miniatuur|Tegenwoordig wordt het ondode aspect van de zombie benadrukt door middel van verwondingen, bloed en de lijkbleke huidskleur.

Een zombie is een mythisch wezen. Het is een lichaam teruggebracht uit de dood door magische krachten. De zombie vindt zijn oorsprong in Afrikaanse en Caraïbische folklore. In deze opvatting is de zombie een slaaf die na zijn dood moet doorwerken voor zijn meester, degene die hem uit de dood heeft doen herrijzen.

In de populaire cultuur wordt de zombie gerekend tot de ondoden zoals vampiers. George A. Romero wordt algemeen beschouwd als de uitvinder van de 'moderne' zombie zoals die hedendaags te zien is in speelfilms, boeken en stripboeken. Mary Shelleys Frankenstein is een voorafschaduwing van een groot aantal 20e-eeuwse ideeën over zombies, maar is toch geen echte 'zombieroman'. Op wraak beluste zombies waren wel prominent aanwezig in de EC Comics uit de vroege jaren 1950. George A. Romero noemt zelf Tales from the Crypt als belangrijke invloed.

Doordat de zombie geen literaire basis heeft, is de bewegings- en interpretatievrijheid van auteurs en regisseurs bij het gebruiken van het fenomeen zombie erg groot. Zombies in fictie verschillen hierdoor enorm in verscheidene mediaproducten op bepaalde punten. Hiermee is zombie in zijn meest algemene zin een overkoepelende term geworden voor geïnfecteerde mensen die gewelddadig gedrag gaan vertonen en op deze manier de infectie verder verspreiden.

Definitie Een zombie is een ondood lichaam van een mens maar soms ook een dier, dat op een of andere manier weer opgestaan is uit de dood. De manier waarop dit gebeurt kan sterk verschillen. Vaak is een bovennatuurlijke macht zoals voodoo of magie er de oorzaak van, maar in recente populaire cultuur kan ook een mislukt wetenschappelijk experiment of een virus een lijk in een zombie veranderen. Het uiterlijk van de zombie is veelal dat van een rottend lijk of beschadigd lichaam. Echter, in de Caraïbische folklore behouden de zombies meer van hun menselijkheid. Deze zombies lijken slechts afwezige of ontzielde mensen te zijn.

De zombie in de voodootraditie maakt een afwezige indruk op andere mensen. Hij reageert niet op zijn eigen naam, antwoordt niet op vragen, toont geen emoties en beweegt langzaam. De zombie is betoverd en gehoorzaamt slechts nog zijn meester. Zijn meester is vrijwel de enige die met de zombie kan communiceren door hem opdrachten te geven. De zombie is te herkennen aan zijn magere uiterlijk (iets wat vaak aan zijn ondode status wordt gekoppeld) en zijn ontzielde blik, bijvoorbeeld witte ogen.

De 'moderne' of 'fictieve' zombie, zoals deze in mediaproducten voorkomt, wordt meestal beschouwd als een ziek agressief dierlijk wezen of een besmet persoon. Een virus dat een psychose veroorzaakt in de hersenen zorgt ervoor dat de besmette persoon geen controle meer heeft over zijn of haar lichaam. Het virus veroorzaakt daarnaast niet alleen een psychose maar tevens lichamelijke afbraak bijvoorbeeld: verkleuring van bloed, ontbindend vlees, parasitaire gezwellen waarin het virus zich vermenigvuldigt. Recentelijk geïnfecteerde zombies tonen veelal menselijke ziektesymptomen. Dit is meestal het eerste stadium van de infectie, bijvoorbeeld: (hoge) koortsaanvallen, ernstige hoofdpijn, bevend lichaam, ongecontroleerde bewegingen, buikpijn, misselijkheid, (bloed)braken, hartkloppingen en ademhalingsproblemen. Bij sommige mediaproducten wordt het braken (meestal zuur of corrosief braken) gebruikt als afweer bij een zombie doordat het virus de maag aantast. Bloedbraken is dan meermaals een manier om de ziekte te uiten doordat het lichaam enorm lijdt aan de infectie.

