Clovis of Chlodovech, Hlodowig (Doornik, ca. 465 - Parijs, 27 november 511Gregorius van Tours, Historia Francorum II 43 ( (trad.), Gregory of Tours: The History of the Franks, Londen - New York - e.a., 1974, p. 158), Fredegar, Chronica III 28 (= MGH, SS. rer. Merov., II, p. 103), Liber Historiae Francorum 19 (= MGH, SS. rer. Merov., II, p. 273).) was de eerste koning der Franken die alle Frankische stammen verenigde onder één heerser. Hij was ook de eerste katholieke koning die heerste over Gallië (Frankrijk). Hij was de zoon van Childerik I en Basina. Rond 481 volgde hij zijn vader op.Remigius, Ep. Austras. 2 (= MGH, Epp. III, p. 113.
Bronnen De belangrijkste bron over het leven van Clovis is bisschop Gregorius van Tours (538-594). Zijn geschriften vormen het meest complete beeld van Clovis' opkomst en heerschappij. Gregorius schreef twee generaties na het heengaan van Clovis, maar beschikte over schriftelijke bronnen die nu verloren zijn gegaan. Desalniettemin moet men zijn verslag kritisch lezen, want op tal van punten is het in tegenspraak met fragmentaire, maar eigentijds bronnen.
Algemeen De Salische Franken en de Ripuarische Franken waren Frankische stammen die het gebied ten westen van de Nederrijn bezetten, met hun centrum in een gebied bekend als Toxandrië, tussen de Maas en de Schelde (in wat nu België en Nederland is). Bij aanvang in 481 beschikte Clovis slechts over een machtsbasis ten zuidwesten hiervan, in de buurt van Doornik en Kamerijk, langs de moderne grens tussen Frankrijk en België. Clovis veroverde de naburige Salisch Frankische koninkrijken en bracht zijn rivaal Syagrius uit Soissons (Novidunum) ten val, waarmee hij het gezag over het resterende Romeinse leger ten noorden van de Loire verwierf en zichzelf vestigde als enige heerser in het noorden van Gallië.
De kleine kerk waarin hij werd gedoopt, heet nu het klooster van Saint-Remi en er staat een standbeeld van hem, tijdens zijn doopsel door Remigius van Reims. Clovis en zijn vrouw Clothilde werden begraven in de basiliek van de Heilige Apostelen in Parijs, op de plek waar later de kerk van Sint-Genevieve kwam te staan (rue Clovis, 5e arrondissement). Na de sloop van deze kerk in 1807, is de tombe van Clovis overgebracht (in 1816) naar de abdijkerk van Saint-Denis. Het is echter niet bekend waar zijn stoffelijke resten zijn, doordat deze na de Franse revolutie nooit zijn teruggevonden.
Clovis werd bekeerd tot het katholicisme op initiatief van zijn vrouw, Clothilde, een Bourgondisch Gotische prinses die, ondanks het arianisme dat haar aan het hof omringde, katholiek was. Het arianisme was de voornaamste godsdienst onder de Goten die in die tijd over het grootste gedeelte van Gallië ten zuiden van de Loire heersten. Clovis werd gedoopt in een kleine kerk die zich bevond op de plaats van, of naast de Kathedraal van Reims, de kerk waar de meeste toekomstige Franse koningen gekroond zouden worden. Deze daad was van enorm belang in de latere geschiedenis van West- en Centraal-Europa in het algemeen, omdat Clovis zijn domein uitbreidde over bijna de hele oude Romeinse provincie Gallië (ruwweg modern Frankrijk). Komende uit het huis van Merovech wordt hij beschouwd als de stichter van de Merovingische dynastie die heerste over de Franken voor de volgende twee eeuwen. Naar hem verwijst de naam van veel Franse koningen die later regeerden (van Clovis via Lovis naar Louis of Chlodovech - Lodewijk - Ludwig).
Verovering van Gallië miniatuur|450px
Op 15-jarige leeftijd, in 481, volgde Clovis zijn vader op als koning van de Salische Franken in Doornik. In het begin was zijn grondgebied nog bescheiden. De Franken beheersten alleen het uiterste noorden van Gallië. Hij moest zijn macht bovendien delen met andere, deels aan hem verwante hertogen, leiders van naburige Salische stamgroepen. Bekend zijn Chararik en Ragnachar, van wie de laatste in Kamerijk resideerde. Bij de Rijn leefden de Ripuarische Franken, een zelfstandige stam.
