Lodewijk XV (Versailles, 15 februari 1710 — aldaar, 10 mei 1774) regeerde als koning van Frankrijk en van Navarra van 1 september 1715 tot zijn dood. Hij besteeg de troon toen hij vijf jaar was en werd tot zijn meerderjarigheid in 1723 onder regentschap geplaatst van zijn oudoom, Filips van Orléans. André Hercule de Fleury was zijn belangrijkste minister van 1726 tot diens dood in 1743, waarop de jonge koning de controle nam over de Franse Staat. Lodewijk XV was een lid van het huis Bourbon en de achterkleinzoon van Lodewijk XIV.
Lodewijk genoot een gunstige reputatie aan het begin van zijn heerschappij en verdiende de bijnaam "le Bien-Aimé" ("de Geliefde"). Na verloop van tijd maakten de losbandigheid van zijn hof, de teruggave van de veroverde Oostenrijkse Nederlanden (die hij had verkregen na de Slag bij Fontenoy) bij de Vrede van Aken en de overdracht van Nieuw-Frankrijk aan het koninkrijk Groot-Brittannië aan het einde van de Zevenjarige Oorlog van Lodewijk een van de impopulairste koningen in de geschiedenis van Frankrijk. Hij werd opgevolgd door zijn kleinzoon Lodewijk XVI.
De onmacht van Lodewijk XV om de oplopende staatsuitgaven fiscaal te dekken beschadigde de militaire macht van Frankrijk, verzwakte de schatkist, bracht de monarchie in diskrediet en leidde misschien wel tot de Franse Revolutie die vijftien jaar na zijn dood uitbrak.
Leven Jeugd en eerste jaren als koning thumb|left|260px|Lodewijk XV in kroningsgewaad in 1715 door Hyacinthe Rigaud
Lodewijk XV, in zijn jongere jaren beter bekend als Louis, hertog van Anjou, was de derde zoon van Lodewijk van Frankrijk en Maria Adelheid van Savoye. Hij had twee oudere broers: Lodewijk die leefde van 1704 tot 1705 en Lodewijk die leefde van 1707 tot 1712. Hij werd geboren in het Kasteel van Versailles op 5 februari 1710, toen zijn overgrootvader Lodewijk XIV nog altijd koning was. De toenmalige erfgenaam van de troon was de enige zoon van Lodewijk XIV: Lodewijk, le Grand Dauphin die drie zoons had, Lodewijks vader (de oudste zoon), Filips, hertog van Anjou, (sinds 1700 koning van Spanje) en Karel, hertog van Berry. Zijn moeder, Maria Adelheid, was een levendige vrouw die de koning dierbaar was en het jonge paar was erg verliefd (wat ongewoon was in de toenmalige adelcultuur en al helemaal aan het hof van Versailles). Maria Adelheid verjongde het hof van de oude koning en stond in het middelpunt van de belangstelling in Versailles. links|miniatuur|323x323px|Lodewijk XV op 2-jarige leeftijd. miniatuur|336x336px|Lodewijk XV op 4-jarige leeftijd.
Lodewijks grootouders aan vaderskant waren: Lodewijk, le Grand Dauphin en de in 1690 overleden prinses Maria Anna Victoria van Beieren. Zijn grootouders aan moederskant waren koning Victor Amadeus II van Sardinië en koningin Anne Marie van Orléans. Lodewijks grootvader was op 14 april 1711 gestorven, en daardoor werd zijn vader de nieuwe dauphin, beter bekend als le Petit Dauphin. Maar Lodewijk verloor zijn beide ouders in 1712; eerst zijn moeder op 12 februari, daarna zijn vader op 18 februari en toen nog zijn oudere broertje Lodewijk op 8 maart aan mazelen. Dat betekende dat Lodewijk nu de nieuwe dauphin was omdat koning Lodewijk XIV geen andere directe erfgenamen meer had. Zijn eigen leven werd waarschijnlijk gered door zijn gouvernante, madame de Ventadour, die niet toeliet dat de koninklijke dokters de kleine prins behandelden (medische behandeling was in die tijd een belangrijke doodsoorzaak). Op 1 september 1715 stierf de Zonnekoning op 76-jarige leeftijd en zo werd de vijfjarige Lodewijk koning van Frankrijk. Omdat hij al op zo jonge leeftijd koning werd, zijn er van hem een enorm scala aan staatsieportretten gemaakt en bewaard. Tot 1723 stond Lodewijk onder het regentschap van Filips van Orléans, een neef van koning Lodewijk XIV. thumb|Koning Lodewijk XV in zijn tienerjaren
Op zoek naar een geschikte vrouw links|miniatuur|322x322px|Portret van Lodewijk XV, in 1719, geschilderd door Jean Ranc. In 1721 werd Lodewijk verloofd met zijn eerstegraads nichtje, de Spaanse infante Marianne Victoria van Bourbon, dochter van koning Filips V van Spanje en diens tweede echtgenote koningin Elisabetta. De hertog van Saint-Simon had bemiddeld, maar de elfjarige koning kon geen interesse voor haar opbrengen bij haar aankomst in Parijs; ze verveelde hem alleen maar. In juni 1722 keerde de jonge koning met zijn hof terug naar Versailles. In oktober van hetzelfde jaar werd Lodewijk officieel gekroond in de kathedraal Notre-Dame van Reims. Op 5 februari 1723, toen hij dertien jaar oud werd, werd hij meerderjarig verklaard door het Parlement van Parijs, waarmee het regentschap ten einde kwam. De hertog van Orléans werd in augustus 1723 na de dood van kardinaal Dubois eerste minister, maar stierf in datzelfde jaar. Lodewijk volgde het advies van kardinaal de Fleury op en wees Lodewijk IV van Bourbon-Condé aan als vervanger van wijlen de hertog van Orléans.
