thumb|Tarbotkwekerij in Santa María de Lira, Carnota (Spanje) Visteelt of viskweek is een vorm van aquacultuur, waarbij vissen commercieel worden gehouden voor consumptie. Door teruglopende visvangsten veroorzaakt door overbevissing, wordt de visteelt een steeds belangrijkere tak in de visserij. Anderzijds is de visteelt zelf een oorzaak van overbevissing, doordat met name vleesetende vissen ten dele moeten worden gevoerd met visproducten die uit wildvang afkomstig zijn.
Verspreiding In derdewereldlanden wordt de overgang naar visteelt gebruikt als een duurzame vorm van ontwikkeling voor bijvoorbeeld rijstboeren. Met name herbivore karperachtigen worden daar geteeld. In Europa richt de visteelt zich juist meer op carnivore vissen, wat niet duurzaam is door het gebruik van wild gevangen vis als voer. In Nederland bijvoorbeeld worden vooral de zoetwatervissen paling en meerval gekweekt.
Teelt Extensief Bij extensieve teelt wordt gebruikgemaakt van grote vijvers en wordt het voedsel geleverd door de natuurlijke productie van het phytoplankton. Door bemesting en oxidatie van de bodem door drooglegging in de winter wordt deze productie gemaximaliseerd. Door optimale hoeveelheden vis uit te zetten blijft er voldoende zoöplankton en bodemfauna (benthos) beschikbaar. In feite wordt er een ecosysteem gecreëerd waarin zo veel mogelijk visgroei gerealiseerd kan worden.
Intensief Onder intensieve kweek worden (veelal afgesloten) systemen verstaan waar veel wordt bijgevoerd. Bijvoeren resulteert in watervervuiling, waardoor filtersystemen, beluchting of doorstroming nodig zijn om de waterkwaliteit goed te houden. Aangezien de groei van een vis lineair toeneemt met de zuurstofverzadiging is deze beluchting essentieel. Visteelt in kooien is een intensieve teelt waarbij de waterkwaliteit goed gehouden wordt door doorstroming van de kooi. Een nadeel van kooien is dat ziekteverwekkers, resten van geneesmiddelen en afvalstoffen in het milieu landen, mogelijk ten nadele van wild levende dieren. Als kooien kapot gaan ontsnappen kweekdieren, daardoor kan een genetische en voedselconcurrentie met wild levende dieren ontstaan. Daarnaast kan huisvesting in kooien gepaard gaan met ernstige dierenwelzijnsproblemen. Zo kunnen de onnatuurlijk hoge bezettingsgraad, watervervuiling en het feit dat natuurlijk gedrag, zoals migratie, verhinderd wordt, bij gekweekte zalmen leiden tot ziekte, stress, verwondingen en hoge sterfte.
Tussen de extensieve en intensieve kweek in recirculatiesystemen bestaan veel overgangssystemen, vaak wordt er bijgevoerd en worden de vijvers belucht met zogenaamde "paddlewheels". In de recirculatiesystemen zijn filters geïnstalleerd om vaste bestanddelen (suspended solids) van mest te verwijderen en het giftige ammonium dat door de vissen wordt afgescheiden, om te zetten in het veel minder giftige nitraat (nitrificatie). Ook voor de werking van het laatstgenoemde (biologische) filter is een hoge zuurstofverzadiging noodzakelijk. Vaak wordt er dan ook belucht met pure zuurstof die onder druk aan het systeem wordt toegevoegd om 100% verzadiging te garanderen. Het is mogelijk ook het nitraat weer uit het water te verwijderen door denitrificatie; daarvoor moet in het systeem een zuurstofloos gedeelte worden gemaakt waar ook organische stof aanwezig is. In dit gedeelte kunnen bepaalde bacteriën nitraat gebruiken als oxydator bij de afbraak van de organische stof.
