Een naamval of casus is een middel waarmee de grammaticale functie van een lidwoord, naamwoord of voornaamwoordEr is onder taalkundigen echter geen consensus dat de verbogen vormen van persoonlijke voornaamwoorden tevens onder de noemer van naamval vallen. Het bredere begrip flexie kan daarom hiervoor beter worden gebruikt. Met een "taal met naamvallen" wordt in de regel specifiek een taal bedoeld waarin de zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden en/of aanwijzende voornaamwoorden en lidwoorden naargelang hun grammaticale functie in de zin verbogen vormen kennen. in het grotere verband van de zin wordt aangegeven. Meer in het bijzonder wordt meestal gedoeld op de morfologische kenmerken waardoor de betreffende woorden bepaalde uiterlijke wijzigingen ondergaan, in de vorm van vaste naamvalsuitgangen en/of een paradigmatische vormverandering. Daarnaast wordt soms ook gesproken van "onzichtbare" (abstracte) naamvallen.http://www.let.rug.nl/zwart/college/sheets/nwontw/syn2h3a.pdf. Gearchiveerd op 16 mei 2024.

Talen waarin naamvallen een belangrijke rol spelen worden synthetische talen genoemd. Analytische talen zijn talen waarin de rol van naamvallen veel beperkter is. Het meest extreme geval, het volledig ontbreken van een naamvallensysteem (of in iets bredere zin van flexie), is kenmerkend voor een isolerende taal.

Sommige talen, zoals het Nieuwgrieks en het Arabisch, hebben slechts een paar naamvallen. Andere niet-Indo-Europese talen hebben er veel meer, zoals veel Oeraalse talenvooral achtervoegsels (suffixen) en achterzetsels (postposities) geven de 'naamvallen' aan. en het Baskisch. De Chinese talen en de in een klein deel van Afrika gesproken Gbe-talen worden tot de isolerende talen gerekend omdat deze talen vrijwel volledig zonder naamvallen werken.

Indo-Europese naamvallen In de meeste Indo-Europese talen is het aantal naamvallen in de loop der tijd drastisch verminderd of zijn de naamvallen zelfs nagenoeg helemaal verdwenen, behoudens de verbogen vormen van het persoonlijk voornaamwoord (dit geldt met name voor de Romaanse talen), zo men deze vormen ook tot de naamvallen wil rekenen.Zie noot 1., Geschiedenis van de Nederlandse syntaxis, Deel 1, 2008: 144-148

Voorbeelden van Indo-Europese talen waarin morfologisch zichtbare naamvallen een belangrijke rol zijn blijven spelen zijn het Latijn, Duits en de meeste Slavische talen (zoals het Russisch). In al deze talen gaat het naamvallensysteem terug op dat van het Proto-Indo-Europees, dat vermoedelijk acht naamvallen kende (zie hieronder).

Oorsprong Het merendeel van de historisch-taalkundigen is van mening dat naamvalsuitgangen zich hebben ontwikkeld uit eerdere zelfstandige elementen die gaandeweg tot suffix werden, een proces dat grammaticalisatie wordt genoemd.

Benamingen De acht Indo-Europese naamvallen hebben verschillende namen: aangegeven met de rangtelwoorden eerste t/m achtste en de vernederlandsing van de Latijnse namen. Het onderscheid tussen de locatief en de instrumentalis bestaat tegenwoordig nog in veel Slavische talen.

Rangtelwoord Vernederlandsing Eerste naamval Nominatief Tweede naamval Genitief Derde naamval Datief Vierde naamval Accusatief Vijfde naamval Vocatief Zesde naamval Ablatief Zevende naamval Locatief Achtste naamval Instrumentalis

