thumb|Cornelis de Graeff te SoestdijkCornelis de Graeff, zijn echtgenote Catharina Hooft en hun zonen Pieter en Jacob. De staande figuren zijn v.l.n.r. Willem Schrijver, Pieter Trip en Andries de Graeff.) Het landschap wordt aan Jacob van Ruisdael toegeschreven en de portretten aan Thomas de Keyser. Tussen 1656 en 1660, (National Gallery of Ireland

Paleis Soestdijk is een voormalig koninklijk paleis in de Nederlandse plaats Baarn. Het oorspronkelijk zeventiende-eeuwse gebouw is genoemd naar de 'Zoesdijc' waaraan het gelegen was. Van 1937 tot 2004 was het de residentie van kroonprinses en later koningin Juliana der Nederlanden (1909-2004) en haar echtgenoot prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld (1911-2004). Vanaf eind 1970 tot in 2017 was het eigendom van de Staat der Nederlanden.

Geschiedenis Jachtslot Rond 1650 liet Cornelis de Graeff, een van de burgemeesters van Amsterdam, aan de weg tussen Baarn en Soest (de 'Zoesdijc') een buitenverblijf bouwen: 'de Hofstede aen Zoestdijck'. De Graeff was in die jaren 1655-1660 druk bezig met de opvoeding van Willem III van Oranje (1650-1702), zo blijkt uit zijn te Soestdijk geschreven brieven aan de Staten-Generaal en Johan de Witt.

In 1674 verkocht zijn zoon Jacob de hofstede Soestdijk met de omringende landerijen aan prins Willem III van Oranje, toen inmiddels stadhouder. De hofstede werd vermoedelijk tussen 1674 en 1678 in opdracht van Willem III uitgebouwd tot een jachtslot naar ontwerpen van Maurits Post, zoon van Pieter Post.

Toen Willem III en koningin Maria II van Engeland in 1684 het jachtslot Het (oude) Loo verwierven, liet het paar daarnaast een nieuw jachtverblijf bouwen, het latere Paleis Het Loo. Soestdijk werd daardoor niet meer zo vaak gebruikt.

Nadat Willem III in 1702 kinderloos overleed, erfde de stadhouder van Friesland, Johan Willem Friso, Soestdijk. Na diens overlijden in 1711 woonden zijn vrouw en zijn zoon, de latere stadhouder Willem IV, in de zomer op Soestdijk. Willem IV overleed in 1751 en zijn vrouw en zoon bleven 's zomers op Soestdijk wonen. Vermoedelijk door zijn plotselinge overlijden bleef het ontwerp voor vergroting dat David van Stolk een jaar eerder had gemaakt onuitgevoerd.M.D.Ozinga, 'Een vergrootingsplan voor het Huis Soestdijk van den Rotterdamschen architect David van Stolk', Oudheidkundig Jaarboek, 7 (1938), p.88-91.

In 1787 kwam het bij Soestdijk tot een handgemeen tussen patriotten en Oranjegezinden, waarbij een dode – Christoffel Pullmann – en enkele gewonden vielen. De Staten van Utrecht beloonden de officieren van de wacht met een bijzondere gouden of zilveren beloningspenning.

Tijdens de Bataafse Revolutie en de daaropvolgende Franse inval werd Paleis Soestdijk in 1795 door de Franse Republiek als oorlogsbuit in beslag genomen en vervolgens aan het Nederlandse volk geschonken. De Bataafse Republiek bevestigde deze schenking in 1796. In 1799 werd het verhuurd en bestemd tot logement.

Koninklijk paleis Koning Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer Napoleon Bonaparte, nam het paleis in 1806 in gebruik en liet een kleine uitbreiding aan het paleis bouwen. Verder werd het uitgewoonde gebouw op bescheiden schaal heringericht. Ook liet hij de gevels pleisteren en de vensters vergroten. In diezelfde tijd liet hij ook het omringende park herinrichten. Hij gebruikte het tot 1810, daarna werd het een van de paleizen van Napoleon, die Nederland dat jaar deel van het Franse Keizerrijk maakte.

