Lucius Septimius Severus, ook wel Septimus Severus (Leptis Magna (het huidige Al Khums, Libië), 11 april 145 – Eboracum (nu: York), 4 februari 211) was keizer van Rome van 193 tot 211. Hij staat bekend als een krachtige heerser die het intern verdeelde Romeinse rijk na een aantal burgeroorlogen onder één gezag herenigde en onder wiens heerschappij het Imperium zijn grootste omvang bereikte.
Severus werd geboren in Leptis Magna in de Romeinse provincie Africa. Als jonge man met goede connecties in de hoogste kringen doorliep hij onder het bewind van de keizers Marcus Aurelius en Commodus de gebruikelijke opeenvolging van ambten. Na de moord op keizer Pertinax in 193 tijdens het jaar van de vijf keizers greep Severus de macht. Na de zittende keizer Didius Julianus afgezet en gedood te hebben versloeg Severus achtereenvolgens zijn rivalen de tegenkeizers Pescennius Niger (in het oosten) en Clodius Albinus (in het westen). Niger werd in 194 in de Slag bij Issus in Cilicië verslagen. (1999), blz. 113. Later dat jaar voerde Severus een korte strafcampagne buiten de oostelijke grenzen. Hij lijfde het Koninkrijk Osroene als nieuwe Romeinse provincie in. (1999), blz. 115. Hij zou de laatste keizer zijn die nieuwe gebieden aan het imperium toevoegde. Drie jaar later, in 197, wist Severus in Gallië zijn laatst overgebleven rivaal Clodius Albinus tijdens de Slag bij Lugdunum beslissend te verslaan. (1999), blz. 125.
Nadat hij na het winnen van de Slag bij Lugdunum ook zijn heerschappij over de westelijke provincies had gevestigd, voerde Severus nog een korte, maar succesvolle oorlog tegen het Parthische Rijk. In 197 plunderde hij hun hoofdstad Ctesiphon en breidde hij de oostelijke grens naar de Tigris uit. (1999), blz. 130. Verder heeft hij de Limes Arabicus in Arabia Petraea uitgebreid en versterkt. (1999), blz. 134. In 202 voerde hij in Africa en Mauretania campagne tegen de Garamanten; hun hoofdstad Garama werd veroverd en de Limes Tripolitanus langs de zuidelijke grens van het rijk, werd uitgebreid. (1999), blz. 153. Laat in zijn regering reisde hij naar Britannia, waar hij de muur van Hadrianus versterkte en de muur van Antoninus herbezette. In 208 voerde hij een invasie in Caledonië (het moderne Schotland) uit. Maar zijn ambities werden gefnuikt toen hij in het najaar van 210 door een dodelijke ziekte getroffen werd. (1999), blz. 170-187. Severus stierf in het begin van 211 in Eboracum (het huidige York). Hij werd opgevolgd door zijn zonen Caracalla en Geta. Met de opvolging van zijn zonen werd Severus de stichter van de Severische dynastie, de laatste dynastie van het Romeinse rijk voor de crisis van de derde eeuw.
Vroege jaren Afkomst en opleiding thumb|De boog van Severus in Leptis Magna. Septimius Severus werd op 11 april 145 in Leptis Magna (in het huidige Libië) geboren. Leptis (ook wel Lepcis Magna) was de oostelijkste stad van de drie, waaraan de streek Tripolitania zijn naam te danken heeft. Septimius Severus was een zoon van Publius Septimius Geta en Fulvia Pia. Severus kwam uit een rijke, voorname familie van ridderlijke rang. Van moederskant was hij van Italiaans-Romeinse - en van vaderskant was hij van Punische afkomst. (1999), blz. 216-217. Zijn moedertaal was vermoedelijk het Punisch, maar hij schijnt Latijn zonder Punisch accent te hebben gesproken.pseudo-Aurelius Victor, Epitome de Caesaribus 20.8 (Latinis litteris sufficienter instructus, Graecis sermonibus eruditus, Punica eloquentia promptior, quippe genitus apud Leptim provinciae Africae.), Statius, Silvae IV r. 45 (non sermo Poenus, non habitus tibi,). De zeer onbetrouwbare Historia Augusta (Vita Severi 19.9) stelt dat hij wel een licht accent zou hebben gehad (Ipse decorus, ingens, promissa barba, cano capite et crispo, vultu reverendus, canorus voce, sed Afrum quiddam usque ad senectutem sonans.). Severus' vader bracht zijn hele leven in Leptis Magna door en streefde voor zover men weet, geen grote politiek-militaire carrière na. Wel had hij twee neven, Publius Septimius Aper en Gaius Septimius Severus, die onder keizer Antoninus Pius als consuls dienden.