De hertog van Bourbon was bezorgd over de gezondheid van de koning. Niet zozeer om de koning zelf of om de toekomst van de dynastie, maar meer voor de familie van wijlen de regent, de familie van Orléans, die op de troon zou komen indien de koning zou sterven. De hertog van Bourbon zag het Huis Orléans als zijn vijand. De koning had een zwakke gezondheid en er werd enkele malen gevreesd voor zijn leven. De Spaanse infante Marianne was te jong voor het baren van een erfgenaam, daarom stuurde de hertog van Bourbon de infante terug naar Spanje. Nu was hij op zoek naar een nieuwe kandidate voor de jonge koning. De keuze viel nu op de 21-jarige Poolse prinses Maria Leszczyńska, de dochter van de in 1709 verdreven Poolse koning Stanislaus Leszczyński, die door de Saksische keurvorst August de Sterke werd opgevolgd. Het stel trouwde in september 1725. De jonge koning was meteen verliefd op de zeven jaar oudere Maria Leszczyńska. Velen vonden de keuze van Europa’s machtigste koning met de 'lage' Poolse prinses onbehoorlijk vanwege het verschil in 'grandeur'. In 1729 werd de eerste zoon geboren, Lodewijk, die evenals zijn grootvader en overgrootvader als dauphin overleed. Bij het Verdrag van Wenen (1738) die de bij de dood van August de Sterke (1733) uitgebroken Poolse Successieoorlog beëindigde, verwierf zijn schoonvader Stanislaus Leszczyński het hertogdom Lotharingen, onder voorwaarde dat het dit na diens dood automatisch bij het Franse koninkrijk zou worden gevoegd.
In 1726 werd de koning zestien. Hij was nu een heel andere man geworden, veel gezonder en een uitstralende autoriteit. Hij ontsloeg de hertog van Bourbon, die extreem onpopulair was. Het bewind van de hertog werd gekenmerkt door vervolging van protestanten (1726), diverse financiële manipulaties, het heffen van nieuwe belastingen (1725) en hoge graanprijzen, en bovendien zon hij op oorlog met Spanje en met het Heilige Roomse Rijk. Als vervanging voor de hertog van Bourbon wees Lodewijk zijn oude leraar aan, kardinaal de Fleury, als nieuwe eerste minister. Kardinaal de Fleury genoot echter niet het aanzien dat kardinaal de Richelieu en kardinaal Jules Mazarin in de 17e eeuw hadden gehad.
Vanaf ongeveer 1680 had het hofleven zich al volledig afgespeeld in de luxe van het zo'n 20 km ten westen van Parijs gelegen Kasteel van Versailles. Ook onder het bewind van Lodewijk XV gaf Frankrijk op cultureel gebied de toon aan in Europa.
