thumb|Kwarttoons piano uit 1924, ontworpen door Alois Hába en gebouwd door August Förster Alois Hába (Vizovice, Moravië, 21 juni 1893 – Praag, 18 november 1973) was een Tsjechisch componist, muziektheoreticus en muziekpedagoog.

Levensloop Hába stelde op vijfjarige leeftijd vast dat hij een absoluut gehoor had.zie: Joe Monzo: Chronological List of Works of Alois Hába (gearchiveerd) In de familie en in de kerk werden Walachische liederen gezongen. In 1908 ging hij aan het lerarenseminarie in Kroměříž en was geïnteresseerd in het Tsjechische nationalisme. Hij hoorde muziek van Bedřich Smetana en Richard Wagner. Nadat hij afgestudeerd was, werd hij leraar in het dorp Bílovice vlak aan de Hongaarse grens.

Hij zette zijn muziekstudies voort en schreef in 1913 zijn eerste compositie. Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog vertrok hij naar Praag en studeerde bij Vítězslav Novák aan het Praags Conservatorium. Hier maakte hij onder andere een analyse van de werken van Claude Debussy, Max Reger, Alexander Skrjabin en Richard Strauss. In 1915 werd hij lid van het Oostenrijks-Hongaarse leger en kwam aan het Russische front. In 1917 werd hij overgeplaatst naar het Italiaanse front. In 1918 kwam hij naar Wenen, waar hij een collectie Slowaakse soldatenliedjes verzamelde.

Microtonaliteit Hij begon zich sterk te interesseren voor microtonale muziek. Geïnspireerd door een recital met een door Willi von Möllendorff gebouwd kwarttoonharmonium schreef hij een kwarttoonwerk, een Suite in het kwarttoonsysteem, voor twee daarvoor gebouwde en in kwarttoon gestemde piano's. Hij studeerde bij Jan Brandts Buys en later Richard Stöhr, maar hij was niet gelukkig met de strikte contrapuntlessen.

Hij werd student bij Franz Schreker. Hij bezocht regelmatig privéconcerten met werken van Arnold Schönberg en ging die bestuderen. In deze tijd begon tevens zijn langdurige vriendschap met Hanns Eisler. Als Schreker naar Berlijn ging, trok Hába mee. In Berlijn had hij zijn eerste successen als componist. Daar publiceerde hij in het Tsjechisch een leerboek Harmonické základy ctvrttónové soustavy (Harmonische fundamenten van het kwarttoonsysteem). In 1923 stelde hij samen met Ferruccio Busoni een zesdetoonsysteem voor. Begin jaren 1920 behoorde hij tot de Europese avant-garde.

Na zijn terugkomst in Praag werd Hába docent aan het Praags Conservatorium, waar hij van 1923 tot 1953 doceerde in de microtonale muziek.

Hij was gast bij de Donaueschinger Musiktage voor nieuwe toonkunst. In zijn muziek heeft hij de toonladder uitgebreid met kwart- en zesde tonen, waarvoor speciale instrumenten (piano, harmonium, klarinet, gitaar, trompet) werden gebouwd.

Composities Werken voor orkest 1919: Ouverture, voor orkest, op. 5 1920-1921: Cesta života, symfonische fantasie voor piano en orkest, op. 8

Muziektheater Opera's Voltooid intitelaktespremièrelibretto 1927-1930 Matka (Moeder), kwarttoonopera, (met twee kwarttoonklarinetten en twee kwarttoontrompetten), op. 35 10 scènes 17 mei 1931, München, Staatsopera van de componist 1934-1936 Nová zemĕ (Het nieuwe land), op. 47 3 aktes Ferdinand Pujman naar de roman van Fëdor Gladkov 1937-1942 Přijd' králoství Tvé (Uw rijk kom), zesdetoonsysteem opera, op. 50 zeven scènes van de componist en Ferdinand Pujman

Kamermuziek 1914-1915: Sonata voor viool en piano, op. 1 1919: 1e Strijkkwartet (semitone), op. 4 1920: 2e Strijkkwartet, op. 7 (Hába's 1e gepubliceerde kwarttooncompositie) 1927-1928: Suite voor basklarinet en piano, op. 34

Pianomuziek 1918: Variaties over een canon van Robert Schumann, voor piano, op. 1b 1922: 1e Suite voor twee piano's (kwarttoonsysteem), op. 10 (rev. 1932 als op. 11a) 1922: 2e Suite voor kwarttoonpiano, op. 11 (rev. 1932 als op. 11b) 1923: 3e Suite voor kwarttoonpiano, op. 16

Publicaties Harmonic Principles of the Quarter-tone System, Prague, HMUB, 1922 Von Neuer Musik, 1925 Von der Psychologie der musikalischen Gestaltung, Gesetzmäßigkeit der Tonbewebung und Grundlagen eines neuen Musikstils, Urtext-Edition, Vienna, 1925 Neue Harmonienlehre des diatonischen, chromatischen, Viertel-, Drittel-, Sechstel- und Zwoelftel-Tonsystems, Letpzig, Kistner – Siegl 1927 Albert Steffens: Der Sturz des Antichrist als Oper von Viktor Ullmann. Das Goetheanum, Jg. 16, Nr. 26, 26. Juni 1937, S. 210 f. Mein Weg zur Viertel- und Sechsteltonmusik, Gesellschaft zur Förderung der systematischen Musikwissenschaft, Düsseldorf, 1971., München: Filmkunst Musikverlag 1986. 125 S.

