De Nepalese Burgeroorlog, door maoïsten Volksoorlog genoemd, was van 1996 tot 2006 een gewapend conflict tussen maoïstische rebellen en het regeringsleger van het Koninkrijk Nepal. Het conflict heeft aan zo'n 13.000 mensen het leven gekostLandmark Nepalese cabinet delayed. BBC News, 31 maart 2007. Geraadpleegd 31 maart 2007. en leidde er uiteindelijk toe dat de monarchie werd afgeschaft en de staat een seculiere federale republiek werd.

Voorgeschiedenis Tot 1990 was Nepal een dictatuur waarin de koning een alleenheerschappij had. Door massale protesten werd in dat jaar een parlementaire democratie uitgeroepen. In de praktijk bleek daar echter vrijwel niets van terecht te komen. Toen er in 1996 verkiezingen waren waar de Verenigde Communistische Partij van Nepal (maoïstisch) niet aan mee mocht doen, besloot zij onder leiding van Prachanda met geweld de machthebbers te verdrijven.

Verloop In korte tijd kwamen grote gebieden in het westen van het land onder controle van de maoïstische rebellen. In de dichtstbevolkte gebieden bleven de regeringstroepen weerstand bieden.

Koninklijke moordpartij

Op 1 juni 2001 schoot kroonprins Dipendra onder invloed van alcohol en andere drugs een groot deel van zijn familie (waaronder zijn vader Birendra) dood en schoot zichzelf vervolgens door het hoofd. Hoewel koning Birendra op slag dood was, overleefde Dipendra eerst nog vier dagen in coma en aldus werd hij conform de regels uitgeroepen tot koning voordat hij stierf. Dipendra's precieze motivatie is raadselachtig, al was er voordien toenemende onenigheid tussen hem en zijn ouders over zijn partnerkeuze: de Nepalese aristocrate Devyani Rani zou naar de zin van koningin Aishwarya te nauwe banden hebben met invloedrijke Indiase familieleden, hetgeen anti-Indiase sentimenten onder de Nepalese bevolking sterk zou aanwakkeren. Toen op 4 juni ook Dipendra overleed, werd zijn oom Gyanendra tot koning gekroond. Hij trachtte de grote onrust die onder het volk was ontstaan aanvankelijk te sussen door te beweren dat Dipendra's wapen (een AK-47) "per ongeluk" zou zijn afgegaan, hetgeen echter door wapenexperts werd weersproken en door veel woedende en verbijsterde burgers niet geloofd; er braken rellen uit tegen Gyanendra's kersverse heerschappij. De Nepalese bevolking reageerde aanvankelijk vol ongeloof dat Dipendra zijn naaste familieleden had vermoord, maar latere onderzoeken en getuigenverklaringen lieten daarover geen twijfel meer bestaan.Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. "Birendra Bir Bikram Shah Deva". Microsoft Corporation/Het Spectrum. Gyanendra was weinig populair, mede door zijn sterk betwijfelde verklaring van de schietpartij en vooral vanwege zijn zeer omstreden zoon Paras, die plots troonopvolger was geworden.

Opmars maoïsten en verheviging strijd 200px|thumb|Een legercontrolepost in West-Nepal Opmerkelijk genoeg roemden de maoïstische rebellen oud-koning Birendra in een verklaring, waarin zij de moordpartij bestempelden als een "samenzwering van conservatieve krachten", waaronder "Amerikaanse imperialisten" en "Indiase expansionisten". Met opportunistische retoriek die verschilde naargelang de doelgroep probeerden de maoïsten, die nu ook in Oost-Nepal een grote aanhang kregen, munt te slaan uit de onrust en de weerstand onder burgers tegen het bewind van de nieuwe koning, waarbij zij in korte tijd tientallen politieagenten doodden. In tegenstelling tot de inmiddels vermoorde Birendra, die de strijd zo veel mogelijk probeerde te sussen, besloot zijn broer en opvolger Gyanendra frontaal in de aanval te gaan tegen de rebellen en zette half juli 2001 voor het eerst in het conflict het leger in. In november werd bovendien de noodtoestand afgekondigd. Het gevolg hiervan was dat er zowel bij de rebellen als bij de regeringstroepen veel slachtoffers vielen. Daarnaast stegen ook de aantallen burgerslachtoffers schrikbarend. Door alle partijen werden de mensenrechten in Nepal op grote schaal geschonden.

