thumb|Pantserschip De Zeven Provinciën in de Straat van Malakka met erboven een Van Berkel W-A watervliegtuig. De Marine Luchtvaartdienst (MLD) is een onderdeel van de Koninklijke Marine. De MLD werd opgericht op 18 augustus 1917.

Op 4 juli 2008 werd de MLD, dat inmiddels alleen helikopters vloog, samen met de helikopters van Tactische Helikopter Groep van de Koninklijke Luchtmacht geïntegreerd in het nieuwe Defensie Helikopter Commando (DHC) en onder commando van het Commando Luchtstrijdkrachten gebracht. Ongeveer een kwart van het personeel is nog van de marine afkomstig, het marinepersoneel binnen het DHC vormt, onder leiding van een groepsoudste MLD de Marine Luchtvaartdienst.De bij oprichting en activering van het DHC gehanteerde organisatie tabel was in eerste instantie gebaseerd op 2300 personen volgens de in vooronderzoek vastgestelde verdeelsleutel 45:35:19:1 (45% luchtmacht, 35% marine, 19% landmacht en 1% burgers). Later werd deze in verband met reorganisaties en operationele behoeften teruggebracht tot 1500 personen volgens de verdeelsleutel 49:20:30:1 (49% luchtmacht, 20% marine, 30% landmacht en 1 % burgers) geïmplementeerd. De huidige groepsoudste MLD is tevens Chef Staf van het DHC.

Oprichting thumb|Van Berkel watervliegtuig W-A wordt in het water getakeld in Nederlands-Indië. De eerste plannen voor een vliegdienst voor de Nederlandse marine ontstonden in 1913 en waren gericht op het verbeteren van de mogelijkheden voor verkenningsvluchten. In juli 1914 kreeg de marine haar eerste vliegtuig, een nieuwe Farman HF.22, om marinepiloten op te leiden tot nautische vlieger. Samen met de vliegdienst van de Koninklijke Landmacht oefende men vanaf de Vliegbasis Soesterberg. In april 1916 verhuisde het marinevliegtuig naar het Marinevliegkamp Schellingwoude en in 1917 nogmaals naar het nieuwe marinevliegkamp De Mok op Texel.

Op 18 augustus 1917 werd de Marine Luchtvaart Dienst formeel opgericht. In die tijd was de gedachte dat een aparte vliegdienst voor de marine gerechtvaardigd was doordat maritieme vliegers maritieme capaciteiten moesten bezitten. Nog hetzelfde jaar verhuisde de MLD eerst naar Veere en vervolgens naar Vliegveld de Kooy bij Den Helder. Aanvankelijk werd de MLD vooral voorzien van Nederlandse vliegtuigen van Van Berkel, Fokker, Koolhoven en Spyker. Vanaf 1926 deden ook buitenlandse types hun intrede. Hieronder de bekende Dornier Wal die vooral in Nederlands-Indië werd ingezet, vanaf vliegkamp Tandjong Priok (Java; vanaf 1919 in gebruik) en vliegkamp Morokrembangan (Soerabaja; vanaf 1926 in gebruik).

Tweede Wereldoorlog - Europa thumb|Bioscoopjournaal uit 1938. Een zeevaartdag met een vlootschouw en manoeuvres te Scheveningen. Met onder andere een defilé van de Koninklijke Marine op de boulevard, eskaders vliegtuigen van de Marine Luchtvaart Dienst (MLD), oorlogsschepen op zee. In 1940 beschikte de MLD niet meer over vliegtuigen om vlootbasis Den Helder te verdedigen. Dit was de taak van de Fokker D.XXI-toestellen van de landmacht op De Kooy. Maar ondanks hevige tegenstand waren zij op 10 mei 1940 niet opgewassen tegen de Duitse overmacht. Een aantal MLD-vliegers zag wel kans om met acht Fokker T.VIIIw torpedobommenwerpers naar Engeland te vluchten. Op 22 mei 1940 arriveerden zij op de Royal Air Force (RAF) basis Calshot.

