De U7 is een lijn van de metro van Berlijn. De tangentiële metrolijn verbindt het noordwestelijke stadsdeel Spandau met Rudow in het zuiden van het district Neukölln en maakt onderweg een halve ring om het westelijke centrum (→ kaart). De U7 is met een lengte van 31,7 kilometer, 40 stations en een reistijd van ruim 56 minuten de langste lijn van het Berlijnse metronet.Antwoord van de Stedenbouwkundige Dienst op vragen van Berlijns parlementslid Rainer Ueckert betreffende snelheidsbeperkingen, 21 maart 2007 (173 KB); reisduur berekend op basis van de opgegeven lijnlengte en gemiddelde snelheid Op kaarten wordt de geheel ondergronds gelegen metrolijn aangeduid met de kleur lichtblauw.

Het oudste deel van de U7 werd geopend in 1924 en was oorspronkelijk een van de twee takken van de Nord-Süd-Bahn, de eerste grootprofiellijn van Berlijn en de eerste lijn die door de stad werd gebouwd. De westelijke tak en de gemeenschappelijke route van de Nord-Süd-Bahn behoren tegenwoordig tot de U6. In 1966 werd de oostelijke tak een zelfstandige lijn, die steeds verder naar het westen werd verlengd. Aangezien Berlijn in die tijd een gedeelde stad was, ontwijkt de U7, net als de U9, het in het oosten gelegen historische centrum.

thumb|left|U7 – Halte Möckernbrücke

thumb|Nord-Süd-Bahn in 1930

Geschiedenis Nord-Süd-Bahn

Aan het begin van de 20e eeuw ontwikkelde het Berlijnse stadsbestuur de eerste plannen voor de bouw van een metrolijn in eigen beheer. Het ging om een noord-zuidlijn onder de Friedrichstraße, die het stadsdeel Wedding zou verbinden met de Hallesches Tor in Kreuzberg, en verder naar het zuiden uiteindelijk twee vertakkingen zou moeten krijgen. De stad plande de Nord-Süd-Bahn volledig onafhankelijk van het reeds bestaande net van de (private) Hochbahngesellschaft. De gemeentelijke metrolijn moest zich ook technisch onderscheiden van de Hoch- und Untergrundbahn. Er werd gekozen voor een groter omgrenzingsprofiel, dat de inzet van 2,65 meter breed materieel mogelijk zou maken. Op de krapper aangelegde lijnen van de Hochbahngesellschaft reden treinen met een breedte van 2,3 meter.

Als noordelijk eindpunt van de Nord-Süd-Bahn werd de kruising van de Müllerstraße en de Seestraße in Wedding gekozen. Vandaar zou de lijn in een min of meer rechte lijn via de Chausseestraße en de Friedrichstraße naar de Hallesches Tor leiden. Bij de Belle-Alliance-Straße werd een splitsingsstation voor de twee zuidelijke takken gepland. Toen men in 1910 overeenstemming bereikte met de stad Rixdorf (het huidige Neukölln) over de bouw van de oostelijke tak werden de plannen concreet. Over het verloop van de westtak bleef vanwege onenigheid tussen Berlijn en de toenmalige zelfstandige gemeente Tempelhof echter nog onduidelijkheid bestaan.

Op 2 december 1912 ging in de Friedrichstraße de eerste spade in de grond. Aanvankelijk vorderde de bouw zo snel dat het stadsbestuur er rekening mee hield de volledige lijn in 1917 of 1918 in gebruik te kunnen nemen. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 gooide echter roet in het eten. Het groeiende gebrek aan arbeidskrachten en bouwmaterialen vertraagde de werkzaamheden ernstig, totdat de bouw in 1917 stil werd gelegd. Na de oorlog was de economische situatie zo slecht dat voltooiing van de lijn niet meer te realiseren leek. Men overwoog aan het begin van de jaren 1920 zelfs de deels gereedgekomen tunnels met zand te vullen, om het stadsverkeer van de vele bouwputten te verlossen. Deze oplossing bleek echter zo duur dat besloten werd de bouw in 1921 toch te hervatten.

Op 30 januari 1923 kwam de Nord-Süd-Bahn in gebruik tussen de stations Stettiner Bahnhof en Hallesches Tor. Het noordelijke deel van de lijn tot Seestraße volgde op 8 maart van hetzelfde jaar.

