Willem Hendrik van Oranje (Binnenhof (Den Haag), 14 november 1650 – Kensington Palace, 19 maart 1702), in Nederland veelal aangeduid als stadhouder-koning Willem IIIWout Troost (2001), Stadhouder-koning Willem III: een politieke biografie, Hilversum: uitgeverij Verloren of koning-stadhouder Willem III,Marjan Norel (2009), Koning stadhouder Willem III: een Europees vorst, Vcl/West-Friesland. was een soevereine prins van Oranje van het huis Oranje-Nassau sinds zijn geboorte.
Vanaf 1672 bestuurde hij als stadhouder Willem III van Oranje Holland, Zeeland en Utrecht, vanaf 1675 ook Gelre en Zutphen en Overijssel, en ten slotte vanaf 1696 ook Drenthe, in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Vanaf 1689 regeerde hij ook als koning Willem III over Engeland (waartoe ook Wales behoorde) en Ierland. Toevallig was zijn regeringsnummer (III) hetzelfde voor zowel Oranje als Engeland. Hij was ook koning van Schotland, daar stond hij bekend als Willem II. Kortom, hij was koning van het gebied van het huidige Verenigd Koninkrijk en de huidige republiek Ierland, of anders gezegd, van de eilanden Groot-Brittannië en Ierland. Hij staat informeel bekend als King Billy in Ierland en Schotland.
In wat nu bekendstaat als de Glorious Revolution, viel Willem Engeland binnen op 5 november 1688 in een vanuit het parlement ondersteunde actie die uiteindelijk koning Jacobus II afzette en de kronen van Engeland, Schotland en Ierland voor hem won. Op de Britse Eilanden regeerde Willem samen met zijn vrouw, Maria II, tot haar dood op 7 januari 1695. De periode van hun gezamenlijke heerschappij wordt vaak aangeduid als "Willem en Maria". In het jaar 1694 kwam de Bank of England tot stand, wat Willem III verzekerde van de steun van de bankiers aan zijn regering.
Willem was een protestant en mede daarom nam hij deel aan verschillende oorlogen tegen de machtige katholieke koning Lodewijk XIV van Frankrijk, in coalitie met de protestantse en katholieke machten van Europa. Veel protestanten riepen hem uit tot een voorvechter van hun geloof. Grotendeels vanwege deze reputatie was Willem in staat om de Britse kronen te nemen, toen velen vreesden dat het katholicisme zou herleven onder Jacobus. Willems overwinning over Jacobus bij de Slag aan de Boyne in 1690 wordt herdacht door de Oranjeorde in Noord-Ierland en delen van Schotland tot op de dag van vandaag. Zijn heerschappij markeerde het begin van de overgang van de persoonlijke heerschappij van het Huis Stuart naar de meer parlementsgerichte heerschappij van het Huis Hannover.
Jeugd thumb|Willem III van Oranje op jeugdige leeftijd, ca. 1662, door Jan Davidsz. de Heem (guirlandes) en Jan Vermeer van Utrecht (portretkop) Willem III van Oranje werd geboren acht dagen na het plotselinge heengaan van zijn vader, stadhouder Willem II, die aan de pokken overleed. Zijn moeder Maria Henriëtte Stuart, de Engelse Princess Royal, werd gedwongen om het voogdijschap over haar pasgeboren zoon te delen met zijn grootmoeder Amalia van Solms, weduwe van Frederik Hendrik, en met Frederik Willem I van Brandenburg.
