thumb|Titelpagina van Hortus Cliffortianus
Hortus Cliffortianus is een boek geschreven door Carl Linnaeus, over het herbarium en de levende plantencollectie van George Clifford. De titelpagina vermeldt het jaartal 1737 maar het boek is niet eerder dan in 1738 in omloop gekomen.Zie F.A. Stafleu & R.S. Cowan (1981), Taxonomic Literature ed. 2, vol. 3 (Lh-O): item 4.719. Het boek is gedrukt en uitgegeven in Amsterdam, als privé-uitgave van George Clifford.Op de titelpagina is inderdaad geen naam van een uitgever vermeld. Ook de formulering sumptibus Georgii Cliffortii, die gebruikt zou zijn als hij alleen maar de financier van het boek was geweest, staat niet op de titelpagina. De taal van het boek is Latijn.
George Clifford en Landgoed de Hartekamp Clifford was een schatrijke Amsterdamse bankier, bestuurder van de VOC'George Clifford was extraordinarily wealthy and a Director of the Dutch India Company' volgens de korte biografie van George Clifford III op de website van het Natural History Museum, London. en verzamelaar, c.q. amateur-botanicus.Een verzameling van vooral exotische planten, levend of gedroogd, en andere, uit verre landen gehaalde voorwerpen, zoals schelpen, gold in die tijd als een statussymbool. Clifford mag daarom als een amateur-botanicus beschouwd worden maar was minstens zoveel een verzamelaar. Cliffords vader had in 1709 het landgoed de Hartekamp, te Heemstede, gekocht en de tuin uitgebreid door omliggende gronden aan te kopen.Zie De Hartecamp op George-clifford.nl. De Hartekamp diende als zomerresidentie voor de bankiersfamilie. Clifford, na het overlijden van zijn vader in 1727 zelf eigenaar van het buiten, had van de tuin en het herbarium al jong zijn passie gemaakt. Door zijn toedoen was de collectie flink gegroeid, waarbij zijn vele internationale handelscontacten goed van pas kwamen.
In de zomer van 1735 was Linnaeus te gast ten huize van Johannes Burman, bij wie hij ook de winter zou doorbrengen om hem te assisteren bij het maken van de Thesaurus Zeylanicus.Burman, J. (1736), Thesaurus Zeylanicus, exhibens plantas in insula Zeylanica nascentes (Amsterdam). Thesaurus Zeylanicus online, Real Jardín Botánico, Madrid. "Insula Zeylanica" is Ceylon. Burman hielp op zijn beurt Linnaeus bij zijn Fundamenta BotanicaLinnaeus, C. (1735), Fundamenta Botanica quae Majorum Operum Prodromi instar theoriam scientiae botanices per breves Aphorismos tradunt (Amsterdam). Fundamenta Botanica online, Real Jardín Botánico, Madrid. en Critica Botanica.Linnaeus, C. (1737), Critica botanica in qua nomina plantarum generica, specifica, & variantia examini subjiciuntur, selectiora confirmantur, indigna rejiciuntur; simulque doctrina circa denominationem plantarum traditur. Seu Fundamentorum botanicorum pars IV (Leiden). Critica Botanica online, Real Jardín Botánico, Madrid. Clifford ontmoette Linnaeus bij een bezoek aan Burman in augustus en nodigde beide mannen uit voor een bezoek aan de tuin van de Hartekamp. Onder de indruk van Linnaeus' botanische kennis, vroeg hij hem om bij hem op de Hartekamp te komen wonen en daar zijn lijfarts en opzichter van zijn plantencollectie te worden.Zie W.T. Stearn, Principle events in the life of Linnaeus, in: Ray Society (1957), Species plantarum, a facsimile of the first edition, vol. 1: 6-16, met name p. 10. Burman ging met de verandering van plannen akkoord toen Clifford hem als compensatie een exemplaar van Sir Hans Sloane's Natural History of Jamaica aanbood. Op 24 september 1735gregoriaanse kalender. Deze opmerking staat hier omdat in Engelse publicaties over die tijd vaak de Juliaanse datum wordt vermeld, die op dat moment elf dagen achterloopt op de Gregoriaanse. trok Linnaeus bij Clifford in. De belangrijkste taak die hij bij zijn verblijf op de Hartekamp had, was het opstellen van een catalogus van de omvangrijke collectie levende en gedroogde planten van Clifford. Dit werd Hortus Cliffortianus.
thumb|left|Frontispies van Hortus Cliffortianus, door Jan Wandelaar.
