Dit artikel handelt over de geschiedenis van Kiev oftewel Kyiv.

Ontstaan thumb|Kyi, Sjtsjek, Choryv en Lybid, de legendarische stichters van Kyiv. (miniatuur in de Radziwiłłkroniek) Kiev ontstond op de bosrijke heuvels naast de rivier de Dnjepr. Later zou er een vaarroute tussen Scandinavië en Constantinopel ontstaan die langs Kyiv liep.

Volgens de Primaire Kroniek werd de stad gesticht door Kyi, Sjtsjek, Choryv en Lybid, drie broers en een zus, en naar de oudste van hen genoemd ("Kiev" = 'Stad van Kyj', Oekraïens: Kyjiv). Ook zijn er aanwijzingen dat de stad nog ouder is en al met de door Jordanes genoemde Gotische stad Danparstaþir (= "Stad aan de Dnjepr") moet worden geïdentificeerd.

Mogelijk dient de Chazaarse handelspost Sambat met het vroege Kiev te worden geïdentificeerd. Toen naar verluidt de Varjagen de stad eind 9e eeuw veroverden, betaalden de Slavische inwoners tribuut aan de Chazaren.

Tijdens het Kievse Rijk

Kiev beleefde zijn bloeitijd tussen circa 880 en 1240, toen het de hoofdstad was van het Kievse Rijk, dat een smeltkroes van talen, culturen en religies werd. De meeste inwoners waren vroege Slaven, de gedomineerde In 968 kon de stad een belegering door de Turkische Petsjenegen afslaan. In 988 lieten de stadsbewoners zich massaal dopen in de rivier. Uit die periode, waarin de Slaven overgingen op het (oosterse) christendom, dateren de belangrijkste monumenten in de stad, de Sint-Sophiakathedraal en het holenklooster. Beide staan op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Van veel recenter datum zijn de Sint-Andrieskerk, met de groene "ui-daken", en de Sint-Volodymyrkathedraal.

De plundering van Kyiv deed grote schade aan de stad, die twee jaar lang onder de hegemonie kwam van Andrej Bogoljoebski, de vorst van Soezdalië (kerngebied van het latere Moskovië en Rusland). Hij liet zijn broer Gleb op de Kyivse troon zetten, die echter begin 1171 overleed onder verdachte omstandigheden, waarna er een troonstrijd volgde. Om zijn hegemonie te herstellen zond Andrej in 1173 een nieuw coalitieleger, maar dat werd vernietigend verslagen tijdens het Beleg van Vysjhorod. De stad herstelde zich weer in de decennia daarna en bleef het machtscentrum waar de rivaliserende clans graag wilden regeren. Moderne onderzoekers hebben geschat dat de bevolking van Kyiv eind 12e eeuw tussen de 36.000 en 50.000 mensen bedroeg.

Mongoolse hegemonie "[We moeten] een misleidend gebruik van het argumentum ex silentio vermijden. In de kronieken wordt in de decennia direct na de plundering van 1240 nauwelijks melding gemaakt van Kyiv. Ook uit Kyiv zijn er geen kronieken uit die tijd bewaard gebleven, wat zou kunnen betekenen dat er in Kyiv geen kronieken werden geschreven — aanwijzingen voor de slechte situatie aldaar — of dat de kronieken die daar zijn geschreven, niet bewaard zijn gebleven. We kunnen echt niet zeggen hoe het nou zat." – Donald Ostrowski (1993, 2015) In 1240 werd Kiev belegerd en veroverd door de Mongolen, aangevoerd door Batu Khan. Met ruim 30.000 inwoners was het toen een van de grootste steden van Europa, maar tijdens en na het beleg werd Kyiv zwaar beschadigd en een groot deel van de bevolking omgebracht (de schattingen lopen uiteen). Er zijn geen kronieken bekend die tussen 1240 en 1273 in Kyiv zijn geschreven en bewaard zijn gebleven, terwijl de in andere steden samengestelde kronieken van de Roes’ zelden of nooit gewag maakten van Kyiv (of haar vorsten); sommige noemden de stad pas weer in de jaren 1290. Gezien het gebrek aan overgeleverde bronnen waren vroegere historici geneigd om argumenten uit stilzwijgen aan te voeren om de politieke en religieuze betekenis van Kyiv in de tweede helft van de 13e eeuw te betwisten (meestal in combinatie met een toegenomen belang van Vladimir (Volodimir) aan de Klyazma). Hedendaagse wetenschappers zijn terughoudender, vooral wat betreft de blijvende kerkelijke centrale rol van Kyiv.

