Caracalla (Lugdunum (het huidige Lyon), 4 april 188 – Mesopotamië, 8 april 217) was van 211 tot aan zijn dood keizer van het Romeinse Rijk. Zijn officiële naam was – aanknopend aan de populaire keizer Marcus Aurelius – Marcus Aurelius Severus Antoninus. Caracalla was een bijnaam, die van de naam van de door hem gedragen mantel was afgeleid.

Caracalla's vader, Septimus Severus, de stichter van de Severische dynastie, verhief hem in 197 (zijn zoon was toen nog geen tien jaar oud) tot medeheerser. Na de dood van zijn vader op 4 februari 211 volgde hij hem samen met zijn jongere broer Geta op. Binnen het jaar, in december 211, liet hij Geta vermoorden. Daarna richtte hij in Rome een grote slachting aan onder Geta's aanhangers. Hij was daarna de onbetwiste alleenheerser.

Caracalla maakte zich vooral druk om militaire zaken en hij begunstigde de soldaten. Zo verdubbelde hij hun soldij. Daarmee zette hij de reeds ingeslagen weg van zijn vader voort en liep hij vooruit op het tijdperk van de soldatenkeizers. Vanwege de wreedheid van zijn acties tegen elke reële of vermeende oppositie, werd hij door zijn tijdgenoten, met name die uit de Romeinse Senaat, zeer negatief beoordeeld. Onder de soldaten genoot hij echter grote populariteit, die ook na zijn dood aanhield.

Bij de voorbereiding van zijn campagne tegen de Parthen werd Caracalla door een kleine groep samenzweerders om persoonlijke redenen vermoord. Aangezien hij geen kinderen had, stierf met hem de door zijn vader gestichte dynastie in mannelijke lijn uit.

De maatregelen waarvoor het nageslacht hem vooral herinnert zijn de bouw van de thermen van Caracalla en met name de Constitutio Antoniniana, een decreet uit 212, waardoor bijna alle vrije bewoners van het Romeinse Rijk het Romeins burgerschap verkregen. Het modern wetenschappelijk onderzoek volgt in grote lijnen de ongunstige beoordeling van zijn bewind door de antieke bronnen, maar vindt wel dat de hem vijandig gezinde antieke geschiedschrijvers hier en daar overdrijven.

Leven voor zijn keizerschap Kindertijd Caracalla werd op 4 april 188 geboren in Lugdunum (het huidige Lyon), de hoofdstad van de provincie Gallia Lugdunensis.Over zijn geboortedatum zie . Nox dea fit lux! Caracallas Geburtstag. In: Giorgio Bonamente, Marc Mayer (red.): Historiae Augustae Colloquium Barcinonense, Bari 1996, blz. 9-36, hier: blz. 31-36 Hij was de oudste van de twee zonen van de toekomstige keizer, Septimius Severus, een in Leptis Magna geboren Romein van deels Punische afkomst, die bij zijn geboorte gouverneur van de provincie Gallia Lugdunensis was. Slechts elf maanden later werd zijn jongere broer Geta geboren. Zijn moeder Julia Domna, de tweede vrouw van Septimius Severus, stamde uit een zeer voorname familie; haar woonplaats was Emesa (Homs) in Syria. Caracalla kreeg de naam Bassianus 79 (78) 9.3. Bij het verwijzen naar de verschillende boeken van Cassius Dio worden verschillende verwijzigingssystemen gebruikt; een afwijkende verwijzing wordt hier en hieronder tussen haakjes aangegeven. naar zijn grootvader van moederskant, een priester van de in Emesa aanbeden zonnegod Elagabalus. Zijn volledige geboortenaam was Lucius Septimius Bassianus.

Een aanzienlijk deel van zijn vroege kindertijd bracht Caracalla in Rome door. Zijn vader was vanaf 191 gouverneur van de provincie Pannonia Superior. De kinderen van de provinciale gouverneurs moesten op bevel van keizer Commodus in Rome blijven. Door deze kinderen in zijn directe machtssfeer te houden, wilde deze wantrouwige keizer zich beschermen tegen het risico van opstanden van hun vaders, de gouverneurs.: Caracalla and his late-antique biographer, Ann Arbor, 1994, blz. 4e.v Als kind zou Caracalla zijn opgevallen door prettige eigenschappen.Historia Augusta, Caracalla 1.3-2.1 Hij was vijf jaar oud toen zijn vader op 9 april 193 door de legioenen aan de Donau tot keizer werd uitgeroepen. Vanaf medio 193 tot 196 verbleef hij aan het hof van zijn vader in het oosten van het Romeinse Rijk. Daarna reisde hij via Pannonia terug naar Rome.

