Antoine Gerard Theodore (Toon) Hermans (Sittard, 17 december 1916 – Nieuwegein, 22 april 2000) was een Nederlands cabaretier, kunstschilder en dichter. Hij wordt als een van de "Grote Drie van het Nederlandse cabaret" van na de Tweede Wereldoorlog beschouwd, samen met Wim Sonneveld en Wim Kan.

Levensloop thumb|Toon Hermans (1947) Hermans werd geboren als tweede van vijf zoons in zijn ouderlijk huis aan de Parklaan in Sittard.Harrie op den Kamp: Levensboek Toon Hermans, Uitgeverij Fontein (2001), Hermans werd tijdens zijn leven geconfronteerd met verschillende tegenslagen. Hij ondervond in zijn jeugd de ontberingen die volgden op de Eerste Wereldoorlog, de economische crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog gevolgd door de noodzakelijke wederopbouw. De Sittardsche Bank waarvan zijn vader directeur was ging in 1924 failliet en drie jaar later stierf zijn vader.Hermans, Antoine Gérard Theodore (1916-2000) Hierdoor werden Hermans en zijn broers straatarm.

Hermans ging zich hierna bezighouden met het schrijven van sinterklaasgedichten voor een speelgoedwinkel. In zijn tienerjaren werd hij geïnspireerd door de clown Johan Buziau, in wiens voetsporen hij wilde treden.Jacques Klöters (2010). Toon: De biografie. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, p.64 Op 16-jarige leeftijd schreef hij in 1932 zijn eerste revue, in het Sittardse dialect. Door veelvuldig contact met Buziau leerde hij veel van hem over timing en mimiek. Zo werd hij in zijn streek (rondom Sittard in Nederlands Limburg) groot in carnavalskringen. Ook begon zijn bekendheid aan het begin van de jaren veertig langzaam te groeien buiten Limburg, mede dankzij de radio. In 1942 verhuisde Hermans naar Amsterdam. Er ontstond een zoektocht naar nieuw talent doordat Joodse artiesten niet meer mochten optreden. Hermans profiteerde daarvan.Klöters, p.99-100 Via Alex Wunnink vond hij werk bij het cabaret van Carl Tobi dat veel optrad in het Leidseplein Theater. Om te mogen optreden sloot Hermans zich aan bij de Kultuurkamer.Klöters, p.103 Later in de oorlog sloot hij zich aan bij het Mikkenie-revue. Vanaf 1943 maakte hij furore met zijn imitatie van Johan Buziau, die door de oorlogsomstandigheden sinds 1942 zijn optredens voorgoed had gestaakt.

In de eerste jaren na de oorlog trad Hermans vaak op met de groep Theater Plezier die onder leiding van Floris Meslier stond. Hij werd langzaam een bekende Nederlander. Ook toen schreef hij nog verschillende liedjes in zijn moedertaal, het Sittards. Vanaf 1955 begon hij alleen op te treden. Zijn carrière kwam in een stroomversnelling toen zijn zogeheten onemanshows werden uitgezonden door het nieuwe medium televisie. Samen met Wim Kan en Wim Sonneveld werd hij omschreven als de grote drie. In 1959 ondernam hij een mislukte overstap naar het witte doek, met de film Moutarde van Sonaansee. Hierna keerde Hermans terug naar het theater, waar hij grote successen vierde.

Zijn populariteit piekte zo'n twintig jaar lang (tussen 1960 en 1981). Een uitgebreide poging omstreeks 1968 om met een Engelstalige show op Broadway in de Verenigde Staten door te breken mislukte, doordat Hermans zich niet echt thuis voelde in de VS. Hoewel hij in Duitsland en Oostenrijk ook enig succes had, sloeg zijn werk in Nederland en Vlaanderen het meest aan.

In 1993 trad hij weer op in Carré met een show waarin hij voor de pauze liedjes zong (een "tour de chant") en na de pauze conferences bracht. In 1996 stond Hermans voor het laatst op het toneel. Na een hersenoperatie in 1997 werkte hij begin 2000 met een bevriende pianist aan een nieuwe cd. Hij overleed in april van dat jaar, waarna het album Als de liefde postuum werd uitgebracht. Hermans werd begraven vanuit de Gemmakapel van de heilige Gemma Galgani in Sittard – hij was als katholiek vanaf zijn jeugd een vereerder van deze heilige.

In 2003 verscheen het verzameld werk van Toon in een cd-box, die in het jaar erna de Edison kreeg in de categorie historische uitgave. In 2005 is zijn volledige oeuvre, voor zover in televisie-archieven bewaard gebleven, als dvd-box uitgegeven.