De komende eeuwen zou Kiev in belang afnemen tot een middelgrote stad, afhankelijk van de naburige grootmachten: eerst het Roetheense Vorstendom Halytsj-Volyn, maar tot 1362/3 vooral de Mongoolse Gouden Horde, met de hoofdstad Saraj aan de Beneden-Wolga. In deze ruime eeuw tijd inden de Mongools-Tataarse baskaken de tribuut van Kyiv en diende de stad troepen te leveren voor de oorlogen van de khan. De orthodoxe kerk werd echter uitgezonderd van belastingen en mocht zich vrij ontplooien tijdens de Mongoolse hegemonie.

Litouwse expansie

Het is niet helemaal duidelijk wanneer Kyiv en omgeving onderdeel werden van het grootvorstendom Litouwen, dat sinds de late 13e eeuw steeds meer Roetheense vorstendommen aan zich wist te binden. Dit steeds groter wordende gebied wordt ook wel Litouws Roes' genoemd. Volgens latere onbetrouwbare bronnen zou Kyiv reeds na de Slag aan de Irpin rond 1323 in Litouwse handen zijn gevallen, maar de meeste moderne historici gaan ervan uit dat die veldslag nooit heeft plaatsgevonden. Bovendien werd er in de Novgorodse Eerste Kroniek in 1331 nog melding gemaakt van een vorst Fedir en een baskak uit Kyiv, wat impliceert dat het toen nog tribuut betaalde aan de Gouden Horde en niet aan Vilnius. Het Verhaal over Podolië schetst echter de Slag bij de Blauwe Wateren in 1362 of 1363 als het kantelpunt waarmee heel centraal-Oekraïne onder Litouws bewind kwam. Dit zouden onder meer Podolië, het vorstendom Kyiv en het vorstendom Tsjernihiv (in 1356) zijn geweest. Ook de heidense Litouwers drongen hun religie niet aan de overwegend orthodoxe Roethenen op. Integendeel: het staatsrecht van het voormalige Kyivse Rijk en de Roetheense bestuurstaal werden kernwaarden van de Litouws-Roetheense staat. Economie en cultuur bloeiden decennialang weer op.

Vanaf het einde van de 14e eeuw verschijnen in de lijsten van de Parijse Sorbonne en andere universiteiten de namen van studenten uit Kyiv; onder het jaar 1436 wordt de eerste doctor van de “Roetheense natie uit Kyiv” vermeld — Ivan Tinkevytsj (Thinkievicz natione Ruthena di Kiowiae).

Het vorstendom Kyiv bleeft nog bestaan tot 1471, toen de Litouwers het afschaften en vervingen door het woiwodschap Kiow. In 1482 werd de stad geplunderd door de Krim-Tataren.

Poolse periode

Met de Unie van Lublin (1569) die het Pools-Litouws Gemenebest vestigde, werd Roethenië in tweeën gesplitst: het noordelijke deel (wat heden Belarus is) bleef onder Litouws bestuur, terwijl het zuidelijke deel (wat nu Oekraïne inclusief Kyiv is) onderdeel werd van de Poolse Kroon. Hoewel dit gepaard ging met enige taalkundig-religieuze spanningen, met name polonisering en katholisering van de Roetheense adel in de stad, leidde deze periode tot grote sociaal-economische en culturele bloei. In deze tijd had met name de wijk Podil (de Benedenstad) een sterke bevolkingsgroei.

Volgens de volkstelling van 1552 telde Podil 450 huishoudens uit verschillende rechtsgebieden, en bedroeg de totale bevolking van Kiev ongeveer 4.500 inwoners. In 1571 lijkt het aantal inwoners te zijn gestegen tot 6.000–6.500. De pestepidemie van 1571/2 zal de bevolking opnieuw aanzienlijk hebben doen slinken. Volgens gegevens uit de volkstelling van 1622 in de Kyivse regio telde de stad 1.750 huishoudens (inclusief alle nederzettingen onder verschillende jurisdicties), wat neerkomt op ongeveer 11.000 inwoners. Ter vergelijking: de grootste steden in het Pools-Litouwse Gemenebest in de 17e eeuw waren: Gdańsk (70.000), Warschau (30.000), Krakau (28.000) en Poznań (20.000), terwijl steden als Toruń, Elbląg en Lublin elk ongeveer 10.000 inwoners telden. Ondertussen telde Lviv (Lwów), destijds de grootste stad in de Oekraïense landen, in de tweede helft van de 17e eeuw minstens 22.000 tot 23.000 inwoners. Hierdoor was Kyiv in de jaren 1630 en 1640 een 'gemiddelde' stad binnen het Gemenebest en de tweede stad van Oekraïne.