Vorm van het boek Hortus Cliffortianus verscheen in folio-formaat, en telt circa vijfhonderddertig pagina's.de blanco pagina's, waaronder de achterkanten van alle platen, niet meegerekend. Het boek opent met een frontispies gegraveerd door Jan Wandelaar (1690-1759). De titelpagina is in rood en zwart uitgevoerd. Het boek bevat 2 platen met illustraties van de verschillende bladvormen bij planten, en 34 platen met afbeeldingen van planten, alle in kopergravure, in merendeel getekend door de Duitse plantentekenaar en -schilder Georg Dionysius Ehret en alle gegraveerd door Wandelaar. Die laatste is ook de tekenaar van een tiental platen die niet door Ehret zijn gemaakt.
Frontispies De frontispies is ontworpen en gegraveerd door Jan Wandelaar, die er ook, in de vorm van een gedicht, een verklaring van de prent bij schreef, die in het boek op de pagina naast de frontispies is afgedrukt. Aan de linker onderzijde van de plaat staat "J. Wandelaar inv. et fecit 1738".Hier staat "inv." voor invenit. De formulering invenit et fecit betekent "ontwierp en maakte". De gravure toont Moeder Aarde, gezeten op een leeuw en een leeuwin, de sleutels tot de tuin in haar hand. Aan haar voeten staat een pot met Cliffortia ilicifolia, de soort die ook in plaat XXX is afgebeeld, en er ligt een plattegrond van de tuin van de Hartekamp. Links biedt een negerin haar een Aloe uit Afrika aan. Een Arabische vrouw, met tulband, brengt haar een plant van de Coffea arabica uit Azië en een gevederde indiaanse biedt Hernandia, uit Amerika, aan. Op een hoog voetstuk staat een buste die mogelijk George Clifford voorstelt, Aan de rechterzijde is een bananenplant in bloei te zien, en een jonge god Apollo, met het hoofd van Linnaeus, die in zijn linkerhand licht brengt en met zijn rechterhand de sluiers der duisternis (onwetendheid) afwerpt van de godin. Met zijn voeten vertrapt hij de draak der onwaarheid, een verwijzing naar de nagemaakte Hydra in Hamburg die hij op zijn reis naar Holland als bedrog had ontmaskerd.Beschrijving van de plaat verkort naar W.T. Stearn in: Ray Society (1957), Species plantarum, A facsimile of the first edition: 46
thumb|Plaat XXX, Cliffortia foliis dentatis, getekend en gegraveerd door Wandelaar.
Inhoud van het boek De taal waarin het boek is geschreven, is Latijn.Die taal had toen de functie die tegenwoordig het Engels in de wetenschap heeft: wetenschappers uit de hele wereld schreven en spraken met elkaar in het Latijn. De eerste zes pagina's (dedicatoria) zijn gewijd aan een opdracht aan George Clifford, en geven daarnaast een korte geschiedenis van andere personen die een botanische tuin hadden of aanlegden. Dan volgt een bericht aan de lezer (lectori botanico), waarin een uitleg over de tekst en de gebruikte synoniemen, de herkomst van de planten, en de verschillende cultuurmethodes voor planten uit uiteenlopende werelddelen.
Op 17 ongepagineerde bladzijden is voorts de catalogus van de botanische bibliotheek van Clifford (bibliotheca botanica cliffortiana) opgenomen, 295 titels in totaal, bijna uitsluitend werken over planten maar ook enkele boeken over bijvoorbeeld chemie, theologie en filosofie. De boeken zijn, net als de planten, ingedeeld in 'klassen', te beginnen met de 'Patres', oervaders van de plantkunde, namelijk de Grieken en Romeinen, gevolgd door de 'Commentatores', de 'Ichniographi' (die schetsen maken), en de 'Descriptatores' (historici). Daarna komen de monografieën etcetera, in totaal 16 klassen. Deze opsomming is van groot belang, niet alleen omdat ze inzicht geeft in de literatuur die Linnaeus tot zijn beschikking had om Hortus Cliffortianus te kunnen schrijven maar ze geeft ook inzicht in de werken waarvan hij kennis heeft kunnen nemen voordat hij zijn magnum opus Species plantarum schreef.
