thumb|Propagandawervingsposter 27. SS-Freiwilligen-Grenadier-Division Langemarck met stripverhaal getiteld: Een verhaal voor groote menschen

Vanaf 1939 was de Waffen-SS de naam van de militaire onderdelen van de nationaalsocialistische partijtroepen SS. Ze was in 1934 opgericht onder de naam SS-Verfügungstruppe. De formaties bestonden uit mannen uit nazi-Duitsland en nazi-Oostenrijk, maar ook uit duizenden vrijwilligers uit zowel het bezette (Nederland, België) als onbezette landen (Italië, Kroatië). Vanaf medio 1940 was de Waffen-SS organisatorisch onafhankelijk en stond onder direct bevel van de Reichsführer-SS Heinrich Himmler.

De Waffen-SS groeide tijdens de Tweede Wereldoorlog van drie regimenten tot meer dan 38 divisies en diende naast het Heer (reguliere landleger van de Wehrmacht), Ordnungspolizei (nazipolitie) en andere veiligheidseenheden, met in 1944 900.000 leden van wie o.m. 22.000 Nederlanders, 25-35.000 Kroaten, en 60-80.000 Letten., Nederlanders in de Waffen-SS In België wordt het aantal Vlaamse Waffen-SS'ers gedurende de oorlog geschat op zo'n 10.000 man en het aantal Waalse Waffen-SS'ers op 6.700 man op een totaal van ca. 42.000 Belgen die tijdens de Tweede Wereldoorlog de wapens opnamen aan de zijde van Duitsland., 'Militaire collaboratie in België tijdens de Tweede Wereldoorlog', p. 36-37, in: Bijdragen en mededelingen betreffende de geschiedenis der Nederlanden, deel 118, p. 22-40, 2003. Ondanks de versoepeling van de regels, hield de Waffen-SS vast aan de veroordeelde racistische ideologie van het nazisme, en etnische Polen (die als Untermenschen werden beschouwd) waren uitgesloten van de SS.

De Waffen-SS omvatte zowel gevechtseenheden als de bewakers van concentratie- en vernietigingskampen, maar de bewakers werden uitsluitend geleverd door de SS Totenkopf eenheden. Deze laatste werden in 1941 overgedragen aan de Waffen-SS, waarbij de meeste werden geïntegreerd in SS-divisies als reguliere SS-infanterieregimenten. Alleen de drie regimenten van wat later de 3. SS-Panzer-Division Totenkopf zou worden en de bewakers van de concentratiekampen mochten de kraagpunt met het Totenkopf dragen. Er was een levendige uitwisseling van personeel zoals de bewakers van de concentratie- en vernietigingskampen, de "Totenkopf"-divisie en andere delen van de Waffen-SS., "Anatomie des SS-Staats." Vol. 1: De SS - Het instrument van overheersing. Commando en gehoorzaamheid. München 1967, p. 179.

In 1945 werd de Waffen-SS, na de nazi-Duitse nederlaag, ontbonden. Op 30 september 1946 werd de Waffen-SS door een geallieerde rechtbank tijdens de processen van Neurenberg veroordeeld en formeel bestempeld tot misdadige organisatie en verboden.

Vanwege haar betrokkenheid bij de Holocaust, de Porajmos en talrijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de burgerbevolking, werd de Waffen-SS op 30 september 1946 op de Processen van Neurenberg tot criminele organisatie verklaard. In de Bondsrepubliek Duitsland, is de verspreiding van propagandamateriaal van zulke ongrondwettelijke organisaties en gebruik van symbolen van deze organisaties en daarmee van materiaal en symbolen van de SS volgens paragrafen § 86 en 86a van het Duitse Wetboek van Strafrecht strafbaar.

Geschiedenis Schutzstaffel

De SS werd in 1925 opgericht als persoonlijke lijfwacht van Hitler, de Stoßtrupp-Hitler. Naast deze taak kreeg de nieuwbakken SS ook nog andere taken, zoals bescherming van de partij-elite en bewaking van vergaderingen. Deze taken werden normaal waargenomen door de SA, maar de kringen rond Hitler stelden meer vertrouwen in deze nieuwe elite, die beter georganiseerd en geleid werd dan de massabeweging die de SA toch wel was.

