Isaac le Maire (Doornik, 1558/1559 – Egmond aan den Hoef, 20 september 1624) was een koopman die handelde op de Oostzee en de Middellandse Zee, en een bewindhebber van de Brabantsche Compagnie. Bij de oprichting van de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) in 1602 was hij eveneens een van de bewindhebbers en een van de grootste aandeelhouders. In 1616 richtte hij de Austraalse Compagnie op. Tegenwoordig is hij vooral bekend om zijn aanhoudend conflict met de VOC-bewindhebbers, wat uiteindelijk leidde tot de ontdekking van Kaap Hoorn.
Levensloop Jongere jaren Hoewel Le Maire een van de rijkste inwoners van Holland was, is over de eerste veertig jaar van zijn leven weinig bekend. Hij werd in 1558 of 1559 in Doornik geboren.Het eventuele geboortejaar is afgeleid van een document van 21 oktober 1599, waarin gemeld wordt dat Isaac le Maire veertig jaar is. In: Noordkerk (1773) Handvesten van AmsterdamDe naam Le Maire - Frans voor de burgemeester - komt in vele spellingsvarianten voor, zoals Lameer of Lemaire. In de moderne geschiedschrijving wordt le Maire gebezigd. Hij was de zoon van de Doornikse koopman Jacques le Maire, die samen met diens broer Adam le Maire in de tweede helft van de zestiende eeuw handelde op de Oostzee en in Archangelsk.Zandvliet, Kees (2020) 500 rijksten van de Republiek. Zutphen: Walburg Pers Na de verovering van Doornik in 1581 door de Spanjaarden onder Alexander Farnese vluchtte hij naar Antwerpen.Engelbrecht, W.A. en Herwerden, P.J. van; (1945) De ontdekkingsreis van Jacob Le Maire en Willem Cornelisz. Schouten in de jaren 1615 - 1617 Deel 2 De Linschoten-Vereeniging XLIX (2). Martinus Nijhoff, Den Haag, p. 1 Daar leerde Isaac het koopmansambacht van zijn zwager Jacques van de Walle.Le Maire had drie broers die eveneens koopman waren. Isaacs broer Pieter le Maire werd rond 1600 met Andries Silmer en Jacques Bernarts in Hamburg aangesteld als vertegenwoordiger van Isaac. David le Maire vestigde zich in 1604 in Livorno en toen hij in 1617 overleed, werd hij vervangen door een derde broer, Salomon le Maire. In: Wijnroks (2003) p. 254-255 In 1584 stond hij in Antwerpen geregistreerd als welgesteld kruidenier en was hij tevens kapitein in het vendel van de Antwerpse burgerwacht. Hij was er getrouwd met Maria Jacobsdr. Walraven en huurde het pand Schilt van Bourgognien aan de Kaasstraat. Na de Val van Antwerpen in 1585 vluchtte het echtpaar naar Amsterdam. Zij kregen tweeëntwintig kinderen.Doopbewijzen Stadsarchief Amsterdam. Daarvan stierven er ongeveer acht op jonge leeftijd. Bij zijn overlijden stonden er negen kinderen in het testament. In: Schoorl (1968) p. 176-177 Zijn zoon Jacob verwierf bekendheid als ontdekkingsreiziger, terwijl een andere zoon, Maximiliaan, in 1641 het eerste VOC-opperhoofd van Dejima in Japan werd.
Handelaar in Amsterdam In 1592 duikt zijn naam in Amsterdam op als deelnemer in de oudst bekende zeeverzekeringspolis. In de daaropvolgende jaren groeide zijn betekenis in de handel op Europese wateren gestaag. Dankzij zijn familienetwerk kon hij daarvoor aanzienlijke investeringen doen. Met de kooplieden Pieter van de Pulle en Dirck van Os vormde hij een compagnie voor de handel op Rusland, die Baltisch graan en hout naar Spanje vervoerde. Schepen die vanuit Archangelsk vertrokken met leer, was, bont en kaviaar hadden vaak Venetië of Livorno als eindbestemming. Daarnaast handelde de compagnie in wissels, zeeverzekeringen en bevrachtingen. Tussen 1594 en 1598 was hij een geduchte mededinger in de vishandel tussen Engeland en Spanje.
