Liverpool Football Club is een Engelse voetbalclub uit Liverpool, opgericht in 1892. De club speelt haar thuiswedstrijden op Anfield en is eigendom van het Amerikaanse Fenway Sports Group. Door de vele gewonnen prijzen in binnen- en buitenland wordt Liverpool FC beschouwd als een van de allergrootste clubs ter wereld.
Geschiedenis De club moet niet worden verward met de in 1857 opgerichte rugbyclub Liverpool Football Club, die na fuseren met St Helens RLFC verder ging als Liverpool St. Helens Football Club. Deze club heeft niets te maken met de later opgerichte voetbalclub Liverpool.
Oorsprong De geschiedenis van Liverpool Football Club begint opmerkelijk genoeg met de latere rivaal Everton Football Club. In het jaar 1878 werd die club opgericht en zes jaar later verhuisde zij naar Anfield, dat eigendom was van clubvoorzitter John Houlding. Nadat Houlding de grond wilde verkopen aan de club, maar die liever een langdurige huurovereenkomst wilde sluiten, besloot Everton te verhuizen naar een locatie vlak bij wat later uitgroeide tot Goodison Park. Hierop besloot Houlding zelf een voetbalclub op te richten die de naam Liverpool Football Club aannam en op 15 maart 1892 het levenslicht zag.
Houlding meldde de club aan voor de First Division. De Football League wees de club echter af, waarna zij ging deelnemen aan de Lancashire League. Op 1 september 1892 speelde Liverpool haar eerste wedstrijd in de clubgeschiedenis tegen Rotherham Town. Deze wedstrijd werd met 7-1 gewonnen. De eerste goal van Liverpool werd gemaakt door Malcolm McVean. Deze wedstrijd is ook de eerste, waarin een Engelse club speelde met alleen maar buitenlanders op het veld. Het team bestond volledig uit voetballers van Schotse komaf. Manager John McKenna had deze spelers gerekruteerd tijdens een scoutings reis naar het land. De eerste wedstrijd in de Lancashire League werd gespeeld tegen Higher Walton. Onder toeziend oog van 200 toeschouwers werd er met 8-0 gewonnen. John Smith maakte de eerste officiële goal voor de club. Naarmate het seizoen vorderde nam het aantal toeschouwers toe.
Het eerste seizoen ging de boeken in als een succesvol seizoen, want Liverpool sloot het af als kampioen van de Lancashire League. Het had een beter doelsaldo waardoor het Blackpool FC achter zich liet. Daarnaast wisten ze beslag te leggen op de Liverpool District Cup door van Everton te winnen. Als gevolg van dit succes besloot Liverpool zich opnieuw aan te melden bij de English Football League. Ditmaal werden ze wel toegelaten, voornamelijk vanwege het uittreden van Accrington FC en Bootle FC uit de Second Division. In 1894 veranderden de clubkleuren van Liverpool van een blauw-wit geblokt shirt met witte broek naar een rood shirt met witte broek.
De eerste wedstrijd in de Football League werd gespeeld tegen Middlesbrough Ironopolis op 2 september 1893. McVean tekende opnieuw voor de eerste goal in de met 2-0 gewonnen wedstrijd. Dat debuutseizoen bleef Liverpool ongeslagen en promoveerde met 22 overwinningen uit 28 wedstrijden naar de First Division. Omdat een kampioenschap destijds nog geen automatische promotie betekende moest er nog een knock-outfase overleefd worden. Hierin schakelde het Newton Heath uit, later bekend als Manchester United, waardoor Liverpool kon promoveren. Het verblijf in de First Division bleef beperkt tot een seizoen, want in dezelfde knock-outfase een jaar later werd het ditmaal uitgeschakeld door Bury FC.
In het seizoen dat volgde, 1895/96, werd opnieuw promotie behaald. Ditmaal wist men in de knock-outfase te winnen van Small Heath, later bekend als Manchester City, en West Bromwich Albion, waardoor de club terug mocht keren naar het hoogste niveau. Een nieuwe mijlpaal volgde een seizoen later toen Liverpool voor het eerst in de clubgeschiedenis doordrong tot de halve finale van de FA Cup. Hierin werd zij in twee wedstrijden uitgeschakeld door Aston Villa. Na het behalen van de promotie werd Tom Watson, die drie keer kampioen werd met Sunderland AFC, aangesteld als hoofdtrainer van Liverpool.
