The Cats waren een popgroep uit Volendam. Ze bestonden van 1964 tot 1985, zij het met enkele onderbrekingen, en waren van 1968 tot 1975 een van de meest succesvolle bands van Nederland.OOR Pop-encyclopedie (1994) The Cats De bezetting bestond uit Cees Veerman, Piet Veerman, Arnold Mühren, Jaap Schilder, Theo Klouwer en (van 1972 tot 1975) Piet Keizer. Jan Buijs was vanaf de oprichting de manager.

Ze ontwikkelden een oorspronkelijk muziekgeluidJan van der Plas, The Cats 100, recensie, OORHarry Knipschild (10 november 2011) Jaap Veerman en 'Mooi Volendam' dat de naam palingsound meekreeg. Het kenmerkt zich door de dramatiek in de stem van Piet Veerman, de achtergrondzang van de andere leden, de composities van Arnold Mühren en het studiowerk van Klaas Leyen en Wim Jongbloed. De stijl vond navolging bij veel andere Volendamse artiesten, zoals Maddog, Left Side, Next One en vanaf 1976 BZN.

Cees Veerman was aanvankelijk de leadzanger en Piet Veerman had deze rol vanaf 1968 voor de A-kanten van de singles. De eerste nummers waren covers of werden buiten de groep geschreven. Daarna kwam steeds meer werk van eigen hand, waaronder de grote hits Lea, Why, Marian, Magical mystery morning, Where have I been wrong, Let's dance en There has been a time. De meest verkochte single is One way wind. The Cats verkochten meer dan dertien miljoen geluidsdragers. 36 singles kwamen in de Top 40 terecht, waarvan vijf op nummer 1 en negentien in de Top 10. In de alltimelijst Top 2000 zijn in de loop van de tijd dertien nummers opgenomen.

De band trad op in binnen- en buitenland, waaronder Indonesië, Suriname en op de Antillen. Twee albums werden in de Verenigde Staten geproduceerd door Al Capps. In 1974 was er een optredenstop van ongeveer een jaar. In deze periode brachten drie bandleden soloalbums uit. Na een hervatting van de optredens viel de band in 1979 geheel uit elkaar. Vervolgens was er van 1982 tot 1985 een comeback. In 1994 was er nog een vergeefse poging hiertoe door drie bandleden zonder Piet Veerman. Kort na de eeuwwisseling werden twee tributebands opgericht en vijftien jaar later nog een derde.

Biografie De formatie (tot 1964) In het midden van de jaren vijftig vormden Cees Veerman (1943-2014) en Arnold Mühren (1944) een zangduo, waarbij ze zich begeleidden op de gitaar. In 1959 trad Veerman als vijftienjarige toe tot de Spoetnik Boys, ook wel de eerste echte rock-'n-rollband van Volendam genoemd. Vervolgens gingen beiden in 1960 op in Electric Johnny & The Skyriders, een skiffleband onder leiding van Jan Buijs (Spruitje). Nadat ze Jaap Schilder (1943) gitaar hadden horen spelen, vroegen ze hem om zich ook aan te sluiten. Schilder vormde toen met zijn neef Piet Veerman (1943, geen familie van Cees) nog het duo The Everly Kosters. Die naam was ontstaan uit de samenvoeging van hun familienaam De Koster met de naam van de toen populaire Everly Brothers. Op voorwaarde dat ze beiden mochten aansluiten, maakten ook zij de overstap. Piet Veerman ging enige tijd later over van slag- naar leadgitaar en Jaap Schilder maakte de omgekeerde beweging.De Boer (2006), pag. 13, 19, 45-59, 68, 83, 92, 99 en 108Golsteijn (1973) Cees Veerman bleef slaggitaar spelen en Arnold Mühren stapte over naar de basgitaar.

Kort erop verlieten de oorspronkelijke bandleden The Skyriders en ging dit viertal verder als The Mystic Four. Omdat de band geregeld optrad, hadden ze behoefte aan een drummer. Dit werd Cees Mooijer (Pluk) die al sinds de start bij The Skyriders had gedrumd. Na korte tijd werd de naam gewijzigd in The Blue Cats, een verwijzing naar hun blauwe modepakken en naar de bijnaam van de leadzanger Cees Veerman, Poes.