Bibliografie Wim de Ruiter: Compositietechnieken in de twintigste eeuw partituurvoorbeelden, Haarlem, Netherlands: De Toorts, 1993, 2 delen, 400 p.,

Lubomír Spurný, Jiří Vysloužil: Alois Hába: A Catalogue of the Music and Writings. Prague : Koniasch Latin Press, 2010, . Oldrich Pukl: Čtvero setkání s Aloisem Hábou, Opus musicum 24, 1992, s. 74–81 Oldrich Pukl: K organizační činnosti Aloise Háby (Zur organisatorischen Tätigkeit von Alois Hába), Hudební věda 11, 1974, s. 281–285 Oldrich Pukl: Matka Aloise Háby. Osud jedné opery, Tvář 1964, č. 8, s. 84–85 Franco Rossi, Michele Girardi: Il teatro la Fenici : chronologia degli spettacoli 1938-1991, Venezia: Albrizzi Editore, 1992, 650 p., Hanns-Werner Heister, Walter-Wolfgang Sparrer: Komponisten der Gegenwart, Edition Text & Kritik, München, 1992, Robert P. Morgan: Twentieth-century music – A history of musical style in modern Europe and America, New York: W.W. Norton, 1991, 554 p., Alena Martínková: Čeští skladatelé současnosti, zpracoval kolektiv autorů ; redigovala Alena Martínková, Praha: Panton, 1985, Lyle G. Wilson: A dictionary of pianists, London: Robert Hale, 1985. 343 p., Jean-Marie Londeix: Musique pour saxophone, volume II : repertoire general des oeuvres et des ouvrages d'enseignement pour le saxophone, Cherry Hill: Roncorp Publications, 1985 Jiří Vysloužil: Alois Hába dnes. (Alois Hába heute)., Hudebni rozhledy. 38 (1985), S. 34-37. Jiří Vysloužil: Alois Hába heute, Muzikololki Zbornik. 20 (1984), S. 55-64. Jiří Vysloužil: Alois Hába. Meister der klanglichen Nuance., Musik und Gesellschaft. 34 (1984), S. 300-304. Jiří Vysloužil: Lidova piseo v teorii Aloise Haby. (Das Volkslied in der Theorie von Alois Haba), Sbornik referatu z hudebno teoretickeho seminare k vyrocim A. Haby, K. Janecka, E. Hradeckeho, B. Duska a k zivotnim jubileim J. Valka, J. Volka a J. Smolky. Praha 1983. S. 15-22. Jiří Vysloužil: Alois Hába und die Dodekaphonie., Schweizerische Musikzeitung. 118 (1978), S. 95-102. Jiří Vysloužil: Hábas Musik für Vierteltonklavier., Musicologica Slovaca. 7 (1978), S. 107-116. Jiří Vysloužil: Alois Hába a dodekafonie. (Alois Hába und die Dodekaphonie), Opus musicum. 10 (1978). S. 36-41. Jiří Vysloužil: Alois Hába, Praha: Panton 1974. 468 S. Jiří Vysloužil: Alois Hába – muz hudebniho a politickehe pokroku. (A. Haba – ein Mann des musikalischen und politischen Fortschritts), Opus musicum. 6 (1974), S. 2-6. Jiří Vysloužil: Alois Hába a jeho současnici. (A. Hába und seine Zeitgenossen), Hudebni rozhledy. 26 (1973), S. 230-235. Jiří Vysloužil: Hábova hudba pro ctvrttonovy klavir. (Alois Hábas Musik für das Vierteltonklavier), Opus musicum. 5 (1973), S. 101-107. Jiří Vysloužil: Alois Hába : profil, dilo, bibliografie, dokumenty. (Alois Hába – Profil, Werk, Bibliographie, Dokumente, Brno: Dum kultury a osvety 1970. 19 S. Jiří Vysloužil: Alois Hába, Arnold Schönberg und die tschechische Musik, Aspekte der Neuen Musik. 1968. S. 58-67. Jiří Vysloužil: Zu Hábas Symphonischer Phantasie, op. 8, Sbornik praci filosoficke fakulty brnenske university 17 (1968), H 3, S. 75-86. Jiří Vysloužil: Hába's idea of quartertone music, Hudební věda. 5 (1968), S. 466-472. Jiří Vysloužil: Prvni ctvrttonove skladby Aloise Háby. (Die ersten Vierteltonkompositionen Alois Hábas), Hudební věda. 3 (1966), S. 607-622. Jiří Vysloužil: K Habovu postaveni vevyvoji ceske a evropske moderni hudby. (Alois Hábas Stellung in der Entwicklung der tschechischen u. europäischen Musik.), Hudební věda. 2 (1965), S. 567-584 u. 701-702. Jiří Vysloužil: Nad dilem Aloise Háby. (Zum Werk A. Hábas), Hudebni rozhledy. 