Agamemnon (Grieks: ) is een Attische tragedie van de Griekse toneeldichter Aischylos, en vormt het eerste deel van diens trilogie Oresteia. Het werk werd uitgevoerd in 458 v.Chr. te Athene.
Personages Agamemnon, de koning van Mykene, die terugkeert van de Trojaanse oorlog. Klytaimnestra, de vrouw van Agamemnon, die in zijn afwezigheid bestuurde. Het koor, bestaande uit oude mannen van de stad Argos. De wachter De bode Kassandra, een Trojaanse prinses met een profetische gave, meegenomen door Agamemnon als oorlogsbuit. Aigistos, neef van Agamemnon en de minnaar van diens vrouw, Klytaimnestra. De lijfwacht
Inhoud Proloog (vers 1 - 39) Het stuk begint met de wachter die op de uitkijk staat voor een teken dat de stad Troje is ingenomen door het Griekse leger. Wanneer hij plots vuur ziet branden, begrijpt hij meteen wat er is gebeurd en is hij zeer verheugd: Troje is veroverd en zijn koning, Agamemnon, zal weldra terugkeren.
Parodos: eerste koorzang (vers 40 - 257) Het koor, bestaande uit oude mannen uit Argos, komt nu op. Ze bezingen de situatie van voor de oorlog, toen koning Agamemnon vertrok met zijn leger naar Troje. Daarna richten ze zich tot het paleis, waar de vrouw van Agamemnon, Klytaimnestra, vertoeft: ze vragen zich af welk nieuws ze net vernomen heeft. Hierna volgt een lang, dramatisch lied waarin het koor het lot van Ifigeneia, de dochter van Agamemnon, vertelt: ze werd door haar eigen vader geofferd als offer aan de godin Artemis, zodat het leger zou kunnen uitvaren richting Troje.“Haar smeken,
haar schreeuwen naar haar vader,
haar leven als meisje
waren van geen betekenis
voor aanvoerders vol oorlogszucht”
Vers 226 - 230, vertaling door P. Lateur
Eerste epeisodion (vers 258 - 354) Klytaimenstra verschijnt op het toneel. Ze vertelt het koor het nieuws: Troje is gevallen. “U zult een vreugde horen groter verhoopt:
de stad van Priamos is nu in Griekse handen!”
Vers 266 - 267, vertaling door P. LateurHet koor vraagt haar hoe ze dat zo zeker weet, en Klytaimnestra legt uit dat er vanuit Troje tot in Argos een reeks vuren werd aangestoken om het lot van Troje aan te kondigen.
Eerste stasimon: tweede koorzang (vers 355 - 488) Het koor bezingt het verloop van de oorlog, maar verheerlijkt die niet: dood en leed staan centraal. Er is ook oog voor hen die achterblijven, ook zij blijven niet gespaard van het verdriet dat deze oorlog met zich meebrengt.
Verder zingt het koor over de huidige situatie: is het wel zeker dat Troje is veroverd? Ze geven kritiek op Klytaimnestra:“Instemmen met dankbetuigingen,
nog voor de toestand duidelijk is,
is iets voor vrouwen aan de macht.”
Vers 484 - 486, vertaling door P. Lateur
Tweede epeisodion (vers 489 - 680) De bode komt op, en vertelt hoe blij hij wel niet is terug te zijn gekeerd naar zijn thuisland. Hij kondigt aan dat Agamemnon is teruggekeerd, vertelt over de val van Troje en geeft het volk de opdracht blij te zijn voor de terugkomst van hun vorst. Klytaimnestra zet het koor op zijn plaats, ze had wel degelijk gelijk dat Troje was veroverd. Ze richt zich tot de bode: hij moet haar echtgenoot, Agamemnon, zeggen dat hij zo snel mogelijk naar het paleis moet komen, bij haar. Ze verklaart altijd loyaal te zijn gebleven.
Tweede stasimon: derde koorzang (vers 681 - 781) Het koor bezingt het lot van Helena en hoe zij en Paris de ondergang waren van Troje.Helena heet zij, de oorlogsbruid,
om wie men vocht.
Zoals haar naam het zegt,
werd zij het hels verderf
voor schepen, helden, steden.”
Vers 685 - 689, vertaling door P. Lateur
Derde epeisodion (vers 782 - 974) Eindelijk komt Agamemnon op in een wagen, vergezeld door Kassandra, een Trojaanse prinses die hij als oorlogsbuit heeft meegenomen. Het koor verwelkomt hem. Agamemnon vertelt een beetje over de verwoesting van Troje en bedankt de goden voor zijn thuiskomst. Dan verschijnt Klytaimnestra in de deur van het paleis. Ze verkondigt aan het koor en de burgers van Argos hoezeer ze zich zorgen heeft gemaakt over haar man tijdens zijn afwezigheid, en hoe blij ze nu wel niet is dat hij thuis is. “De bronnen van mijn tranen die ooit vloeiden zijn
nu opgedroogd, geen druppel die resteert. Mijn ogen
doen wel nog pijn, lang lag ik wakker en ik weende
om vuursignalen over jou die maar niet kwamen.”