Als gevolg van de verhevigde burgeroorlog stortte het toerisme (de enige noemenswaardige bron van inkomsten voor Nepal) volledig in. In februari 2002 doodden de maoïstische opstandelingen 129 mensen, waaronder agenten, militairen en 4 burgers in de slag om Mangalsen en een nabijgelegen vliegveld. In april, toen de maoïsten ongeveer een kwart van het land beheersten, eisten de gevechten aan weerszijden honderden slachtoffers. In mei doodden regeringstroepen dan weer meer dan 550 rebellen in een grootscheepse aanval op een maoïstisch trainingskamp in West-Nepal.

Westerse wapenleveranties aan regeringsleger Omdat de rebellen werden beschuldigd van terrorisme was de Nepalese regering in staat om in het buitenland wapens aan te schaffen tegen gereduceerd tarief; onder andere de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk leverden wapens aan het regeringsleger. Toen uitlekte dat de Belgische minister Magda Aelvoet (Agalev) in juli zonder medeweten van de Kamer een Nepalese order van 5500 automatische wapens aan het Waalse bedrijf Fabrique Nationale de Herstal had goedgekeurd, leidde dit tot een korte crisis in de Regering-Verhofstadt I omdat de Vlaamse regeringspartijen en twee Vlaamse oppositiepartijen de wapenleveranties in strijd achtten met een Europese gedragscode en de Belgische wapenwet. Aelvoet trad af, maar Agalev (Vlaams groen) besloot uiteindelijk in de regering te blijven nadat overeen was gekomen dat de wapenleverantie zou worden uitgesteld tot na de verkiezingen van 13 november, mits deze democratisch zouden verlopen.

Patstelling, koninklijke machtsgreep thumb|Koning Gyanendra in legeruniform Premier Sher Bahadur Deuba ontbond in mei 2002 het parlement wegens onenigheid in de regering over het al dan niet opheffen van de noodtoestand, en schreef verkiezingen uit voor 13 november. Toen hij echter op 5 oktober besloot uit vrees voor verstoring door de maoïstische rebellen de verkiezingen uit te stellen tot 2003, werd hij ontslagen door koning Gyanendra, die daarop de macht greep, een zakenkabinet aankondigde en de verkiezingen voor onbepaalde tijd uitstelde. Aanvankelijk werd Gyanendra's besluit aanvaard door de meeste politieke partijen en door patriottische Nepalezen toegejuicht, maar de aanstelling van een kabinet vol persoonlijke vertrouwelingen en familieleden op 11 oktober verontwaardigde de gepasseerde Congrespartij en de Communistische Partij, van wie 4000 aanhangers tegen het nieuwe bewind demonstreerden. De VN boden aan te bemiddelen tussen regering en rebellen, waarmee laatstgenoemden akkoord gingen. In november 2002 werd er zwaar gevochten in de districten Gorkha, Lamjung en Jumla, waarbij tientallen doden vielen, vooral onder de maoïsten. Beide kampen boden van tijd tot tijd onderhandelingen aan, waar echter niets van terechtkwam. Op 20 december protesteerden in Kathmandu vrouwen massaal tegen het nieuwe zakenkabinet van de koning en het uitblijven van verkiezingen, vrezend voor het einde van de meerpartijendemocratie en een terugkeer naar de autocratische monarchie van vóór 1990.

Wapenstilstand januari–augustus 2003 Eind januari 2003 werd na moeizame onderhandelingen een staakt-het-vuren bereikt tussen de maoïstische rebellen en het koninklijke zakenkabinet onder leiding van premier Lokendra Bahadur Chand: de eersten zouden hun eis tot afschaffing van de monarchie en invoering van een republiek laten varen in ruil voor niet langer "terroristen" genoemd te worden, intrekking van een opsporingsbevel van Interpol en intrekking van beloningen op hun hoofd. Terwijl de opstandige maoïsten (die inmiddels ruim de helft van Nepal hadden veroverd) en Gyanendra's autocratische zakenkabinet (dat de rest bleef regeren) voortonderhandelden, begonnen in mei 2003 in verschillende steden wekenlange protesten en rellen van studenten en in mindere mate burgers die zich zowel tegen een communistische eenpartijstaat als een koninklijke dictatuur keerden en demonstreerden voor een meerpartijendemocratie. Een premierswissel van Chand naar de iets minder koningsgezinde Surya Bahadur Thapa in juni kon de democratische oppositie noch de maoïsten bekoren. Na enkele nieuwe gewelddadigheden over en weer en een onbeantwoord ultimatum aan de regering dat zij een nieuwe grondwet diende op te stellen, zegden de maoïstische rebellen 27 augustus 2003 de wapenstilstand op. Spoedig escaleerde het conflict en binnen 20 dagen waren er alweer 138 mensen omgekomen in de strijd, hetgeen de regering noopte geen troepen naar Irak te sturen omdat het alle manschappen in eigen land nodig had tegen de maoïsten.