Wat er precies verandert in het gedrag van een geïnfecteerd persoon nadat hij een zombie is geworden, verschilt sterk per verhaal. Een overeenkomst die vrijwel alle zombies hebben is dat zij zeer agressief gedrag vertonen en kannibalen zijn. The Return of the Living Dead heeft de zombie als een kannibaal die het liefst hersenen eet gepopulariseerd. Hun pijngrens is zeer hoog of het voelen van pijn compleet afwezig. In de meeste gevallen verliest een persoon als hij zombie wordt zijn identiteit als individu. In zombiefilms zijn slechts enkele gevallen bekend van de zombie als individu, zoals Bub in Day of the Dead. De manier waarop hij voortbeweegt (langzaam of snel), zijn vermogen tot denken (slechts op intuïtie of mogelijkheid tot redeneren) en het aanwezig zijn van persoonlijke karaktereigenschappen van toen hij nog leefde is uiteenlopend.

Ook de manier waarop zombies bestreden kunnen worden verschilt per medium. Soms wordt er gezegd dat men zout in de mond van een zombie dient te strooien om hem eraan te herinneren dat hij dood is (dan keert de zombie terug naar zijn graf). In andere gevallen moet de zombie met hard geweld worden aangepakt en sterft hij permanent door extreme fysieke schade (hoewel er meestal veel meer schade toegediend moet worden dan voor een gewoon mens om te sterven). Soms kan de zombie ook worden gedood door het fataal beschadigen of vernietigen van een vitaal lichaamsdeel, zoals het brein of het hart. Indien een levend persoon door een virus in een Zombie is veranderd, kan een tegengif tegen het virus worden toegediend, zodat de persoon in kwestie weer normaal wordt.

Oorsprong Caraïben De meeste Amerikanen waren slechts vaag op de hoogte van de Haïtiaanse voodoopraktijken en zombies door negentiende-eeuwse reisverhalen over de Caraïben. In zijn reizen ging de interesse van Lafcadio Hearn uit naar wat de bewoners corps cadavres noemden, de lopende doden, of wel zombies. In 1889 schreef de journalist en amateur antropoloog hier een kort artikel over onder de titel The Country of the Comers-Back. De term zombie was niet nieuw. Slaven in het zuiden van de Verenigde Staten hadden veel verhalen over deze herrezen doden. Het zou echter nog bijna een halve eeuw duren voordat de term gepopulariseerd werd in het westen.

Het was in het jaar 1928 dat de Amerikaanse avonturier William Seabrook in Haïti aankwam, de zogenoemde voodoohoofdstad. Gefascineerd door de verhalen over de zombie besloot Seabrook onderzoek te verrichten naar de lopende doden. Alleszins omdat de zombie een integraal deel uitmaakte van de religieuze overtuigingen van de inlanders. Deze religie was een combinatie van Afrikaans animisme en Rooms-katholiek geloof. De zombie was in deze traditie geen monster maar eerder een gehypnotiseerde slaaf die nog steeds leeft en slechts bevrijd kon worden door het doden van zijn meester, een voodootovenaar. Na het ontmoeten van drie vermoedelijke zombies, dankzij de hulp van een Haïtiaanse boer, publiceerde Seabrook in 1929 The Magic Island. Het werk kende groot succes, zowel bij critici als bij de alledaagse van het succes is te verklaren door de interesse die op dat moment uitging naar Haïti, dat op dat moment in gevecht was voor zijn onafhankelijkheid en de daarop volgende bezetting door de Verenigde Staten. De verhalen over zombies, voodoorituelen en kannibalisme werden door de propagandamachine gebruikt om de bezetting te legitimeren.

Toneel en film De populariteit van horrorfilms in de jaren 20 en het tekort aan monsters zorgde ervoor dat de zombie interessant werd om gebruikt te worden in artistieke werken. In 1932 werd Zombie, geproduceerd door Kenneth Webb, voor het eerst uitgevoerd in het theater. De productie ontving weinig lovend commentaar, maar wist wel de mogelijkheden voor de zombie naar filmmonster te openen. Met White Zombie kwam het tot de eerste zombiefilm. De zombies hierin waren houterig en macaber. De film kende groot succes. Ondanks dit succes werd de zombie niet veelvuldig gebruikt in artistieke werken. White Zombie werd afgedaan als een eenmalig wonder. Hiermee was de zombie wel het eerste filmmonster dat geen literaire basis kende, zoals het monster van Frankenstein of Dracula. Dit zorgde er ook voor dat scriptschrijvers en regisseurs er een zeer vrije interpretatie op na hielden, waardoor in deze tijd de zombies nogal van elkaar verschilden. Een van deze films was Revolt of the Zombies. Het verhaal speelde zich niet meer af op de Caraïben en het introduceerde tevens het eerste narratief van de zombie-apocalyps.

