De vorst (Italiaanse titel: Il principe; in het Nederlands ook vertaald als De heerser) is een werk van de Florentijn Niccolò Machiavelli dat hij schreef tussen 1513 en 1515. Pas in 1532 verscheen de eerste uitgave van Il Principe. Het boek bevat raadgevingen voor vorsten over hoe ze hun staat moeten besturen. De voornaamste bezigheid van de vorst moest volgens hem het bemachtigen, consolideren en in stand houden van zijn macht zijn. Hij was vol bewondering voor grote staatsmannen, omdat ze eenheid, orde, vrede en voorspoed brachten voor de bevolking. Hij maakte een onderscheid tussen de heersers en het volk; tussen degenen die willen heersen en degenen die niet beheerst willen worden. Hij koos duidelijk de kant van de heersers.
Machiavelli was op zoek naar een principe nuovo (nieuwe vorst) om de vreemdelingen te verdrijven en Italië te herenigen. Hiermee had hij voornamelijk de Rooms-Katholieke Kerk op het oog, die hij het liefst verbannen zag uit de Florentijnse stadstaat. Hij wijdde zijn leven aan het Italiaanse vaderland en wilde dat Italië opnieuw zo groot en machtig werd als het oude Rome. Machiavelli staat bekend om amorele machtspolitiek op basis van staatsmacht, militaire kracht en een open oog voor machtsuitbreiding.
Het persoonlijk en maatschappelijk doel van De vorst Machiavelli wilde in 1516 de gunst van de Medici verwerven. Hij had in 1513 een politiek werk over vorstendommen geschreven en wilde daar nu munt uit slaan. Eerst had hij De vorst willen opdragen aan Giuliano de' Medici, maar toen Giuliano stierf op 17 maart 1516, moest hij de opdracht herwerken. Machiavelli koos dan voor Lorenzo II de' Medici, de nieuwe vorst van Florence. Als bewijs van zijn onderdanigheid aan de Medici dacht hij geen groter geschenk te kunnen aanbieden dan zijn kennis van de daden der grote mannen. Het was zijn dierbare wens dat Lorenzo dezelfde grootheid zou bereiken. Machiavelli voelde zich onwaardig behandeld door de wisselvallige fortuin en hoopte zo een staatsfunctie te mogen bekleden. Lorenzo heeft hem echter nooit in zijn hofhouding willen opnemen.
Vreemdelingen buiten, nationale eenheid en geen burgeroorlog, eigen milities en geen huurlingen, orde en geen chaos, dat was de wens van Machiavelli. Hij wilde de vreemde overheersers verdrijven en de eenheid van Italië herstellen. Als bevrijder van de barbaarse heerschappij der vreemdelingen kon een nieuwe vorst roem en grootheid verwerven. Machiavelli had zijn hoop gesteld op Lorenzo II van de Medici. Zoals paus Alexander VI van de Borgia zijn zoon Cesare Borgia steunde, zo kon paus Leo X van de Medici Lorenzo II steunen. Maar Lorenzo heeft het manuscript waarschijnlijk niet eens gelezen. Het verhaal ging dat hij meer aandacht besteedde aan twee jachthonden die hem tegelijkertijd geschonken werden en het boek terzijde legde. Hij hield zich meer bezig met andere dingen dan staatszaken.
Italië wacht nu bijna levenloos op hem die een einde zal maken aan de verwoestingen in Lombardije, aan de afpersingen in Napels en in Toscane. Het hoopt op de man die de etterende wonden des lands zal genezen. Ziet hoe het God bidt dat Hij het van de wreedheden en onbeschaamdheden van de vreemdelingen moge verlossen. Iemand moet ze echter vooruit dragen. In niemand nu kunnen wij meer hopen dan in Uw Doorluchtig Huis dat zich, begunstigd door God en Kerk, met moed en geluk in Uw persoon aan het hoofd der bevrijding kan stellen. Laat daarom Uw Doorluchtig Geslacht niet langer aarzelen, laat het de taak op zich nemen.
