thumb|Tropische regenwouden verspreid over de wereld. thumb|Tropisch regenwoud op Barro Colorado-eiland, Panama

Een tropisch regenwoud is een woud dat gelegen is in de tropen, waar het relatief warm en vochtig is, er leven vele plant- en diersoorten. Het tropisch regenwoud wordt bedreigd door houtkap en andere menselijke activiteiten. Het regenwoud is het soortenrijkste ecosysteem ter wereld, en ook het oudste. Sommige Aziatische wouden zijn meer dan 100 miljoen jaar oud, en stammen daarmee uit de tijd van de dinosauriërs.

Geografie Tropische regenwouden liggen in de tropen, op plaatsen waar de regenval zeer groot is. De tropen liggen tussen de Kreeftskeerkring en Steenbokskeerkring; de regenwouden situeren zich dus rond de evenaar. Ongeveer 7% van het totale aardoppervlak is bedekt met regenwoud.

Er is in Caribisch Nederland ook tropisch regenwoud te vinden, namelijk enkele honderden hectare woud op de eilanden Saba en Sint Eustatius.

Zuid-Amerika Het grootste regenwoud op aarde ligt in het Amazonebekken in Zuid-Amerika. Het Amazoneregenwoud, verspreid over tien verschillende landen, bestrijkt een oppervlakte half zo groot als Europa (meer dan 5 miljoen km²). Het grootste deel daarvan ligt in Brazilië (60%), maar ook in Colombia en Peru liggen uitgestrekte gebieden die begroeid zijn met tropisch regenwoud. Twee belangrijke steden in het gebied zijn Belém en Manaus.

Zuidoost-Azië In Laos, de Filipijnen, Maleisië, Indonesië, Vietnam, Thailand en Myanmar liggen grote tropische regenwouden. Hier zijn houtkap en oliepalmplantages de grootste bedreigingen. Om deze projecten te realiseren worden grote delen van het woud kaalgekapt en platgebrand. De consumptie van palmolie (gebruikt in uiteenlopende producten, van margarine en pindakaas tot zeep en kaarsen) neemt sneller toe dan van welke andere eetbare olie ook, en daarmee versnelt ook de mate van ontbossing in Zuidoost-Azië. Daarnaast tast houtkap grote delen van het regenwoud ernstig aan.

West-Afrika Het grootste tropische regenwoud van Afrika ligt in het stroomgebied van de Kongo. Dit is het op een na grootste regenwoud ter wereld. In het noorden gaat het woud geleidelijk over in de Saharawoestijn, die langzaam aan terrein wint.

Klimaat en bodemgesteldheid miniatuur|Regenwoud in Costa Rica Het tropische regenwoud beïnvloedt in grote mate het klimaat, óók in gematigde streken. Zonder de aanwezigheid van regenwouden zou het op aarde veel droger zijn.

Temperatuur De temperatuur zakt in een tropisch regenwoud nooit onder de 16 °C, en het is er gemiddeld 28-30 °C overdag, het hele jaar door. De dichte begroeiing en de bijna constante bewolking zorgen ervoor dat de temperatuur niet zoveel extremen kent als bijvoorbeeld de woestijn. De bomen en wolken houden overdag de felle zon tegen en 's nachts zorgen ze ervoor dat de warmte van de dag niet ontsnapt.

Neerslag De jaarlijkse regenval in een tropisch regenwoud bedraagt meer dan 160 cm per jaar, waarbij er geen maandenlange perioden zonder regen mogen optreden. Indien dit laatste wel het geval is, maakt het regenwoud plaats voor een moessonwoud, met bomen die in de droge tijd hun bladeren verliezen. Bijna elke dag regent het hevig in het woud. De grote hoeveelheden regenwater verdampen snel door het warme klimaat, en regenen vervolgens weer neer op het regenwoud. Soms herhaalt deze kringloop zich wel 5 tot 7 keer per dag. Daarnaast zorgt het woud zelf ook voor regen. In het Amazonegebied bijvoorbeeld wordt de helft van de regen die valt, geproduceerd door bomen in het regenwoud. Een totale neerslag van meer dan 2000 mm per jaar is niet ongewoon. In Colombia en op Nieuw-Guinea valt zelfs meer dan tien meter neerslag per jaar. De regenwouden in deze gebieden zijn daarmee de natste ter wereld.

