Hindoestanen of Hindostanen, ook wel Surinaamse Hindo(e)stanen of Hindo(e)staanse Surinamers genoemd, zijn een bevolkingsgroep in Suriname die grotendeels afstammen van contractarbeiders uit (het toenmalig) Brits-Indië die vanaf 1873 naar Suriname zijn gebracht. Na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975, vertrokken vele Hindoestanen naar Nederland. Ze vormen een subgroep van Aziatische Surinamers en Indo-Caraïbiërs.
Hindoestanen dienen niet te worden verward met hindoes, volgers van het hindoeïsme. Hoewel het grootste deel van de Hindoestanen deze religie aanhangt, grotendeels verdeeld tussen de stromingen sanātana dharma en arya samaj, zijn er ook Hindoestanen die andere religies aanhangen of die niet religieus zijn. De islam is de tweede meest voorkomende religie, voornamelijk bestaand uit soennieten en ahmadiyya. Een kleinere groep volgt het christendom of is atheïst.
In Suriname maken de Hindoestanen met ongeveer 180.000, 27,4% uit van de totale bevolking. De Hindoestaanse gemeenschap is vooral gevestigd in de districten Wanica, Nickerie, Paramaribo, Saramacca en Commewijne. In Nederland woonden in 2009 ruim 160.000 Hindoestanen, wat neerkomt op bijna 1% van de totale bevolking.C. Choenni, Integratie Hindoestani Stijl, Vrije Universiteit 2011:19. Berekend in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek Zij zijn voornamelijk in de steden Den Haag, Amsterdam, Utrecht, Almere en Rotterdam en de gemeenten daar omheen gevestigd. Volgens de meest recente gegevens van het CBS wonen er in Nederland in 2024 ca. 200.000 Hindoestanen.
Daarnaast zijn er aanzienlijke Indo-Caraïbische gemeenschappen te vinden in Guyana (~40%) en Trinidad en Tobago (~38%) en kleinere gemeenschappen in Caribische landen, zoals Guadeloupe (~14%), Martinique (~10%), Belize, Barbados en Jamaica, die vaak niet alleen cultureel maar ook taalkundig veel gemeen hebben, aangezien er in deze gemeenschappen ook dialecten van het Caraïbisch-Hindoestani wordt gesproken.
Etymologie In het Nederlandstalige Caraïbisch gebied en Suriname werd de term Hindoestaan gebruikt voor nazaten van contractarbeiders uit Brits-Indië, hedendaags India, Pakistan en Bangladesh.
miniatuur|Kaart van de Hindoestan regio, ten tijde van Brits-Indië De term Hindoestaan is een Nederlandse verbastering van het woord Hindustani (हिंदुस्तानी, ہندوستانی), De term verwees oorspronkelijk naar het volk dat in het noorden van het Indisch subcontinent (Hindustan) langs de Indus woonde. Deze rivier werd in het Middeleeuws-Perzisch Sindhu genoemd, waarvan de termen "hindoe", "hindoestaan" en "hindoeïsme" uiteindelijk van zijn afgeleid.
De term hindoe duidt op religie, terwijl de term hindoestaan een etnisch-religieuze groep aanduidt, omdat op een gegeven moment deze etnische groep uit zowel hindoes, moslims als christenen bestond, werd er in het Nederlands gekozen voor de neutralere term Hindostaan, die niet slaat op religie maar op etniciteit of volk. De termen hindoestaan en hindostaan worden echter in informeel taalgebruik door elkaar heen gebruikt met nog steeds de aanduiding van etniciteit als betekenis.
De reden dat termen als Indiër, Indisch of indo niet werden gebruikt om hindoestanen aan te duiden, komt niet alleen doordat men zich geen Indiër voelde, maar ook doordat dit termen zijn die uit het Engels of Anglicisme komen, het voorvoegsel Indo verwijst in het Engels taalgebruik naar India, voorheen Brits-Indië. In het Nederlandse taalgebruik verwijst deze term samen met de vergelijkbare term Indisch echter naar Indonesië, voorheen Nederlands-Indië, waarvan er in Suriname later ook contractarbeiders vandaan kwamen, de Javanen die overigens ook niet Indisch werden genoemd. In het Engels worden Hindo(e)staanse Surinamers aangeduid als Indo-Surinamese, en de hindoestaanse gemeenschappen die in het Engelstalig Caraïbisch gebied wonen als Indo-Caribbeans vergelijkbaar met hoe Caraïbiërs van Sub-Saharaans Afrikaanse afkomst worden aangeduid als Afro-Caribbeans.