Na het herstel van de Nederlandse onafhankelijkheid in 1813 bleef het paleis enige tijd marginaal beheerd. Het werd na de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815 op voorstel van de Staten-Generaal uit naam van het Nederlandse volk cadeau gedaan aan kroonprins Willem, de latere koning Willem II (1792-1849). Het was bedoeld als huldeblijk voor zijn inspanningen in de veldslagen bij Quatre Bras en Waterloo in juni 1815 waarbij hij aan zijn schouder gewond raakte.

thumb|Tsarenpaleis in Pavlovsk bij Sint-Petersburg waarop de vleugels geïnspireerd zijn. Het paleis werd door Jan de Greef en Zeger Reyers tussen 1816 en 1822 uitgebreid met twee vleugels aan weerszijden van het hoofdgebouw met kenmerkende halfronde colonnades geïnspireerd op het tsarenpaleis in Pavlovsk in Rusland, het geboorteland van Willems echtgenote Anna Paulowna (1795-1865).Dag van de architectuur, Paleis Soestdijk De vleugels werden bekend onder naam Soestervleugel aan de linkerkant gezien vanaf de voorkant, en de Baarnse vleugel aan de rechterzijde. Het paleis werd 's zomers vaak bewoond door Willem II en zijn echtgenote, die het opnieuw inrichtte.

Drie van de kinderen van Willem en Anna (Alexander, Hendrik en Ernst Casimir) werden op Soestdijk geboren. Soestdijk was een plaats voor ontspanning. In de zomers liet Willem zijn zonen exerceren op het gazon en kleine kanonnetjes afschieten die hij speciaal voor hen had laten maken. Later gingen ze er jagen onder toezicht van hofarts Everard. Willem II zelf was geen groot jachtliefhebber. In het park hadden de drie zonen hun eigen jachthuisjes en prinses Sophie een eigen boerderij. Na het overlijden van Willem II in 1849 kocht Anna Paulowna (die niet wilde dat het paleis de familie zou verlaten) Soestdijk uit de met schulden beladen boedel. Ze richtte het paleis in ter nagedachtenis aan haar overleden echtgenoot (zoals in de Waterloozaal) en zoon Alexander. Alexanders jachthuisje werd haar Russisch-orthodoxe kapel.

Toen Anna in 1865 overleed, ging het paleis over op haar zoon Hendrik. Deze was stadhouder van Luxemburg, maar gebruikte zijn stadspaleis Lange Voorhout in Den Haag als Nederlands pied-à-terre en Paleis Soestdijk als zomerresidentie. Hendrik liet de inrichting van Soestdijk, waaronder de kamers van zijn moeder, grotendeels ongemoeid. Wel verkocht hij in 1874 een deel van het grondgebied voor de aanleg van een spoorweg. In ruil hiervoor zou Soestdijk een spooraansluiting krijgen. Hiervan was Hendriks broer, koning Willem III, echter niet gediend. 'Z.K.H. leeft in een zeer heilzame (?) vrees voor Z.M. en die vrees is nog onlangs weder opgescherpt toen de Koning zeer verbolgen was dewijl men den Prins een zijtak van den Oosterspoorweg naar Soestdijk had beloofd terwijl nog niemand er aan had gedacht des Konings buitenverblijf het Loo op dezelfde wijze met een spoorweg in verbinding te brengen. De arme Prins moet toen un mauvais quart d'heure hebben doorgebracht', schreef minister van Oorlog August Willem Philip Weitzel daarover. Uiteindelijk kreeg Soestdijk pas een spooraansluiting na de dood van Hendrik, toen het paleis en domein op koning Willem III waren vererfd.

Koning Willem III verbleef liever op Paleis Het Loo dan op Soestdijk. Zijn weduwe, koningin-moeder Emma (1858-1934) erfde het domein en paleis van haar man in 1890. Ze ging er na zijn overlijden toe over afwisselend de zomers door te brengen op Soestdijk en Het Loo. In 1898 liet Emma een appartement inrichten voor Wilhelmina. De Rotterdamse firma C.H. Eckhart was verantwoordelijk voor de inrichting van de salon van Wilhelmina. Toen bij het huwelijk van koningin Wilhelmina in 1901 de hofhoudingen van moeder en dochter werden gescheiden, ging Emma Paleis Soestdijk gebruiken als vast zomerverblijf. Dit bleef zo tot haar dood in 1934. Er werden in het paleis enkele kleine vernieuwingen aangebracht, zoals de aanleg van elektrische bedrading. Verder werden er twee kleedkamers op de eerste verdieping van het hoofdgebouw aangebouwd. De colonnades werden met glas bedekt, zodat het paleis ook buiten de zomer gebruikt kon worden.