Na deze tijd verminderde de populariteit van de zombie. Pas in de jaren 60 toen George A. Romero Night of the Living Dead, Dawn of the Dead en Day of the Dead uitbracht ontstond er weer interesse naar de zombie. Romero nam een redelijk smakeloos, tweedimensionaal monster en koppelde deze aan de gevestigde apocalyptische verhaallijn en vond een nieuw genre uit. Dit genre is een combinatie van verschillende subgenres als voodoozombies, buitenaardse invasies, gotiek verhalen van golems, vampiers en gebroken persoonlijkheden. Hiermee creëerde Romero het narratief voor de zombie invasie. Romero doorbrak het spiraal van lowbudget zombiefilms en wist aansluiting te vinden bij het grote publiek. Het werk van Romero werd voornamelijk geprezen om zijn maatschappijkritische blik, waarbij hij verborgen structuren onthult en het uiteenvallen hiervan in beeld weet te brengen. Het klassieke zombie-invasie narratief heeft een specifieke protocol gekregen dankzij Romero. Naast zombies en de angst voor de dood zijn ook de postapocalyptische achtergrond waar tegen het verhaal zich afspeelt, de val van sociale (infra)structuur, inspelen op overlevingsfantasieën en de angst voor andere overlevenden een essentieel deel geworden van het zombienarratief.

Zombierenaissance Nadat filmregisseur George A. Romero eind de jaren 60 het moderne zombiegenre heeft gevestigd, was er in de jaren daarna een teruggang in populariteit. Begin 21ste eeuw beleefde het genre een opleving, met de Resident Evil film- en gameserie en de remake van Dawn of the Dead (2004) door Zack Snyder, maar ook Europese producties Død snø (Dead Snow, 2009) en het Deense Opstandelsen (2010). Deze zombiefilms maken gebruik van elementen die het publiek van die tijd kent uit journaal en krant: de beelden van oorlog, terrorisme, zich verspreidende virussen, natuurrampen en economische instabiliteit. Lege straten vol met autowrakken en een overheid die machteloos staat tegen een epidemie. In de jaren 90 van de twintigste eeuw werden er 76 zombiefilms uitgebracht. In het decennium daarna verveelvoudigde dit naar 445. De zombie was terug te vinden in steeds meer facetten van de samenleving. Niet alleen bij verschillende mediaplatformen, zoals films, televisieseries, videogames (Left 4 Dead) of stripboeken (The Walking Dead), maar ook bij protesten. Hierbij moet gedacht worden aan zombiewalks, waarbij mensen als zombies verkleed door de straten gaan. Een zombiewalk kan gebruikt worden om een politiek statement te maken, zoals een oproep tegen de honger in Afrika. Ook verschenen er diverse boeken over het zombie-fenomeen.

Het Belgische pretpark Walibi Belgium liet tijdens hun Halloweenevent van 2011 het park vollopen met zombies. De zombies waren overal aanwezig in het park en samengepakt in twee speciale spookhuizen, ingericht voor Halloween.

Herkomst van het woord De exacte origine van het woord zombie is niet zeker. Bekende veronderstellingen zijn dat het woord is afgeleid van de West-Afrikaanse taal Kikongo, waarin zumbi 'fetisj' betekent, of van het Kimbundu, waarin nzambi 'god' betekent. Dit had betrekking op een slangengod, die later de connotatie gereanimeerd lijk kreeg in de voodoo-cultus.

Zombies in fictie Films De zombie, als een van de nieuwste monsters in het horrorgenre, heeft in vergelijking met andere monsters veelal een lage waardering bij filmcritici en het mainstreampubliek gehad. Reden hiertoe kan zijn dat de zombie als geen ander monster zo veelvuldig aanwezig was in lowbudgetfilms of amateurfilms. Door de slechte kwaliteitsbehoud van zombiefilms zijn deze voor de jaren 2000 vooral populair bij een cultpubliek.