In augustus 1940 volgde de oprichting van de squadrons 320 Dutch Squadron RAF en 321 Dutch Squadron RAF met respectievelijk Fokkers T-VIIIw en Avro Ansons-toestellen. Die werden ingedeeld bij het Britse Coastal Command. Deze toestellen bleken in oorlogssituaties niet te voldoen. Vervangers waren de Lockheed Hudsons. Deze vliegtuigen moesten konvooien begeleiden en beschermen, maar ook vijandelijke ertstransporten op de scheepvaartroute Narvik-Rotterdam aanvallen. De grote verbetering kwam toen het squadron de beschikking kreeg over B-25 Mitchell middelzware bommenwerpers en werd ingedeeld bij de 2nd Tactical Air Force van de RAF. Op 17 augustus 1943 voerde 320 Dutch Squadron RAF zijn eerste bombardement uit op de rangeerterreinen van Calais. Dit was het begin van 3500 missies waarbij 140 man om het leven kwamen. Zonder afbreuk te doen aan andere krijgsmachtonderdelen, kan gezegd worden dat 320 Dutch Squadron RAF het productiefste onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 2 augustus 1945 kwam het squadron onder de Marine Luchtvaartdienst en werd pas in 2005 opgeheven.

Tweede Wereldoorlog - Nederlands-Indië thumb|MLD Do 24K-1 X-19 op patrouille in Nederlands-Indië, 1941 Het zwaartepunt van de MLD lag onbetwist in Nederlands-Indië. Zo voerde de vliegtuigen veel verkenningsvluchten uit voor de vloot. Vlak voor het uitbreken van de oorlog beschikte de MLD over 34 vliegboten van het type Dornier Do 24K en 25 Consolidated PBY Catalina vliegboten, 8 Fokker C-XI W drijvervliegtuigen voor de kruisers en 10 verouderde Fokker T.IVa’s. Het materieel was goed, maar in aantal onvoldoende om begin 1942 de invasie van een Japanse overmacht tegen te houden. De nog beschikbare vliegtuigen weken uit of werden door eigen personeel vernietigd.

Hr. Ms. Vliegboot X-22 Op 13 december 1941 raakte de Do 24K X-22 als eerste Nederlandse vliegtuig in gevecht met drie Japanse jachtvliegtuigen. Eén jachtvliegtuig werd neergeschoten, de twee andere jagers deinsden daarna af.

Op 14 december 1941 werd door Japanse vliegtuigen een aanval uitgevoerd op Terempah, op het eiland Terempa (Straat Karimata). De lokale bevolking werd met hulp van Dornier-vliegboten van de MLD (vlieggroep GVT 3) overgebracht naar Tandjong Pinang (Riouw Archipel). Het was de eerste Japanse aanval op een deel van Nederlands-Indië tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Hr. Ms. Vliegboot X-32 & X-34 Op 17 december 1941 wist de Dornier Do 24K vliegboot X-32 van de vlieggroep GVT 7 uit Tarakan onder commando van Bastiaan Sjerp de Japanse torpedobootjager Shinonomé van de Fubuki-klasse tijdens de Japanse landingen bij Miri (Brits-Borneo) te bombarderen, waarbij het Japanse schip met twee voltreffers tot zinken werd gebracht. De Do 24 X-34 wist daarop een ander Japans schip aan te vallen maar werd echter neergeschoten door een Japans boordvliegtuig van de Kamikawa Maru, waarna het genoodzaakt was om een noodlanding te maken. Twee bemanningsleden kwamen daarbij hierbij om het leven. Twee uur later werd door zes Glenn Martin bommenwerpers van de ML-KNIL een aanval verricht op deze Japanse landingsvloot.