Overzicht van alle bekende naamvallen Het naamvallensysteem op zich is niet specifiek iets voor de Indo-Europese taalfamilie. De term naamval wordt dan ook in breder verband tevens gebruikt voor vergelijkbare systemen in andere taalgroepen dan de Indo-Europese, al zijn de meeste taalkundigen van mening dat de betreffende verschijnselen in bijvoorbeeld het Hongaars niet echt of zelfs helemaal niet vergelijkbaar zijn., Taal op drift, lange-termijnontwikkelingen in taal en samenleving, 2013. Gearchiveerd op 24 juni 2026. Naamval Betekenis Voorbeeld in het Nederlands Voorbeelden van talen met een afzonderlijke naamvalsvormAbessief afwezigheid van iets zonder het huis Fins, Estisch, HongaarsAblatief (1) indirect het huis betreffend Latijn, Sanskriet, HongaarsAblatief (2) beweging ergens vandaan van het huis weg Fins, Estisch, Latijn, Turks, Tamil, HongaarsAblatief (3) handelend voorwerp door het huis Latijn, HongaarsAbsolutief subject van onovergankelijke werkwoorden;object van overgankelijke werkwoorden het huis BaskischAccusatief direct object het huis Arabisch, Esperanto, Latijn, Grieks, Oudiers, Duits, Engels, Russisch, Tsjechisch, Slowaaks, Pools, Roemeens, Hongaars, ServischAdessief dichtbij / op / om...heen bij het huis Fins, Estisch, HongaarsAdverbialis bijwoord (afgeleid van bijvoeglijk naamwoord) ... Abchazisch, Georgisch, HongaarsAllatief beweging ergens heen naar het huis, tot bij het huis Fins, Estisch, HongaarsAntessief voorafgaand aan voorafgaand aan het concert Dravidische talenApudessief naast naast het huis Tsezisch, BezjtaAversief (evitatief) vermijdend/vrezend het huis vermijdend/vrezend Australische talenCausalis-finalis reden, oorzaak of doel voor iets omwille van/wegens het huis HongaarsComitatief samen met met het huis Estisch, HongaarsComparatief (Equatief) (net) als net als het huis Mari, Ossetisch, Fins, Sumerisch, HongaarsDatief richting, ontvanger;indirect object aan het huis, ten huize Duits, (oud-)Latijn, Russisch, Hindi, Oudiers, Pools, Roemeens, Tsjechisch, Slowaaks, Nederlands, Grieks, Hongaars, ServischDelatief van...af, van...uit, over van het huis af HongaarsDistributief per, … voor … per huis, huis voor huis HongaarsDistributief-temporalis (eens) per, elke jaarlijks, elke ochtend HongaarsElatief beweging ergens uit het huis uit Fins, Estisch, HongaarsErgatief subject dat een overgankelijk werkwoord uitvoert het huis Baskisch, InuktitutEssief kenmerk zoals het huis Fins, Estisch, MiddelegyptischEssief-modalis tot, bij wijze van, als als/bij wijze van huis HongaarsExessief van...in (toestand) van een huis tot... Savo-FinsFinalis voor een huis, met een huis als einddoel ... Semitische talen (vroeger)Formalis als, bij wijze van als/bij wijze van huis HongaarsGenitief bezit, betrekking des huizes Fins, Estisch, Arabisch, Nederlands, Duits, Hebreeuws, Oudiers, Modern-Iers, Latijn, Grieks, Pools, Roemeens, Tsjechisch, Slowaaks, Engels, Russisch, ServischIllatief beweging naar binnen het huis in Fins, Estisch, HongaarsInessief binnenin in het huis Fins, Estisch, Hongaars, Erzja, Ossetisch, Tsezisch, HongaarsInstrumentalis / Instructief benutten van iets door het huis Russisch, Sanskriet, Pools, Tsjechisch, Fins, Hongaars, Servisch, (oud-)LatijnIntratief tussen tussen de huizen LimbuLatief naar...toe naar het huis toe Fins, Erzja, Moksja, Mari, HongaarsLocatief plaats in / bij het huis, ten huize Sanskriet, Lets, Pools, Turks, Xhosa, (oud-)Latijn, Russisch, Tsjechisch, (Nederlands zie locatief), Hongaars, ServischMultiplicatief aantal drie huizen Hongaars, Cherokee (taal)Nominatief onderwerp het huis vrijwel elke taalObliquus omvattend/betreffend, ofwel elke andere naamval dan het onderwerp Hindi, Kirmanci, Zazaki, Adygees, Kabardijns, Oebychs, Bulgaars (alleen bij voornaamwoorden)Partitief enkele / aantal / deel van deel van huis Fins, Estisch, HongaarsPegatief agens met datief ... TlapaneeksPertingent in aanraking met in aanraking met het huis TlingitPostpositionalis voor bepaalde achterzetsels het huis aan ... HindiPrepositionalis na bepaalde voorzetsels ... aan het huis RussischProlatief {Prosecutief, Vialis} medium: "door...heen, door middel van" door middel van het huis Fins, Estisch, Nenets, Baskisch, Inuktitut, HongaarsSociatief (1983) Hongaars. Fundamentele grammatica voor Nederlandstaligen. Coutinho in gezelschap van (samen) met het huis HongaarsSubessief onder, lager dan onder het huis TsezischSublatief naar het oppervlak/de bodem van naar de bodem van het huis Fins, Hongaars, TsezischSuperessief op het oppervlak van op het huis Hongaars, Ossetisch, TsezischTemporalis om, met, tijdens, gedurende gedurende de maaltijd HongaarsTerminatief einde van een beweging, beëindiging in ruimte of tijd tot aan het huis Fins-Oegrische talen, Mongoolse talen, Sumerisch, TibetaansTranslatief tot, in, verandering naar iets verandert in een huis Fins, Hongaars, EstischVocatief aanspreekvorm huis! Latijn, Grieks, Oudiers, Modern-Iers, Sanskriet, Pools, Bulgaars, Tsjechisch, Welsh, Servisch, Roemeens

