Alfa Romeo Automobili S.p.A. is een gerenommeerd Italiaans automerk met een sportief imago. Naast sportieve gezinsauto's, coupés en cabriolets staat het merk ook bekend om zijn legendarische sportwagens. Dit komt mede door het feit dat Alfa Romeo sinds haar beginjaren betrokken is geweest bij autoraces. Hierdoor heeft Alfa Romeo succesvol aan veel grote racetoernooien deelgenomen zoals de Auto GP en de Formule 1. Alfa Romeo bouwt jaarlijks ongeveer 150.000 wagens en is daarmee het grootste Italiaanse automerk na FIAT van FCA Italy.

Alfa Romeo is in 1910 ontstaan uit SAID, de Italiaanse vestiging van het Franse automerk Darracq. Het bedrijf kreeg eerst de naam ALFA (Anonima Lombarda Fabbrica Automobili), tot het werd overgenomen door Nicola Romeo.

Geschiedenis De beginjaren thumb|De 8/10 HP van Alfa's voorganger SAID thumb|250px|right|Alfa 24 HP (1910): De allereerste Alfa Romeo In 1906 werd de Società Anonima Italiana Darracq (SAID) in Italië opgericht door de Fransman Alexandre Darracq. Darracq dacht dat de Italiaanse automarkt, die op dat moment nog in de kinderschoenen stond in vergelijking met Duitsland en Frankrijk, rijp was voor zijn oudere en kleine modellen. SAID werd door hem gestart als onderdeel van zijn reeds bestaande Franse autofabriek (Darracq).

Alhoewel zijn gedachte de Italiaanse markt te veroveren met oudere en kleine modellen vanuit het perspectief van de econoom slim was, was Darracq niet succesvol met SAID. Zijn eerste twee modellen voor de Italiaanse markt waren motorisch te zwak voor de op dat moment slechte en steile Italiaanse wegen. SAID kon niet concurreren met de wagens die in Italië geïmporteerd werden.

Ondanks het naderende einde voor SAID was Darracq niet bereid betere modelontwerpen door te sluizen naar zijn Italiaanse bedrijf. In 1909 werd Darraq uitgekocht door de bedrijfsleider van de Italiaanse vestiging, Ugo Stella. Deze huurde Giuseppe Merosi in om nieuwe modellen te ontwikkelen die daadwerkelijk geschikt zouden zijn voor de Italiaanse markt. De associatie met de slechte modellen van Darracq werd verbroken door vanaf 24 juni 1910 een nieuwe naam voor de onderneming te voeren, Anonima Lombarda Fabbrica Automobili, kortweg ALFA. De eerste echte Alfa was de 24 HP, met 4084 cc, vier cilinders en 42 paardenkrachten. Dit was viermaal de kracht van het grootste Darracqmodel, dat hij moest vervangen.

Eerste Wereldoorlog Rond 1916, tijdens de Eerste Wereldoorlog, verkocht het laatste Darracqfamilielid zijn aandelen aan de bank. Deze wist ze door te verkopen aan een pomp- en compressorfabrikant, Nicola Romeo. Romeo was succesvol met het fabriceren voor de oorlogsindustrie en had nieuwe fabrieksruimte nodig. Hij was, als mijnbouwkundige, geen liefhebber van automobielen. Romeo kocht voor zijn doel de overige aandeelhouders van Alfa volledig uit en kreeg zo het volledige bedrijf in handen. Hij begon de fabrieken te gebruiken om tractoren, vliegtuigmotoren en spoorwegmaterieel te fabriceren. Hoeveel er ook gefabriceerd werd, auto's rolden er niet meer van de band gedurende de oorlogsjaren. Tijdens deze jaren noemde Romeo de onderneming zelfs naar zichzelf.

Het interbellum thumb|250px|right|Alfa Romeo 8C 2900 van Scuderia Ferrari Na de oorlog, in 1918, stortte de oorlogsindustrie in. Nicola Romeo was een vaardig ondernemer en zag de kans om alsnog auto's te gaan produceren. De onderneming werd opnieuw hernoemd. De naam Romeo voor de wagens zou weinig betekenen buiten de mijnbouwwereld, waar Nicola Romeo tot de oorlog succesvol in was. Nicola wilde echter nog steeds zijn naam verbonden zien met het bedrijf en wilde niet gewoon de vooroorlogse naam ALFA gebruiken. Het compromis luidde "Alfa Romeo".