Hoewel de SA dus een belangrijke concurrent voor Himmler scheen, kwam de echte concurrentie toch uit onverwachte hoek, namelijk die van Hermann Göring. Deze was na de verkiezingsoverwinning van de NSDAP in 1933 benoemd tot minister van binnenlandse zaken van Pruisen., De Gestapo, de geschiedenis van Hitlers geheime politie 1933-1945, Aartselaar, Zuidnederlandse Uitgeverij, 2004, p. 21 In die hoedanigheid was hij ook hoofd van de politie van Berlijn en stond ook de SS-compagnie van 10.000 man die in de stad gelegerd was onder zijn toezicht. Hoewel Himmler inzake deze groep geen bevoegdheden had, slaagde hij er op slinkse wijze in om Hitler te overtuigen dat er behoefte was aan een SD-kantoor in Berlijn. Door het verzinnen van een staatsgreep tegen Göring,, De Gestapo, de geschiedenis van Hitlers geheime politie 1933-1945, Aartselaar, Zuidnederlandse Uitgeverij, 2004, p. 21. werd hij benoemd tot hoofd van de Berlijnse geheime politie.

Deze benoeming voegde Himmler bij zijn status als hoofd van de politie in München. Hij richtte daar ook een eigen concentratiekamp op, Dachau genaamd. Om dit kamp te bewaken, had hij een gewapende groepering nodig, de Totenkopfbewakers, onder het bevel van Theodor Eicke, de latere bevelhebber van de Totenkopfdivision. Naast deze eenheid, had Himmler ook beschikking over een gevangenisinrichting (de concentratiekampen) en de bewakingsgroep van de rijkskanselarij, de Stabswache, o.l.v. Sepp Dietrich. Op 26 juli 1934, verklaarde Hitler het volgende:

"Als beloning voor de uitnemende verdiensten, vooral in verband met de gebeurtenissen van 30 juni 1934, verleen ik de SS de status van onafhankelijke organisatie binnen de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij."

Hiermee was de onafhankelijke organisatie van de SS een feit en kon Himmler zich bezighouden met de oprichting van een gewapende SS-eenheid, als permanente elitetroep t.o.v. de Wehrmacht.

Verfügungstruppen

Met Himmlers voornemen om in 1935 een permanente gewapende SS-eenheid met de sterkte van een divisie op te richten, de Verfügungstruppen, was de officieuze oprichting van de Waffen-SS een feit. Deze Verfügungstruppen zouden officieel dienen als reservestrijdmacht, vandaar ook de naam; maar in feite waren zij de aanzet van het nieuw op te richten SS-leger. De taken van deze strijdmacht waren vaag omschreven, maar er was toch een duidelijk onderscheid met de Totenkopfverbände, de bewapende bewakers van de concentratiekampen. Deze strijdmacht bestond uit drie regimenten (Standarten), bestaande uit drie bataljons: Deutschland, gelegerd in München; Germania, gelegerd in Hamburg en de Leibstandarte, gelegerd in Berlijn. De militaire leiding lag in de handen van Paul Hausser, ex-luitenant-generaal bij het reguliere leger; de Leibstandarte kende echter een grotere onafhankelijkheid binnen de organisatie door de oude vriendschap van Sepp Dietrich, de commandant, met Hitler.

Inzet Anschluss

De Anschluss was weliswaar een operatie waarbij officieel geen legermacht werd ingezet, maar ze had toch ingrijpende gevolgen voor de Waffen-SS. In Oostenrijk bestond een eenheid van de SS, maar die was er tot het moment van de Anschluss, 13 maart 1938,, De Tweede Wereldoorlog, Leuven, Davidsfonds, 2004, p. 24 verboden. Deze eenheid sloot zich dan aan bij de bestaande Duitse Waffen-SS onder de naam Der Führer, gekazerneerd in Wenen en Klagenfurt. Met deze toevoeging werd het aantal Standarten op vier gebracht.

Hoewel dat op zich voor de SS een goede zaak was, vond men dit in het reguliere leger, de Wehrmacht verontrustend. Daarom besloot Hitler in augustus 1938 klaarheid te scheppen, in een strikt geheim document. De gewone SS bleef een onbewapende organisatie. Aan de Waffen-SS, bestaande uit de Verfügungstruppen, de Totenkopfverbände en de Junkerschule (de opleidingsscholen voor officieren); werden nieuwe rollen toegedicht. Als belangrijkste werd bepaald dat de Waffen-SS een bewapende, militaire eenheid zou zijn, die in geval van oorlog onder tactisch commando van de plaatselijke legerbevelhebber zou staan. De Reichsführer-SS en Hitler bleven uiteraard de eindbevelhebbers.