Twee takken thumb|Gneisenaustraße, het oudste station van de U7 Al in 1921, nog voor de opening van het hoofdtracé van de Nord-Süd-Bahn, waren bij station Gneisenaustraße de werkzaamheden aan de tak naar Neukölln begonnen. Vanwege het nog altijd heersende geldgebrek bouwde men dit deel van de lijn aanvankelijk in kleine etappes. Op 19 april 1924 kwam het traject Hallesches Tor - Gneisenaustraße in dienst. Het geplande splitsingsstation Belle-Alliance-Straße (nu Mehringdamm) werd alvast met drie sporen uitgerust. Op 14 december 1924 volgde een verlenging met één station tot Hasenheide (nu Südstern). Het eerste deel van de aftakking naar Tempelhof kwam in gebruik op 14 februari 1926.

De Nord-Süd-Bahn kreeg de lijnaanduiding C. De twee aftakkingen in het zuiden werden met Romeinse cijfers van elkaar onderscheiden: lijn CI bediende de oostelijke tak naar Neukölln en gold als hoofdroute, lijn CII reed naar Tempelhof, in de beginjaren slechts als pendeldienst tot Belle-Alliance-Straße.

Verlenging door Neukölln thumb|Het groots uitgevoerde kruisingsstation Hermannplatz In de tweede helft van de jaren 1920 was de economische situatie dusdanig verbeterd, dat de metrobouw met een hoger tempo kon vorderen. Op 11 april 1926 openden op de Neuköllnse tak van de Nord-Süd-Bahn drie nieuwe stations: Hermannplatz, Rathaus Neukölln en Bergstraße (nu Karl-Marx-Straße) en werd de lijn met 2,7 kilometer verlengd via de Hasenheide en de Bergstraße.

Onder de Hermannplatz, die zich tegelijkertijd met de metrobouw tot een belangrijk plaatselijk centrum ontwikkelde, zou de Nord-Süd-Bahn de nog in aanbouw zijnde GN-Bahn (de huidige U8) kruisen. Hier ontstond het eerste kruisingsstation van de Berlijnse metro, bestaand uit een ruime en rijk gedecoreerde hal voor de huidige U7, in tweeën gedeeld door een dwars daarin hangend station voor de huidige U8.

De voorlopig laatste verlenging van de tak door Neukölln zou de lijn naar de Grenzallee voeren. Naast het nieuwe eindpunt omvatte dit traject het station Neukölln, waar een overstap op de ringlijn van de S-Bahn ontstond. Achter station Grenzallee was oorspronkelijk een werkplaats gepland, ten behoeve waarvan extra sporen werden aangelegd, maar die nooit gebouw werd. De 1,6 kilometer lange verlenging via de Bergstraße en de Buschkrugallee opende op 21 december 1930; gedurende ruim 25 jaar zou lijn CI het traject Seestraße - Grenzallee berijden.

Tweede Wereldoorlog Gedurende de Tweede Wereldoorlog liep het gehele Berlijnse metronet ernstige schade op door bombardementen, maar de lijn naar Neukölln bleef relatief gespaard. De grootste verwoestingen troffen het traject Bergstraße - Grenzallee, waar de metrodienst in 1944 plaats had moeten maken voor ondergrondse wapenfabrieken.Berliner-Untergrundbahn.de: Die U-Bahn im 2. Weltkrieg - 1944 Op 25 april 1945 moest echter al het metroverkeer stilgelegd worden, zo ook op lijn CI. De ergste schade werd veroorzaakt door het opblazen van de Noord-zuidtunnel van de S-Bahn ter hoogte van het Landwehrkanaal, in mei 1945. De tunnel kwam onder water te staan en via een voetgangerstunnel in station Friedrichstraße bereikte het water ook het metronetwerk. Bijna een miljoen kubieke meter water verspreidde zich vervolgens door de tunnels, lijn CI overstroomde tussen de stations Belle-Alliance-Straße en Gneisenaustraße.Berliner-Untergrundbahn.de: Kriegsende in Berlin

Terwijl de tunnels na de beëindiging van de oorlog werden leeggepompt, was het tracé Hermannplatz - Bergstraße op de weinig getroffen Neuköllnse lijn op 14 mei 1945 een van de eerste twee trajecten waar weer gereden werd.

Voltooiing in het zuiden thumb|Toegangsgebouw van het in 1963 geopende station Blaschkoallee Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden in het zuiden van Berlijn twee grote nieuwbouwgebieden: Britz en Gropiusstadt. Om deze woonwijken te ontsluiten werd een zuidelijke verlenging van lijn CI gepland. Het in totaal 7,3 kilometer lange nieuwe traject zou in drie etappes geopend worden. Voorstellen om kosten te besparen door de lijn op een spoordijk of in een uitgraving aan te leggen sneuvelden, omdat deze oplossingen een te ingrijpende deling van de nieuwe stadsdelen tot gevolg zou hebben. Op 2 november 1959 begon de bouw bij het toenmalige eindstation Grenzallee, zodat op 28 september 1963 het eerste, 2,9 kilometer lange en drie stations tellende deel van de verlenging geopend kon worden tot Britz-Süd.