Gekweekte vissoorten Enkele vissoorten die in Europa gekweekt of verkocht worden voor voedselvoorziening zijn: De Goede Visgids (2006) p.55
Vissoort Kweekgebied(en) Kweekmethode(n) GoudbrasemMiddellandse Zee Zowel intensief als extensief Heilbot Noord-Europa Open kooien in zee Karper Centraal-Europa Vijvers, Recirculatiesysteem Afrikaanse Meerval(Clarias gariepinus) Nederland Recirculatiesysteem Claresse meerval(Heterobranchus longfilis) Nederland Recirculatiesysteem Paling o.a. Nederland Opkweken van wilde glasaal in recirculatiesystemen Regenboogforel Scandinavië, Frankrijk, Italië Doorstroom of gesloten systeem Steur Frankrijk, Duitsland, België Gesloten systeem Tarbot vooral Spanje Tanks met doorstromend zeewater Tilapia Wereldwijd in de tropen Recirculatiesystemen in Nederland, open kooien en vijvers in veel tropische landen Zalm Noorwegen, Schotland, Chili Open kooien in zee Zeebaars Griekenland, Turkije, Israël Open kooien in zee, Recirculatiesystemen
Ongewervelde Kweekgebied(en) Kweekmethode(n) Japanse oesterPlatte oester Frankrijk (Normandië, Bretagne, Vendée, Charente-Maritime,Arcachon, Méditerranée), Nederland (Grevelingen, Oosterschelde),België (Spuikom), Ierland (Galway) Bodemkweek of hangcultuur Kreeft Zeeland Gesloten systeem Mossel Zeeland, Waddenzee, NoordzeeBodemkweek of hangcultuur Chlamys farreri China Hangcultuur in zee
Statistieken Wereldwijd In 2018 bracht de visserij wereldwijd in totaal 178,5 miljoen ton vissen en schaaldieren aan land met een waarde van US$ 401 miljard. FAO Yearbook of Fishery and Aquaculture Statistics 2018, geraadpleegd op 16 juni 2021 Hierin was het aandeel van de visteelt 82,1 miljoen ton en van de visserij 96,4 miljoen ton. De visteeltproductie had een waarde van US$ 250 miljard of ongeveer US$ 3 per kg.
De Volksrepubliek China was veruit de grootste producent met 47,6 miljoen ton, gevolgd door India met 7,1 miljoen ton. Met 1,4 miljoen ton was Noorwegen de grootste Europese producent, maar stond op de zevende plaats wereldwijd. De top 10 landen produceerden 72,8 miljoen ton of 88,7% van het wereldwijde totaal. De totale visteeltproductie bestond voor 66% uit vis, 21% uit weekdieren en 11% uit kreeftachtigen. Het aandeel van geteelde vis in de totale visproductie is gestegen van 25,7% in 2000 naar 46% in 2018.
Van de 82 miljoen ton uit visteelt was het aandeel zoetwatervissen 50 miljoen ton en de rest van de vis werd geteeld in brak- of zeewater. Vooral karpers worden in aanzienlijke aantallen geteeld. De karper eet voornamelijk waterplanten en insecten.
Wilde vis als voer voor gekweekte vissen Voor de kweek van roofvissen, zoals de Atlantische zalm en de paling, zijn aanzienlijke hoeveelheden visolie en vismeel nodig. In 2018 werd wereldwijd 22 miljoen ton vis niet voor menselijke consumptie gebruikt maar hoofdzakelijk verwerkt tot visvoer. Dit is een vorm van voedselverspilling, aangezien 90% van de vissen die verdwijnt in visolie en vismeel direct geschikt is voor menselijke consumptie. De FIFO (Fish-in-Fish-out) ratio geeft aan hoeveel kilo vis er nodig is voor één kilo kweekvis. Uit een berekening op basis van gegevens uit 2006 blijkt de FIFO-ratio uit te komen op 0,7, oftewel één kilogram kweekvis heeft 0,7 kilogram visvoer nodig. WUR De Fish-In – Fish-Out (FIFO) ratios van kweekvis, in Aquacultuur, 2010, nr.6, pp.24-27, geraadpleegd op 20 juni 2021 Dit cijfer is waarschijnlijk iets te gunstig omdat het zogenaamde "trash fish" niet in de berekening is meegenomen. Dit is vis die rechtstreeks (vers) aan kweekvis wordt gevoerd of op de kwekerij tot visvoer wordt verwerkt, bijvoorbeeld van kweekvis die niet voor de verkoop geschikt is. De FAO schat deze hoeveelheid op 5 à 6 miljoen ton per jaar en als dit wordt meegenomen in de berekening dan komt de FIFO uit op 0,9. Bij de viskweek wordt slachtafval ingezet als vervanger voor vis als voer. De FIFO verschilt per vissoort; zo is er voor 1 kg gekweekte paling bijna 2 kg wild gevangen vis nodig.