In navolging van de Eerste Schipvaart richtte Le Maire zijn blik op de handel met de Indische Archipel. In 1599 was hij medeoprichter van de Brabantsche Compagnie, die twee zeereizen naar Oost-Indië uitvoerde. In korte tijd werd ongeveer 400% winst gemaakt, en Le Maire kocht grote hoeveelheden land bij Egmond aan den Hoef uit de vrijwel failliete boedel van Lamoraal II van Egmont.Frits David Zeiler, Canon van Egmond, 2019.Er is niets bekend over hoe groot zijn aandeel is geweest in de voorbereidingen, scheepsuitrustingen en handel. In: Engelbrecht, W.A. en Herwerden, Dr. P.J. van (1945), p. 4
Vanaf 1600 concentreerde hij zich op de handel met Oost-Indië, terwijl hij ook al actief was op West-Indië. Op 19 februari 1601 werd hij officieel burger van Amsterdam, wat ongetwijfeld verband hield met de door de stad gearrangeerde fusie van de Brabantsche en de Oude Compagnie tot de Vereenigde Amsterdamsche Compagnie. Deze compagnie, waarin Le Maire deelnemer was, rustte onder leiding van Jacob van Heemskerck acht schepen uit naar Oost-Indië.Ook van deze zeereis is het aandeel van Isaac le Maire onbekend.
VOC-aandeelhouder In 1602 gingen alle Nederlandse compagnieën op in de VOC. Le Maire schreef in voor 97.000 gulden en was daarmee de grootste aandeelhouder van de Amsterdamse kamer.Engelbrecht, W.A. en P.J. van Herwerden (1945) deel 2, p. 6Mogelijk heeft hijzelf niet het gehele bedrag opgebracht. Zijn zwager Jacques van der Walle had schuldeisers en heeft waarschijnlijk deelgenomen aan de VOC onder Isaacs naam. In: Wijnroks (2003) p. 243 Om die reden werd hij een van de bewindhebbers van de Amsterdamse afdeling en maakte hij deel uit van de eerste Heren XVII, het centrale bestuur van de VOC. Al spoedig raakte hij in conflict met de VOC en de kerkeraad wegens malversaties rond de zeereis van Wybrand van Warwijck in 1602, die buiten de VOC om was georganiseerd maar wel op naam van VOC-bewindhebbers stond. Le Maire kon op papier de kosten niet verantwoorden die hij beweerde te hebben gemaakt aan de tuigage van de vloot. Historicus Pertram vermoedt dat hij de rekening had vervalst, omdat hij voor zijn investeringen recht had op een vergoeding.Dillen, J.G. van; (1930) Isaac Le Maire en de handel in actiën der Oost-Indische Compagnie In: Economisch Historisch jaarboek 16, p. 26 De schout ondervroeg hem, maar kon de fraude niet bewijzen omdat de andere bewindhebbers weigerden de benodigde inlichtingen te verstrekken. Daardoor kon Le Maire met de schout een schikking treffen voor een bedrag van 1.200 Vlaamse pond.Engelbrecht, W.A. en P.J. van Herwerden; (1945), p. 9Eén Vlaamse pond stond gelijk aan zes gulden. Vanwege de affaire werd hij door de VOC gedwongen op 22 februari 1605 af te treden als bewindhebber.IJzerman, J.W. (1928) Een en ander over Pieter Lintgens, p. 136De kwestie werd in 1610 opgerakeld toen de fiscaal van het Hof van Holland de schout vermaande en alsnog vervolging van Le Maire verlangde, maar de burgemeesters van Amsterdam sprongen voor de schout in de bres en tot een rechtszaak kwam het niet. In: Engelbrecht, W.A. en P.J. van Herwerden; (1945), p. 9
Waarschijnlijk was het zwijgen van de bewindhebbers de reden dat Le Maire na zijn vertrek instemde met het ondertekenen van een overeenkomst om zich in de toekomst te onthouden van concurrentie met de VOC. Hij werd verplicht expliciet te verklaren af te zien van handel ten oosten van Kaap de Goede Hoop en van de doorvaart door de Straat Magellaan naar het westen. Evenmin mocht hij particulieren of bedrijven adviseren over de handel in Indië. Als onderpand voor die belofte moest hij enkele landerijen in Egmond aan den Hoef afstaan, en als borgsom een bedrag van 3.000 Vlaamse pond betalen.Engelbrecht, W.A. en P.J. van Herwerden; (1945), p. 103000 Vlaamse pond stond gelijk aan 18.000 gulden. Deze gebeurtenissen lagen aan de basis van zijn voortdurende tegenwerking van de VOC. Na zijn vertrek richtte hij zich weer op de Europese kustvaart, voornamelijk in graan, maar de winstgevende handel met Indië bleef hem trekken.