Inhoud: de universele principes van het vorstendom Machiavelli ging op zoek naar de universele principes van het vorstendom. Hij formuleerde algemene regels waaraan een universele geldigheid toegekend werd. Machiavelli bestudeerde het staatsmanschap als een wetenschap.
Een vorstendom stichten Er bestaat niets moeilijker dan het stichten van een nieuwe staat. Al degenen die van de oude instellingen voordeel genieten, heb je tot vijand en in hen die van het nieuwe zouden kunnen profiteren, vind je slechts lauwe verdedigers. Mensen wisselen graag van heer, omdat ze geloven dat ze erop vooruit zullen gaan, terwijl ze er eerder op achteruit gaan.
Een nieuwe vorst moet eerst al zijn rivalen liquideren. Iedere verovering brengt veel geweld, onrechtvaardigheden en ongemakken met zich mee. Alle gewapende profeten overwonnen en de ongewapende werden vernietigd. Voor een vorst die een staat nieuw te besturen krijgt, is het onmogelijk niet wreed te zijn.
Als een vorst republieken verovert waar de vrije burgers gewoon waren om volgens hun eigen wetten te leven, vergeten de ingezetenen het woord vrijheid en de vroegere staatsinrichting nooit. De naam vrijheid zal altijd dienen als voorwendsel voor oproer. Om de heerschappij te behouden bestaat er geen zekerder middel dan volkomen vernietiging.
Een vorstendom behouden Een staat behouden is van een andere orde dan een staat stichten. Vooreerst moet de nieuwe heerser het geslacht van de vroegere vorst vernietigen en zijn aartsvijanden ombrengen. Dan is het de kunst om alle partijen van je staat beleidvol in evenwicht te houden, maar het is moeilijk om iedereen tevreden te stellen. Verzwak de machtigen, ondersteun de minder machtigen zonder hen sterk te laten worden en laat geen machtige vreemdelingen invloed krijgen. Val binnen als de bewoners om hulp vragen, neem het land in, zend kolonisten naar het gebied of de vorst moet er zelf gaan wonen. Het is beter om de zeden en gewoonten te behouden. Van alle kanten is militaire bezetting schadelijk, maar oorlog kan niet vermeden worden. Ieder uitstel betekent slechts voordeel voor de tegenstander. Wanneer het volk niet meer gelooft, wordt het gedwongen te geloven. De algemene regel is, dat hij die toelaat dat een ander machtig wordt, zelf te gronde gaat.
De vorst moet een bevoorrechte klasse rond zich scharen. Omdat ze de verantwoording op zich nemen en zich blootstellen aan gevaar, genieten ze van voordelen. Daarom voelen ze zich verplicht tegenover de vorst. Vorsten hebben meer trouw en nut gevonden bij hen die in de aanvang van hun regering verdacht waren, dan bij hen, die in het begin hun vertrouwen bezaten. Win daarom hen die tevreden waren met de vorige regering voor je en hou hen die zich aan je zijde schaarden in het oog. Alle wapens moeten in handen blijven van de eigen soldaten.
Een vorst moet zich laten omringen met een aantal wijze raadgevers. Hij wint raad in over het onderwerp dat hij wil en op het moment dat hij wil. De raadslieden worden aangemoedigd om vrijmoedig de waarheid te zeggen. Buiten zijn raadgevers moet de vorst niemand raadplegen. Het beschermt de vorst tegen de pest van de vleiers waarvan de hoven vol zijn. Ministers moeten tegen hun taak opgewassen zijn en hun heer trouw blijven. Ze mogen niet meer aan zichzelf denken; ze moeten alles vanuit het staatsbelang bekijken. De eer en rijkdom van een minister mag hem niet naar nog meer doen streven.
Machiavelli gelooft niet in de strategie van verdeel en heers. Hij is niet van mening dat van verdeeldheid enig nut te verwachten zou zijn. Een krachtige vorst zal verdeeldheid in zijn gebieden niet dulden; het geeft blijk van zwakheid. In tijd van vrede kunnen onderdanen gemakkelijker beheerst worden; in oorlogstijd echter treedt het bedrieglijke karakter ervan aan de dag. Dan speelt de vijand de interne verdeeldheid uit tegen de vorst.