Na de catalogus van de bibliotheek volgen nog een pagina met de in het hoofdwerk gebruikte afkortingen van werken van botanici, vier pagina's met beschrijvingen van de verscheidenheid aan bladvormen bij planten, geïllustreerd met twee platen, en zes pagina's met een systematische opsomming van de in het werk vermelde geslachten en het aantal soorten per geslacht (methodus plantarum).
Het overgrote deel van het boek wordt dan in beslag genomen door de catalogus van het herbarium dat Clifford had aangelegd, en van de planten in de tuin en de vier verwarmde kassen van de Hartekamp. Het boek geeft overigens één opsomming, en maakt geen onderscheid tussen levende en geconserveerde (gedroogde) planten. De volgorde is die van de Genera Plantarum (1737)Linnaeus, C. (1737), Genera Plantarum, eorumque characteres naturales secundum numerum, figuram, situm, & proportionem omnium fructificationis partium (Leiden). In de Genera en dus ook in Hortus Cliffortianus zijn de bloemplanten ingedeeld volgens het systeem van Linnaeus: het aantal meeldraden van de bloem bepaalt de klasse, het aantal stempels bepaalt de orde binnen de klasse. van Linnaeus. De 34 platen met afbeeldingen van planten zijn ook verspreid door dit deel van het boek opgenomen.
thumb|left|Pagina 198, met een aantal Euphorbia-soorten. Soort 14 bijvoorbeeld, is nu bekend als kroontjeskruid (Euphorbia helioscopia).
Paginering De pagina's van het hoofdwerk, de eigenlijke Hortus Cliffortianus, zijn genummerd 1 tot en met 231 (232 is een blanco pagina) en 301 tot en met 501 (met één ongenummerde pagina addenda en emendanda).addenda zijn toevoegingen, emendanda zijn dingen die gewijzigd moeten worden, in dit geval opmerkelijk veel fouten in het Latijn. Onderaan pagina 231 schrijft Linnaeus: "Observet, Lector, hanc paginam excipi a pagina 301, nullo tamen hiatu admisso, praeter numerum paginarum, nobis ob typum necessarium."Merk op, lezert, dat deze pagina onmiddellijk wordt gevolgd door pagina 301, geen enkel gat is echter toegelaten (met andere woorden: U mist niets), behalve van de paginanummers, ons noodzakelijk wegens het drukwerk. Het boek zou oorspronkelijk in quarto-formaat worden uitgegeven en het drukwerk was al gevorderd tot pagina 300 toen de gravures voor de platen groter bleken uit te vallen dan voorzien. Vanaf pagina 301 werd daarom overgegaan op folio-formaat en de eerste driehonderd pagina's werden opnieuw gezet en gedrukt, waarbij, wegens het grotere bladformaat, minder pagina's nodig waren.Zie B.H. Soulsby (1933), A Catalogue of the Works of Linnaeus (and Publications more immediately relating thereto) preserved in the Libraries of the British Museum. 2nd ed. (London): n°328. pdf
Behandeling van de soorten Linnaeus geeft geen beschrijvingen van de geslachten. Hij verwijst daarvoor naar zijn Genera Plantarum en merkt in het ten geleide aan de lezer (lectori botanico) nog op dat de enkele geslachten die niet in Genera Plantarum voorkomen recent nog door hem zijn toegevoegd in het Corollarium (bijvoegsel bij de Genera).Linnaeus, C. (1737), Corollarium Generum Plantarum, exhibens genera plantarum sexaginta, addenda prioribus characteribus, expositis in Generis Plantarum (Leiden). Hij geeft ook nergens uitleg over zijn systeem van indeling van het plantenrijk. Ook daarvoor moet de lezer in de Genera Plantarum zijn.