Zijn moeders voorouders waren vanuit Italia naar Africa geëmigreerd. Zij behoorden tot de gens Fulvia, een Italiaanse patriciërsfamilie die zijn oorsprong had in Tusculum., Classical biography, Google eBook, blz. 182: 'FULVIUS, the name of a "gens" which originally came from Tusculum (Cic. Planc. 8). Severus had een oudere broer, Publius Septimius Geta en een jongere zuster, Septimia Octavilla. Severus' neef van moeders kant was de pretoriaanse prefect en consul Gaius Fulvius Plautianus.
Septimius Severus werd in zijn geboorteplaats Leptis Magna opgevoed, een door de Puniërs gestichte stad, waar hij werd onderwezen in het Latijn en het Grieks. Verder is er weinig bekend over het door de jonge Severus' genoten onderwijs, maar volgens Cassius Dio had Severus graag meer onderwijs genoten dan waar hij daadwerkelijk toe in de gelegenheid was geweest. Vermoedelijk kreeg Severus les in de retorica. Ter gelegenheid van het bereiken van de 17-jarige leeftijd gaf hij zijn eerste openbare toespraak. (1999), blz. 34-35.
Openbare dienst Rond het jaar 162 (hij was toen 17) vertrok Septimius Severus in navolging van zijn oudere broer naar Rome om in aanmerking te komen voor een publieke carrière. Op voorspraak van zijn "achteroom", Gaius Septimius Severus werd hij door keizer Marcus Aurelius toegelaten tot het "voorbereidingsklasje" om senator te worden. (1999), blz. 39. Het lidmaatschap van de senatoriale orde was een noodzakelijke voorwaarde voor de standaard opeenvolging van ambten die bekendstaat als de cursus honorum en om lid te mogen worden van de Romeinse senaat. Toch lijkt het erop dat Severus in het midden van jaren 160 te kampen kreeg met enkele tegenslagen. Het is waarschijnlijk dat hij als een vigintivir in Rome diende, waar hij het toezicht had op het onderhoud van de wegen in of nabij de stad, Rome, en waar hij in de rechtbank mogelijk als advocaat verscheen. (1999), blz. 40.
Severus liet echter het militaire tribunaat, een zeer gebruikelijke stap in de cursus honorum achterwege. Ook werd hij gedwongen om zijn quaestorschip uit te stellen totdat hij de vereiste minimumleeftijd van 25 jaar had bereikt. Dit jaar, 166, was tevens net de tijd dat Rome getroffen werd door de pest van Antoninus. Met een stilliggende carrière besloot Severus om tijdelijk naar het gezondere klimaat in Leptis Magna terug te keren. (1999), blz. 45. Volgens de Historia Augusta, een doorgaans onbetrouwbare bron, raakte hij in deze periode verwikkeld in een overspelaffaire, waarvoor hij voor de rechtbank werd gedaagd. De zaak zou uiteindelijk echter zijn afgewezen. Aan het eind van 169 bereikte Severus de vereiste leeftijd om quaestor te worden. Hij reisde nu terug naar Rome. Op 5 december aanvaardde hij zijn ambt en werd hij officieel in de Romeinse Senaat geïnstalleerd. (1999), blz. 46.
Senator in de jaren 170/80 thumb|Septimus Severus in het Louvre te Parijs. Van de activiteiten van Septimius Severus in de jaren 170 is weinig terug te vinden, dit ondanks het feit dat hij in relatief korte tijd een flink aantal posten bekleedde. De pest van Antoninus en de oorlogen aan de Donaugrens (rond 170) hadden de senatoriale gelederen behoorlijk uitgedund. Er ontstond een tekort aan bekwame mannen. Severus' carrière verliep hierdoor waarschijnlijk sneller dan zonder deze gebeurtenissen het geval was geweest. Na zijn eerste termijn als quaestor kreeg hij de opdracht een tweede termijn in Baetica (Zuid-Spanje) te dienen (1999), blz. 49., maar de omstandigheden verhinderden Severus om hier gehoor aan te geven. De plotselinge dood van zijn vader noopten hem naar Leptis Magna terug te keren om daar familiezaken te regelen. Voordat hij in staat was om Africa te verlaten kreeg Zuid-Spanje te maken met een inval van Moorse stammen. De controle van de provincie Baetica werd nu overgedragen aan de keizer, opdat het leger orde op zaken kon stellen. Om de verdeling van de provincies tussen Keizer en Senaat niet te verstoren kreeg de Senaat tijdelijk de controle over de provincie Sardinia. Zo bracht Septimius Severus de rest van zijn tweede termijn als quaestor in 171 op dit eiland door. (1999), blz. 50.