Om het nieuwe merk bekendheid te geven begon Alfa Romeo deel te nemen aan de diverse races die in Italië werden gehouden, en men wist hier de nodige successen mee te boeken en daadwerkelijk naamsbekendheid op te bouwen. De verkopen stegen gestaag. Rond 1925 werd Merosi als technisch hoofd opgevolgd door Vittorio Jano. Jano verliet voor zijn aanstelling het raceteam van FIAT. In die tijd was Enzo Ferrari het hoofd van het raceteam van Alfa Romeo (na ook veel races voor Alfa Romeo te hebben gereden) en Ferrari was ervoor verantwoordelijk Jano zover te krijgen FIAT te verlaten om voor Alfa Romeo te komen werken. Jano construeerde meteen de legendarische P2, een auto die zeven jaar lang de grand-prixwedstrijden zou domineren. In 1932 werd de P2 opgevolgd door de Tipo B, een wagen die gedurende twee jaar elke Grand Prix won waaraan hij deelnam. In 1933 dreigde Alfa Romeo failliet te gaan, maar de Italiaanse regering bracht redding en het IRI (Instituut voor Industriële Wederopbouw) werd eigenaar van het bedrijf. Meteen trok Alfa Romeo zich terug uit alle competities en het racen met Alfa's werd overgelaten aan Scuderia Ferrari. Tijdens de tweede helft van de jaren 30 gaat het Alfa Romeo voor de wind, en in 1938 wordt Alfa Corse opgericht om de controle over de racedivisie weer naar Alfa Romeo zelf te brengen.

Tweede Wereldoorlog Door de deelname van Italiaanse zijde aan de Tweede Wereldoorlog ontstonden er nadien voor Alfa Romeo allerlei organisatorische problemen. De bevoorrading werd steeds moeilijker en bovendien werden de fabrieken tot driemaal toe gebombardeerd, in 1940, 1943 en 1944. Het laatste bombardement leidde tot een vrijwel volledige stopzetting van de productie in Portello.

Na de oorlog thumb|250px|right|De 159-formule 1-wagen waarmee Fangio in 1951 de wereldtitel won. thumb|250px|Alfa Romeo Alfetta 159 In 1945 werden de werkzaamheden weer op kleine schaal hervat, met de productie van scheepsmotoren, vliegtuigmotoren en zelfs moderne elektrische kooktoestellen. De autoproductie kwam eveneens op gang, om te beginnen met de 6C 2500- en later ook de Tipo 158-Grand Prix-wagens, die in 1950 werden doorontwikkeld tot de Tipo 159's met enkele uiterlijke wijzigingen en grondig gemoderniseerde en krachtiger motoren. Alfa Romeo had inmiddels het oorlogstrauma achter zich gelaten. Nadat de productie weer volledig op peil was, speelde de onderneming ook met straatmodellen weer een rol van betekenis, onder meer met een reeks speciale creaties op basis van de 6C 2500, met koetswerken van Pininfarina en Carrozzeria Touring

1950 was voor Alfa Romeo het jaar van de ommekeer, zowel op industrieel als op sportief gebied. In de jaren vijftig legde Alfa Romeo zich toe op modellen die in grote series gebouwd konden worden. De onderneming had twee doelstellingen: het opstarten van de lopende band-productie en het behalen van sportieve successen met op hoge prestaties gebouwde standaardproducten. De Alfa Romeo 1900 werd de eerste Alfa Romeo die volledig op de lopende band was geproduceerd. 1950 Was ook het eerste jaar van de formule 1, en Alfa Romeo domineerde de eerste twee jaar dankzij de succesvolle Alfetta 159. Met Giuseppe Farina en Juan Manuel Fangio werd tweemaal de wereldtitel gewonnen.

De markt veranderde echter, en Alfa Romeo stapte uit de Formule 1 om zich meer te richten op productiewagens. In 1954 leverde dit de Giulietta op. In die jaren ontwikkelde zich een trend die zich nog lang in de jaren daarna zou voortzetten: de samenwerking tussen de eigen ontwikkelingsafdeling en externe carrosseriestilisten zoals Bertone, Zagato en Pininfarina. In 1960 werd begonnen met de bouw van een nieuwe fabriek in Arese, die drie jaar later werd geopend. De eerste auto die er werd geproduceerd was de Giulia, waarvan er meer dan een miljoen exemplaren in verschillende versies werden gebouwd. De jaren zeventig waren een periode van hoogte- en dieptepunten voor Alfa Romeo. Managementproblemen werden afgewisseld met sportieve successen. De periode werd bepaald door de economisch-financiële situatie van de onderneming, die niet volledig kon voldoen aan de vraag van de markt en bovendien veel last ondervond van de energiecrisis. 1970 was het jaar van de Montreal, Bertones droomauto voor de Wereldtentoonstelling van 1967 in Canada, die uiteindelijk ook in productie zou gaan. In 1979 keerde men terug in de Formule 1, waarna het vanaf het seizoen 1980 een volledig programma ondernam. Deze periode verliep minder succesvol voor het merk, en zij verlieten het kampioenschap na het seizoen 1985. Tot 1988 bleef het nog wel motoren leveren aan diverse teams.