De regentenpartij onder het beheer van Cornelis de Graeff en Andries Bicker maakte van het overlijden van zijn vader gebruik om het Eerste Stadhouderloze Tijdperk in te luiden. Met alleen Leiden tegen, werd in Holland besloten geen stadhouder te benoemen en om een afvaardiging te sturen naar Zeeland om daar hetzelfde te bewerkstelligen. De Staten namen het recht landdrosten en baljuws te benoemen nu zelf in handen. Op het einde van de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog 'verplichtte' de provincie Holland, misschien op aandringen van Johan de Witt, zich in de geheime Akte van Seclusie aan het republikeinse Engelse regime van Lord Protector Oliver Cromwell de prins nooit als stadhouder aan te stellen – of toe te staan dat een andere provincie dat wel deed. Willem, vanaf 1657 onderricht in de staatsreligie van het calvinisme door dominee Cornelis Trigland, kreeg vanaf 1659 onderwijs op de Universiteit van Leiden, zonder daar echt student te zijn. Hij interesseerde zich weinig voor boekenwijsheid, maar meer voor de schone kunsten, met name tuinarchitectuur.
De Akte van Seclusie werd herroepen in 1660 na de Restauratie van de monarchie in Engeland. Willems moeder Maria Henriëtte en zijn grootmoeder Amalia probeerden verschillende provincies zover te krijgen, Willem alvast als hun toekomstige stadhouder aan te wijzen, maar dat mislukte. Gedurende de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog (1665-1667) begonnen er echter al stemmen op te gaan voor sterkere leiding. De bemoeienis van Willems oom Karel II van Engeland na het overlijden in 1660 van zijn moeder (en deelvoogd), leidde echter tot een tegenreactie van De Witt, De Graeff en Gillis Valckenier. De astmatische en gebochelde Willem werd in april 1666 tot Kind van Staat verklaard, nadat Amalia omgekocht was met een staatspensioen, zodat de overheid pro-Engelse elementen uit zijn omgeving kon verwijderen. Willem speelde met de zonen Pieter en Jacob van De Graeff in het huis aan de dijk naar Soest (het latere Paleis Soestdijk).
Er werd daarna (augustus 1667) een openlijk Eeuwig Edict uitgevaardigd om de prins uit te sluiten van de positie van zijn voorgangers: bepaald werd dat de kapitein-generaal van de Republiek nooit dezelfde mocht zijn als de stadhouder. Holland en daarna Zeeland, Utrecht, Gelderland en Overijssel schaften het stadhouderschap zelfs helemaal af. Toch was dit een deeloverwinning voor Willem: het opperbevel van het leger zou hem kennelijk gaan toevallen. In 1668 werd hij ook aangewezen als eerste edele van de Staten van Zeeland: de eerste van de adellijke afgevaardigden. Amalia en zijn derde voogd Frederik Willem van Brandenburg verklaarden Willem nu meerderjarig, wat eigenlijk illegaal was: een man bereikte toen pas meerderjarigheid met 23 jaar. In 1670 werd hij lid van de Raad van State met vol stemrecht.
Vanaf november 1670 tot februari 1671 bezocht Willem Engeland om zijn oom Karel II te bewegen eindelijk eens wat te gaan aflossen van de enorme schuld die het Huis Stuart sinds de Engelse Burgeroorlog aan het Huis Oranje had. Oom Karel, steeds balancerend op de rand van bankroet, kon in dit opzicht niets voor Willem betekenen, maar probeerde hem wel tot het katholicisme te bekeren. Willems geschokte reactie hierop zorgde ervoor dat Karel zijn neef geen deelgenoot maakte van het geheime Verdrag van Dover dat hij met Lodewijk XIV gesloten had, waarin bepaald werd dat Engeland en Frankrijk samen de Republiek omver zouden werpen en Willem als soeverein prins van een Hollandse 'rompstaat' zouden benoemen.
