Paranthropus boisei (oorspronkelijke naam Zinjanthropus boisei, jonger synoniem Australopithecus boisei) is een uitgestorven mensachtige en is de grootste soort uit het geslacht Paranthropus. De soort leefde in Oost-Afrika tijdens het Vroeg Pleistoceen tussen circa 2,3 en 1,2 miljoen jaar geleden.

Ontdekking en naamgeving Paleoantropologe Mary Leakey had samen met haar echtgenoot Louis Leakey achtentwintig jaar lang onderzoek verricht in de Olduvaikloof van Tanzania, zonder enig belangrijk bot van een mensachtige te kunnen bergen. Wel was gedurende die tijd in de Frida Leakey Korongo 1, een deel van de kloof, een groot aantal werktuigen aangetroffen. Ze beschouwde deze vindplaats als een soort 'huiskamervloer' waar mensachtigen hun afval gedumpt hadden. In de ochtend van 17 juli 1959 liet ze op deze locatie haar honden uit en zag toen plotseling twee tanden van een schedel uit de grond steken die opgegraven werd als specimen OH 5 (Olduvai Hominid 5). Haar man Louis Leakey was in eerste instantie niet onder de indruk van de vondst daar die leek op de lichtgebouwde australopitheek Australopithecus africanus. Hij wilde geen australopitheken vinden maar leden van het geslacht Homo, waartoe ook de moderne mens behoort. Al snel echter zag ook hij het belang van de ontdekking in, toen die zeer gaaf bleek, zij het dat de onderkaken ontbraken. Het was de eerste meer uitgebreide vondst van een australopitheek buiten het gebied van Zuid-Afrika; verder was er in Tanzania bij Eyassi slechts een stuk onderkaak met twee premolaren van aangetroffen, gevonden in 1939.

De vondst kreeg van Philip Tobias de bijnaam Nutcracker Man, 'De notenkraker', wegens de enorme kiezen maar Mary Leakey zelf noemde hem Dear Boy. Louis Leakey overwoog de soortnaam Titanohomo mirabilis doch benoemde uiteindelijk voor de vondst op 15 augustus 1959 het nieuwe geslacht Zinjanthropus met als typesoort Zinjanthropus boisei.Leakey, L.S.B. 1959. "A new fossil skull from Olduvai". Nature. 185(4685): 491 Deze naam werd samengesteld uit 'Zinj' voor het middeleeuwse Oost-Afrikaanse gebied Zanj en anthropus, afgeleid van anthropos hetgeen in het Grieks 'mens' betekent. De soort werd eerst vaak aangeduid met alleen Zinj. De soortaanduiding boisei verwijst naar de Londense zakenman Charles Boise die sinds 1948 de financier van het team antropologen was dat van officiële instituties zelden een budget kreeg. Dat veranderde na deze spectaculaire ontdekking: het echtpaar werd van toen af ruim gesubsidieerd door de National Geographic Society en al eind 1959 werd het tempo van de opgravingen flink opgevoerd. thumb|left|Replica van hoge kwaliteit van OH 5 Louis Leaky stelde in de eerste beschrijving dat 'Zinj' een directe voorloper was van de mens. Dat verbaasde collegae nogal, want eerder had hij een zeer oude leeftijd van het geslacht Homo voorgestaan dat dan nooit op australopitheken geleken zou hebben. Hij meende ook dat de stenen werktuigen die hij aangetroffen had, de Oldowaicultuur, indertijd de oudste die bekend waren, aan Zinjanthropus konden worden toegeschreven. In 1959 waren er nog geen absolute kalium-argon-dateringen uitgevoerd en aangenomen werd dat de soort slechts zeshonderdduizend jaar oud was. Zinjanthropus zou dan een heel snelle evolutie moeten hebben doorgemaakt om in zo'n kort tijdsbestek in de moderne mens te resulteren. Louis Leakey wees er echter op dat dieren door domesticatie in korte tijd extreem van uiterlijk kunnen veranderen. In tegenspraak met de toen gangbare gedachte dat de evolutie van de mens door de culturele ontwikkeling tot stilstand was gekomen, opperde L. Leakey dat die juist versneld was door een proces van self domestication. De cultuur zou dus een sterke selectiedruk hebben uitgeoefend. Al deze hypothesen werden echter al snel verlaten toen in 1960 de ouderdom op 1,8 miljoen jaar werd bepaald en er dat jaar uit dezelfde lagen een veel menselijker vorm opdook: Homo habilis.