Latere regering In de Oostenrijkse Successieoorlog (1741) steunde hij de keurvorst van Beieren tegen keizerin Maria Theresia, die als reactie Lotharingen binnenviel. In 1756, bij het uitbreken van de Zevenjarige Oorlog (1756–1763) sloot hij dan weer met Maria Theresia een bondgenootschap (de "omkering van de allianties"), een manoeuvre die de Franse politiek sinds kardinaal de Richelieu omkeerde. De aartsvijand Oostenrijk werd nu een bondgenoot. De koning had ingezien dat Pruisen, valse bondgenoot, en Engeland, de erfvijand, samen geheime oorlogsplannen hadden. Bijna onmiddellijk na de "omkering" werd Frankrijk al geconfronteerd met de juist ingeschatte agressie: Pruisen viel het keurvorstendom Saksen binnen. Frankrijk moest zijn nieuwe bondgenoot, Oostenrijk, meteen te hulp snellen. Deze oorlog was voor Frankrijk gunstig begonnen, en had een einde moeten maken aan de groeiende agressiviteit van Engeland en Pruisen, en vrede op het continent kunnen brengen. Maar toen Frederik II van Pruisen bijna verslagen was, stierf tsarina Elisabeth van Rusland, bondgenote van Frankrijk, en haar zoon, tsaar Peter III, verbrak de Frans-Russisch-Oostenrijkse alliantie ten voordele van Pruisen. De krijgskansen keerden ten voordele van Pruisen en Engeland, die hun agressie beloond zagen. Frankrijk, in de steek gelaten door Oostenrijk, moest een vernederende vrede accepteren. Terwijl kardinaal Fleury in de Poolse en de Oostenrijkse Successieoorlogen het aanzien van Frankrijk nog had weten te handhaven, moest zijn opvolger Choiseul, een gunsteling van Madame de Pompadour, na de Zevenjarige Oorlog Frankrijks belangrijkste koloniën, Canada en Louisiana, alsmede de overheersende positie in Voor-Indië prijsgeven. Daartegenover stond dan wel de verwerving van Corsica (in 1768, dat van de republiek Genua werd gekocht).
thumb|left|280px|Koning Lodewijk XV in zijn latere leven, geschilderd door Louis-Michel van Loo
Impopulariteit Aanvankelijk genoot Lodewijk XV nog een grote populariteit (vandaar zijn bijnaam), maar door zijn levenswijze, militaire tegenslagen en zijn moderniseringspolitiek verspeelde hij die geheel.
In Frankrijk begon de ontevredenheid te groeien na de Vrede van Aken, waarbij Lodewijk de militaire successen niet wenste om te zetten in gebiedsuitbreidingen. De koning joeg de adel nog meer tegen zich in het harnas door pogingen om het land te moderniseren. Het vereenvoudigen van de wetgeving, uitroeien van juridische mistoestanden, pogingen om adel en Kerk belastingen te doen betalen (in plaats van de belastingen op de rug van het gewone volk te leggen) en het tot stand brengen van een efficiënte administratie en een wegennet maakten de koning gehaat. Het adellijke Parlement van Parijs werd vanaf het midden van de eeuw een broeihaard van juridische sabotage en lastercampagnes tegen de koning. Leugens, roddel en verwijten werden gepubliceerd in illegaal gedrukte pamfletten, affiches en kranten. De politie bleek machteloos om de illegale drukpersen te vinden en te ontmantelen – men weet nu dat de hoge adel betrokken was bij de vuilspuiterij; de prins van Conti had een illegale drukkerij in de juridische vrijhaven van de Temple. Vanaf 1745 kwam er nog een mikpunt van spot en laster bij; de niet-adellijke maîtresse Madame de Pompadour. De campagnes tegen haar werden 'poissonades' genoemd, omdat zij geboren was als Jeanne Poisson. De Pompadour bemoeide zich bovendien met benoemingen van politiek personeel en maakte zich vele vijanden. Verschillende hoge personaliteiten van het hof werkten mee aan de laster.
Madame de Pompadour was een van de vele vijanden van de jezuïeten. In 1761 vond het proces plaats tegen Vader Lavallette, de Superieur Generaal van Martinique, waarbij de Constituten (wetten) van de orde voor het eerst openbaar werden gemaakt. Alle tegenstanders verlangden van Lodewijk XV passende maatregelen tegen de jezuïeten. Etienne François de Choiseul vroeg de Generaal van de orde, Lorenzo Ricci om een vicaris-generaal voor Frankrijk, maar diens antwoord was: "Sint ut sunt aut non sint" (Laat ze zoals ze zijn of niet langer blijven), waarop de orde 6 augustus 1762 werd verbannen en in 1764 werd de jezuïeten bevolen het land te verlaten. Drie jaar later, 2 april 1767, zou ook koning Karel III van Spanje de orde uit al zijn gebieden verbannen en in 1773 verbande paus Clemens XIV hen zelfs.