Septimius Severus maakte in het voorjaar van 195 bekend dat hij de geadopteerde zoon was van de in het jaar 180 overleden keizer Marcus Aurelius. Hij wilde zo zijn bewind legitimeren.. Die Divinisierung der römischen Kaiser in ihrer Funktion als Herrschaftslegitimation. In: Chiron 8, 1978, blz. 377-390, hier: 387e.v.; : Caracalla and his late-antique biographer, Ann Arbor, 1994, blz 9 en voetnoot 34; : Septime Sévère, Parijs, 2000, blz 255e.v.; : Victory of Propaganda, Oxford 1996, blz. 20-42 Met deze fictie wilde hij aansluiten bij de traditie van de adoptiefkeizers, wier tijdperk als een gouden eeuw in de Romeinse geschiedenis werd gezien. Daarom ontving Caracalla als fictieve kleinzoon van Marcus Aurelius vanaf 195/196 de naam van deze populaire heerser: hij heette voortaan Marcus Aurelius Antoninus en maakte dus net als zijn vader, als lid van de familie van Marcus Aurelius, deel uit van het geslacht van de Antonijnen. Aan deze fictie bleef hij de rest van zijn leven vasthouden. Geta kreeg daarentegen geen nieuwe naam en werd ook niet fictief in de Antonijnse dynastie opgenomen. Daarin toonde zich toen al een voorkeur van zijn vader voor zijn één jaar oudere broer.: Die Damnatio memoriae, Gutenberg 2011, blz. 182e.v. en voetnoot 48 Reeds medio 195 of uiterlijk in 196 kreeg Caracalla de titel Caesar. Daarmee werd hij aangewezen tot toekomstig keizer.Voor het voorjaar van 196 pleit Matteüs Heil: Clodius Albinus und der Bürgerkrieg von 197. In: (red.): Staatlichkeit und politisches Handeln in der römischen Kaiserzeit, Berlijn 2006, blz. 55-85, hier: blz. 75-78. Een andere mening heeft : Itinera principum, Stuttgart 1986, blz. 220; Hij pleit voor medio 195.

Deze stap markeerde de breuk tussen Septimius Severus en zijn rivaal Clodius Albinus, die Britannia onder zijn controle had. Albinus had in 193 de hoop gehad om de keizerlijke waardigheid te bemachtigen; hij had echter genoegen moeten nemen met de Caesarstitel en het vooruitzicht om Severus op te kunnen volgen. Met Caracalla's verheffing tot Caesar werd deze regeling achterhaald. Daarom brak de in 193 nog vermeden burgeroorlog tussen Severus en Albinus alsnog uit. Na de overwinning van Severus in deze oorlog, waarin Albinus de dood vond, stond niets Caracalla's aanspraken om zijn vader op te mogen volgen, nog in de weg.

Caracella groeide op als een zachtaardige jongeman. Hij zou zelfs tijdens gladiatorengevechten zijn hoofd hebben afgewend als het te bloederig werd. Als zoon van de keizer kreeg Caracalla een zorgvuldige opvoeding. Hij genoot klaarblijkelijk goed onderwijs; want als keizer was hij blijkbaar in staat om deel te nemen aan intellectuele discussies. Ook had hij respect voor retorische vaardigheden.. Caracalla the Intellectual. In: , (red.): Gli Imperatori Severi, Rome, 1999, blz. 39-46, hier: 44e.v..

In 197 vergezelden Caracalla en zijn broer Geta hun vader op diens tweede campagne tegen de Parthen. Reeds in het voorjaar van 197 werd hij officieel beschreven als de aangewezen keizer en als deelnemer in de regeringsmacht. In het najaar van 197 of uiterlijk in 198 werd hij tot Augustus verheven en werd hij voorzien van de keizerlijke volmachten; voortaan noemde men hem Marcus Aurelius Severus Antoninus Augustus.Voor een dating voor het einde van 197 zie : Dio, Herodian, and Severus' Second Parthian War. In: Chiron 5, 1975, blz. 419-441, hier: blz. 432-435. : Caracalla and his late-antique biographer, Ann Arbor, 1994, blz. 10 stelt de datering op 28 januari 198. Waarschijnlijk tegelijkertijd werd Geta tot Caesar verheven. De keizerlijke familie bleef nog enige tijd in het Oosten; In 199 reisden zij naar Egypte, waar zij tot 200 verbleven. Pas in 202 keerde men naar Rome terug. In dat jaar was Caracalla samen met zijn vader consul ordinarius.

