Bij amfibische oorlogsvoering vinden amfibische operaties plaats door verplaatsing van gevechtseenheden vanuit zee naar het land of andersom.
De troepenbewegingen gebeuren, zeker historisch gezien, veelal met landingsvaartuigen, maar het kan ook door middel van luchttransport vanaf vliegdekschepen. Kenmerkend is dat gevechtseenheden van schepen naar het land gaan en/of terug. Het meest spraakmakende voorbeeld van een amfibische operatie is de landing van de geallieerden in Normandië op D-day, 6 juni 1944. Deze werd bovendien gecombineerd met luchtlandingen.
In moderne oorlogvoering is de amfibische landing van strijdkrachten de meest complexe van alle militaire manoeuvres. Deze vereist een ingewikkelde coördinatie van vele militaire aspecten: logistieke planning, transport over de zee, luchtsteun, vuursteun vanaf de schepen, gespecialiseerde uitrusting, grondtroepen, tactieken en een uitgebreide training in de details van deze manoeuvre voor al het betrokken personeel.
Geschiedenis Oudheid en Middeleeuwen Amfibische oorlogvoering kwam al in de oudheid voor. De oude Grieken voerden volgens de dichter Homerus al een amfibische operatie uit bij het aanvallen van de stad Troje, dus zo'n 3000 jaar geleden. Griekse soldaten staken de Egeïsche Zee over en stormden aan land op de stranden naast Troje tijdens de tien jaar durende strijd om de stad te vernietigen.
De eerste goed gedocumenteerde amfibische aanval in Europa is uitgevoerd tijdens de Perzische Oorlogen. Bij de Slag bij Marathon in 490 v.Chr. hebben de Perzen door middel van amfibische landingen bruggenhoofden gevestigd in hun poging om Griekenland te veroveren. De landing bij Marathon staat in de geschiedenis bekend als de grootste amfibische operatie voor 2400 jaren tot 1915, toen de Britten en de Fransen aan de Bosporus de Slag om Gallipoli begonnen (en die verloren).
Julius Caesar gaf zijn troepen speciale opleidingen in het landen op stranden voordat zijn Romeinse legioenen met succes Engeland binnenvielen in 55 v.Chr. Sommige amfibische aanvallen in de daaropvolgende eeuwen waren zeer succesvol, zoals de landing van Willem de Veroveraar in Engeland in 1066. In de 9e en 10e eeuw teisterden de Vikingen grote delen van Europa met hun snelle zeewaardige Vikingschipen, waarmee zij ook rivieren konden oproeien, op willekeurige plaatsen de oever optrekken en verrassingsaanvallen te land konden aanvoeren. Aanvankelijk waren het alleen plundertochten, later ging het ook om verovering en kolonisatie.
16e eeuw In 1537 richtte Karel I van Spanje de Infantería de Marina op. Het is het oudste nog bestaande equivalent van het Korps Mariniers ter wereld. Deze eenheid werd speciaal getraind voor het vechten op schepen en vanaf schepen. Nog diezelfde eeuw vochten Spaanse mariniers in: de Algiers-expeditie van 1541. Slag bij Lepanto (1571). Dit was weliswaar geen amfibische operatie, maar een grote zeeslag. Tunesië-expeditie (1573). De verovering van een Azoren-eiland (1583). Een bijzondere militaire prestatie was de ‘Terceras Landing’ in de Azoren op 25 mei 1583 toen de Spaanse bevelhebbers besloten tot een amfibische operatie die verdeeld was in een hoofdmacht en daarnaast een kleinere eenheid, die met een schijnaanval de verdedigende troepen (5000 Portugese, Engelse en Franse soldaten) af moest leiden. Speciale sloepen werden gebruikt om de paarden en 700 stukken artillerie naar de stranden te brengen. Speciale roeiboten waren uitgerust met kleine kanonnen om de landingsvaartuigen te ondersteunen. De totale sterkte van de amfibische macht was 15.000 man, inclusief een vloot van 90 schepen en een landingsmacht van 11.000 man. Na een initiële verkenning waarbij de meest geschikte stranden werden verkozen, ging de eerste aanvalsgolf van 4000 man aan land terwijl twee ‘Galeras’ de afleiding verzorgden met een landing op enige afstand van het hoofdstrand. Het grootste deel van de verdedigers spoedde zich in de richting van deze ‘Galeras’. Tegen de tijd dat duidelijk was dat het om een afleidingsmanoeuvre ging, had de eerste aanvalsgolf al een verdedigingslinie opgeworpen en was de tweede golf al bezig met landen. Van deze operatie zijn documenten terug te vinden die gaan over de gedetailleerde planning, de voorafgaande verkenning van de stranden, de speciale uitrusting en training, de verplaatsing van de schepen naar het land en over de vuurondersteuning van de schepen. Een prikactie werd in 1599 uitgevoerd op de Engelse zuidkust tijdens de Spaans-Engelse Oorlog (1585-1604).