Kozakse periode thumb|Sint-Sofiakathedraal van Kiev, in de tijd van Ivan Mazepa (1689–1709) omgebouwd en uitgebreid in de stijl van de Oekraïense barok Tijdens de Chmelnytsky-opstand (1648–1657) speelde Kyiv aanvankelijk een grote symbolische rol voor de Kozakken. Toen Bohdan Chmelnytsky de stad in 1649 in handen kreeg, werd hij onthaald als een Kyivse grootvorst uit middeleeuwse tijden. De aloude hoofdstad bleek echter moeilijk te verdedigen bij tegenaanvallen door de Litouwers en Polen, waardoor Kyiv meerdere keren van kamp wisselde, zwaar beschadigd en ook ontvolkt raakte doordat burgers het oorlogsgeweld probeerden te ontvluchten. Zo liep de bevolking terug van ongeveer 15.000 inwoners in 1647 tot 10.000 in 1666. Door deze en andere factoren zou uiteindelijk Tsjyhyryn de hoofdstad van het Kozakken-Hetmanaat worden en niet Kyiv. Niettemin zou het Klooster van Mezjyhirja in Vysjhorod een belangrijke religieus-symbolische functie voor de Kozakken vervullen. Hier zou later ook de Kroniek van Mezjyhirja worden geschreven. Na deze Ruïne trad er in het tijdperk van Ivan Mazepa (1689–1709) weer een flink herstel op, wat leidde tot grote bouwwerken in de stijl van de Oekraïense barok, die vandaag de dag Kyiv nog steeds sieren. De bevolking nam weer met meer dan 300% toe tot 42.000 inwoners in 1763, vlak voor het einde van het Kozakken-Hetmanaat. Kiev bleef een belangrijk centrum van de Oekraïense cultuur en van de orthodoxe religie.

Industrialisering en sovjetperiode

Door de beginnende industrialisering aan het eind van de 19e eeuw begon de stad weer te groeien; omstreeks 1900 had zij 250.000 inwoners. In de verwarde situatie na de Eerste Wereldoorlog en de Russische Revolutie werd Kiev herhaaldelijk veroverd door de verschillende strijdende partijen: Oekraïense nationalisten, Polen, de anticommunistische Russische generaal Denikin en de bolsjewieken. Van 1917 tot 1919 was Kiev de hoofdstad van de Volksrepubliek Oekraïne, geleid door de Tsentralna Rada met aan het hoofd de historicus Mychajlo Hroesjevsky. In 1922 werd Oekraïne een sovjetrepubliek, maar de hoofdstad werd Charkiv, tot in 1934 Kiev weer de hoofdstad werd. De sovjetperiode vóór de Tweede Wereldoorlog was een zware tijd voor Oekraïne, getekend door hongersnood en politieke repressie. Vele gebouwen werden verwaarloosd of vernield, zo bijvoorbeeld de Sint-Michielskerk, die intussen heropgebouwd is.

Tweede Wereldoorlog Op 19 september 1941 werd Kiev bij de slag om Kiev veroverd door nazi-Duitsland. 33.000 joodse inwoners van de stad werden kort daarop vermoord in het ravijn Babi Jar, dat destijds nog buiten de stadsgrenzen van Kiev lag. Op 9 augustus 1942 werd de zogenaamde dodenwedstrijd gespeeld tussen een elftal van Dynamo Kiev en een Duits elftal. De spelers van Dynamo moesten hun overwinning met de dood bekopen.

Op 6 november 1943 werd de stad door het Rode Leger bevrijd.

Onafhankelijk Oekraïne

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 werd Kiev de hoofdstad van het onafhankelijke Oekraïne. In november/december 2004 was Kiev het toneel van felle protestdemonstraties van aanhangers van Viktor Joesjtsjenko tegen de vervalsing van de verkiezingsuitslag door aanhangers van Viktor Janoekovytsj, die uiteindelijk leidden tot de verkiezing van eerstgenoemde tot president (deze periode staat bekend als de Oranje Revolutie).

In 2013-2014 was het onafhankelijkheidsplein in Kiev het toneel van de Euromaiden-protesten en de daaropvolgende Revolutie van de Waardigheid tegen de pro-Russische regering van president Viktor Janoekovitsj.

Op 24 februari 2022 viel Rusland Oekraïne binnen vanuit vele fronten. Kiev was een van de frontsteden in de oorlog. President Volodymyr Zelensky besloot om in de stad te blijven en zijn land vanuit Kiev te leiden bij de verdediging tegen de Russische agressie.