In 1964 hernoemde L. Leakey zelf de soortnaam tot Australopithecus (Zinjanthropus) boisei, waarbij Zinjanthropus dus een ondergeslacht werd.Leakey, L.S.B.. Tobias. P.V. & Napier, J.R. 1964. "A new species of the genus Homo from Olduvai Gorge". Nature 202: 7-9 In 1967 hernoemde Philip Tobias de soort tot een eenvoudig Australopithecus boisei.Tobias. P.V. 1967. Olduvai Gorge. Volume 2. The cranium and maxillary dentition of Australopithecus (Zinjanthropus) boisei. Cambridge: Cambridge University Press. Door gewijzigde taxonomische inzichten, en de sterk op Paranthropus robustus gelijkende bouw, is de soort sinds het begin van de eenentwintigste eeuw meestal in het geslacht Paranthropus geplaatst met als combinatio nova Paranthropus boisei, voor het eerst in 1988 als mogelijkheid gesuggereerd door Frederick Edward Grine.

Belangrijke vondsten P. boisei is bekend uit acht vondstgebieden.

OH 5: de Notenkraker is het holotype van Paranthropus boisei, gevonden door Mary Leakey. Het gaat om een schedel van een volwassen man die gedateerd is op ongeveer 1,75 Ma, gevonden bij de Olduvaikloof in Tanzania. thumb|Een afgietsel van de onderkaak uit Peninj Andere vondsten zijn: OH 3: een onderkaak met een voortand en een grote kies van het melkgebit van een peuter, gevonden in 1955 in de Olduvaikloof.Leakey, L.S.B. 1958. "A giant child among the giant animals of Olduvai? A huge fossil milk molar which suggests that Chellean Man in Tanganyika may have been gigantic". Illustrated London News, 232: 1104–1105Leakey L.S.B. 1958. "Recent discoveries at Olduvai Gorge, Tanganyika". Nature 181: 1099–1103 De identiteit en het belang hiervan werden indertijd niet onderkend. L. Leakey speculeerde een geslacht van reuzen ontdekt te hebben dat verwant was aan Homo — vandaar de naam Titanohomo. Achteraf, in 1959, bleek dit de eerste vondst van P. boisei. Toen J.T. Robinson het australopitheke karakter van de ontdekking doorkreeg,Robinson J.T. 1960. "An alternative interpretation of the supposed giant deciduous hominid tooth from Olduvai". Nature 185: 407–408 gaf Leakey zijn ongelijk toe.Leakey L.S.B. 1960. "An alternative interpretation of the supposed giant deciduous hominid tooth from Olduvai: reply". Nature 185: 408 NMT-W64-160, ook bekend als 'Peninj 1': een onderkaak van een volwassen exemplaar gemeld in 1964, op 11 februari 1964 door Kamoya Kimeu, in dienst van de Leakey's, gevonden bij Peninj.Leakey, L.S.B. & Leakey, M.D. 1964. "Recent discoveries of fossil hominids at Tanganyika: at Oldovai and near Lake Natron". Nature 202: 3-7 Fossiel materiaal uit de Shunguruformatie van de Omo in Ethiopië, gevonden sinds 1967, is door sommige onderzoekers toegewezen aan P. boisei. Een gedeelte van dit materiaal, waaronder onderkaak Omo 18.18 gevonden in 1967, is benoemd als Paraustralopithecus aethiopicus of later toegewezen aan Paranthropus aethiopicus. KNM-CH 1: een schedel in 1970 gevonden bij Chesowanja in Kenia. Deze werd eerst gezien als vertegenwoordiger van een populatie die van P. boisei afstamde maar werd later aan de soort toegewezen en betreft wellicht een vrouw.Szalay, F.S. 1971. "Biological level of organisation of the Chesowanja robust australopithecine". Nature 234: 229-230 KNM-CH 2, tandfragmenten, zijn eveneens aan een robuuste vorm toegewezen. Later werd van een nabijgelegen locatie specimen KNM-CH 4 aan P. boisei toegewezen, een fragmentarische schedel. KNM ER 406: een vrijwel complete schedel die echter de tanden mist, in 1969 gevonden door Mwongela 'Henry' Mutua en Richard Leakey bij Koobi Fora in Kenia, de East Rudolf. Het specimen toont grote jukbeenderen, een relatief laag gezicht en een schedelinhoud van 510 cm³ (ouderdom circa 1,7 Ma). In 1968 waren in hetzelfde gebied al KNM-ER 403 en KNM-ER 404, gevonden, onderkaken en KNM-ER 405, een verhemelte. KNM WT 17400: een deel