Hernieuwde escalatie, maoïsten teruggedreven 200px|links|thumb|Maoïstische rebellen in Rolpa Vijf politieke partijen sloten zich bij de democratische oppositie aan en organiseerden demonstraties tegen het regime, dat regelmatig activisten en oppositieleden liet oppakken om verzet te ondermijnen. Ondertussen rukten de maoïstische rebellen eind september op tot in de Kathmandu-vallei en riepen op tot een driedaagse algemene staking, die uit angst onder de burgers massaal werd opgevolgd, ondanks een oproep van de regering om gewoon te gaan werken. In verschillende districten eisten de maoïsten het vertrek van overheidsambtenaren, in andere vielen zij burgers aan die de staking overtraden en vooral in het oostelijke grensdistrict Panchthar vochten de rebellen met koningstroepen. Terwijl veel Nepalezen duizenden bellen rinkelden en bidden dat kinderen en scholen zouden worden gespaard van het oorlogsgeweld (zoals bomaanslagen), sloeg de regering het aanbod van buitenlandse diplomaten op bemiddeling af en zei dat het zelf wel orde op zaken zou stellen. Tussen 27 augustus en begin november kwamen meer dan 1100 mensen om in de strijd. Terwijl de burgeroorlog al een zware klap toebracht aan de grotendeels op toerisme drijvende Nepalese economie, begonnen de maoïstische rebellen in november 2003 voor het eerst toeristen te beroven. Op 5 december bood de regering geld, scholing en banen aan aan rebellen die hun wapens in zouden leveren. Na vele schermutselingen, waarbij volgens regeringsbronnen vooral rebellen werden gedood, bestormden honderden tot meer dan duizend maoïsten begin maart 2004 met raketwerpers en semiautomatische geweren een telecommunicatiecentrum in Bhojpur, waarmee alle telefoonverbindingen in en met het district werden verbroken. Ook voerden zij aanvallen uit op een politiebureau, een kazerne en een bank, mogelijk als afleidingsmanoeuvre. Het dodental van de acties was 91. Volgens kolonel Deepak Gurung doodde het leger op 21 maart maar liefst 500 rebellen en verwondde er 200 toen zij een politiepost, legerbarakken en een regionaal bestuurscentrum in Beni aanvielen; aan regeringszijde zouden slechts 7 politieagenten en 11 soldaten zijn gesneuveld.

Heropleving democratische beweging links|200px|thumb|Pro-democratische betogers in Kathmandu (april 2004) In april deden in Kathmandu tienduizenden betogers mee aan demonstraties tegen de koning, georganiseerd door de oppositiepartijen, om het herstel van de democratie te eisen. Op 15 en 16 april pakte de politie 3000 tot 7000 demonstranten op, onder wie een oud-premier. Amnesty International drong aan op een einde van de massa-arrestaties omdat het meende dat "veiligheidsmaatregelen" werden misbruikt om burgers hun "legitieme vrijheid van politieke meningsuiting" te ontnemen. Op 3 mei ontaardde een nieuwe betoging voor democratie in rellen toen de leiders van de twee grootste partijen, Girija Prasad Koirala (Congrespartij) en Madhav Kumar Nepal (CPN(UML)), werden opgepakt. Bij stenen gooien tussen politie en demonstranten raakten meer dan 80 mensen gewond, terwijl 2000 betogers werden opgepakt. Toen de protesten bleven aanhouden, trad premier Thapa op 7 mei af. De tienduizenden betogers bleven eisen dat Gyanendra met hen zou onderhandelen over herstel van de democratie en stelden een tweedaagse staking in, maar de koning bleef hen negeren.

Blokkade van Kathmandu 200px|thumb|Een door maoïsten beheerst dorp