Stadhouderschap
In het Rampjaar 1672 veranderde alles. De Republiek werd van alle kanten aangevallen: door de Engelsen, Fransen en de bisdommen Münster en Keulen. Het gewapend conflict dat in dat jaar uitbrak met de Engelsen ging de geschiedenis in als de Derde Engels-Nederlandse Oorlog, dat met de Fransen als de Hollandse Oorlog, hoewel daar nog zes andere partijen bij betrokken waren. Willem had Karel in januari nog aangeboden de Republiek tot een volgzaam bondgenoot van Engeland te maken, als Karel met Frankrijk zou breken en druk zou uitoefenen Willem tot stadhouder benoemd te krijgen. Karel meende echter dat hij na een militaire overwinning de vredesvoorwaarden eenvoudigweg zou kunnen dicteren en ging dus niet op het aanbod in.
thumb|Willem III van Oranje en zijn echtgenote Maria II thumb|Stadhouder Willem III werd op 25 februari 1672 kapitein-generaal gemaakt.
In februari werd Willem benoemd tot kapitein-generaal. Zijn eerste optreden als legeraanvoerder was weinig gelukkig. De meeste soldaten van de Republiek bevonden zich in de drie grote zuidelijke vestingen: Breda, 's-Hertogenbosch en Maastricht. Het Franse leger liet deze machtige vestingsteden echter letterlijk links liggen en viel in juni langs de Rijn Gelderland binnen door de Betuwe. Willems kleine veldlegertje viel spontaan uiteen. De IJsselsteden wisten niet hoe snel ze zich moesten overgeven; Willem viel met de resten van zijn strijdmacht terug op Utrecht waar hij de poorten echter voor hem gesloten vond: de Utrechtse burgerij had weinig trek in een belegering en liet de Fransen binnen.
Toen stokte de Franse opmars omdat Lodewijk, de oorlog al gewonnen wanend, op zijn gemak zo veel mogelijk geld van de rijke Hollanders poogde af te persen. De nationale catastrofe voor de Republiek leidde evenwel tot een panisch volksoproer. De Oranjepartij greep de macht: de prins werd op 4 juli benoemd tot stadhouder van Holland en op 16 juli van Zeeland. Op 5 juli bezocht Lord Arlington, op zijn reis alom toegejuicht door de bevolking, Willem in Nieuwerbrug en eiste zijn capitulatie; in ruil zou hij prins van Holland mogen worden. Willem weigerde echter resoluut. Arlington sloot toen met de Fransen het Akkoord van Heeswijk om geen aparte vrede te sluiten. Karel, die wat ongelukkig was met Arlingtons intimiderende aanpak, stuurde Willem op 18 juli een sussende brief: zijn neef moest goed begrijpen dat dit alles niet persoonlijk bedoeld was maar tegen het regentenregiem gericht. Was dat eenmaal verdwenen dan zou vrede snel volgen. Willem antwoordde met een tegenaanbod: hij zou prins van Holland worden en met Engeland apart vrede sluiten in ruil voor £400.000 ineens, jaarlijks £10.000 pond haringrechten, Suriname en de stad Sluis. Karel wees dit echter af. Op 15 augustus publiceerde Willem Karels brief van 18 juli om het volk tegen raadpensionaris Johan de Witt op te zetten. Johan en Cornelis de Witt werden hierop op 20 augustus door een orangistische schutterij vermoord. Wellicht was Willem direct bij het moordcomplot betrokken. Maar hiervoor is geen direct bewijs. Gaspar Fagel werd nu raadpensionaris. In 1672 ontsloeg de prins 130 staatsgezinde regenten, zoals Andries de Graeff in Amsterdam en Pieter de Groot in Rotterdam.De Republiek: 1477–1806
Ondertussen verliep de oorlog al gunstiger: op 7 juli waren de overstromingen van de Hollandse Waterlinie uitgevoerd, waarmee een verdere Franse opmars onmogelijk werd gemaakt. Men zou Lodewijk niets betalen, hoewel de kosten van de oorlog veel hoger zouden uitvallen dan zijn eis van twintig miljoen gulden. Hoewel de Staten van Overijssel zich overgaven aan de bisschop van Münster Bernhard von Galen, wist de stad Groningen op eigen kracht zijn belegering te doorstaan: Von Galen zag zich door geldgebrek gedwongen het beleg op te breken; in december werd ook Coevorden heroverd en was heel Drenthe bevrijd.