Concurrent VOC De eerste mogelijkheid om de VOC dwars te zitten, zag Le Maire in de Franse pogingen om een handelscompagnie op Indië op te richten. Koning Hendrik IV van Frankrijk nodigde hem in 1607 uit ondersteuning te verlenen, waarmee Le Maire het concurrentiebeding met de VOC negeerde.
Le Maire stelde voor Henry Hudson een nieuwe zeeroute naar Indië te laten ontdekken via de Noordoostelijke Doorvaart, waarvoor Hudson namens Engeland al twee mislukte pogingen had gedaan. Door via deze route handel te drijven, zou hij geen contractbreuk met de VOC plegen.
De VOC kreeg er lucht van en kocht Hudson af. Daarop besloten Le Maire en de koning Melchior van den Kerckhove de nieuwe route te laten verkennen, maar ook deze tocht liep op een mislukking uit.Afgesproken was dat een nieuw te ontdekken zeestraat naar de Franse koning vernoemd zou worden en de zeereis werd onder Franse vlag uitgevoerd.
In 1609 reisde Isaac le Maire samen met Joris van Spilbergen, Balthazar de Moucheron, Gerard le Roy, Hans de Decker en anderen naar Parijs om opnieuw de oprichting van een Franse Oost-Indische Compagnie te bespreken. De Moucheron speelde daarbij een dubbelrol: hij had de Nederlandse gezant François van Aerssen gevraagd wat hij ervoor over was om de gesprekken te saboteren. Het wantrouwen dat dit aan Franse zijde jegens Le Maire wekte, deed het overleg vastlopen.
Binnen de VOC wekten Le Maires intriges grote verontwaardiging, maar tot concrete stappen tegen hem kwam het niet.
Speculant VOC-aandelen Op 11 februari 1609 richtte Le Maire samen met tien anderen de Groote Compagnie op, met als doel te handelen in VOC-aandelen die de deelnemers nog niet in eigen bezit hadden. Le Maire was directeur en bezat 4/15 van de aandelen, waarmee hij de grootste aandeelhouder was.Dillen, J.G. van; (1930) p. 121 Het consortium bracht grote partijen VOC-aandelen op de markt.Isaac le Maire verkocht in 1610 voor een bedrag van 69.400 gulden aan aandelen. Bron: Nationaal Archief NA 1.04.02/7066, fol. 182-199, 201 In: Gelderblom, Oscar en Joost Jonker; (2004) The Finance of the Dutch East India Trade and the Rise of the Amsterdam Capital Market, 1595–1612 (The journal of Economic History, volume 64, nummer 3, p. 657) Daarnaast deden Le Maire en zijn kompanen aan naked short selling: zij spraken af om een koper op termijn — één of twee jaar vooruit — aandelen te leveren waarvan de verkoopprijs van tevoren was vastgelegd, maar die zij nog niet in bezit hadden.Het consortium verhandelde de meeste VOC-aandelen in de periode van juni 1609 tot en met januari 1610. In: Petram, L.O.; (2011) p. 26 Zij speculeerden erop dat de koers in de tussentijd zou dalen, zodat zij de te leveren aandelen kort voor de afwikkelingsdatum goedkoper konden inkopen.Petram, L.O.; (2011) The world’s first stock exchange: how the Amsterdam market for Dutch East India Company shares became a modern securities market, 1602-1700
Le Maire ging er waarschijnlijk van uit dat de concurrentie van de op te richten Franse Oost-Indische Compagnie de koers aanzienlijk zou doen dalen,Engelbrecht, W.A. en P.J. van Herwerden; (1945) Deel 2, p. 30 maar die compagnie kwam er niet omdat de Franse koning in 1610 werd vermoord. Om de koers alsnog te drukken, werden met succes allerlei geruchten verspreid.Dit was ten nadele van de VOC-aandeelhouders die zich soms genoodzaakt zagen hun aandelen met verlies te verkopen. Vooral in 1609 daalde de koers van het VOC-aandeel aanzienlijk.