De Spaanse Armada die in 1588 naar Engeland gestuurd werd, was een mislukte amfibische operatie, omdat er nooit Spaanse troepen op Engelse bodem werden afgezet.
In 1601 werd een expeditie in de vorm van een kleine Armada naar Ierland gestuurd, om de Ieren te steunen tegen de Engelsen. Deze had slechts tijdelijk succes.
De Turken veroverden een groot deel van het eiland Malta bij het Beleg van Malta (1565), dat door zijn centrale ligging in de Middellandse Zee van grote strategisch waarde was in de reeds lang aan de gang zijnde strijd tussen diverse Europese mogendheden en het Ottomaanse Rijk. Het kostte de Maltezer Orde en het Habsburgse Spanje vier maanden om een amfibische macht van 5500 man te trainen, bewapenen en te verplaatsen om vervolgens het beleg te breken en het hele eiland weer terug te veroveren.
17e eeuw In deze eeuw breidden Europese landen hun macht enorm uit door het veroveren van koloniën. Amfibische operaties werden voornamelijk gebruikt om koloniën en nederzettingen langs de handelsroutes op te zetten. Groot-Brittannië richtte in 1664 zijn eigen amfibische strijdkrachten op, de Royal Marines.
Op 10 december 1665 werd door de Nederlandse Republiek het Korps Mariniers opgericht. Dit nog steeds bestaande Nederlandse krijgsmachtonderdeel is gespecialiseerd in het uitvoeren van amfibische operaties. Het Korps kreeg zijn eerste naamsbekendheid in juni 1667 gedurende de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog vanwege zijn rol in de ‘Raid on the Medway’, ook wel ‘de slag van Chatham’ of ‘de Tocht naar Chatham’. thumb|Terwijl de Engelse vloot wordt vernietigd, voeren mariniers landingen uit op de Engelse kust
De tocht naar Chatham (22 juni 1667) is een tijdens de Tweede Engelse Oorlog door een Nederlandse oorlogsvloot ondernomen raid op de Engelse kust en was een zeer gewaagde onderneming. Het plan was van de raadpensionaris van Holland Johan de Witt. Terwijl de hoofdmacht onder leiding van admiraal Michiel de Ruyter buitengaats bleef om een eventuele Engelse tegenaanval vanuit zee af te slaan, vertrok op 19 juni een kleinere expeditionaire scheepsmacht naar de monding van de Theems. Dit eskader, onder leiding van luitenant-admiraal Willem Joseph van Ghent voer de Medway op en doorbrak de over de rivier gespannen ketting. Eenheden van het Korps Mariniers gingen aan land, veroverden het fort van Sheerness waar de beroemde versperringsketting zou zijn neergelaten als het niet gelukt was die met een schip te breken. De verraste Engelsen werden door middel van verscheidene andere amfibische operaties ook met succes over land aangevallen. De op 22 juni bij Chatham aangetroffen Engelse oorlogsschepen kregen het zwaar te verduren. In totaal gingen 7 kapitale Engelse oorlogsbodems door verovering of verbranding verloren, evenals een aantal kleine schepen. Daarnaast werden twee schepen buitgemaakt, waaronder de HMS Royal Charles, het vlaggenschip van de Engelse vloot.
Twee dagen later trokken de Nederlandse schepen zich terug en kwam er een einde aan het succesvolste wapenfeit tegen de Engelsen ooit. De Tocht naar Chatham werd door de Engelsen ervaren als een regelrechte invasie en kwam zo hard aan dat zelfs de doorgewinterde Engelse afgevaardigden bij de vredesonderhandelingen in Breda zich plotseling veel toegeeflijker gingen opstellen en de reeds lopende onderhandelingen over een versneld vredesverdrag werden erdoor versneld.