Privé thumb|Graf van Toon Hermans en zijn vrouw Rietje in Sittard Hermans was gehuwd met Rita (Rietje) Weijtboer, een schoonheidsspecialiste. Het kerkelijk huwelijk vond plaats op 5 december 1946 in de Vredeskerk in Amsterdam.Toontje Hermans getrouwd, Provinciale Drentsche en Asser courant d.d. 6 december 1946 via Delpher.nl Het stel verhuisde in 1967 naar Maastricht en later naar Hilversum en Bloemendaal.

Ze kregen drie zonen: Michael (1947), Maurice (1949-2023)Maurice Hermans (74), zoon van Toon, overleden en Gaby (1955-2020). Maurice figureerde af en toe in shows van zijn vader.

Hermans schreef veel liedjes voor zijn vrouw. Toen zij kanker kreeg, zegde Hermans tournees af om bij haar te kunnen zijn. Nadat zij in november 1990 was overleden, had hij moeite met het brengen van zijn liefdesliedjes en barstte hij soms tijdens optredens in tranen uit tijdens het zingen van Lente me.

Kunst thumb|Toon Hermans (1966) Bekendheid kreeg Hermans door zijn formule van de onemanshow, een voorstelling door één man uitgevoerd (weliswaar ondersteund door een paar muzikanten), die hij als eerste in het Nederlandse taalgebied introduceerde (Wim Sonneveld, Wim Kan en latere generaties zijn hem daarin gevolgd).

Hoewel zijn werk vaak als cabaret beschouwd wordt, is het dat eigenlijk niet. Hij beschouwde zichzelf als een clown, en dat is waarschijnlijk de meest juiste typering. Het was pure kolder, omlijst door liedjes waarin het leven geprezen werd, of die ook kolderiek waren. Anders dan bij cabaret waren zijn shows op geen enkele manier gebonden aan de actualiteit.

Groot succes op de scène had hij met zijn 'typetjes' en zijn gevoel voor woordspelletjes. Als schrijver en dichter viel Hermans vooral op door zijn aandacht voor detail: gebaren, kleine gedichten (door hem versjes genoemd), kwinkslagen. Veel van zijn versjes zitten in het collectief geheugen en kwamen op wandtegeltjes te staan. Ook zijn er diverse boeken en boekjes met zijn liedjes en gedichtjes verschenen, door hemzelf geïllustreerd.

Hermans was ook een niet onverdienstelijk schilder, hoewel zijn werk als schilder tijdens zijn leven nauwelijks geëxposeerd is.

Artistieke loopbaan thumb|One-man-show in Carré (1970) Al vroeg begon Hermans met het tekenen en schetsen. Hij verkocht als kind zijn werkstukjes aan de deur om het gezin te onderhouden. Later ging hij schilderen. Zijn eerste optredens waren in 1949 in het Grand Theater in Heerlen met zijn imitatie van de clown Buziau, van wie hij veel geleerd had en die hem veel kneepjes van het vak van clown bij had gebracht.Johan Buziau 75 jaar geworden (in gezelschap met o.a. Toon Hermans) YouTube

Hij trok naar Amsterdam om daar zijn geluk te beproeven. Een van zijn vroege optredens daar was in 1937 tijdens de talentenjacht Cabaret der Onbekenden, georganiseerd door orkestleider John Kristel. In 1938 sloot hij zich aan bij het Theater Plezier van Floris Meslier. Hierna volgden optredens voor De bonte dinsdagavondtrein van de AVRO.

Alex Wunnink, directeur van Theater Carré, merkte Hermans bij een optreden op en vroeg hem in 1942 auditie in Amsterdam te komen doen bij het cabaret van Carl Tobi. Hiermee begon Hermans' landelijke carrière. Hermans trad op in het Leidseplein Theater, samen met bekendheden, zoals Wiesje Bouwmeester. Vrij kort daarna trad hij vernieuwend op door het begrip onemanshow toe te voegen aan de wereld van de kleinkunst. Deze eerste show vond plaats in 1955 en daarmee had hij groot succes. In 1958 volgde een bewaard gebleven televisieregistratie van deze show.

In 1961 en 1962 trad Hermans ook op in het buitenland; aanvankelijk in Oostenrijk en daarna in Duitsland. Hij vond het geen uitdaging, omdat de theaterbezoekers te snel om alles lachten. In Hamburg maakte hij kennis met de clown Popov, die hij later veel zou ontmoeten.