Huwelijk In 202 werd Antoninus consul met zijn vader Septimius Severus en in hetzelfde jaar trouwde hij met Plautilla, dochter van Plautianus, de machtige prefect van de pretoriaanse garde (die minder dan drie jaar later uit de weg geruimd zou worden). In 205 werd hij voor de tweede keer consul, ditmaal met zijn broer Geta. Antoninus en Geta namen met hun vader deel aan de Romeinse invasie van Caledonia 208-210.

Keizerschap Samen met zijn broer Geta Toen Severus in 211 in Britannia stierf, bestegen Antoninus en Geta samen de troon als elkaars medekeizers. Hoewel hun vader hen meerdere malen, zelfs op zijn sterfbed, op het hart had gedrukt geen ruzie te maken en het Romeinse Rijk samen te besturen, werd de kloof tussen beiden na de dood van hun vader alleen maar groter.

Na hun terugkeer naar Rome moest hun moeder Julia Domna tussenbeide komen om te verhinderen dat de ruziënde broers het Romeinse Rijk onder elkaar zouden verdelen. Op 19 december 211 haalde Antoninus zijn moeder en broer over om met hem te spreken om de geschillen bij te leggen. Kort na de aankomst van zijn broer, stormde Antoninus met een groep soldaten binnen en vermoordde Geta.

Alleenheerschappij Daarop (zie boven) haastte Antoninus zich naar het Pretoriaanse kamp om de steun van de garde te kopen via speciale donativa en een flinke loonsverhoging ter ere van, wat hij noemde, zijn ontsnapping aan het complot van Geta. Vervolgens werd een bloedbad aangericht onder alle vrienden en aanhangers van Geta (zie Geta).

In 212 lijkt Antoninus aan alle vrije mannen in het Romeinse Rijk het volle Romeinse burgerschap te hebben verleend. Dit besluit, dat traditioneel bekendstaat als het Edict van Caracalla, blijkt vermoedelijk alleen uit deze ene zin bij historicus Cassius Dio: "Dit vormde de reden, waarom hij alle mensen in zijn rijk tot Romeinse staatsburgers maakte; in schijn eerde hij hen, maar zijn echt doel bestond erin, om zo zijn inkomsten te verhogen, want niet-burgers waren vrijgesteld van de meeste belastingen."Cassius Dio, Roman History, boek 78, hoofdstuk 9.

In 213 begon Antoninus aan een serie campagnes in Germanië en behaalde overwinningen op de Alemanni. Tijdens deze oorlogen gebruikte de keizer vaak een Keltische soldatencape die caracallus genoemd werd en waaraan hij zijn bijnaam Caracalla te danken heeft.

In 214 vertrok hij naar het oostelijk deel van het rijk, waarbij zijn geestelijke gestoordheid steeds duidelijker werd. Zo vereenzelvigde hij zich met Alexander de Grote, bouwde een leger op van 16.000 man verkleed als soldaten van een half millennium daarvoor, liet soldaten uit Sparta komen en voegde olifanten toe aan zijn kolossale toneelspel. Hij liet vervolgens de oorlogen van Troje naspelen, waarbij hij zelf Achilles was en een van zijn beste vrienden Festus. Diens dood was met de juiste dosering gif perfect getimed zodat zijn echte begrafenis een groots spektakel voor de gevallen Festus kon worden.

Het volgend jaar bezocht hij Alexandrië en liet er een enorm bloedbad onder de bevolking aanrichten. Tienduizenden ongewapende burgers kwamen om in een slachtpartij die dagenlang doorging onder het voorwendsel dat sommigen hem bespot zouden hebben. Datzelfde jaar werden in Rome de beroemde Thermen van Caracalla voltooid, het grootste architectonische project tijdens zijn regering.

In navolging van zijn idool Alexander de Grote, startte de keizer een veldtocht tegen de Parthen. In 216 trok het hij met zijn leger de Tigris over en verwoestte alle steden waar hij langs kwam, profiterend van de rivaliteit tussen twee troonpretendenten. Tijdens deze oorlogen was de weerstand tegen de waanzinnige keizer zo hoog opgelopen dat hij op 8 april 217 bij Carrhae door een complot van Macrinus, prefect van de Pretoriaanse garde, werd vermoord.

Dood en opvolging