De manager Jan Buijs Toen de band een versterker nodig had, klopten Piet Veerman en Arnold Mühren voor een lening aan bij hun plaatsgenoot Jan Buijs (Tuf), niet te verwarren met de Skyrider Jan Buijs (Spruitje). Hij was de vriend van de zus van Jaap Schilder en had de band al enkele malen zien optreden. Dankzij drie banen had hij al wat spaargeld opgebouwd. Hij besloot in te gaan op het voorstel van The Blue Cats en zette een bedrag van 3.500 gulden voor ze opzij. De terugbetaling gebeurde uit de verdiensten van de optredens.

Hij trok er ook geregeld met zijn brommer op uit om optredens te regelen. Hiervoor gebruikte hij een cassettebandje dat ze tijdens hun repetities hadden opgenomen. Het eerste optreden buiten Volendam was in een café in Heerhugowaard, met een kist bier als beloning. Het binnenhalen van optredens ging Buijs goed af en nog vroeg in het bestaan van de band werd hij hun manager. Deze taak nam hij serieus op door ook andere zaken op te pakken. Vaak wist hij een auto te regelen voor optredens verderop in de provincie.Tol en Veerman (1999), pag. 36-43, 74-85 en 106

Tevens loste hij de terugkerende problemen met hun drummer op. Mooijer had mede vanwege zijn verloofde weinig ambities om geregeld op pad te gaan voor optredens. Hij had ook al een paar maal gedreigd de band te verlaten. Ondertussen had Buijs Theo Klouwer (1947-2001) al gepolst als vervanger. Klouwer had eveneens bij The Skyriders gedrumd en verder nog voor de Blue Stars en af en toe als invaller van BZN.Tol en Veerman (1999), pag. 45-86 Toen Mooijer weer eens dreigde de band te verlaten, zag Buijs zijn kans en nam ter plaatse Mooijers drumstel over voor 350 gulden. Hiermee was de wisseling van drummer een feit.

In april 1964 schrapte de band het woord Blue uit de groepsnaam; dit wordt gezien als het moment waarop The Cats daadwerkelijk zijn opgericht. Hun eerste optreden onder deze naam en met Klouwer achter de drums vond plaats op Koninginnedag 30 april 1964.

Talentenjachten en eerste platencontract Door aan talentenjachten mee te doen, kwamen ze onder de aandacht van artiesten als Imca Marina, Anneke Grönloh en Trea Dobbs, die ze vervolgens tijdens hun optredens mochten begeleiden. Ook gaven ze zelf optredens met covermuziek. In 1965 werd een talentenjacht uit naam van de zeezender Radio Veronica georganiseerd in de latere Soundpush Studio's in Blaricum. Er was echter geen competitie en de uitvoering had meer weg van een auditie op een dorpstoneel. De organisatie lag in handen van Durlacher en Levy van de pionierende muziekstudio Durlaphone uit Amsterdam. De uitvoering van If I didn't have a dime to play the juke-box van Gene Pitney viel in de smaak en leverde The Cats een platencontract op. Van Veronica waren Jan van VeenHarry Knipschild (10 november 2011) Arnold Mühren, popmuziek uit Volendam en Joost den Draayer aanwezig. De laatste memoreerde in 2006 dat hij The Cats toen meedeelde: "Als jullie dat [nummer] gaan opnemen en uitbrengen, ga ik het draaien."

Juke-box kwam uit als debuutsingle van The Cats en werd vervolgens ook door Veronica uitgezonden. Toen dit gebeurde, was dit nog zo bijzonder dat in Volendam de machines in de fabrieken werden uitgezet om naar ze te luisteren. Er werd op gehoor ingezongen, waardoor een onjuiste tekst te horen is op de derde single, Ave Maria no morro. Uiteindelijk belandde geen van de singles van Durlaphone in de Top 40. Op dat moment werden ze nog niet uitgebracht op een elpee. In 1972, tijdens de hoogtijdagen, deed Durlaphone dit alsnog op de elpee Collectors classics die met zes nummers slechts aan één zijde afspeelbaar is.

Overstap naar Bovema/EMI (1965) thumb|The Cats tijdens een uitzending van Fenklup van de VARA op 7 juni 1968. Ontevreden over de kwaliteit van Durlaphone schreef Jan Buijs (Tuf) brieven naar een groot aantal platenlabels. Onbekend met de Nederlandse muziekindustrie, richtte hij ze ook aan vijf labels die allemaal toebehoorden aan Bovema (het latere EMI). Deze maatschappij nodigde de band uit om op 4 januari 1966 auditie te doen.