In 1970 kreeg Hermans een burn-out, doordat hij niet kon brengen wat het publiek graag wilde en men hem te poëtisch en te melancholiek vond. Tijdens een bezoek aan een show van Popov in de Rotterdamse Ahoy´ haalde deze Hermans uit de zaal naar de piste om hem te omhelzen en zijn warmte over te brengen. Zie ook pagina 1: Pipo bij Popov. Hierdoor wist Popov Hermans uit zijn depressieve periode te redden, waarmee een nieuwe periode in diens loopbaan aanbrak.

Hermans was een perfectionist. Bij zijn optredens was elke zin, elke beweging en elke reactie ingestudeerd en eindeloos gerepeteerd. Over Coen Verbraaks documentaire Toon Hermans: de kleuren van een clown. Hermans nam heimelijk al zijn optredens op compact cassette op om de reactie van zijn publiek terug te beluisteren en na te gaan of een grap te vroeg of te laat overkwam. Zodoende kon hij deze, bij een volgend optreden, aanpassen. In 1974 keurde hij drie opnames af, voordat hij toestemming gaf aan de AVRO om zijn show op tv uit te zenden. Om elke opname mogelijk te maken, moest telkens een grote NOS-reportageploeg uitrukken naar een theater in den lande.

Hij had veel schriftelijk en telefonisch contact met chansonnier Wim Sonneveld en cabaretier Wim Kan, maar bezocht nooit hun voorstellingen. Wel bezocht hij een theatervoorstelling van Freek de Jonge in Theater Gooiland in Hilversum.

Het Amerikaanse avontuur Behalve in de Europese landen wilde Hermans gaan optreden in Amerika. Hij maakte daar in 1965 kennis met de Amerikaanse scenarioschrijver Erich Segal, met wie hij voorbereidingen trof voor zijn optredens voor het Broadway Theatre in New York. Met hem herschreef hij, bijvoorbeeld, het nummer Vierentwintig rozen naar Twenty-seven Roses. Hij zag echter op tegen het optreden, omdat het betekende dat hij lange tijd ver van huis zou zijn. Ook het theater zelf voelde niet goed aan. Terug in Nederland liet hij voor Amerikaanse impresario’s opnames maken van try-outs van het optreden in het Engels voor Amerikaans publiek in Hilversum en Brussel. Ondertussen trad Hermans in 1966 met veel succes met deze show op in veel plaatsen in Canada. Het vaste contract voor een jarenlang optreden in Broadway ging Hermans niet aan vanwege de eerdergenoemde twijfels. Hiermee sloot hij het Amerikaanse avontuur af.

Werken

Andere kunstvormen thumb|Toon Hermanshuis in Venlo Naast zijn theaterwerk en gedichten hield Hermans zich ook bezig met schilderen. Dit deed hij ter ontspanning en hij wilde er niet mee op de voorgrond treden. Hij heeft daarom zijn schilderwerk vrijwel nooit geëxposeerd. In november 2004 bracht een openbare veiling van een deel van zijn schilderijen onverwacht meer dan € 600 000 op. Dit bedrag ging voor het grootste deel naar de stichting Toon Hermans Huizen, een door Hermans opgerichte organisatie voor de opvang van kankerpatiënten en hun familie.

Enige jaren na Hermans' dood is er tijdens een verbouwing in een huis in de Sittardse Paardestraat een zelfportret van hem aangetroffen. Hij had dit vermoedelijk gemaakt voor een daar destijds woonachtig vriendinnetje.

Nagedachtenis thumb|Buste door Diny van Gansewinkel Toon Hermans' geboortehuis, een fraaie villa in Franse stijl genaamd Villa Zomerlust aan de Sittardse Parklaan, werd in 1987 gesloopt om plaats te maken voor de nieuwbouw van het Waterschap Roer en Overmaas. Het gezin Hermans woonde ook in de Begijnenhofstraat, waar een plaquette hangt en een buste van Toon te vinden is.

Theater in Sittard thumb|Portret en citaat op de schouwburg De Sittardse schouwburg draagt sinds 2021 de naam 'Toon Hermans Theater'. De Stichting Toon Hermans had als voorwaarde gesteld dat er een permanente expositie in het theater zou worden ingericht. Toen deze afspraak niet werd nagekomen dreigde de stichting de toestemming voor het gebruik van de naam in te trekken. Op 17 december 2021 werd een portret en een fragment van het lied "De kleine stad" op de gevel van het theater geplaatst.

Kunstwerken thumb|Graffiti op een flat door Nash thumb|Mural in de Overhovenerstraat