Geschiedenis Contractarbeid thumb|Hindoestaanse contractarbeiders Na de afschaffing van de slavernij in 1863 weigerden veel voormalige slaven nog langer op de plantages te werken. Suriname, dat toen gekoloniseerd was door Nederland, ging op zoek naar nieuwe en vooral goedkope arbeidskrachten. Contractanten die zich een aantal jaren moesten verbinden tot het verrichten van arbeid in loondienst op de plantages. Zo werden in 1853 Chinezen uit China en Java en Portugezen uit Madeira aangeworven. Toen dit onbevredigend verliep, richtte men de blik op een wervingsterrein waar andere landen wel succes hadden: Brits-Indië. De Engelse en Franse kolonies betrokken daarvandaan al geruime tijd hun plaatsvervangers voor de Afrikaanse slaven.
Vanaf 1868 werkten er al Hindoestaanse immigranten, afkomstig uit het Engelse deel van West-Indië (zoals Brits-Guyana) op Surinaamse plantages. Het betrof vooral Indiase immigranten die als contractarbeider naar Britse kolonies in West-Indië waren gekomen en na afloop van hun contract aldaar een nieuw contract voor Suriname sloten.
In 1872 werd een traktaat gesloten met de Engelse regering. Dit werd in Engeland ondertekend door Koningin Victoria op 10 februari 1872, en koning Willem III bekrachtigde het zes dagen later. Op 5 juni 1873 arriveerde het eerste schip met Brits-Indische contractanten, de Lalla Rookh, in Suriname. De 399 passagiers, voor wie bij vertrek uit Calcutta (Garden Reach) onduidelijk was waar ze precies terecht zouden komen, zetten voet aan wal te Fort Nieuw Amsterdam, thans de hoofdplaats van het district Commewijne.
Het aanwervingscentrum van het koloniaal bestuur van Suriname was in Calcutta, de hoofdstad van Bengalen. Contractarbeiders werden vooral geworven in het noorden van Brits-Indië, in de Gangesvlakte van Noord-India en dan vooral uit (het huidige) Uttar Pradesh, Bihar en Bengalen. Deze streken behoorden tot de dichtstbevolkte gebieden ter wereld, met weinig andere bestaansmogelijkheden dan de landbouw. Voor de werving van de aspirant contractanten maakte men gebruik van wervers (Arkaathi's). Met valse voorwendselen en mooie beloften haalden de wervers de mensen over om mee te gaan. thumb|Onder het straatnaambord in Fort Nieuw-Amsterdam is een vitrine geplaatst met een Lijst van namen van schepen, datum van aankomst en contractnummers waarmee de Hindoestaanse immigranten in Suriname aankwamen tijdens de Hindoestaanse immigratie (Periode 05 juni 1873 - 24 mei 1916) Vanuit de ‘subdepots’ in Benares, Allahabad, Basti en Muzzafarpur werden zij per trein vervoerd naar de inschepingshaven Calcutta. Van hieruit maakten zij de overtocht per zeil- of stoomschip. Per zeilschip duurde de reis 3 maanden, per stoomschip 6 à 8 weken.
Tussen 1873 en 1916 kwamen ongeveer 35.000 Hindoestanen uit Brits-Indië naar Suriname. De contractanten lieten een armoedig bestaan in India achter zich, maar kregen het in eerste instantie in Suriname niet veel beter. Zij werden zeer slecht betaald, zodat ze ook wel ‘cent-slaven’ werden genoemd. De roman Tweemaal Mariënburg van Cynthia McLeod geeft een beeld van hun leven in die tijd. Ongeveer één derde van de immigranten keerde na afloop van hun (vervolg)contract terug naar hun geboorteland. In dezelfde periode kwamen daarnaast circa 2.500 Brits-Indiërs als vrije immigranten naar Suriname.
Na berichten over hoge sterftecijfers bij de emigranten door onvoldoende medische verzorging, besloot de Brits-Indische regering de emigratie in 1875 te schorsen. Door tussenkomst van de agent-generaal voor de Immigratie Cateau van Rosevelt werd de schorsing in 1878 opgeheven.