Bodem De meeste tropische bodems zijn voor korte tijd erg vruchtbaar. De bodem is echter snel uitgeput. Dit is typisch voor de meeste tropische bodems: ze zijn kwetsbaar, erosiegevoelig en hebben een beperkte draagkracht. In tegenstelling tot bossen in gematigde gebieden, is, in het regenwoud, de vruchtbare laag erg dun. Dit komt doordat de insecten, bacteriën en schimmels al het organische afval zeer snel omzetten in voedingsstoffen die direct weer door de bomen en planten worden opgenomen. In tegenstelling tot gematigde streken met een duidelijke afwisseling van koude en warme seizoenen, is er, door het ontbreken van een koud seizoen, geen stop op de opname van voedingsstoffen. Er wordt, in de grond, dus geen voorraad opgebouwd, die leidt tot een dikke vruchtbare bodem. Bepaalde schimmels, de mycorrhiza-soorten, zijn de belangrijkste recyclers in het regenwoud. Ze creëren meststoffen uit de dode vegetatieresten, geven dit direct door aan de bomen, en distribueren het zelfs, door een ondergronds netwerk te vormen. Door deze efficiënte recycling in het regenwoud, bevinden de meeste voedingsstoffen zich niet in de grond, maar in de vegetatie en in de strooisellaag. Als de begroeiing wordt gekapt spoelt de dunne humuslaag snel weg en blijven er een onvruchtbare gedegradeerde bodems over. Akkers die op tropische bosbodems worden aangelegd zijn zonder een goed (nutriënten)management na een paar jaar uitgeput, waardoor men elders opnieuw regenwoud moet kappen om plaats te maken voor akkers. Het tropische regenwoud en de daaronder voorkomende bosbodems kunnen slechts zeer langzaam regenereren, zodat eigenlijk alleen traditionele extensieve zwerflandbouw (shifting cultivation) zonder zeer geavanceerde landbouwtechnieken duurzaam is. Hoe lastig deze gronden te bewerken zijn blijkt uit het feit dat zelfs moderne plantages van b.v. eucalyptus (houtsoort) of oliepalm het op langere termijn niet redden. Dit gegeven maakt de gevolgen van ontbossing nog catastrofaler.

Indeling regenwouden thumb|Kleine paradijsvogel. Het tropisch regenwoud verschilt per continent. Welk soort regenwoud er op een bepaalde plek groeit, hangt af van de hoogte en de hoeveelheid neerslag. Het tropische regenwoud wordt onderverdeeld in drie verschillende klassen, die hieronder apart worden beschreven.

Een woud dat eigenlijk geen deel uitmaakt van de tropische regenwouden is het mangrovebos. De wortels van de bomen staan in brak of zout water, en hierdoor zijn ze veel minder afhankelijk van neerslag. Mangrovebossen zijn daarom ook in drogere gebieden te vinden, mits het gebied aan de kust ligt.

Tropisch laaglandregenwoud Hoogte: 0–1200 m Gemiddelde temperatuur: 25-30 °C Gemiddelde neerslag: 2000–4000 mm In het laaglandregenwoud groeien de hoogste tropische bomen; tot wel bijna 90 meter hoog in sommige regenwouden. Tropisch laaglandregenwoud wordt beschouwd als het 'echte' regenwoud. De ondergroei is niet erg dicht door gebrek aan zonlicht. De bodem is meestal onvruchtbaar. Men vindt er veel verschillende plant- en diersoorten. Laaglandregenwoud is het meest bedreigde regenwoud, door houtkap en landbouw. De meest kenmerkende diersoorten die in dit woud voorkomen: In Afrika: Bosolifant, Okapi, Duikers, Mandril, Laaglandgorilla, Chimpansee, Afrikaanse goudkat, Neushoornvogel, Grijze roodstaartpapegaai. In Azië: Aziatische olifant, Maleise tapir, Tijger, Sumatraanse neushoorn, Schubdier, Spookdiertje, Gibbon, Orang-oetan, Kaketoe. In Amerika: Laaglandtapir, Jaguar, Anaconda, Brulaap, Slingeraap, Agoeti's, Luiaards, Gifkikker, Helmbasilisk, Toekans, Ara.

Tropisch bergregenwoud Hoogte: 1200–2500 m Gemiddelde temperatuur: 15-25 °C Gemiddelde neerslag: 2000–4000 mm Hier groeien minder hoge bomen dan in het laaglandregenwoud; ze worden gemiddeld 30 tot 40 meter hoog. De ondergroei is wel veel dichter. De plantensoorten zijn vaak endemisch en groeien op een vrij onvruchtbare en rotsachtige bodem. Kenmerkende dieren zijn: In Afrika: berggorilla, driehoornkameleon, lemuren (op Madagaskar) In Azië: honingbeer, nevelpanter In Amerika: brilbeer, bergtapir, groene bergtoekan, longloze salamanders.