In 173 werd Severus' bloedverwant Gaius Septimius Severus tot proconsul van de provincie Africa benoemd. De oudere Severus koos zijn achterneef als een van zijn twee legati pro praetore. (1999), blz. 51. Na het einde van zijn termijn, in 175 reisde Septimius Severus terug naar Rome, waar hij met de distinctie van candidatus van de keizer het ambt van tribuun van het plebs op zich nam. Deze functie behelste in de keizertijd een toezichthoudende rol op de eerlijkheid van de rechterlijke macht. (1999), blz. 52.
In 178 werd hij pretor. Het pretorschap was een "dure" functie, omdat van een pretor werd verwacht dat hij op eigen kosten spelen organiseerde. Door een tekort aan gladiatoren lagen de prijzen van spelen in die tijd extra hoog. Wel was het pretorschap de springplank naar belangrijkere functies. Nog voor het jaar omHij kon niet aanwezig zijn bij de door hem zelf betaalde spelen was verkreeg Severus zijn eerste functie in dienst van de keizer. Hij werd in Hispania Tarraconensis als legatus iuridicis benoemd, met speciale bevoegdheid voor Asturia en Callaecia., blz. 55.. Vermoedelijk deed hij in deze functie zijn eerste gevechtservaring als leidinggevende op.
In 180 volgde zijn benoeming tot legaat (en commandant) van de Legio IV Scythica. Dit legioen werd gezien als het meest prestigieuze van de drie Syrische legioenen. Het bevond zich meestal in de stad Zeugma aan de Syrische grens met Mesopotamië. Nadat zijn tijd in Syria na 183 voorbij was verbleef hij voor langere tijd in Athene. In 190 werd hij samen met Apuleius Rufinus en volgens de Historia Augusta op uitdrukkelijk verzoek van de keizer Commodus tot consul suffectus benoemd. Een jaar later in 191 kreeg hij het commando over de drie legioenen in de provincie Pannonia. Deze benoeming zou hem twee jaar later de machtsbasis verschaffen om het keizerschap te kunnen grijpen. Het is niet bekend of hij daar grote militaire operaties heeft uitgevoerd.
Huwelijken thumb|Julia Domna, Glyptothek München Septimius Severus was reeds een jaar of dertig toen hij voor het eerst in huwelijk trad. Rond 175 trouwde hij met een vrouw uit Leptis Magna, met de naam Paccia Marciana. Het is zeer waarschijnlijk dat hij haar ontmoette tijdens zijn termijn als legaat in Africa onder zijn oom. Marciana's naam onthult dat zij van Punische of Libische afkomst was, maar verder is er vrijwel niets over haar bekend. Septimius Severus maakt zelfs geen melding van haar in zijn autobiografie, hoewel hij haar later, toen hij eenmaal keizer was, wel met beelden herdacht, Volgens de Historia Augusta zouden Marciana en Severus twee dochters hebben gekregen, maar hun bestaan blijkt verder nergens uit. Het lijkt erop dat dit eerste huwelijk, ondanks dat het zo'n tien jaar duurde, kinderloos bleef.
Marciana stierf rond 186 een natuurlijke dood. (1999), blz. 75. Septimius Severus was nu in de veertig en nog steeds kinderloos. Onder tijdsdruk om te hertrouwen begon hij een onderzoek naar de horoscopen van mogelijke bruiden. De Historia Augusta vertelt dat hij hoorde van een vrouw in Syria waarvan voorspeld werd dat zij een koning zou trouwen. Daarom zou Severus haar als zijn vrouw hebben gewild. (1999), blz. 71. Deze vrouw, Julia Domna, was afkomstig uit Emesa. Zij was van adellijke Arabische afkomst. Haar vader, Julius Bassianus stamde uit het koninklijk huis van Samsigeramus en Sohaemus. Hij diende als hogepriester in de lokale cultus voor de zonnegod Elagabalus. (1999), blz. 72. Domna's oudere zus, Julia Maesa zou de grootmoeder worden van de toekomstige keizers Elagabalus en Alexander Severus.