Een week later, op 11 januari, werd het contract getekend. Als eerste single bij hun nieuwe platenmaatschappij verscheen What a crazy life. Deze stond vijftien weken in de Nederlandse Top 40 met nummer 14 als hoogste notering. Omdat het nummer geschreven was door Roger Greenaway en Roger Cook, vroeg Bovema dit schrijversduo meer nummers aan te leveren. Drie ervan verschenen op een single, waaronder Sure he's a cat.

Hun prille succes leverde hun eerste televisieoptreden op in Moef Ga Ga van Bob Rooyens. De uitzending was echter teleurstellend voor zowel de bandleden als veel Volendammers die vol verwachting aan de televisie gekluisterd zaten. Rooyens had namelijk een kooi met een kat op het podium geplaatst en alleen Cees Veerman was heel kort in beeld.

De stem van Piet Veerman thumb|left|Piet Veerman in het muziekprogramma Popzien van de VARA in 1973. Bij Bovema kenden The Cats vijf kleine hits op rij en in 1968 waren zij toe aan de opname van Times were when (1968). Piet Veerman zong het nummer op eigen verzoek in. Over deze opnames waren de andere bandleden heel enthousiast, inclusief Cees Veerman die tot dan toe de leadzanger was geweest. Bovema was hier echter op tegen en hield hun de slogan never change a winning team voor. Voor de bandleden was het echter een uitgemaakte zaak, omdat ze Piet Veerman tijdens optredens ook al Vaya con Dios hadden horen zingen, en nummers van Amerikaanse soulzangers als Solomon Burke, Joe Tex en Wilson Pickett. Onder druk van de band werd de single daarom toch ingezongen door Piet Veerman.

Times were when betekende de doorbraak en was met een nummer 2-notering hun eerste top 10-hit. Voor de singles was de wisseling van de leadzanger blijvend; wel bleef Cees Veerman de eerste stem leveren voor ongeveer de helft van de nummers op de elpees.

Het was het begin van een succesvolle periode, waarin vijf nummers op plaats 1, twee op plaats 2 en vijf op plaats 3 van de Top 40 terechtkwamen. Bij elkaar kwamen 36 singles in deze hitlijst te staan.

Piet Veermans stemgeluid werd door Veronica omschreven als "met een traan tussen de stembanden." In een documentaire zette de zanger uiteen, waar volgens hem een stem uit is opgebouwd. Als eerste noemde hij de techniek, die aan te leren is en een basis vormt waaruit een zanger kan putten. Als tweede en derde zijn dat het timbre en de kleur die volgens hem niet te veranderen zijn door de zanger. Als laatste is er nog het gevoel dat de zanger erin legt en in het gunstigste geval door de luisteraar wordt opgepakt.Veronica (1983) Story of The Cats, televisiedocumentaire

De pen van Arnold Mühren thumb|150px|Mühren tijdens de Edison-uitreiking in februari 1970. The Cats bouwden een groeiende schare fans op waarvan sommigen hen nareisden tijdens optredens. Toen een van hen, Lia Vertelman, was omgekomen tijdens een verkeersongeval, greep dat Arnold Mühren zo aan dat hij contact zocht met haar moeder. Zij vertelde hem dat ze geregeld Goodbye baby, baby goodbye van The Cats draaide als troost voor het verlies van haar dochter. Het inspireerde hem tot het schrijven van het lied Lea. Om ongewenste publiciteit te voorkomen, sprak hij met haar moeder af dat The Cats het verhaal achter de tekst niet naar buiten zouden brengen. Hierdoor bleef het voor langere tijd verborgen. Toen Lia's moeder in december 2010 overleed, werd in haar handtasje de briefwisseling met Mühren teruggevonden.Herman Veenhof (16 mei 2014) The Cats: glad en grijsgedraaid, Nederlands Dagblad

Lea (1968) werd het eerste nummer op een A-kant dat door een Cat was geschreven. De single werd 174.000 maal verkocht.Martijn van Stuyvenberg (2014) 50 jaar Top 40, , pag. 19-22 Mühren schreef het met Piet Veermans stem in zijn gehoor. Tijdens het schrijven hield hij rekening met zijn stembereik, welke woorden hij goed kon brengen en wat hij mooi kon zingen. Zijn liedjes en het stemgeluid van Piet Veerman werden in de volgende jaren bepalend voor het succes van The Cats. Lea werd de eerste nummer 1-hit van de band in Nederland en betekende ook de doorbraak in Vlaanderen, waar het op nummer 6 belandde.