Hr. Ms. Vliegboot X-30 Luitenant-ter-zee der Eerste Klasse-vlieger H.V.B. Burgerhout was op 17 december 1941 zojuist op het vliegveld van Ternate (Celebes) geland met zijn Do 24 X-30 toen een vijandelijk verkenningsvliegtuig, een viermotorige Japanse Kawanishi-vliegboot, langs vloog. Burgerhout startte direct hierop zijn Dornier en zette de achtervolging in, waarbij hij de Kawanishi "enige schade" wist toe te brengen. Omdat de boordschutters van de Kawanishi hem hadden geraakt moest hij met averij naar Ternate terugkeren.

Hr. Ms. Vliegboot X-27, GVT2 en GVT5 Op 23 december 1941 ondanks hevig luchtafweervuur van de wal, vanaf Japanse oorlogsschepen en tegenacties door Japanse jagers werden door zes Dornier-vliegboten (nl. X-11, X-12 en X-25 [=GVT2; lees vliegtuiggroep nr2]; X-26, X-27 en X-30 [=GVT5]) bij Davao in de Filipijnen een Japanse kruiser en een tanker gebombardeerd. GVT2 wist, in gesloten formatie vliegend, enige treffers op en rondom de tanker "Tonan Maru" te boeken. Deze tanker brandde geheel uit na een voltreffer van een 300 kg bom. Tijdens deze actie wist de X-27 en X-30 ieder een Japanse katapultjager uit de lucht te schieten. Door vijandelijk luchtafweervuur werd tijdens deze aanval de rechter motor van de X-27 buiten werking gesteld, terwijl de boot daarna een aanval van Japanse waterjagers kreeg te verduren. Nochtans zette de X-27 de aanval voort en bombardeerde de loodsen aan de kade.Verkennen en Bewaken - N.Geldhof De X-27 ging tijdens deze actie verloren, waarbij de bemanning kon worden gered door de X-30.

Gecombineerde actie van Hr. Ms. vliegboot X-35 en Hr. Ms. K XIV, 23 december 1941 Een van de eerste geallieerde successen na de Japanse aanval op Pearl Harbor werd behaald op 23 december 1941 voor de kust van Kuching op Sarawak – Borneo door een gecombineerde actie van de Koninklijke Marine. Slechts 16 dagen na de aanval op Pearl Harbor werd een Japanse invasievloot gespot die op weg was in zuidelijke richting naar Brits-Borneo. De Nederlandse onderzeeboot Hr. Ms. K XIV, gewaarschuwd voor hun positie, werd naar het westen gestuurd om een onderschepping te maken. De commandant van de onderzeeboot was luitenant-ter-zee eerste klasse C.A.J. van Well Groeneveld. De Japanse vloot veranderde echter in de nacht van koers naar het oosten op weg naar de stranden van Kuching - de tegenovergestelde richting aan die van de K XIV. De Marine Luchtvaartdienst groep GVT1 was met drie Do 24 vliegtuigen gestationeerd te Pontianak. De patrouillerende Do 24 X-35 van de MLD merkte de Japanse invasievloot op haar nieuwe koers op. Door een opmerkelijke toevallige ontmoeting werd ook de K XIV aan het oppervlak gesignaleerd en wist de X-35 middels lichtsignalen het bericht de locatie, koers en snelheid van het Japanse konvooi door te geven aan de K XIV. Terwijl de X-35 de verkenningsvliegtuigen van het konvooi weglokte voer de K XIV bij daglicht aan de oppervlakte op de vijand af en bereikte hem na het invallen van de duisternis. Hierdoor was de K XIV in staat om de Japanners bij verrassing in ondiepe wateren voor het landingshoofd bij Kuching aan te vallen waardoor de Japanners een gevoelige klap kregen. Drie schepen werden tot zinken gebracht en een werd zwaar beschadigd. De X-35 slaagde erin om, ondanks het feit dat ze werd bestookt door Japanse 'Pete' watervliegtuigen van een Japanse zware kruiser, veilig terug te keren naar de basis. Ook de K XIV wist door handig manoeuvreren naar Soerabaja te ontkomen.

Hr. Ms. Vliegboten X-11, X-12, X-25 & X-26 vernietigd