Door wilde vissen te vangen voor de productie van visvoer legt de viskweek een nog grotere druk op de nu al overbeviste zeeën en oceanen. Momenteel is 90% van alle commercieel beviste vissoorten ofwel overbevist ofwel op de grens van overbevissing.The state of world fisheries and aquaculture, 2018: Meeting the sustainable development goals, Licence: CC BY-NC-SA 3.0 IGO, Rome: FAO Wereldwijd groeit de aquacultuur en verwacht wordt dat de productie van vismeel met 19% zal groeien in de periode 2016-2030.
In vismeel en visolie zitten vooral kleinere vissoorten en schaaldieren – zij vormen een belangrijke schakel in het onderwaterecosysteem. Grotere vissen, zeezoogdieren en vogels zijn voor voedsel afhankelijk van deze soorten. De overbevissing van deze soorten voor de productie van vismeel en -olie kan leiden tot ineenstorting van mariene ecosystemen. Daarbij kan het de voedselzekerheid in lokale gemeenschappen in onder andere West-Afrika, Zuid-Amerika en Zuidoost-Azië in gevaar brengen. Mensen die voor hun voedsel en levensonderhoud afhankelijk zijn van vissen en een gezond kustecosysteem komen ernstig in de problemen door overbevissing voor de productie van visvoer.
Nederland De Nederlandse viskweeksector is relatief klein. Toch heeft Nederland wel de grootste palingkweeksector in de wereld: maar liefst een derde van alle gekweekte paling. In 1994 produceerde de Nederlandse kweekvissector 2400 ton vissen en de productie steeg in de jaren erna sterk om in 2007 een piek te bereiken van 9640 ton. Er volgde een terugval en in 2015 was het nog maar 5300 ton en het is daarna gestabiliseerd.CBS Visserij en aquacultuur, 4 juni 2021, geraadpleegd op 21 juni 2021 In 2020 waren er 25 kwekers actief, zij produceerden 5337 ton vis met een waarde van 30,4 miljoen euro. Paling was met 2035 ton de belangrijkste kweekvis met een aandeel van meer dan 50% in de totale waarde.Nevevi Kenmerken van de sector, geraadpleegd op 17 juni 2021 Naar schatting gaat het om ongeveer 11 miljoen dieren. Kweekvis voorziet in ongeveer 90% van de palingconsumptie in Nederland. Na de paling is de meerval de meest gehouden soort in kwekerijen: naar schatting 2 miljoen dieren. Het gaat om de Afrikaanse meerval (950 ton) en de Claresse (1500 ton), een kruising van Afrikaanse meerval en kieuwzakmeerval. Na Hongarije is Nederland de grootste kweker van meervallen in Europa.FAOSTAT (2018) Global Aquaculture Production 1950-2018
De palingkweek is omstreden, omdat de paling een ernstig bedreigde diersoort is: op de Rode Lijst van de IUCN staat de paling als kritiek (critically endangered). Omdat de paling zich niet laat voortplanten, worden jonge palingen (alen) uit het wild gevangen om te verdwijnen in kwekerijen, waar ze worden opgekweekt om vervolgens te worden gedood. Hierdoor legt de palingkweek een nog grotere druk op de ernstig bedreigde diersoort. De International Council for the Exploration of the Seas (ICES) adviseert daarom de Europese Commissie om de aalsterfte door menselijke activiteiten (inclusief visserij en barrières zoals waterkrachtcentrales en gemalen) “zo dicht bij nul als mogelijk” te brengen. Verschillende maatschappelijke organisaties roepen daarom op tot een gehele stop op de palingvisserij, inclusief het vissen op alen voor de palingkweeksector.
Dierenwelzijn Er bestaat in Nederland geen specifieke dierenwelzijnswetgeving voor vissen in kwekerijen, zoals voor de meeste andere voor productie gehouden dieren als varkens, vleeskuikens en vleeskalveren. Wel zijn er enkele algemene uitgangspunten van toepassing, waarin wordt gesteld dat vissen niet onnodig mogen lijden en ze voldoende ruimte moeten hebben voor hun fysiologische en ethologische behoeften. Ook geeft de Europese Verordening EG 1099/2009 aan dat dieren, inclusief vissen, bij de doding elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden bespaard moet blijven. De Nederlandse wetgeving sluit, behalve de paling, alle vissen echter uit van bescherming bij de slacht.