De Labour Party (Arbeiderspartij, Welsh: Y Blaid Lafur) is een centrumlinkse partij in het Verenigd Koninkrijk die zichzelf sociaaldemocratisch noemt. Zij is een van de drie belangrijkste Britse politieke partijen. De sociaaldemocratische ideeën binnen Labour hebben zich zelfstandig ontwikkeld, afzonderlijk van verwante partijen in (West-)Europa. Na de verkiezingen van 2024 is Labour de grootste partij in het Lagerhuis en levert ze met Keir Starmer en later Andy Burnham de premier van het Verenigd Koninkrijk.
Structuur Labour bestaat uit lokale partijen die een samenwerkingsverband op nationaal niveau hebben (in het Verenigd Koninkrijk noemt men dat 'Constituency Labour Parties'). Verder bestaat Labour uit socialistische verenigingen (socialist societies) en aangesloten vakverenigingen (affiliated trade unions). De bekendste socialistische verenigingen binnen de Labour Party zijn: de Christian Socialist Movement, de Fabian Society en de Independent Labour Party.
Geschiedenis Oprichting en eerste regering Labour is opgericht op 27 februari 1900 in de Memorial Hall te Londen tijdens een arbeidersprotest. In eerste instantie was Labour bedoeld als de politieke arm van de vakverenigingen. De eerste leider was James Keir Hardie. Op 15 februari 1906 veranderden de afgevaardigden in het Lagerhuis de naam in "Parliamentary Labour Party". In de eerste jaren diende Labour meer als een protestpartij, en tot 1918 was de partij een conglomeraat van samenwerkende organisaties. Van harmonie tussen de verschillende socialistische verenigingen en vakbonden die de Labour Party vormden, was in de eerste jaren geen sprake. Ook de verschillende kijk op het socialisme van de socialistische verenigingen (theoretisch), vakbonden (praktisch) en individuele Labour-leden droegen niet bij aan de eenheid.
De Britse politiek was aan het einde van de 19e en het begin van de 20e eeuw verdeeld tussen de intelligentsia, vertegenwoordigd door de Conservative Party, en de afgescheidenen van de Engelse Staatskerk die zich rond het "Welsh Methodism" schaarden (dat werd vormgegeven door de Liberal Party). De Liberal Party werd later opgesplitst, waardoor veel kiezers naar Labour overliepen.
Labour vormde zijn eerste (minderheids)regering in 1924, met steun van de liberalen. De premier was Ramsay MacDonald. Negen maanden later kwamen de Conservatieven echter weer aan de macht.
Scheuring onder MacDonald Na de verkiezingen van mei 1929 werd Labour de grootste partij in het Lagerhuis. MacDonald vormde een tweede regering met steun van de liberalen, maar doordat zij geen meerderheid in het Lagerhuis hadden konden zij niet hun (volledige) programma uitdragen/uitvoeren.
De crisis van 1931 leidde tot een scheuring in de partij. MacDonald en een aantal ministers vormden een alliantie met de conservatieven als "National Government". Het grootste gedeelte van de partij ging in de oppositie onder leiding van George Lansbury en vanaf 1935 Clement Attlee. De ILP onder leiding van James Maxton scheidde zich af in 1932 en nam daarmee een groot gedeelte van de linkse achterban met zich mee.
Terwijl de "National Government" van MacDonald wegslonk tot een klein partijtje, won Labour het grootste gedeelte van zijn electoraat terug. Vervolgens nam de partij deel aan het oorlogskabinet van Winston Churchill.
1945-1979 In juli 1945 won Labour de verkiezingen met 48% van de stemmen en een meerderheid van 146 zetels in het Lagerhuis, de grootste overwinning tot dan toe. Labour vormde een regering onder Clement Attlee, een van de radicaalste die het Verenigd Koninkrijk tot dan toe had gehad. De oprichting van de uit belastinggeld betaalde National Health Service is een van haar grootste daden. Attlees regering raakte echter verdeeld, onder meer over het budget voor defensie. In 1951 verloren zij de macht aan de conservatieven.