Autodelta In 1964 werd Autodelta opgericht onder leiding van Carlo Chiti en Lodovico Chizzola. De onderneming hield zich voornamelijk bezig met het ontwikkelen van racewagens op basis van standaard productiemodellen. In 1970 werkte Autodelta nauw samen met McLaren en leverde men aan het raceteam de drieliter-V8-motoren die in de formule 1 werden gebruikt.

FIAT-tijdperk In 1986 verkocht het overheidsbedrijf Finmeccanica Alfa Romeo aan de FIAT-groep, die het samen met Lancia in een nieuwe onderneming samenvoegde, Alfa Lancia S.p.A. genaamd, die het jaar daarop operationeel werd. Dit zorgde ervoor dat Alfa Romeo veel techniek moest delen met FIAT. Zo verdween de kenmerkende achterwielaandrijving, tot grote teleurstelling van de echte Alfisten.

De lancering van de Alfa 156 in september 1997 vormt een sleutelmoment in de herpositionering van Alfa Romeo op de Europese markt. De Alfa 156 werd verkozen tot Auto van het Jaar 1998; het was de eerste keer dat Alfa Romeo deze prestigieuze prijs won. In 2001 werd de Alfa 147 eveneens uitgeroepen tot Auto van het Jaar.

In 2005 kocht de FIAT-groep het merk Maserati van Ferrari. De Alfa Lancia S.p.A. werd opgeheven en Maserati werd aan Alfa Romeo toegevoegd. Het duo werd "Polo Sportivo" genoemd. De merken delen motoren, onderstellen en versnellingsbakken, en in sommige gevallen ook dealers.

Op 1 februari 2007 werd de FIAT-groep hervormd en werden Alfa Romeo, Maserati, Lancia en FIAT ondergebracht in aparte ondernemingen. Voor Alfa Romeo kreeg die onderneming de naam Alfa Romeo Automobili SpA. De verschillende ondernemingen blijven wel allemaal volledig in handen van Fiat Group Automobiles SpA.

In 2016 stapte Ferrari weer uit de FIAT-groep.

Alfa en de Italiaanse overheid thumb|Een 159 in carabinieri uitvoering Alfa Romeo's staan erom bekend een voorkeur te genieten bij de Carabinieri, Politie en Fiscale politie van Italië. Dit begon in de jaren 60 met de Giulia die erg wendbaar en snel bleek. Alfa Romeo leverde de aangepaste Giulia's voor de politie in groen/blauw en de carabinieri kreeg hun auto's in een blauw/witte kleur. Het indrukwekkende uiterlijk van deze dienstauto's dwong respect en bewondering af bij de bevolking. Later zouden naast de Giulia's nog veel meer Alfa's volgen, waaronder de volgende modellen: Alfetta, Giulietta (zowel de generaties uit 1977 als uit 2010), 33, 75, 164, 166, 155, 156, 159 en in 2016 hebben de carabinieri en staatspolitie ook enkele nieuwe Giulia's mogen verwelkomen. Daarnaast zijn Alfa's populair bij andere overheidsdiensten.

Toekomst Alfa Romeo wil zich opnieuw stevig in de markt zetten met een negental nieuwe modellen. Om dit te verwezenlijken wordt er tussen 2015 en 2021 geleidelijk een compleet nieuw modellengamma geïntroduceerd. Indien deze terugkeer van Alfa slaagt en de verkopen er weer bovenop komen is Alfa door FCA CEO Sergio Marchionne een renstal in de Formule 1 beloofd. Op 29 november 2017 werd aangekondigd dat Alfa Romeo na 30 jaar afwezigheid haar rentree in de Formule 1 zal gaan maken. Alfa Romeo zou het komende seizoen samen met de renstal van Sauber een samenwerking aangaan op strategisch, commercieel en technologisch vlak. De renstal zou vanaf 2018 als Alfa Romeo Sauber F1 door het leven gaan.