Gallië was verder verdeeld in Romeinse restgebieden onder Syagrius (rondom Parijs en Soissons) en Arbogastes bij Trier, het zuiden en zuidwesten, dat deel uitmaakte van het koninkrijk van de Visigoten, en zelfstandige koninkrijken van de Alemannen en Bourgondiërs in het oosten en Bretagne in het westen.
Syagrius
Door de dood van de Visigotische koning Eurik werd het machtsevenwicht in Gallië tijdelijk verstoord en had Clovis de mogelijkheid zijn macht uit te breiden. Hij wist de meeste andere Salische Franken en de Ripuarische Franken te verenigen en in 486 versloeg hij (mogelijk samen met de Alemannen) Syagrius bij Soissons. De stad Trier waar Arbogastes heerste nam hij eveneens in. Het gebied van de Romeinen werd Neustrië (nieuw land) genoemd. Clovis en zijn luitenants werden in Reims, eens hoofdstad van de Romeinse provincie Belgica Secunda, toegejuicht als nieuwe bestuurders, volgens de heilige Remigius, alsof het nieuw aangestelde Romeinse ambtenaren waren tijdens hun adventus in de hoofdstad., Clovis, Parijs: Editions Fayard, 2010, Clovis had nu duidelijk een leidende rol onder de Franken, maar was formeel nog gelijkwaardig aan de andere Frankische leiders, die ook delen van de nieuwe gebieden kregen. De Franken heersten nu over een groot gebied met een nog min of meer intacte Gallo-Romeinse samenleving en economie (steden, kerk, onderwijs, geschoolde ambachtslieden) wat de basis vormde voor hun verdere expansie. Syagrius vluchtte naar de Visigoten maar werd in 487 uitgeleverd aan Clovis en ter dood gebracht.
Het verhaal van de Vaas van Soissons illustreert dat in deze tijd iedere vrije Frank nog de wil van de koning kon trotseren, als hij het recht aan zijn zijde had.
Na deze campagne keerde Clovis zich tegen Chararik die hem niet tegen Syagrius had willen volgen. Hij ontnam hem en zijn zoons hun macht en schoor hun lange haren en baarden – tekens van de koninklijke waardigheid – af. Toen hij vervolgens een gerucht hoorde dat ze tegen elkaar hadden gezegd dat ze gewoon moesten wachten tot hun haren weer aangroeien, liet hij ze alsnog vermoorden.Gregorius van Tours, Historia Francorum II 40, 41, pp. 155-156.
In 491 versloeg hij een leger van de Thüringers, de oostelijke buren van de Franken, die daarna ook zijn gezag erkenden. Clovis stuurde vaak ambassadeurs naar Bourgondië, waar ze de jonge Clotilde ontmoetten. Toen ze haar schoonheid en intelligentie opmerkten en hoorden dat ze van koninklijk bloed was, brachten ze de koning op de hoogte. Clovis stuurde onmiddellijk een gezant naar Gundobad om Clotilde als zijn vrouw te vragen. Hij durfde niet te weigeren en gaf haar in de handen van de boodschappers, en Clovis trouwde met haar. Hoewel het koninklijk huis van Bourgondië de Ariaanse belijdenis had, had Clotilde zich, onder invloed van haar moeder Agrippina, al bekeerd tot het Niceaanse christendom .
In 493 trouwde Clovis met de Bourgondische prinses Clothilde. Zij was katholiek terwijl hij nog de oude Germaanse goden vereerde. Clovis werd nu algemeen als een belangrijk vorst erkend. Hij huwelijkte zijn zuster, Audofleda, uit aan Theoderik de Grote, koning van de Ostrogoten. Zijn vrouw, Clothilde, probeerde Clovis tot 496 tevergeefs tot het christelijk geloof te bekeren. Wel werden hun kinderen gedoopt, maar het feit dat deze gedoopte kinderen ziek werden en stierven, was voor Clovis een extra reden om zich niet te willen bekeren.
De Alemannen In 496 vielen de Alemannen de Ripuarische Franken aan. Hun koning Sigebert riep de hulp in van de Salische Franken. Aan het kruispunt van de heerbanen Bavay – Keulen, en Straatsburg – Keulen, kwam het nabij Tolbiac, nu Zülpich, tot een treffen. In eerste instantie leken de Alemannen de slag te winnen, maar uiteindelijk wisten de Franken de overwinning te behalen.
Volgens de legende had Clovis tijdens het dieptepunt van de slag Wodan aangeroepen en om een overwinning gevraagd. Maar de Frankische verliezen bleven doorgaan. Toen dacht hij aan zijn christelijke echtgenote Clothilde, en zei: "God van mijn vrouw: als gij echt zo sterk zijt als mijn vrouw beweert, kom mij dan helpen en laat mij winnen. Dan zal ik mij tot het christendom bekeren." Daarop zou het tij zich hebben gekeerd voor de Franken in de strijd en zouden de Franken de slag winnen. Clovis zou zich aan zijn gelofte houden en in 496 bekeerd zijn.