Verder stond ook in het decreet dat dienst bij de Verfügungstruppen als equivalent zou gelden van de dienstplicht en dat de Totenkopfverbände in oorlogstijd omgevormd kunnen worden tot een speciale politiemacht o.l.v. de Reichsführer-SS. In 1939 waren de Verfügungstruppen nog meer uitgebreid en ongevormd tot de kern van een divisie.

Sitzkrieg

Tijdens de Poolse Veldtocht, die het begin vormde van de Tweede Wereldoorlog, mocht de nieuwbakken SS-divisie echter niet op eigen houtje vechten. Het leger achtte deze legermacht namelijk nog te klein en verdeelde ze onder zijn eigen troepen. De verliezen waren echter hoog, ondanks de geringe inzet, volgens Himmler te wijten aan gebrekkige vuursteun van het leger, volgens het leger te wijten aan een gebrek aan leiderschap. Hoe het ook zij, deze verliezen overtuigden Hitler om Himmler toestemming te geven om het aantal SS-divisies uit te breiden tot drie.

Hoewel deze beslissing op het eerste gezicht een groei van de Waffen-SS garandeerde, bleek het toch niet zo eenvoudig. Eerst en vooral dienden de nieuwe rekruten te voldoen aan Himmlers strenge criteria. De belangrijkste struikelblokken waren echter de dienstplichtwetten van Duitsland. Hierbij werden de rekruten verdeeld over de onderdelen naar behoefte van de Wehrmacht, zonder daarbij rekening te houden met de wensen van de SS. Deze kreeg, onder druk van Hitler, net genoeg rekruten voor de sterkte van een divisie. De troepen die hij kreeg, toen bekend raakte dat er nog eens twee extra divisies bij kwamen, waren jong en ongeoefend. Deze waren nutteloos voor Himmlers plannen, die een snelle opbouw van een staande strijdmacht vooropstelden.

Himmler kwam tot een onorthodoxe, maar volledig wettige oplossing. Eerst lijfde hij de Totenkopfverbände in, samen met de Duitse burgerpolitie. Hij verving de bewakers van de concentratiekampen dan door oudere mannen en hervormde de Totenkopfverbände tot drie Totenkopfstandarten, in de nieuw gevormde Totenkopfdivisie. De Duitse politie-eenheden werden gereorganiseerd in de Polizeidivisie, die echter door het grote aandeel oudere en minder geoefende soldaten een soort tweederangs eenheid werd.

Als belangrijkste oplossing bedacht Himmler, samen met zijn chef-rekrutering Gottlob Berger, een doeltreffend plan. De rassenwetten beschouwden namelijk grote, Duitssprekende, bevolkingsgroepen die in Polen en Slowakije woonden als Volksdeutsche. Deze konden wel gerekruteerd worden door de SS, maar niet door de Wehrmacht, aangezien zij geen inwoner waren van Duitsland. In de eerste jaren van de overheersing meldden ze zich vrijwillig en in groten getale aan, maar dit aantal slonk naarmate het einde van de oorlog in zicht kwam.

Naast de rekrutering was ook de uitrusting van de Waffen-SS een zorgenkindje. Geheime toenaderingen in de richting van de wapenindustrie werden ontdekt door het leger en mislukten. Het leger stond dus in voor de uitrusting van de Waffen-SS, maar het sprak vanzelf dat eenheden van de Wehrmacht voor gingen op die van de SS. Ondanks dat euvel, werd de Verfügungsdivision en de Leibstandarte uitgerust met het beste gemotoriseerde materieel van het Duitse leger. De Totenkopf en Polizei divisies moesten het echter doen met oude, opgevorderde uitrusting. In 1940, na een besluit van Hitler, waarbij dienst bij de Totenkopfverbände als vervulling van de dienstplicht zou gelden, kreeg dit geheel van gewapende SS'ers de naam Waffen-SS.

Westfront Fall Gelb