Tom Watson (1896–1915) Gedurende de volgende twee seizoenen wist Liverpool haar plaats in de First Division te behouden door als vijfde en negende te eindigen. De prestaties werden in 1898/99 verder verbeterd waarin de club zelfs aanspraak maakte op de landstitel. Op de laatste speeldag van het seizoen had Liverpool voldoende aan een gelijkspel tegen concurrent Aston Villa, maar die wedstrijd werd met 5-0 verloren waardoor Liverpool als runner-up eindigde. Dat seizoen behaalde Liverpool wederom de halve finale van de FA Cup, maar hierin werd het uitgeschakeld door Sheffield United.
In 1901 werd Liverpool voor het eerst landskampioen van Engeland. Aanvoerder Alex Raisbeck, die in 1898 was overgekomen van het Schotse Hibernian, speelde een belangrijke rol in het succes van de ploeg van Watson. Ook Sam Raybould, die was overgekomen van New Brighton Tower, was van waarde voor de ploeg en groeide later uit tot een van de clubtopscorers met 128 doelpunten in 226 wedstrijden. Hoewel het in februari 1901 er nog niet naar uit zag dat Liverpool zich dat seizoen tot kampioen zou kronen, wist de club met negen overwinningen en drie gelijke spelen in de weken die volgden alsnog de prijs te pakken. De twee seizoenen erna waren met een elfde en vijfde plaats minder succesvol. In 1903/04 degradeerde de club zelfs naar de Second Division, om een jaar later alweer terug te keren op het hoogste niveau. In 1906 werd Liverpool de eerste club die achtereenvolgens de Second Division en First Division wist te winnen. In de FA Cup reikte het dat jaar opnieuw tot de halve finale, waarin buurman Everton met 2-0 te sterk was. In hetzelfde jaar werd het stadion aan de zuidkant uitgebreid. Deze tribune werd door de fanatieke aanhang The Spionkop genoemd, vanwege een veldslag in Zuid-Afrika tussen de Britten en de Boeren. Als eerbetoon aan mensen uit Liverpool, die meevochten in deze oorlog werd de tribune genoemd naar een heuvel in Zuid-Afrika, waar een bloedige strijd werd gevochten en waar veel Engelsen sneuvelden.
Na het behalen van haar tweede kampioenschap volgde een aantal seizoenen in de middenmoot van de First Division. In 1910 eindigde de club nog wel als tweede achter kampioen Aston Villa, maar na het vertrek van aanvoerder Raisbeck na afloop van dat seizoen hobbelde de prestaties achteruit. In 1914 volgde een kleine opleving toen Liverpool voor het eerst aantrad in de finale van de FA Cup. Deze wedstrijd werd met 0-1 verloren van Burnley. Een jaar later was Liverpool betrokken bij een van de eerste schandalen in het voetbal. De club werd omgekocht om te verliezen van Manchester United en vier spelers werden geschorst. Deze schorsingen werden vier jaar later opgeheven door The Football Association als dank voor hun inzet tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Drie weken nadat succestrainer Tom Watson zijn thuisstad Newcastle had bezocht om zijn 56e verjaardag te vieren werd hij ziek. Op 6 mei 1915 overleed hij aan de gevolgen van een longontsteking. Gedurende de Eerste Wereldoorlog werd de reguliere competitie stilgelegd, waardoor Liverpool deelnam aan de lokale Lancashire Section. Hierin wist het enkele malen een deel van de competitie, die in tweeën was opgebroken, te winnen.
Interbellum Toen de reguliere competitie in 1919 weer werd hervat had David Ashworth de taken van Watson overgenomen. Onder zijn leiding eindige Liverpool dat seizoen als vierde. Een jaar later evenaarde het team deze prestatie om vervolgens in 1922 weer beslag te leggen op het landskampioenschap. Hoewel ze slechts drie van hun laatste zes wedstrijden wisten te winnen zorgde een 4-1 overwinning op West Bromwich Albion ervoor dat de titel alsnog werd behaald.