Zowel Edward JamesIn zijn standaardwerk The Franks, Oxford: Blackwell, 1988. als Marinus WesIn zijn inleiding tot de Historiën van Gregorius van Tours (vertaald door F.J.A.M. Meijer, Baarn: Ambo, 1994. argumenteren dat Clovis waarschijnlijk al in zijn kindertijd een ariaan was en dus niet rechtstreeks vanuit het heidendom tot het katholicisme overging, zoals Gregorius dat graag voorstelde. Ook Clovis’ omgeving, en dus alle Frankische notabelen, waren rond 500 zo goed als zeker oorspronkelijk arianen.
In 506 versloeg Clovis de Alemannen opnieuw, ditmaal bij Straatsburg. De Franken achtervolgden de Alemannen tot in het gebied van de Ostrogoten. De gebieden van de Alemannen in het westen van hun koninkrijk en het Rijnland (behalve de Elzas) werden door de Franken ingelijfd. Deze oorlog van Clovis leek te zijn bedoeld om de dreiging van de Alemannen in zijn rug weg te nemen, alvorens hij het jaar daarop met zijn oorlog tegen de Visigoten begon.
De bekering van Clovis thumb|De doop van Clovis(ca.1500), van een onbekende Franse schilder uit Saint-Gilles, National Gallery of Art De bekering van Clovis tot het katholieke christendom was van groot politiek belang. Terwijl alle Germaanse vorsten ariaans of heidens waren, maakte dit hem tot de held van de katholieke Gallo-Romeinse bevolking. Het jaar van zijn doop is niet met zekerheid bekend en ook 497, 498, 499, 507 en 508 worden als mogelijkheid genoemd.De historicus Ian N. Wood suggereert dat Clovis pas in 508 werd bekeerd (, The Merovingian Kingdoms, 450-751, Londen, 1994, p. 48.). Ook Danuta Shanzer vindt hier bij Avitus van Vienne sterke aanwijzingen voor (, Dating the baptism of Clovis: the bishop of Vienne vs. the bishop of Tours, in Early Medieval Europe 7 (1998), pp. 29-57). thumb|links|De doop van Clovis(ca.1375), miniatuur uit de Grandes Chroniques de France
Clovis werd gedoopt door Remigius van Reims (in het Frans saint Remi). Zijn voorbeeld werd gevolgd door zijn twee zusters, Audofleda en Lantechilde, en volgens Gregorius ook drieduizend van zijn krijgers. Dit aantal lijkt echter meer geïnspireerd door de Bijbel (Handelingen van de apostelen, 2:41) waar ook ongeveer drieduizend bekeerlingen genoemd worden. Een leger van bisschoppen en priesters zou hen allen hebben gedoopt. Een vroom christen werd koning Clovis uit het geslacht van de Merovingers allerminst. Zijn wreedheid bleef onveranderd groot en iedereen die hij beschouwde als een potentiële belager van zijn macht, werd vermoord. En zijn opvolgers zouden wat dat betreft weinig voor hem onderdoen. De geschiedenis van de Merovingers werd een aaneenschakeling van moorden en wreedheden., Hoe God verscheen in Saksenland: Widukinds knieval voor Karel de Grote, Deventer, 2012, p. 31.
thumb|De uitbreiding van de Frankische heerschappij over Gallië onder Clovis
De Bourgondiërs In 499 sloot Clovis een verdrag met de Bourgondische deelkoning Godigisel tegen diens rivaal Gundobad. Dit was voor Clovis ook een persoonlijke kwestie omdat Gundobad de moordenaar van zijn schoonouders was, terwijl Godigisel zijn vrouw Clothilde destijds juist in bescherming had genomen. In 500 verzekerde hij zijn rugdekking door een verdrag met Bretagne af te sluiten en trok op tegen Bourgondië. Clovis en Godigisel versloegen Gundobad in de Slag bij Dijon. Gundobad vluchtte daarop naar Avignon, maar een opmars van de Visigoten dwong Clovis en Godigisel om zich terug te trekken. Nadat Godigisel was gedood, werd door Theoderik van de Ostrogoten een vrede bemiddeld. De uitkomsten van de onderhandelingen waren: Gundobad werd koning van geheel Bourgondië, maar moest in de praktijk een sterke invloed van Clovis accepteren