16 (1963), S. 522-524. Robert Siohan: La musique étrangère au XXe siècle, Paris: Presse Universitaire de France, 1984, 128 p., Ladislav Šíp: Česká opera a její tvůrci, Praha: Editio Supraphon, 1983, 396 p. Wolfgang Oberkogler: Das Streichquartettschaffen in Wien von 1910 bis 1925, Tutzing: Hans Schneider, 1982, Jean-Claude Berton, Norbert Dufourcq, Marcelle Benoit: La Musique tchèque : Ouvrage de technique musicale (Que sais-je), Presses universitaires de France, 1982. 127 p., Jeb H. Perry: Variety obits. An index to obituaries in Variety, 1905-1978, Metuchen, N.J.: Scarecrow Press, 1980, 311 p., Stanley Sadie: The new Grove dictionary of music and musicians, Vol. 1-20, London: Macmillan, 1980, Bálint András Varga: Muzsikusportrek, Budapest: Zenemukiado, 1979. 385 p., Antoni Poszowski: Elementy modalne w technice dźwiękowej Aloisa Haby. konstrukcja dźwiękowa Koncertu na altówkę i orkiestrę Aloisa Haby – (Die Modaklemente in der Klangtechnik von Alois Haba. Die Klangstruktur des Konzertes fur Viola und Orchester von Alois Haba), Zeszyty Naukowe. Panstwowa Wyzsza Szkola Muzyczna w Gdansku. 17 (1978). S. 5-51. Lennart Reimers: Hába : Burian tva udda tjeckiska komponister., Musikrevy. 32 (1977), S. 82-84. Franz Stieger: Opernlexikon – Teil II: Komponisten. 1, Band A-F, Tutzing: Hans Schneider, 1975-1983, 371 p., Franz Stieger: Opernlexikon – Teil II: Komponisten. 2, Band G-M, Tutzing: Hans Schneider, 1975-1983, 373-772 p., Atiliano Auza León: Música Contemporánea, Bolivia: Tarija, 1976, 71 p. Svaz českých skladatelů a koncertních umělců, Prague: Editio Supraphon, 1975, 291 p. Gösta Morin, Carl-Allan Moberg, Einar Sundström: Sohlmans musiklexikon – 2. rev. och utvidgade uppl., Stockholm: Sohlman Förlag, 1975-1979, 5 v. Gösta Morin, Carl-Allan Moberg, Einar Sundström: Sohlmans musiklexikon : nordiskt och allmänt upplagsverk för tonkonst, musikliv och dans, Stockholm: Sohlmans Förlag, (1951-) Index to music necrology : 1973 necrology, Notes (Music Library Association), 1975, p. 768 Paul Frank, Burchard Bulling, Florian Noetzel, Helmut Rosner: Kurzgefasstes Tonkünstler Lexikon – Zweiter Teil: Ergänzungen und Erweiterungen seit 1937, 15. Aufl., Wilhelmshaven: Heinrichshofen, Band 1: A-K, 1974, ; Band 2: L-Z, 1976, John Vinton: Dictionary of contemporary music, New York: E.P. Dutton, 1974, 834 p., Dusan Pandula: Das Porträt Alois Hába, Melos. 41 (1974), S. 17-20. Storm Bull: Index to biographies of contemporary composers, Vol. II, Metuchen, N.J.: Scarecrow Press, 1974, 567 p., Storm Bull: Index to biographies of contemporary composers, New York: Scarecrow Press, 1964, 405 p. Milan Kuna: Torzo vztahu lidskeho a umeleckeho. Korespondence Aloise Háby Václavu Talichovi. (Torso einer menschlichen und künstlerischen Beziehung. Briefe Alois Hábas an Václav Talich), Hudební věda. 8 (1971), S. 94-119. Milos Stedron: Janáček a modernismus tricatych let – Hába, Cowell, Křenek. (Janáček und der Modernismus der 30er Jahre. Alois Hába – Ernst Křenek – Henry Cowell), Hudebni rozhledy. 23 (1970), S. 72-76. Marc Honneger: Dictionnaire de la musique, Paris: Bordas, 1970-76 George Whitman: Seminal Works of quatertone music, Tempo. 1967, Nr. 80, S. 11-15. Čeněk Gardavský: Skladatelé dneška – Contemporary Czechoslovak composers, Prague: Panton, 1965, 565 p. Zenei lexikon, Budapest: Zenemukiado Vallalat, 1965 Československý hudební slovník osob a institucí, Praha: Státní hudební vydavatelství: 1963, 1965 Bohdan Pilarski: Alois Hába w kregu swoich wspomnien. (A. Haba in seinen Erinnerungen), Ruch Muzyczny. 2 (1958), Nr. 21, S. 11-14. Jan Matejcek: Tschechische komponisten von Heute, Prague: 1957 Joaquín Pena, Higinio Anglés, Miguel Querol Gavalda: Diccionario de la Música LABOR, Barcelona: Editorial Labor, 1954, 2V, 2318P.