Ruijter en Benjamin Britten. Er was geen toeslag verschuldigd. De boottrein werd gereden met ICM en voldeed dus niet aan alle kwaliteitskenmerken. Toen al spoedig geregeld ander materieel in de EC-treinen werd ingezet was de EC-status bij een volgende dienstregeling weer voorbij.
Sinds december 2024 rijdt er in de Nederlandse intercitydienst weer een Eurocity tussen Rotterdam en Brussel, in aanvulling op de gelijktijdig geïntroduceerde Eurocity Direct tussen Lelystad en Brussel.
Duitsland In Duitsland vallen de IC en de EC onder dezelfde tarieven. De Duitse Intercity-treinen staan qua snelheid en comfort dicht bij de Eurocity. Vaak rijden deze treincategorieën dan ook samen in "Taktverkehr": het ene uur een IC, het andere uur een EC.
Oostenrijk De Oostenrijkse spoorwegen (ÖBB) hebben een binnenlandse treincategorie ÖBB-EC (afgekort: OEC), waarvan de treinen voldoen aan de standaarden voor EuroCity-treinen. Oostenrijk wordt door vele EuroCity's doorkruist, waardoor de EC ook voor binnenlands gebruik een belangrijke treinsoort is. Door de beste binnenlandse treinen ook EC te noemen ontstaat een eenduidige productformule voor binnenlandse reizigers. Voor internationale reizigers kan de omstandigheid dat in Oostenrijk niet alle EC's internationale treinen zijn, verwarrend werken.
De meeste EuroCity-treinen (zowel de binnenlandse als de buitenlandse variant) zijn vervangen door Railjets, zodat er een eenduidig product ontstaat. Railjets zijn vaak grensoverschrijdend.
Treindiensten Eurocity-treinen Deze treinen rijden of reden op de onderstaande verbindingen. De treinnummers en -route zijn weergegeven volgens de situatie ten tijde van het beëindigen van de dienst. Wijzigingen en details staan in het betreffende artikel. Het indexnummer is de volgorde van instelling van de dienst.