Tropisch nevelwoud thumb|Lianen zijn houtige klimplanten die bomen als steun nodig hebben Hoogte: 2500–4000 m Gemiddelde temperatuur: 0-15 °C Gemiddelde neerslag: 1500–3000 mm De bomen in het nevelwoud worden slechts 2 tot 10 meter hoog. De ondergroei is hier zeer dicht en ondoordringbaar, en bestaat voor een groot deel uit mossen en varens. De bodem is hier anders dan in lager gelegen wouden- meestal vruchtbaar. Dieren die in het nevelwoud gevonden worden zijn onder andere: In Afrika: berggorilla, levendbarende kameleon. In Azië: nevelpanter, honingbeer, paradijsvogels. In Amerika: berganolis, quetzal, klompvoetkikker.

Flora en fauna Wetenschappers schatten dat meer dan 50% van het totaal aantal bekende soorten plant- en diersoorten in de tropische regenwouden leven. Daarmee zijn ze de rijkste natuurgebieden op aarde. En lang niet alle dieren en planten uit de tropische regenwouden zijn al ontdekt of ingedeeld. Sommige (nog niet ontdekte) soorten bevatten misschien stoffen die de ontwikkeling van medicijnen tegen ziekten (bijvoorbeeld aids, kanker) kunnen versnellen. Een aantal van deze soorten staan op de rand van uitsterven, omdat hun habitat bedreigd wordt door houtkap. Ook andere menselijke factoren spelen een rol, zoals vervuiling en de introductie van vreemde soorten. Zo hebben door de mens meegevoerde dieren als katten, honden, ratten, geiten en varkens al een aantal reptielen doen uitsterven, omdat ze de eieren opgraven of een voedselconcurrent zijn.

Het negatieve effect van het verdwijnen van soorten wordt versterkt doordat veel plant- en diersoorten en micro-organismen van elkaar afhankelijk zijn, via complexe relaties. Voorbeelden zijn de larven van sommige zweefvliegen en de larven van de mierenzakkevers, die in nesten van mieren en wespen leven. De alarmkreet van vogels of apen maakt niet alleen soortgenoten alert maar ook andere dieren. Bomen in tropische regenwouden zijn afhankelijk van verschillende soorten schimmels, doordat de schimmels, voedingsstoffen direct de boom in recyclen, waarbij beide soorten profiteren. Bomen zijn ook afhankelijk van vele diersoorten, die voor verspreiding van zaden zorgen. De boom Bertholletia excelsa, waarvan de paranoot afkomstig is, is alleen in ongerept regenwoud te vinden, omdat daar een bepaalde plantensoort leeft, die bijen aantrekt, die op hun beurt weer de bloemen van de Bertholletia excelsa bestuiven. Vanwege deze delicate balansen is het vaak ook erg moeilijk om bomen succesvol in het regenwoud terug te planten, omdat deze regenwoudbomen afhankelijk zijn van andere soorten, en van verscheidene factoren in het regenwoud, zoals luchtvochtigheid, licht, ondergroei, en grondsamenstelling, die ernstig worden verstoord als er bijvoorbeeld houtkap in het gebied plaatsvindt.

Ook de doerian is voor zijn voortbestaan afhankelijk van een dier, namelijk een bepaalde soort vleermuis. Deze leeft van het stuifmeel van de bloeiende boom en zorgt ervoor dat er bestuiving plaatsvindt. Maar de doerian-boom bloeit niet het gehele jaar, en de vleermuis is genoodzaakt om een jaarlijkse ronde langs 6 verschillende doerian-soorten te maken. Als een van deze soorten uitsterft, verdwijnen ook de vleermuis én de resterende 5 soorten bomen.

Endemisme in het regenwoud is ook erg hoog. Dit betekent dat een soort op een specifieke plek in het regenwoud voorkomt, en elders in het regenwoud niet. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door de vele rivieren die door tropische regenwouden lopen.

thumb|left|150px|RafflesiaEen groot aantal plant- en diersoorten in het regenwoud is uniek: zoals de basilisken, hagedissen die op de achterpoten over water kunnen rennen, zwevende slangen en vliegende draakjes met vleugel-achtige huidflappen.