van een schedel met kenmerken die lijken op die van KNM WT 17000, de Zwarte Schedel, het plesiotype van Paranthropus aethiopicus.Walker A.C. & Leakey R.E. 1988. "The evolution of Australopithecus boisei". In: Grine F.E., editor. Evolutionary history of the ‘‘robust’’ australopithecines. New York: Aldine. p 247–258 De schedel is gevonden bij West Turkana, Kenia (ouderdom circa 1,7 Ma). Al dit materiaal uit Lomekwi en Kangatukuseo, inclusief onderkaak KNM WT 16005, werd eerst aan A. boisei toegewezen.Walker A.C., Leakey R.E., Harris J.M. & Brown F.H. 1986. "2.5 Myr Australopithecus boisei from west of Lake Turkana, Kenya". Nature 322: 517–522 Sommige onderzoekers zien KNM WT 17400 nog steeds als een vrouw van P. boisei. Ook wordt vaak al het materiaal later dan 2,3 miljoen jaar oud aan P. boisei toegewezen, uitgaande van de gedachte dat P. aethiopicus daarin is geëvolueerd.Leakey R.E.F. & Walker A. 1988. "New Australopithecus boisei specimens from East and West Lake Turkana, Kenya". American Journal of Physical Anthropology 76: 1–24 thumb|Afgietsels van vijf belangrijke specimina, waaronder OH 5, KNM-ER 732, Peninj 1, KNM ER 406 en L. 74a-125 KNM ER 407 in 1970 gevonden door Richard Leakey en H. Mutua bij Koobi Fora, een achterkant van een schedel van waarschijnlijk een vrouw (ouderdom circa 1,7 Ma). R. Leakey zag dit eerst als een vertegenwoordiger van Homo. Het meeste overige robuuste materiaal uit Koobi Fora werd eerst als een Australopithecus sp. indet. geclassificeerd, dus als een onbepaalde soort van dat geslacht, maar later aan een A. boisei toegewezen. Hieronder vallen de in 1970 en 1971 gevonden specimina KNM-ER 732 en KNM-ER 733, fragmentarische schedels. ER 732 is een vrouw zonder schedelkam. Ook de later in de jaren zeventig gevonden specimina KNM-ER 13750 en KNM-ER 23000 betreffen schedelmateriaal.Brown B., Walker A., Ward C.V. & Leakey R.E. 1993. "New Australopithecus boisei calvaria from East Lake Turkana, Kenya". American Journal of Physical Anthropology 91: 137–159Wood B.A. 1991. Koobi Fora research project. Hominid cranial remains, Vol. 4. Oxford: Clarendon Press KGA10-525: een deel van een schedel, in 1993 gevonden door Awoke Amzaye bij Konso in Ethiopië. Dit is de grootste tot dusver gevonden schedel van deze soort en de eerste waarbij niet alleen het cranium maar ook de onderkaken aanwezig waren.Suwa G., Asfaw B., Beyene Y., White T., Katoh S., Nagaoka S., Nakaya H., Uzawa K., Renne P. & WoldeGabriel G. 1997. "The first skull of Australopithecus boisei". Nature 389: 489–492 Volgens sommigen gaat het om de enige resten van deze soort in Ethiopië; alle andere zijn dan in andere delen van Oost-Afrika gevonden (ouderdom circa 1,4 Ma). In 1978 werd echter al een schedel van een jong dier uit het Omobasin gemeld.Rak Y. & Howell F.C. 1978. 'Cranium of a juvenile Australopithecus boisei from the lower Omo Basin, Ethiopia". American Journal of Physical Anthropology 48: 345–366 OH 80: het eerste schedelmateriaal, bestaande uit tanden, dat met een postcraniaal skelet in verband kon worden gebracht. Deze vondst uit 2013 in Olduvai, Bell's Koronga, maakte het mogelijk delen van de romp te identificeren. Op grond daarvan werd het weer mogelijk andere losse botten aan P. boisei toe te wijzen zoals de specimina KNM-ER 739, KNM-ER 1504, KNM-ER 6020 en KNM-ER 1591. Het fossiel is gedateerd op 1,338 miljoen jaar.Domínguez-Rodrigo M., Pickering T.R., Baquedano E., Mabulla A., Mark D.F., Charles Musiba, Henry T. Bunn, David Uribelarrea, Victoria Smith, Fernando Diez-Martin, Alfredo Pérez-González, Policarpo Sánchez, Manuel Santonja, Doris Barboni, Agness Gidna, Gail Ashley, José Yravedra, Jason L. Heaton & Maria Carmen Arriaza. 2013. "First Partial Skeleton of a 1.34-Million-Year-Old Paranthropus boisei from Bed II, Olduvai Gorge, Tanzania". PLoS ONE 8(12): e80347