Juliana en Bernhard thumbtime=0:14|thumb|Bioscoopjournaal uit 1938 met nieuwsgierigen voor Paleis Soestdijk in verband met de verwachte geboorte van het eerste kind uit het huwelijk van kroonprinses Juliana en haar man Bernhard. Diverse mensen en voertuigen die het hek van het paleis passeren of ervoor blijven staan. Een politieagent regelt het verkeer. thumb|Jaarlijkse defilé voor het paleis op Koninginnedag tijdens de regeerperiode van Juliana thumb|Het beeld van Juliana en Bernhard gemaakt door Kees Verkade Emma liet het domein en paleis na haar overlijden na aan haar enig kind Wilhelmina. Ze werden bij Emma's overlijden in 1934 getaxeerd op een gezamenlijke waarde van 790.000 gulden.Woelderink, Bernard (2010) Geschiedenis van de Thesaurie. Twee eeuwen Thesaurie en thesauriers van het Huis Oranje-Nassau, 1775-1975, p. 161 Na de dood van Emma werd het paleis verbouwd om - zo bleek - als permanente woning te dienen voor Juliana en Bernhard. De grootschalige verbouwing, het nationale huwelijksgeschenk voor hen beiden, gebeurde met name aan de Baarnse vleugel. Er werd een grotendeels ondergrondse bioscoopzaal aangebouwd. Verder kwam er in het souterrain een grote keuken. Op de begane grond werden werkkamers voor Juliana en Bernhard, een eetkamer, een bibliotheek en een turnzaal ingericht. De bestaande appartementen in de colonnades werden verbouwd tot vier gastenappartementen. De eerste verdieping werd uitgebreid met slaap-, bad- en kleedkamers voor Juliana en Bernhard en hun kinderen. Ook werden er vertrekken ingericht voor het personeel. Ook werd in die tijd het gehele paleis voorzien van centrale verwarming. In het park verrees een sportcomplex met paviljoen.

In 1937 betrokken Juliana en Bernhard het paleis. Voor het eerst in zijn geschiedenis werd het de permanente woning van een gezin. Hun kinderen Beatrix, Irene en Christina, met uitzondering van Margriet, werden op Soestdijk geboren.

Bij de Duitse inval in 1940 week het gezin uit naar het buitenland. Opnieuw herbergde Paleis Soestdijk buitenlandse militairen, ditmaal Duitse officieren.

Tijdens de regeerperiode van Juliana (1948-1980) maakte de koninklijke familie voornamelijk gebruik van Soestdijk en Paleis Het Loo. Paleis Soestdijk werd in 1948 officieel de hoofdresidentie van het staatshoofd en Het Loo ging dienen als buitenverblijf, waar prinses Wilhelmina ging wonen. Om als werkpaleis te kunnen dienen werden in de Soestervleugel de secretariaten van Juliana en Bernhard ondergebracht. Van de zolder tot de kelder werd nu elke vierkante meter gebruikt.

Juliana had geen voorkeur voor Paleis Het Loo als zomerverblijf, maar gebruikte Paleis Soestdijk permanent als woon- en werkpaleis. Vakantie hield zij meest in het buitenland. Zij voerde de reguliere gesprekken met de minister-president meestal op Soestdijk, totdat tijdens het premierschap van Piet de Jong op diens verzoek voor Paleis Huis ten Bosch werd gekozen. Bij hoge uitzondering hield zij kantoor op Paleis Lange Voorhout of ontving zij hoge gasten en diplomaten op Paleis Huis ten Bosch. Vanuit Paleis Soestdijk werden in rechtstreekse televisie-uitzendingen de verlovingen van de prinsessen bekendgemaakt. Jaarlijks werd op Koninginnedag op 30 april door vele vertegenwoordigers van de samenleving een bloemenhulde gebracht aan de jarige vorstin, het zogenaamde bloemendefilé.

Staatsbezoeken werden in de periode van Juliana zo veel mogelijk op het Paleis op de Dam in Amsterdam ontvangen. Af en toe werd gebruikgemaakt van Paleis Soestdijk, zoals in 1979 bij het officiële bezoek van de Japanse keizer Hirohito, mede omdat eind jaren zeventig de paleizen Het Loo, Noordeinde en Huis ten Bosch alle in restauratie waren.

In de jaren zestig en zeventig vonden er enkele verbouwingen plaats, waarbij het paleis werd uitgebreid met een zonnekamer en een inpandig zwembad.