In de jaren 50 en begin jaren 60 was de Labour-partij verdeeld tussen de gematigde voorstanders van modernisering onder leiding van Hugh Gaitskell en de socialistische (deels marxistische) stroming in de partij. Hierdoor bleef de partij 13 jaar in de oppositie. Begin jaren 60 raakten de conservatieven verwikkeld in een reeks schandalen, waaronder de Profumo-affaire, waardoor hun populariteit beschadigd werd. Ook werden zij gezien als een partij die geen oog meer had voor het veranderen van het land. Bovendien stortte de economie in. Mede hierdoor kwam Labour tussen 1964 en 1979 weer aan de macht, met een onderbreking van 1970 tot 1974. De Labour-regering onder Harold Wilson in de jaren zestig voerde enkele belangrijke sociale hervormingen door, zoals de wetten over abortus, legalisering van homoseksualiteit en afschaffing van de doodstraf. In 1970 verloor Labour de verkiezingen, waarna de conservatief Edward Heath premier werd. In februari 1974 haalde noch de Conservatieve partij noch Labour een meerderheid, maar in oktober 1974 won Labour alsnog met een kleine meerderheid.
De jaren zeventig bleken een moeilijke tijd om te regeren. De economie zat in het slop, waardoor de Labour-regering genoodzaakt was om een lening te vragen bij de Wereldbank. Ook speelden er in de jaren zeventig vele industriële problemen en braken er veelvuldig stakingen uit. De nauwe banden die de regering (vanuit het verleden) had met de vakbonden kostten Labour uiteindelijk de macht.
In 1976 trad Wilson af als premier en partijleider. Hij werd opgevolgd door James Callaghan. Ook hij kreeg te maken met enorme stakingen. Zijn regering kwam ten val tijdens de "Winter of discontent", waarin massale stakingen het land plat legden. In 1979 werd Labour wederom verslagen door de conservatieven, die ditmaal geleid werden door Margaret Thatcher.
Partijleiders Partijleider Termijn Leeftijd Regerings- functie(s) als leider Overige functie(s) Verkiezing(en) 120px|George Lansbury George Lansbury (1859–1940) 25 oktober 1932 – 10 oktober 1935 73–76 Minister van Openbare Werken (1929–1931) 120px|Clement Attlee Clement Attlee (1883–1967) 10 oktober 1935 – 10 december 1955 52–72 Premier (1945–1951) Kanselier van het Hertogdom Lancaster (1930–1931), Minister van Posterijen (1931), Lord Privy Seal (1940–1942), Minister voor Dominion Zaken (1942–1943), Vicepremier (1943–1945), Lord President of the Council (1943–1945) en Minister van Defensie (1945–1946) 1935 1945 1950 1951 1955 120px|Herbert Morrison Herbert Morrison (1888–1965) 10 december 1955 – 15 december 1955 Waarnemend na het aftreden van Clement Attlee 67 Minister van Transport (1929–1931), Voorzitter van de Raad van Groot-Londen (1934–1940), Minister voor Bevoorrading (1940), Minister van Binnenlandse Zaken (1940–1945), Vicepremier (1945–1951), Lord President of the Council (1945–1951), Leader of the House of Commons (1945–1951) en Minister van Buitenlandse Zaken (1951) 120px|Hugh Gaitskell Hugh Gaitskell (1906–1963) 15 december 1955 – 18 januari 1963 Overleden tijdens ambtstermijn 49–56 Minister van Financiën (1950–1951) 1959 120px|George Brown George Brown (1914–1985) 18 januari 1963 – 13 februari 1963 Waarnemend na het overlijden van Hugh Gaitskell 48 Minister van Economische Zaken (1964–1966), First Secretary of State (1964–1966) en Minister van Buitenlandse Zaken (1966–1968) 120px|Harold Wilson Harold Wilson (1916–1995) 13 februari 1963 – 5 april 1976 46–60 Premier (1964–1970, 1974–1976) President of the Board of Trade (1947–1951) 1964 1966 1970 1974 (1) 1974 (2) 120px|James Callaghan James Callaghan (1912–2005) 5 april 1976 – 10 november 1980 64–68 Premier (1976–1979) Minister van Financiën (1964–1967), Minister van Binnenlandse Zaken (1967–1970) en Minister van Buitenlandse Zaken (1974–1976) 1979 120px|Michael Foot Michael Foot (1913–2010) 10 november 1980 – 3 oktober 1983 67–70 Minister van Arbeid (1974–1976), Lord President of the Council (1976–1979) en Leader of the House