Opstanden Tot 1920 waren er ongeveer veertig grotere en kleinere opstanden van Hindoestaanse contractarbeiders in Suriname.C. Choenni, "'De Hindoestaanse opstand op Mariënburg in 1902'" op hindorama.com (28 juli 2022) Een van de eersten vond plaats in 1879 op de plantages Alliance en De Resolutie. In september 1884 was er verzet tegen een aantal gezagsfunctionarissen op de plantages Zoelen en Zorg en Hoop onder leiding van de vrijheidsstrijder Mathura. Een militair detachement maakte hier een einde aan. Aan de klachten van de arbeiders werd niet tegemoetgekomen. Op Zorg en Hoop brak opnieuw opstand uit onder aanvoering van Challoo Ramjanee en Janey Tetary. Honderd arbeiders met stokken en houwers kwamen voor hun rechten op. Militairen openden van korte afstand het vuur op hen waarbij zeven arbeiders werden gedood.
Bijna zes jaar later raakten arbeiders van Zoelen en Geertruidenberg slaags. Marechaussees kwamen met vuurwapens tussenbeide, waarbij vijf doden en veel gewonden vielen.
In 1902 werd op Mariënburg de Schotse directeur Mavor gedood door tweehonderd razende arbeiders. De volgende dag brak de Opstand van Mariënburg uit, waarbij het vuur werd geopend op de arbeiders. Hierbij vielen 24 doden en 32 gewonden.
Einde van de immigratie In 1916 zette de Britse regering de emigratie van contractarbeiders naar alle delen van de wereld stop, onder druk van de nationalistische beweging onder leiding van Mahatma Gandhi. Ruim 25.000 Hindoestanen bleven in Suriname.
Na de onafhankelijkheid thumb|Standbeeld Baba en Mai van Khedoe in Paramaribo, ter herinnering aan de Hindoestaanse immigratie in Suriname Hindoestanen staan in Suriname bekend om hun ondernemerschap. Hoewel de politieke macht lange tijd in handen was van de Nederlanders en (daarna) de Creolen, hadden Hindoestanen een financieel-economisch overwicht ten opzichte van andere bevolkingsgroepen. Lange tijd leek het erop dat de Hindoestanen politiek weinig te vertellen hadden en zouden krijgen, maar hun positie – en dan vooral die van de VHP – is cruciaal voor het bereiken van meerderheidsregeringen.
Het Surinaamse parlement werd in de periode van 1984 tot 2001, 17 jaar lang, voorgezeten door VHP-voorzitter Jaggernath Lachmon. Met Fred Ramdat Misier, president van het Hof van Justitie, tevens waarnemend president van de Republiek Suriname in 1982-1988, en Ramsewak Shankar, president van 1988 tot 1990 leverden de Hindoestanen belangrijke landsbestuurders.
thumb|Nickerie (Suriname)
Veel Hindoestanen wonen in het Surinaamse district Nickerie. Het zijn voornamelijk kleine landbouwers en vissers.
Hindoestanen in Suriname Demografie De Surinaamse volkstelling van 2012 telde 148.443 ’volbloed’ Hindoestanen op een totale bevolking van 541.638 mensen. Dit staat gelijk aan 27,4% van de Surinaamse bevolking. Het aantal Hindoestanen is met +13.326 mensen toegenomen vergeleken met de volkstelling van 2004, toen er nog 135.117 Hindoestanen werden geteld. Ontwikkeling van de Hindoestaanse bevolking in de periode 1950-2012 Jaartal 1950 1964 1972 2004 2012 Aantal Hindoestanen 62.280 112.633 142.917 135.117 148.443 Totale bevolking van Suriname 198.668 324.211 379.607 492.829 541.638 Percentage Hindoestanen 31,3% 34,7% 37,6% 27,4% 27,4% Van de 72.340 Surinamers met een gemengde afkomst, hebben er vervolgens 14.651 een ‘volbloed’ Hindoestaanse vader of moeder. Mensen met gedeeltelijk Hindoestaans en gedeeltelijk Afro-Caraïbisch bloed worden ook wel Dogla genoemd in de volksmond.
Verspreiding De Surinaamse Hindoestanen wonen vooral in de districten Nickerie (61%), Saramacca (53%), Wanica (44%), Commewijne (30%) en Paramaribo (23%). (pdf). Gearchiveerd op 23 december 2021. De overige districten hebben relatief weinig Hindoestanen. Verspreiding van de Hindoestanen in Suriname District Bevolking Hindoestanen % Paramaribo 240.924 55.192 22,9% Wanica 118.222 51.813 43,8% Nickerie 34.233 20.724 60,5% Commewijne 31.420 9.368 29,8% Saramacca 17.480 9.325 53,3% Para 24.700 1.601 6,5% Marowijne 18.294 162 0,9% Sipaliwini 37.065 94 0,3% Coronie 3.391 86 2,5% Brokopondo 15.909 78 0,5% Suriname 541.638 148.443 27,4%