Ashworth verliet de club halverwege het seizoen 1922/23 om hoofdtrainer van Oldham Athletic te worden, omdat hij dichterbij zijn gezin wilde zijn. Voormalig Liverpool-speler Matt McQueen volgde hem op. Aanvankelijk was zijn aanstelling voor een tijdelijke periode, maar nadat hij de landstitel wist te prolongeren mocht McQueen aanblijven. Het doel was om ook een derde landstitel op rij te behalen, maar dat seizoen kwam de club niet verder dan de twaalfde plaats op de ranglijst. Daarna werd nog een vierde plaats behaald, maar dit bleef tot na de Tweede Wereldoorlog Liverpools beste prestatie sinds de opeenvolgende kampioenschappen. Ook onder McQueen's opvolger George Patterson verbeterde de resultaten van de club niet. De resultaten bleven wisselvallig, bijvoorbeeld in september 1930 toen er met 7-0 werd verloren van West Ham United en slechts negen dagen later Bolton Wanderers met 7-2 werd verslagen op Anfield. In 1934 ontliep Liverpool ternauwernood degradatie van het hoogste niveau. Doordat Liverpool continu in de lagere regionen van de competitie eindigde raakte ze steeds meer belangrijke spelers kwijt. Zo maakte aanvaller Gordon Hodgson, die 233 doelpunten maakte in 358 competitiewedstrijden, in 1936 de overstap naar Aston Villa. Het seizoen na zijn vertrek eindigde Liverpool als negentiende.
George Kay (1936–1951) In juni 1936 werd George Kay de nieuwe trainer van The Reds. Hij kwam over van Southampton. Het dienstverband van Kay bij Liverpool ging aanvankelijk slecht van start, met vijf nederlagen en vier gelijke spelen in de eerste twaalf wedstrijden. Langzaam aan werden de resultaten beter, maar het eerste seizoen onder zijn leiding eindigde het team op de achttiende plaats, waardoor het degradatie net ontliep. In het seizoen 1937/38 ging het al beter met de ploeg van Kay ondanks een 6-1 nederlaag op Stamford Bridge tegen Chelsea. Liverpool eindigde dat seizoen in de middenmoot. Ook een seizoen later kwam het niet verder dan een eindklassering in de middenmoot. Berry Nieuwenhuys, Willie Fagan en Phil Taylor maakten dat seizoen alle drie 14 goals en werden daardoor gezamenlijk topscorer van de First Division.
Voor het nieuwe seizoen nam Kay de jonge verdediger Bob Paisley over van Bishop Auckland. Ook werd Billy Liddell naar de club gehaald, maar al snel moest Liverpool dat jaar stoppen met voetballen vanwege de Tweede Wereldoorlog. Toen de wedstrijden tijdens de oorlog werden hervat werd dit in regionale in plaats van in landelijke competities gedaan. Vele voetballers moesten dienen in het leger en traden tijdens dienstjaren aan als gastspelers voor andere clubs.
Na de Tweede Wereldoorlog kwam Kay op het idee om een reis door de Verenigde Staten en Canada te maken met zijn team. Tijdens het trainingskamp speelde Liverpool tien wedstrijden in minder dan een maand tijd en daardoor stond de ploeg met een veel betere conditie aan de start van het nieuwe voetbalseizoen 1946/47. Ook het beschikbare voedsel, die in het Verenigd Koninkrijk beperkter was naar aanleiding van de oorlog, droeg bij aan de fitheid en kracht van de spelers.
De eerste officiële wedstrijd na de hervatting werd op Anfield gespeeld tegen Middlesbrough en ging met 1-0 verloren onder toeziend oog van 34.140 toeschouwers. Het seizoen begon dan ook wisselvallig voor Liverpool met vier overwinningen en drie nederlagen, waaronder een 7-4 overwinning op Chelsea, maar ook een 5-0 nederlaag tegen Manchester United. In februari en maart maakte de club een betere periode door en mede dankzij een reeks van zeven opeenvolgende overwinningen werd de club kampioen. Het was een zeer succesvol seizoen voor Liverpool, want verder werden ook de Lancashire Senior Cup, Lancashire County Combination Championship Cup en de Liverpool Senior Cup gewonnen. In de FA Cup haalde de club de halve finale, waar het verloor van Burnley. Het kampioenschap werd pas behaald in de laatste wedstrijd van het seizoen. Liverpool moest winnen van koploper Wolverhampton Wanderers en ook andere uitslagen moesten in het voordeel van Liverpool zijn. Liverpool deed wat het moest doen en had het geluk dat andere clubs dat ook deden en daarom werd de club voor de vijfde keer kampioen van Engeland.