De krijgskunst is machtig De vorst moet geheel zijn denken richten op de krijgskunst. De krijgskunst is machtig: door haar kan de vorst zich handhaven, terwijl velen zich door haar uit het particuliere leven tot heerser weten te verheffen. Zelfs in vredestijd moet hij voortdurend aan oorlog denken. Een vorst die geoefend is in de wapenkunde, wordt geacht door zijn troepen en kan op hen vertrouwen. Zijn lichaam moet gehard worden tegen ongemak en vermoeienis.
Machiavelli was een groot voorstander van het nationale leger. De vorst moet over voldoende mannen en geld beschikken. De soldaten van het eigen leger zijn in trouw en moed niet te overtreffen. Om een groot aantal soldaten in bedwang te houden, zal de vorst zich niet om de roep van wreedheid moeten bekommeren. Een leger kan slechts op die wijze eensgezind en tot de krijg bereid worden gehouden. Hannibal wordt bewonderd voor zijn grote daden, maar het is zijn onmenselijke wreedheid die deze roemrijke verrichtingen mogelijk gemaakt heeft. Scipio Africanus was een voortreffelijk man, maar omwille van zijn te grote zachtmoedigheid werd hem verweten de militaire discipline te bederven.
Om zich te verdedigen tegen zowel binnenlandse als buitenlandse vijanden begint Machiavelli met twee principes, maar dat wordt onmiddellijk herleid tot één principe: een goed leger. De twee voornaamste grondslagen waarop staten berusten zijn goede wetten en goede wapenen. Waar voldoende krijgsmacht aanwezig is, bestaan ook goede wetten. Om zich te beschermen tegen buitenlandse gevaren, verdedigt hij zich het best met een goed leger en met goede vrienden. Wanneer hij een goed leger heeft, zal hij altijd goede vrienden bezitten.
Huurlingen zijn in de regel gevaarlijk en van weinig nut. Die troepen zijn nooit eensgezind, munten uit door heerszucht en gebrek aan discipline, zijn spoedig ontrouw en gedragen zich laf tegenover de vijand. Dat krijgsvolk trekt slechts in de oorlog ter wille van een loon dat niet voldoende is om hen voor u te doen sterven. Zodra de krijg ontbrandt, maken zij zich uit de voeten. Gehuurd krijgsvolk deugt niet. Gehuurde troepen brengen slechts nadeel en schade.
Vreemde hulptroepen zijn nog gevaarlijker dan huurtroepen. Dan kun je immers zeker zijn van je ondergang. Hulptroepen kunnen nuttig zijn voor hem die ze zendt, maar zij zijn bijna altijd funest voor de vorst naar wie ze gezonden worden. Overwinnen zij, dan is hij hun gevangene. Een kundig vorst zal daarom altijd vermijden zich van dergelijke troepen te bedienen.
Ik kom dus tot de conclusie dat een staat die geen eigen troepen bezit, niet veilig is; zij hangt geheel af van de fortuin en mist de kracht om zich in tijden van tegenspoed te verdedigen. Het was dan ook de mening van wijze mannen dat niets zo zwak en wankel is als de roem van een macht, die niet op eigen kracht rust. De vorst moet slechts bouwen op wat van hem en niet van anderen afhangt. Slechts die verdediging is dan ook goed en duurzaam die op eigen moed en kracht rust.
De vorst moet wreed, gevreesd, geliefd en geroemd zijn Goed aangewende wreedheden zijn daden die ineens, uit noodzakelijkheid om de heerschappij te vestigen, worden verricht. Alle wreedheden moeten ineens geschieden opdat zij als totaal minder krenken. Dan kan de vorst de mensen geruststellen en door weldaden voor zich winnen. De weldaden moeten echter mondjesmaat worden uitgedeeld. Een vorst moet zowel bemind als gevreesd worden, maar indien men tussen beide moet kiezen, is het beter gevreesd dan bemind te worden. Al wint de vorst de liefde van het volk niet, hij moet erop bedacht zijn zich zodanig te doen vrezen dat hij toch niet door hen gehaat wordt. Want gevreesd en niet gehaat worden is zeer wel met elkaar te verenigen.