Gebruik Naamvallen vs. voorzetsels Talen waarin naamvallen niet of nauwelijks een rol spelen bedienen zich in plaats daarvan op uitgebreide schaal van voorzetsels. Een voorbeeld van een naamvallen- versus voorzetselsysteem aan de hand van het Duits en het Nederlands: + Voorbeeld van een naamvallen-versus voorzetselsysteem Duits Nederlands Das Auto meines Bruders  De auto van mijn broer  Tod den Spammern!  Dood aan de spammers! 

Het Duits bezigt hier aparte naamvalsvormen om de functie van mein Bruder (genitief) en die Spammer (datief) aan te geven. Het Nederlands bezigt in plaats daarvan voorzetsels: in de eerste zin van, in de tweede aan. In de eerstgenoemde zin kan het Duits echter ook een voorzetsel gebruiken, wat in de spreektaal zelfs de gangbare manier van uitdrukken is: das Auto von meinem Bruder. Na von staat dan een andere naamval, de datief. In de tweede voorbeeldzin is een alternatief met een voorzetsel in het Duits echter uitgesloten.

In het Duits en andere talen waarin naamvallen belangrijk zijn, worden naamvallen en voorzetsels ook dikwijls in combinatie met elkaar gebruikt, waarbij zogeheten rectie optreedt. Dit is vooral belangrijk bij voorzetsels die in combinatie met meer dan één naamval kunnen voorkomen, waardoor er een verschil in betekenis wordt gecreëerd:Het Nederlandse voorzetsel met regeerde bijvoorbeeld in het verleden de datief. In het Duits is dat voor het overeenkomstige mit nog steeds het geval. In dit soort gevallen waarin een voorzetsel slechts één naamval kan regeren, heeft het gebruik van beide iets tautologisch. Bij weglating van de naamvalsuitgang is de betekenis immers nog steeds duidelijk. Dit is waarschijnlijk ook de of een reden dat het Nederlands de naamvalsuitgangen gaandeweg verloren heeft. In het Russisch betekent het voorzetsel s bijvoorbeeld ofwel met ofwel vanaf. In het eerste geval gaat het gepaard met de instrumentalis in het tweede met de genitief. In het Duits en Latijn kan bijvoorbeeld het voorzetsel in met twee verschillende naamvallen worden gecombineerd, waarmee een beweging binnen een bepaalde ruimte of een beweging van de ene ruimte naar een andere ruimte wordt uitgedrukt: Die Kinder rennen in der Turnhalle. — Datief: De kinderen rennen in de gymzaal (rond). Die Kinder rennen in die Turnhalle. — Accusatief: De kinderen rennen de gymzaal in.

Naamval vs. woordvolgorde Het gebruik van naamvallen in een taal hangt tot op zekere hoogte samen met de mate waarin de woordvolgorde vastligt. Een voorbeeld aan de hand van het Nederlands en het Latijn: Cornelia slaat Marcus

Aan Cornelia en Marcus is niet te zien welke functie ze hebben in de zin. Je kan niet zeggen Marcus slaat Cornelia als je bedoelt dat Marcus geslagen wordt door Cornelia. In het Latijn – waar de zelfstandige naamwoorden uitgangen kregen – is het anders. De volgende twee zinnen betekenen hetzelfde: Cornelia Marcum castigat (Cornelia slaat Marcus) Marcum Cornelia castigat (Cornelia slaat Marcus)

Dit kan omdat in het Latijn de functie van woorden uit de naamvalsvorm ervan blijkt. De nominatiefuitgang -a bij Cornelia wijst er in dit geval op dat Cornelia onderwerp is in deze zin. De accusatiefuitgang -um bij Marcum wijst erop dat dit woord lijdend voorwerp is. Hierdoor is de woordvolgorde dus niet meer van belang. Zou je willen zeggen dat Marcus Cornelia slaat, dan wordt het:

Marcus Corneliam castigat (Marcus slaat Cornelia) Corneliam Marcus castigat (Marcus slaat Cornelia)