of Commons (1976–1979) 1983 120px|Neil Kinnock Neil Kinnock (1942) 3 oktober 1983 – 18 juli 1992 41–50 Eurocommissaris voor Transport (1995–1999), Vicevoorzitter van de Europese Commissie (1999–2004), Eurocommissaris voor Administratieve Hervorming (1999–2004) 1987 1992 120px|John Smith John Smith (1938–1994) 18 juli 1992 – 12 mei 1994 Overleden tijdens ambtstermijn 53–55 Minister van Handel (1978–1979) President of the Board of Trade (1978–1979) 120px|Margaret Beckett Margaret Beckett (1943) 12 mei 1994 – 21 juli 1994 Waarnemend na het overlijden van John Smith 51 Minister van Economische Zaken (1997–1998), Lord President of the Council (1998–2001), Leader of the House of Commons (1998–2001), Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening (2001–2002), Minister van Milieu (2001–2002), Minister van Milieu, Voedselvoorziening en Agrarisch Zaken (2002–2006) en Minister van Buitenlandse Zaken (2006–2007) 120px|Tony Blair Tony Blair (1953) 21 juli 1994 – 27 juni 2007 41–54 Premier (1997–2007) 1997 2001 2005 120px|Gordon Brown Gordon Brown (1951) 27 juni 2007 – 11 mei 2010 56–59 Premier (2007–2010) Minister van Financiën (1997–2010) 2010 120px|Harriet Harman Harriet Harman (1950) 11 mei 2010 – 25 september 2010 Waarnemend na het aftreden van Gordon Brown 59–60 Minister van Sociale Zaken (1997–1998), Minister voor Vrouwen en Gelijkheid (1997–1998, 2007–2010), Leader of the House of Commons (2007–2010) en Lord Privy Seal (2007–2010) 120px|Ed Miliband Ed Miliband (1969) 25 september 2010 – 8 mei 2015 40–44 Kanselier van het Hertogdom Lancaster (2007–2008), Minister voor Kabinetszaken (2007–2007) en Minister van Energie en Klimaat (2008–2010) 2015 120px|Harriet Harman Harriet Harman (1950) 8 mei 2015 – 12 september 2015 Waarnemend na het aftreden van Ed Miliband 64–65 120px|Jeremy Corbyn Jeremy Corbyn (1949) 12 september 2015 – 4 april 2020 66–70 2017 2019 120px|Keir Starmer Sir Keir Starmer (1962) 4 april 2020 – 17 juli 2026 57–63 Premier (2024–2026) 2024 120px|Andy Burnham Andy Burnham (1970) 17 juli 2026 – heden 56–
Labour in het Thatcher-tijdperk Na de verkiezingsnederlaag van 1979 ontstond er binnen Labour weer rivaliteit tussen 'links' (geleid door Michael Foot en Tony Benn), en 'rechts' (geleid door Denis Healey). Dit leidde uiteindelijk tot een scheuring. Een gedeelte van de aanhang ging onder leiding van Roy Jenkins verder als de Social Democratic Party. De SDP vormde een alliantie met de liberalen. Deze alliantie is zeer populair geweest.
Doordat het rechtsere deel van de achterban grotendeels was weggelopen als gevolg van de scheuring, schoof Labour op naar links. Hierdoor, en door de populariteit van Thatcher (mede als gevolg van de gewonnen Falklandoorlog), leed Labour in 1983 een van haar grootste nederlagen ooit. Michael Foot werd nu vervangen door Neil Kinnock, die na de nederlaag in 1992 op zijn beurt vervangen werd door John Smith.
New Labour Na de dood van John Smith in 1994 werd Tony Blair de nieuwe leider van de Labour Party. De partij gebruikte voortaan de slogan New Labour en legde ook de koers meer naar het politieke midden. De populariteit van Blair steeg snel. Bovendien werd de conservatieve regering van John Major geteisterd door diverse schandalen. In 1997 boekte Labour een recordoverwinning. In vele districten werd voor het eerst een lid van Labour gekozen en diverse conservatieve kopstukken verloren hun zetel. Zijn eerste regering was populair en in 2001 wist hij zijn recordmeerderheid op een zetel na te behouden. Labour kreeg echter kritiek te verduren toen Tony Blair in maart 2003 besloot mee te doen aan de oorlog in Irak onder een multinationale troepenmacht, de zogenoemde Coalition of the Willing. Prominenten in de linkervleugel van de partij zoals Tony Benn en Jeremy Corbyn kwamen hier tegen in opstand. Desondanks won Labour in 2005 opnieuw, en zo kon Tony Blair drie keer premier worden van het Verenigd Koninkrijk, een unicum voor Labour.
Na het Blairtijdperk