De grootste amfibische operatie van de eeuw werd in 1688 uitgevoerd door stadhouder Willem III van Oranje-Nassau. Aan het begin van de ‘Glorious Revolution’ verplaatste hij ongeveer 40.000 man met 463 schepen van Hellevoetsluis naar Torbay aan de Engelse zuidkust om daar vervolgens zonder bloedvergieten koning James II van Engeland af te zetten en zelf de Britse troon te bestijgen.
18e eeuw Na de drie 'Engelse oorlogen' in de 17e eeuw volgde een periode van Nederlands-Engelse samenwerking. Gedurende de Spaanse Successieoorlog zijn er verscheidene amfibische aanvallen uitgevoerd door Nederlandse en Britse mariniers op het Iberisch Schiereiland. Een van de hoogtepunten hiervan is de gezamenlijke verovering van Gibraltar op Spanje op 4 augustus 1704. 1800 mariniers en Royal marines zorgden er na hun landing voor dat Spaanse versterkingen Gibraltar niet konden bereiken en dat het garnizoen zich na een hevige strijd overgaf. Ter herdenking van deze strijd dragen de Royal Marines nog altijd de naam Gibraltar in hun logo, boven het motto 'Per mare per terram'. Gibraltar is nog altijd in Britse handen, maar Spanje handhaaft zijn aanspraak erop.
Amfibische landingen stelden Spaanse mariniers in staat om Sardinië (1717) en Sicilië (1732) te veroveren. Dat amfibische aanvallen zeer complex zijn en rampzalig af kunnen lopen als ze niet goed gepland zijn blijkt uit de ‘Battle of Cartagena de Indias’ in 1741. Hier werd een grote Britse amfibische aanvalsgroep verslagen door een veel kleiner groep Spaanse verdedigers.
In 1762 slaagden de Britten er via aanvallen over zee in de hoofdsteden van de Spaanse koloniën Cuba en Manilla te veroveren. In 1776 maakten de voorloper van het United States Marine Corps zijn eerste succesvolle landing in de Slag bij Nassau. Ook de Spanjaarden boekten in de jaren 1781 en 1782 amfibische successen in het Caribische gebied door onder andere Fort Georges in de Slag om Pensacola en de Britse marinebasis bij New Providence in de Bahama's te veroveren.
19e eeuw Engelse invasie van Walcheren. Op 30 juli 1809 landden op Walcheren de Engelsen onder het opperbevel van Lord Chatham. Het doel van de Engelse expeditie was het uitschakelen van de Antwerpse marinehavens, om zo de Fransen ervan weerhouden een invasie in Engeland uit te voeren. Het lag ook in de bedoeling om Walcheren blijvend van een Engelse bezetting te voorzien om de Westerschelde te kunnen bewaken. De invasievloot bestond uit: 37 linieschepen, 30 fregatten, 84 kleine oorlogsvaartuigen en ongeveer 150 transportschepen. Er waren 38.000 man landingstroepen en 144 stukken belegeringsgeschut aan boord. Zuid-Beveland werd bezet en voor Vlissingen werd het beleg geslagen. Lord Chatham wilde eerst zeker zijn van de verovering van Vlissingen. Uitstel van de aanval op Antwerpen werd de Britse troepen echter noodlottig, omdat de Fransen tijd genoeg krijgen om de verdediging goed te organiseren. De opmars van het invasieleger stokte en de verovering van Antwerpen mislukte. Chatham liet een garnizoen van 18.000 man op Walcheren achter en keerde met de rest van het leger terug naar Engeland. De achterblijvers worden daarna getroffen door malaria-achtige koortsen, waardoor een verder verblijf in Zeeland onmogelijk werd. In december 1809 verlieten de Britten Walcheren.Britse invasie van Walcheren in 1809 Britse invasie van Java in 1811. Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865). De Verenigde Staten hebben verscheidene amfibische aanvallen uitgevoerd langs de kustlijn van de Geconfedereerde Staten van Amerika. De grootste van allen was de aanval op Fort Fisher, destijds het grootste en sterkste fort ter wereld. Hiervoor werd een amfibische strijdgroep van 15.000 man en 70 oorlogsschepen met meer dan 600 kanonnen ingezet.