Vers 887 - 890, vertaling door P. LateurKlytaimnestra gaat verder en verwelkomt haar man met open armen thuis. Ze wil purperen weefsels op zijn pad naar het paleis leggen om hem te eren. Er volgt een kleine twist tussen man en vrouw, aangezien Agamemnon dat niet wil. Hij wil namelijk niet geëerd worden als een god, maar gewoon als een mens. Uiteindelijk geeft hij toe en wandelt hij over het weefwerk. Agamemnon geeft de opdracht Kassandra vriendelijk te behandelen. Daarna wandelt hij, over het purperen borduurwerk, het paleis binnen. Kassandra blijft buiten in de wagen, terwijl Klytaimnestra hem naar binnen volgt, maar zich eerst nog richt tot de goden met de volgende omineuze woorden:“Zeus, Zeus, Voltooier, breng mijn beden tot vervulling.
Ik smeek u: wat u ook volbrengen zult, vervul ze.”
Vers 973 - 974, vertaling door P. Lateur
Derde stasimon: vierde koorzang (vers 975 - 1034) Het koor zingt nu over dat het een raar voorgevoel heeft bij de terugkeer van hun vorst en de huidige situatie. Het is duidelijk: onheil hangt in de lucht.“Ik wens dat dit een leugen is,
dat mijn verwachting,
niet uitkomt,
niet wordt vervuld.”
Vers 997 - 1000, vertaling door P. Lateur
Vierde epeisodion (vers 1035 - 1071) Klytaimnestra komt net buiten het paleis en spreekt Kassandra aan. Ze vraagt het meisje binnen te komen, maar Kassandra weigert te antwoorden. Klytaimnestra wil niet langer wachten en voelt zich beledigd, dus gaat ze weer naar binnen.
Kommos: klaagzang (vers 1072 - 1177) Kassandra is nu alleen achter gelaten met het koor. Kassandra jammert bij Apollo, hoewel het koor het niet gepast vindt te jammeren bij die God. Kassandra begint te profeteren en ze voorspelt het onheil dat dit huis te wachten staat: de moord op Agamemnon. Het koor weigert echter haar te geloven en begrijpt haar voorspelling niet. Kassandra gaat verder en voorspelt ook haar eigen spoedige dood, maar het koor noemt haar waanzinnig.“Waarom bracht u mij hier in mijn ellende?
Alleen maar om met hem te sterven,
wat anders?”
Vers 1137 - 1139, vertaling door P. Lateur
Vijfde epeisodion (vers 1178 - 1406) Kassandra en het koor voeren een gesprek over haar profetische gave, hoe ze die van Apollo gekregen heeft en hoe het komt dat niemand haar ooit gelooft. “Het laat mij onverschillig of u hiervan iets
gelooft. Wat zou het? Komen zal wat komen moet.
U zult het weldra zien en dan vol deernis zeggen
dat mijn voorspellingen maar al te waar zijn geweest.”
Vers 1239 - 1242, vertaling door P. LateurKassandra gaat verder met haar profetie en waarschuwt het koor voor de moord die weldra zal plaatsvinden. Haar voorspelling doet ze nu in heel duidelijke woorden: Klytaimnestra zal haar vergiftigen, maar haar dood en die van Agamemnon zullen gewroken worden door de zoon van Agamemnon en Klytaimnestra; Orestes.
Kassandra ziet geen uitweg, het heeft volgens haar geen zin om nog te vluchten. Ze heeft genoeg geleefd. Het koor prijst haar om haar moedigheid, waarna Kassandra het paleis wil binnengaan, maar ze aarzelt. Het koor vraagt wat er is, en zij antwoordt dat het paleis naar dood en moord ruikt, net zoals een tombe. Voor ze binnengaat, smeekt ze de wrekers van Agamemnon ook haar moord te wreken. Dan gaat ze binnen.
Het koor blijft alleen achter, en hoort plots een kreet die uit het paleis komt. Het is duidelijk dat het Agamemnon is die schreeuwt. Het koor is het onderling oneens hoe ze moeten reageren. De ene wil de andere burgers erbij halen, de andere wil nu direct binnenvallen en de daders op heterdaad betrappen. Uiteindelijk benaderen ze het paleis, en ze zien Klytaimnestra met de lijken van Agamemnon en Kassandra. Klytaimnestra spreekt:“Aan deze confrontatie denk ik al heel lang,
ze vloeit voort uit een oude wrok. Het is zover.