Het tracé volgt eerst nog de Buschkrugallee, maar verlegt zich na de kruising van het Teltowkanaal naar de Fritz-Reuter-Allee, die tot Britz-Süd gevolgd wordt. Bij het voorlopig eindpunt werd ook de bouw van een nieuwe werkplaats voorbereid. Aangezien de bouw van de metrolijn en de bovenliggende woonwijken gecoördineerd plaatsvonden, was het verder naar het zuiden niet noodzakelijk het stratenpatroon te volgen; de straten en woningen werden later over de tunnel heen gebouwd.

Op 2 januari 1970 kwam het 3,3 kilometer lange traject door Gropiusstadt gereed. Naast het nieuwe eindpunt Zwickauer Damm openden nog drie stations hun deuren. Het project werd voltooid op 1 juli 1972 met het bereiken van het definitieve eindpunt Rudow. De werkplaats Britz-Süd was al in 1971 in gebruik gekomen.

Ontstaan van lijn 7 thumb|150px|Nieuwe sporensituatie in station Mehringdamm Reeds in de jaren 1930 bestonden er plannen om de tak naar Neukölln van lijn C af te splitsen. In de jaren 1950 werd de noodzaak hiertoe steeds groter, omdat de lijn het centrum van West-Berlijn niet aandeed en deels over Oost-Berlijns grondgebied liep. Station Hallesches Tor, waar in westelijke richting kon worden overgestapt, raakte langzamerhand overbelast en zou nog verder belast worden door de vele reizigers uit de nieuwe zuidelijke woonwijken. Bovendien streefde men er sowieso naar vertakkende lijnen af te schaffen en vaste routes in te stellen.

De af te scheiden lijn zou uiteindelijk naar Wilmersdorf moeten leiden, maar op korte termijn was de aanleg van een dusdanig lang traject niet te realiseren. Ook het laten eindigen van de lijn in het splitsingsstation Mehringdamm was geen optie, aangezien station Hallesches Tor daarmee niet ontlast zou worden. Men koos er daarom voor lijn CI in de eerste fase door te trekken naar Möckernbrücke, waar een nieuwe overstapmogelijkheid op de Hochbahn (nu U1) naar het westelijke centrum zou ontstaan. Voor deze oplossing hoefde slechts ruim een kilometer nieuw spoor aangelegd te worden.

Het in 1924 als Belle-Alliance-Straße geopende splitsingsstation Mehringdamm moest ten behoeve van de afscheiding van lijn CI met een spoor uitgebreid worden. De ombouwwerkzaamheden en de aanleg van de korte westelijke verlenging van de lijn begonnen in juli 1962. Op 28 februari 1966 waren de werken gereed en opende de lijn Möckernbrücke - Britz-Süd onder het lijnnummer 7. In station Mehringdamm ontstond een comfortabele cross-platform-overstap op lijn 6.

De nieuwe lijn krijgt vorm thumb|Station Fehrbelliner Platz kreeg met de komst van de U7 een opvallend nieuw toegangsgebouw. Nog voordat de afsplitsing van lijn 7 een feit was, waren de werkzaamheden aan verdere verlenging naar het westen begonnen. Hierdoor zou eindelijk een snelle verbinding van het zuidoosten van West-Berlijn met Wilmersdorf en het westelijke centrum gecreëerd worden. Er werden zeven nieuwe stations gebouwd en er ontstonden drie nieuwe overstappunten op andere metrolijnen: Bayerischer Platz, Berliner Straße en Fehrbelliner Platz, tevens eindpunt.

Het 5,2 kilometer lange tracé maakt na station Möckernbrücke eerst een scherpe bocht naar het zuiden en kruist vervolgens het voormalige Anhalter Güterbahnhof. Bij station Yorckstraße, het eerste op het nieuwe traject werd in verband met de diagonale kruising van de S-Bahn voor het eerst in de geschiedenis van de Berlijnse metro gebruikgemaakt van de boorschildtechniek. Vervolgens volgt de tunnel de Grunewaldstraße, later overgaand in de Berliner Straße en de Brandenburgische Straße, tot de Fehrbelliner Platz.