Ik sta hier waar ik toesloeg. En het is volbracht.”
Vers 1377 - 1379, vertaling door P. LateurZe vertelt hoe ze het heeft gedaan: ze heeft hem in een net gestrikt, waarna ze hem drie keer heeft geslagen. Ze sluit af met haar trots voor haar daden te verkondigen. Het koor staat versteld van de brutale taal van Klytaimnestra, zij toont echter geen berouw en neemt de volle verantwoordelijkheid voor haar daden.
Vierde stasimon: vijfde koorzang (vers 1407 - 1576) Het koor is streng voor de vorstin en veroordeelt haar daden. Klytaimnestra houdt echter voet bij stuk en verdedigt haar daden. Ze heeft wraak genomen voor haar dochter Ifigeneia, die geofferd werd door Agamemnon. Ze is niet bang voor vergelding, ze geniet namelijk de bescherming van Aigisthos, de neef van Agamemnon en haar minnaar. Het koor beweent Agamemnon, Klytaimnestra blijft zichzelf verdedigen.“Mijn kind dat ik van hem kreeg,
haar die ik heb grootgebracht
bracht hij om het leven,
mijn veel beweende Ifigeneia.
Zijn lijden is het loon
dat zijn daden verdienen.”
Vers 1525 - 1530, vertaling door P. Lateur
Exodos: slot (vers 1577 - 1673) Aigisthos, de neef van Agamemnon en de minnaar van Klytaimnestra, komt op. Hij eist heel trots de moord op Agamemnon op. Hoewel hij de daad zelf niet volbracht heeft, was hij het zogezegd die de touwtjes in handen had en het plan heeft gesmeed. Dit deed hij uit wraak voor zijn eigen vader, Thyestes. Die was namelijk van de troon gestoten door zijn broer, Atreus, de vader van Agamemnon. Daarbovenop had Atreus tijdens een feestmaaltijd Thyestes, zijn broer, in de val gelokt en hem het vlees doen eten van zijn eigen kinderen. Enkel de jongste zoon, Aigisthos, had Atreus gespaard, omdat hij nog een baby was.
Het koor reageert fel en noemt hem arrogant. Ze dreigen dat hij gestenigd zal worden en noemen hem laf. Aigisthos reageert dat wanneer hij aan de macht komt, het koor wel een toontje lager zal zingen. Hierop reageert het koor:“Alsof u vorst zou kunnen zijn van de Argeiërs,
u die tegen die man een aanslag hebt beraamd,
die u niet eigenhandig durfde uit te voeren!”
Vers 1633 - 1635, vertaling door P. LateurAigisthos reageert, het koor noemt hem opnieuw een lafaard. Het conflict escaleert: Aigisthos draagt de wachters op hun zwaarden klaar te houden en ook het koor is klaar voor een gevecht. Dan komt Klytaimnestra tussenbeide en stelt zich op als bemiddelaar, waarna ze iedereen naar huis zendt. Het koor en Aigisthos gaan nog verder met ruziemaken, maar Klytaimnestra spreekt dan de laatste woorden van dit stuk uit om Aigisthos verder te kalmeren:“Hecht geen belang aan dat vergeefs geblaf. Wij, jij en ik,
zijn meesters in dit huis, wij beiden zullen orde scheppen.”
Vers 1672 - 1673, vertaling door P. Lateur
Karakterisering van Klytaimnestra Klytaimnestra wordt voorgesteld als een zeer machtig personage, dat veel mannelijke kenmerken vertoont. In de afwezigheid van haar man neemt ze de rol over van Agamemnon en regeert ze over hun land met een ijzeren vuist. Ze heeft echter wel een zeer goed idee van hoe de typische vrouw zich hoort te gedragen, wanneer haar man niet thuis is, maar in de oorlog aan het vechten is. Ze gebruikt die informatie tot haar voordeel om haar man en zijn bondgenoten om de tuin te leiden. De façade van de zachtaardige, wachtende huisvrouw haalt ze vooral naar boven in de welkomsspeech die ze Agamemnon geeft.“Kom, mijn lieve man,
stap uit die wagen maar, mijn koning, zet daarbij
je voet die Troje heeft verwoest niet op de grond.”
Vers 897-899, vertaling door P. Lateur"En als Zeus wijn maakt uit onrijpe, zure druiven,
dan wordt het in de woning dadelijk weer fris,
zodra de heer en meester weer het huis betreedt."